Kijkt minister Vanackere weleens naar Al Jazeera?

30 januari 2011 Ludo De Witte
Betogers in de straten van Caïro (Foto Al Jazeera)
Betogers in de straten van Caïro (Foto Al Jazeera)

Door Ludo De Witte

Betogers in de straten van Caïro (Foto Al Jazeera)
Betogers in de straten van Caïro (Foto Al Jazeera)

De afgelopen dagen bracht ik op de sofa door, geveld door een griepje. Maar ik heb me niet verveeld; met een laptop op mijn buik keek ik naar de live stream van Al Jazeera TV, de pan-Arabische zender die non-stop de revolutie in Egypte covert. Een bevriend journalist uit Parijs mailde me tussendoor dat hij volgende week naar Cairo reist. Zou ik meegaan? Ik twijfelde even, maar besloot toch van niet: de redactie van een nieuw Congoboek gaat voor. Bovendien, met Al Jazeera ben je er bijna even echt als in het echt.

Als ik dus in de hieronder haastig bijeengeschreven reflexies een beetje geëxciteerd klink, beste lezer, gelieve me dat dan te vergeven: ik liep de afgelopen dagen tussen tienduizenden betogers, langs brandende politiewagens en het rokende hoofdkwartier van Mubaraks ruling party, liep mee met een burgerpatrouille die auto’s controleerde (want er wordt geplunderd, ook door thugs van het regime die op chaos aansturen), stond aan roadblocks en verbroederde met tanksoldaten. En dat alles in Caïro, Alexandrië en Suez, gewoon vanuit mijn huiskamer!

2011, of 1989 revisited

Wat de Arabische wereld – ik schreef bijna: de Arabische natie – de afgelopen weken doormaakte, is niet minder of meer dan een gigantische omwenteling met wereldomvattende gevolgen, een aardschok van het kaliber die in 1989 de stalinistische regimes wegvaagde.

Want de volkse stormloop op de Arabische dictaturen – voorlopig in twee landen, maar de onrust broeit ook in andere – zal de parameters van de geopolitiek veranderen: als de dictators vallen, komen alle verhoudingen en basisgegevens onder druk: de olieprijzen stijgen nu al, de massale financiële transacties tussen de Arabische corrupte elite en het Westen zullen ten dele wegsmelten, de krachtsverhoudingen in historisch Palestina en die tussen Israël en de as Hezbollah-Syrië-Iran zullen diepgaand wijzigen, de levensvatbaarheid van de Saoedische monarchie zal klappen krijgen en de relaties van het Midden-Oosten met Europa, de VS, Turkije en Iran zullen van aanschijn veranderen.

De man die vuur aan de lont stak heet Mohammed Bouazizi, een verarmde Tunesische straatverkoper. Of beter, hij heette zo, want nadat Mohammeds stootwagentje was geconfisqueerd omdat hij geen smeergeld op zak had, en hij ook nog werd vernederd door stadspersoneel en geen gehoor vond bij de gouverneur, stak hij zichzelf uit wanhoop en protest in brand. Bouazizi stierf aan zijn verwondingen op 4 januari, 18 dagen na zijn wanhoopsdaad, maar inmiddels had hij wel in Tunesië een revolutie op gang getrokken.

En nu is de wind of change in Egypte gearriveerd, het grootste, dicht bevolkste en geostrategisch belangrijkste Arabische land. Blaast de wind nog verder oostwaarts, naar Palestina, en verder? Het ziet ernaar uit, want ook elders beweegt het, voorlopig vooral in Jemen en Jordanië.

Vandaag beleven we het begin van het einde van die stabiele neokoloniale periode. De Arabische volkeren eisen hun souvereiniteit op en verjagen de dictators die hen een economische ontwikkeling en solidariteit met het Palestijnse volk onthouden.

Het vuur dat Bouazizi doodde steekt dus de hele Arabische wereld aan – een wereld waar immense frustraties al langer op een excuus, een aanleiding, een oproep wachten om de massa’s in beweging te zetten.

Olie en Israël, Israël en olie

Want politieke springstof is er in de Maghreb en de Machrek in overvloed, en de ingrediënten ervan zijn gekend: economische onderontwikkeling, een verstikkend openbaar leven en vooral, vooral, complete uitzichtloosheid op enige vooruitgang, dankzij het loden gewicht van repressieve regimes die de status quo – de Pax Americana – met omkoperij, de wapenstok en martelkamers handhaven. Ze zijn voor het Westen in een dubbel opzicht nuttig, onontbeerlijk zelfs, en hun val of zelfs verzwakking brengt die strategische voordelen in gevaar.

Vooreerst zijn het westerse zaakwaarnemers die ervoor zorgen dat de oliestroom ongehinderd naar het Westen vloeit. Zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger niet dat olie een veel te belangrijk strategisch goed is om in handen van Arabieren te laten?

Vervolgens collaboreren ze openlijk of in het geheim met Israël, zodat dit land ongestoord zijn zionistisch project kan verwezenlijken: een gigantisch aan het Arabische vasteland aangemeerd vliegdekschip, als vooruitgeschoven post van het Westen uitbouwen, ten koste van het Palestijnse volk en de omringende Arabische staten. Mubarak en co collaboreren voluit met Israël, tegen de wil van hun bevolking in.

Israëls vrienden

Aluf Benn schrijft in de Israëlische krant Haaretz onomwonden dat de val van Mubarak een zware nederlaag voor Tel Aviv zou betekenen: “De wegslinkende macht van de regering van president Hosni Mubarak zorgt in Israël voor strategisch leed. Zonder Mubarak blijf Israël in het Midden-Oosten bijna zonder vrienden achter.” In dezelfde krant vraagt Amir Oren zich af “wie Israël aan het Egyptische front zal beschermen’ als het Egyptische volk zijn lot in eigen handen neemt.

Aluf Benn overdrijft een beetje, want de koningen van Saoedi-Arabië en Jordanië zitten nog in het zadel. Maar voor hoelang nog? En ook de zogenaamde Palestijnse Autoriteit van Mahmoud Abbas zit nog op haar troon: een brutale kliek die in samenwerking met de CIA en zijn Israëlische evenknie een terreurregime op de West Bank instandhoudt en de verzet tegen de Israëlische bezetting onderdrukt. Maar het loopt zeker niet lekker voor Tel Aviv.

Vorig jaar brak er iets wezenlijks in de relatie met Turkije, en vorige week nog behaalde Hezbollah een markant succes door in het Libanese parlement een meerderheid te vinden voor de vervanging van de corrupte, pro-westerse premier Hariri door een premier die dichter bij het anti-Israëlisch verzet staat. De val van de Egyptische dictator zal zeker een zware slag betekenen voor Tel Aviv.

Is Mubarak niet een enthousiaste medewerker aan de Israëlische blokkade van Gaza? Die blokkade is een onderdeel van de Amerikaans-Israëlische strategie om Hamas, nochtans de winnaar van de Palestijnse verkiezingen in 2006, op de knieën te krijgen en Gaza terug in handen van onderaannemer Abbas te leggen. De onlangs uitgelekte The Palestine Papers (1600 geheime documenten, verspreid door Al Jazeera en The Guardian) tonen kristalhelder aan dat het doel om Hamas en Fatah te verdelen en nadien Hamas te isoleren en te wurgen een uitgekiende strategie is van een nauw samenwerkende coalitie - van de VS, Israël, Abbas en... het Egypte van Mubarak.

Mubarak, onze gerespecteerde partner

Vandaag beleven we dus het begin van het einde van die stabiele neokoloniale periode. De Arabische volkeren eisen hun souvereiniteit op en verjagen de dictators die hen een economische ontwikkeling en solidariteit met het Palestijnse volk onthouden. Overdenkend wat daar gebeurt, met Al Jazeera op de achtergrond, vraag ik me af waarom onze minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere niet zijn moed bijeenraapt en doet wat hij kan om deze gigantische emancipatiebeweging te helpen?

Dat ligt voor de hand, afgaande op de beleidsopties van Vanackere zoals ze op de website van Buitenlandse Zaken staan te lezen:

België hecht veel belang aan de naleving van de burgerrechten en politieke rechten in alle landen. Deze vrijheden waarborgen onder andere het democratische karakter van een staat. De eerbiediging van deze rechten hangt bovendien nauw samen met de eerbiediging van andere rechten van de mens. Alle deze rechten zijn onderling verbonden en ondeelbaar.

Maar tussen woorden en daden staan er blijkbaar nogal wat obstakels.

De Belgische elite steunt sinds mensenheugnis de autoritaire Arabische regimes en het zionistische regime in Israël, en blijft daarmee mooi binnen de krijtlijnen van de Amerikaanse strategie. Op de website van het departement Buitenlandse Zaken lezen we wat minister Vanackere over de dictatuur van Mubarak denkt – of beter, wat hij jarenlang en tot een week geleden over Mubarak dacht maar vandaag wellicht niet meer zal herhalen:

De bilaterale relaties tussen België en Egypte zijn goed en er zijn dan ook regelmatig bilaterale contacten op het hoogste niveau in Brussel en in Cairo. Op het vlak van economische ontwikkeling en samenwerking was de Prinselijke missie zeer belangrijk en die missie heeft ook aangetoond dat er nog mogelijkheden zijn om de economische relaties verder uit te diepen. Verder erkent België ook de belangrijke rol die Egypte speelt als bemiddelaar in het Arabisch-Israëlische conflict en als belangrijke regionale speler met een grote Arabische bevolking.

Kortom, België onderhield goede relaties met een gerespecteerde partner. Tot die dekselse Egyptische bevolking roet in het eten kwam gooien!

Schuilen achter de brede Europese rug

Het aanzwellende straatprotest noopte de minister op 27 januari tot een commentaar. Vanackere zei over de Egyptische revolutie:

Minister Vanackere sluit zich verder aan bij de oproep van de Hoge Vertegenwoordigster van de Europese Unie Catherine Ashton aan de betogers en de Egyptische ordehandhavingdiensten voor terughoudendheid en pleit voor een snelle vrijlating van de aangehouden vreedzame betogers. Hij hoopt dat de bekommernissen die nu geuit worden door de bevolking het proces van democratisering en sociaal-economische hervormingen in Egypte kunnen versterken. In deze context, wijst de minister naar het belang van het respect voor de vrijheid van meningsuiting en van berichtgeving.

Afgemeten aan zijn eigen beleidsopties schiet Vanackere schromelijk te kort. Het geeft geen pas achter de brede Europese rug weg te kruipen om de bevolking en de pretoriaanse troepen van de dictator op dezelfde lijn te zetten en beiden “tot terughoudendheid” aan te sporen.

De bevolking moet gefeliciteerd en aangemoedigd worden voor haar heroïsche acties. De Egyptische burgers, mannen en vrouwen, gaan met blote handen een dictatuur te lijf. Er vallen doden, en op het ogenblik dat ik deze regels schrijf hoor ik dat het aantal gewonden op bijna 4.000 wordt geschat. Om nog meer bloedvergieten te voorkomen moet het regime zo snel mogelijk op de knieën worden gedwongen en Mubarak tot aftreden gedwongen. Westerse druk is meer dan nuttig, want het Westen is de steunbeer van het regime.

Maar daar heeft Vanackere voorlopig geen oren naar. Afgelopen vrijdag vond de minister wél de tijd om in een persbericht de moord op een Oegandese mensenrechtenactivist te veroordelen. Uitstekend, maar in die uren en dagen werden tientallen Egyptenaren gedood door Mubarakgetrouwen. Inmiddels zijn er al meer dan 100 doden gevallen. Waar blijft een ondubbelzinnige veroordeling van het regime?

De essentie van het regime redden?

Minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere (Foto Tzipi Livni)
Minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere (Foto Tzipi Livni)

Ook de vage oproep om “een proces van democratisering" op gang te trekken is mijlenver verwijderd van wat nodig is. Die uitnodiging speelt in de kaart van het regime, want het is een perspectief dat de weg bereidt voor maatregelen zoals de integratie van opposanten in het regime of verkiezingen met een telegeleide oppositie. Het is een project dat ervoor zorgt dat de essentie van de dictatuur, eventueel en op termijn zonder Mubarak zelf, te redden.

Het is een standpunt dat alle westerse voogden van het regime delen: minimale veranderingen aan de structuur van het regime, met een zo groot mogelijke stabiliteit en politieke continuïteit. President Obama – sommigen hebben het, kort door de bocht gaand, over Mubarack Obama – zei in dezelfde zin dat hij in een telefonisch gesprek met Mubarak had gezegd dat hij zijn belofte “op een betere democratie en meer economische kansen” moet omzetten in “concrete stappen en acties”. De dag nadien riepen de leiders van Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland Mubarak “een veranderingsproces op gang te trekken dat moet leiden tot een regering met brede aanhang en vrije en eerlijke verkiezingen.”

Vanackere moet niet aan het handje van Obama en Sarkozy blijven lopen, maar de wensen van het Egyptische volk respecteren. En dat volk eist geen “concrete stappen en acties” of concessies van het regime om meer politieke ademruimte te creëren of nieuw bloed in het regime te injecteren, maar een radicale breuk met dat regime: het vertrek van Mubarak, de ontbinding van zijn partij (de NDP) en de ontmanteling van de repressiekrachten. (Tussen haakjes, Mubaraks NDP is samen met de Israëlische ‘Arbeiderspartij’ lid van de ‘Socialistische internationale’, en is dus een zusterpartij van de Sp.a. Hallo Caroline Gennez? Hallo Elio Di Rupo?)

De Belgische regering moet de legitimiteit van die eisen erkennen en alles ondernemen om dat doel te steunen, niet morgen maar vandaag nog. Wellicht zal Vanackere, als hem dit voor de voeten wordt gegooid, opwerpen dat hij niets kan ondernemen en dat er wordt geageerd op het niveau van de Europese Unie. Zoals De Gucht zei ten tijde van de slachting die Tel Aviv in Gaza aanrichtte. Maar dat is een drogreden, want de minister kan beginnen met het terugroepen van de Belgische ambassadeur in Egypte en de uitwijzing van de diplomatieke vertegenwoordiger van de dictator in België. Maar dat vereist natuurlijk een heel klein beetje guts, want Washington heeft een machtige, lange arm, die evenwel ook in het Midden-Oosten aan kracht inboet.

PS – het wankelende regime blokkeerde zondagmiddag de uitzendingen van Al Jazeera vanuit Egypte, een wanhoopsdaad die het spagaat van de herauten van de democratie in het Westen vergroot en hen tot actie zou moeten aansporen.

Ludo De Witte, auteur en journalist, heeft deze analyse geschreven op zondag 30 januari om 14 uur.

LEES OOK