Beter voor het milieu

14

Om de haverklap krijg je te horen dat iets ‘beter voor het milieu’, meent Peter Malaise van de denktank Meta.Consort. Maar tegelijk komt REACH, dat de gezondheids- en milieu-effecten van een reusachtige lijst chemicaliën moet documenteren, nauwelijks van de grond. Om de aandacht af te leiden worden dan maar spaarlampen zwaar gepropageerd.

Spaarlampen kregen onterecht het etiket ‘beter voor het milieu’. (Foto Ronald Eikelenboom)

Spaarlampen kregen onterecht het etiket ‘beter voor het milieu’. (Foto Ronald Eikelenboom)

Wordt u er ook zo gedeprimeerd van? Waar je ook kijkt, het is al milieu wat de klok slaat. Nog maar pas werden we in de reclame voor het autosalon om de oren geslagen met superzuinige
personenwagens, of Europa komt op de proppen met nieuwe eisen voor bestelwagens. Die moeten op korte termijn flink omlaag wat verbruik en uitstoot betreft. Europarlementslid Ivo Belet kondigde in het radionieuws de nieuwe maatregelen aan op een toon, die bijna verontschuldigend klonk: “tja, ’t is nu eenmaal goed voor het milieu”. Onder verstaan: daar moeten we ons dan maar in schikken.

Het lijstje van zaken die onder de noemer ‘beter voor het milieu’ vallen lijkt schier eindeloos:

  • Openbaar vervoer: beter voor het milieu.
  • Groene stroom: beter voor het milieu.
  • Water besparen: beter voor het milieu.
  • Goed isoleren: beter voor het milieu.
  • Biogroenten: beter voor het milieu.

Het heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat de meeste dingen die we sinds de golden sixties met zijn allen bekokstoofd hebben, helemaal niét ‘goed voor het milieu’ waren. Het milieu bestond nauwelijks. Het was een leuk stuk decor, voor de zondagse wandeling, voor documentaires, of om naar te kijken als je met verlof was.

Allergielijders

Niemand heeft de verloedering bewust zien gebeuren – behalve misschien wat geitewollensokkenjongens en -meisjes – en aan steeds minder mensen werd geleerd het te zien. De seventies, eighties, nineties, het millenium, het ging in groeiende mate om geld en macht. Met dat leuk stuk decor was echter geen geld te verdienen, het was op zichzelf ook waardeloos, niet gekapitaliseerd. Dat is wellicht het tweede grootste probleem bij alle milieugerelateerde discussies: natuur heeft geen waarde, onze planeet is – met uitzondering van een hoopje fossiele grondstoffen die bijna op zijn – geen economische factor.

Maar er is nog een veel groter probleem bij milieugerelateerde discussies. Iedereen vergeet steevast dat we deze planeet en alle wezens die er op leven, niet kunnen compartimenteren, dat we ze niet kunnen isoleren van elkaar, noch van de rest van de kosmos.

In mijn jeugd was een allergielijder iets exotisch, nu vind je ze overal.

Ter illustratie: het voorkomen van allergieverschijnselen is de laatste 50 jaar dramatisch gestegen. De World Allergy Organization berekende na een onderzoek in 33 landen dat er zo’n 22% van de bevolking aan een of andere vorm van allergie lijdt. Andere studies komen tot nog hogere cijfers, meer dan 35% van de bevolking. De tendens is helaas nog steeds stijgend. In mijn jeugd was een allergielijder iets exotisch, nu vind je ze overal.

Ondeugdelijke stoffen

Uit de verzamelde gegevens blijkt dat niet zozeer de vervuilde buitenlucht de grote boosdoener is, maar wel het binnenklimaat. Als we het hoge percentage nieuwe chemicaliën en stoffen bekijken dat ons is gaan omringen, van verf over vloerbekleding tot meubelen, is dat niet zo verwonderlijk. De EU moest in 2007 een speciaal onderzoeksprogramma afdwingen (Registration, Evaluation and Authorisation of Chemicals, REACH) om de reusachtige lijst chemicaliën die onvoldoende gedocumenteerd zijn op gezondheids-
en milieuvlak, het vuur aan de schenen te leggen. Het gaat naar schatting om meer dan 100.000 stoffen, en daarvan zijn slechts zo’n 3% afdoende gedocumenteerd.

Dat betekent onder andere dat een milieuprobleem in snel tempo een gezondheidsprobleem kan worden. Niet alleen de afwezigheid van voldoende onderzoek alvorens een stof in de markt wordt gebracht, speelt een rol. Het is per definitie onmogelijk om duidelijk te krijgen welke interacties een stof kan hebben met 99.999 andere, hoe ze mekaar versterken of tegenwerken, en in welke omstandigheden dat gebeurt. Dat pleit ervoor om slechts nieuwe stoffen toe te laten waarvan met een voldoende mate van zekerheid is aangetoond, dat ze geen acute of chronische negatieve uitwerkingen hebben op planten, mensen en dieren, dat
ze volledig afbreekbaar zijn en geen stabiele reststoffen in het milieu achterlaten. Een vrij draconisch uitgangspunt, want dat betekent dat je het overgrote deel van de huidige chemicaliën zal moeten verlaten. En vermits er al decennia lang noch geld, noch
tijd is besteed aan alternatieven, zitten we met een reusachtig probleem.

Mundus vult decipi, de wereld wil bedrogen worden.

En wat met de bestaande ondeugdelijke stoffen? Joost mag het weten! REACH zal, onder luid protest van de industrie, stoffen proberen te verbieden. Geen paniek: er worden vooreerst ‘slechts’ 10.000 substanties onderzocht, namelijk diegene waarvan iedereen nu al weet dat ze niet door de beugel kunnen, wegens cancerogeniteit, endocriene disruptie of andere hoge risico’s. De andere 90.000 worden voorlopig ongemoeid gelaten. Het in gang brengen van de hele REACH-machine, die haar hoofdzetel in Helsinki heeft, wordt ook niet bepaald bevorderd. Het zal dus nog wel even duren voor er écht oplossingen uit de bus komen.

Spaarlampen

Inmiddels weten we uit recent onderzoek dat spaarlampen een veel hoger chemisch milieu- en gezondheidsrisico vormen dan gloeilampen, en ook LED’s zijn in hetzelfde bedje ziek. Terwijl
het toch de bedoeling was om een milieusparende oplossing aan te bieden. Spaarlampen verbruiken wel minder stroom, maar hun chemische impact ligt vele malen hoger dan gloeilampen, en in LED’s blijken redelijk wat giftige stoffen te zitten. Als we nu eindelijk eens werk zouden maken van duurzame stroom, zouden gloeilampen er niet eens zoveel toe doen.

Hebt u overigens al eens gehoord van een spaar-ijskast, een spaar-wasmachine of een spaar-droogkast? Daar zitten de échte stroomvreters, maar een alternatief is er voorlopig niet, en het is ook niet in de maak. Om de aandacht af te leiden worden de spaarlampen dan maar zwaar
gepropageerd. Mundus vult decipi, de wereld wil bedrogen worden.

Als we een volgende keer horen dat een of ander artefact ‘goed voor het milieu’ is, en het is nog écht waar ook, moeten we misschien proberen om daar geen irritatie bij te voelen. Het ding in kwestie zou binnenkort wel eens vervloekt nodig kunnen zijn.

Peter Malaise is medestichter van, en senior counselor bij Meta.Consort vzw, een denktank voor duurzame concepten en strategieën, opgericht in 1976.

Auteur: Peter Malaise

Medestichter en senior medewerker van Meta Fellowship vzw, een denktank voor duurzame ontwikkeling opgericht in 1976.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid