Een gekleurd verleden

1

Als de politieke apathie onder de bevolking toeneemt, is dat niet aan Siegfried Bracke gelegen. De kersverse politicus verrijkte het Wetstraatjargon niet enkel met tot de verbeelding sprekende termen als ‘de full monty doen’, waarmee hij de politiek toch weer een stukje dichter bij de mensen bracht, maar weet met zijn (politieke) verleden ook heel wat omstanders te boeien.

Siegfried Bracke was als journalist lid van de SP. Maar engagementen van journalisten vernauwen tot een partijkaart zou opmerkelijk zijn. (Foto Luc Van Braekel)

Bracke was veertien jaar lid van de Socialistische Partij – toen die anders werd, vertrok hij. Nu hij een lidkaart heeft van een partij die een aangescherpte versie van de Voka-eisenbundel probeert uit te voeren is dat een beetje vreemd. Ronduit bizar is het dat wij tot bijna een jaar na zijn overstap moesten wachten vooraleer dat op straat lag. Voor iemand die beweert dat er op de publieke omroep momenteel journalisten moeten boeten omdat ze tot zijn school behoren, is dat betrekkelijk lang.

Nu de wetenswaardigheden – Bracke was niet enkel lid, maar schreef ook columns – bekend zijn, krijgen ze de Koninklijke behandeling. Achtergrondstukken, opinies, columns zoals deze, de hele santenkraam. Het ging er niet zozeer over dat je wel heel erg ver moet kunnen springen om van bij de SP tot in het N-VA-kamp te raken, maar over het combineren van een partijkaart met het journalistenambt. Dat Bracke bij de publieke omroep werkzaam was, scheen daarbij van belang te zijn.

Zo haalden nestors als Walter Zinzen en in iets minder mate Johan Depoortere een hele week herinneringen op aan een tijdperk dat volgens iedereen voorbij is. Toen politieke journalisten allemaal een partijkaart hadden en het nieuws in nauwe samenspraak met politici werd geduid. De discussie ging erover wanneer die periode precies werd afgeschreven. Hoewel iedereen het erover eens was dat de bijdrage van Kris Hoflack aan het debat – in de jaren negentig hadden alle journalisten nog altijd een vaste kleur – bezijden de waarheid lag, bleef er veel speling zitten op de verschillende jaartallen.

Hoe dan ook heb ik onder zulke gewoontes nooit geleden. Ik ben opgegroeid met een generatie journalisten die van Siegfried Bracke te horen hadden gekregen dat ze geen kritische vragen meer mochten stellen. Het maakt niet uit wie ze voor zich krijgen, ze lijken altijd een beetje in zwijm. De partijkaarten zijn verbannen, maar dat neemt ook niet weg dat er nog altijd journalisten samen met (bevriende, neem ik maar aan) politici boeken schrijven. Laatst heeft er zelfs eentje het gepresteerd om, nadat hij geloosd was door zijn partij, terug te keren naar de omroep waar hij vandaan kwam.

In de periferie van het rondje anekdotes uit de oude doos heeft zich niettemin een discussie gevestigd over de journalistieke zeden. In het algemeen. Er bestaat zoals gezegd twijfel over wanneer je nog een partijkaart mocht hebben, maar nu zou dat sowieso niet meer kunnen. Evenmin een column. Ik begrijp dat mensen aan een gepolitiseerd bestel een allergie overhouden voor al te sterke partijvoorkeuren, maar ik zie niet goed in waarom die ervaring leerzaam zou zijn voor deze tijd.

Uiteindelijk gaat de discussie over welke engagementen een journalist buiten zijn werk om mag aangaan. Dat vernauwen tot partijkaarten is op zich al opmerkelijk (kan een journalist lid zijn van een vakbond?), maar daarmee sluit je andere eventuele obstakels als commerciële druk en cynisme meteen helemaal uit. In een neutrale omgeving vind ik het aanmatigend dat enkel journalisten met een duidelijke kleur met de vinger zouden worden gewezen. Het idee dat zij hun baan slechter zouden doen dan anderen, is bovendien op niets meer dan een gekleurd verleden gebaseerd.

Meer dan proberen af te bakenen binnen welke lijnen een journalist precies mag kleuren, lijkt openheid meer aangewezen. Niet dat elk lid van de journalistenbond een vragenlijst moet gaan invullen, maar dat duistere sfeertje over lidmaatschappen en weekendactiviteiten moet verdwijnen. Daarna is het voor lezers, kijkers en vooral hoofdredacteuren perfect mogelijk om te oordelen wie zijn baan goed doet. Kathleen Cools schreef samen met Herman Van Rompuy een boek, maar dat is haar in het geheel niet aan te zien. Al haar interviews zijn precies even slecht.

Auteur: Peter Casteels

Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Op Twitter spreekt u hem best aan met @pcasteels en mailen kan naar peter.casteels@apache.be.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid