Tien valkuilen voor de journalistiek volgens Peter Vandermeersch

14

In een lezing aan de Universiteit Gent somde Peter Vandermeersch, algemeen hoofdredacteur van De Standaard en Het Nieuwsblad/De Gentenaar, tien valkuilen op voor de hedendaagse journalistiek. ‘Onder druk van de commercie dreigen we aan slechte journalistiek te doen’, waarschuwde Vandermeersch.

Door Tim F. Van der Mensbrugghe

Peter Vandermeersch kwam donderdagavond in Het Pand, het chique middeleeuwse congrescentrum van de UGent, het een en ander vertellen over de uitdagingen waar de media in deze 21ste eeuw mee te maken krijgen. De Marketeer van het Jaar 2007 vond in het rustieke kader geen inspiratie voor een goednieuwsshow over de pers. “Vijfennegentig procent van wat we weten, weten we dankzij de media. Dat is immens”, zei Vandermeersch. “Als je daarbij stilstaat, is dat verschrikkelijk. We denken van onszelf dat we heel kritische mensen zijn, maar heel veel van wat we menen te weten, komt tot ons via de media. De media zijn een bril die we niet meer kunnen afzetten. Als moderne westerse mensen zijn wij verplicht om via die bril naar de wereld te kijken. Laat ons nu eens naar die bril zelf kijken. Die bril is niet neutraal. Die vergroot soms uit, die verkleurt en laat dingen weg.”

De algemeen hoofdredacteur van de Corelio-kranten toverde eerst vijf vaststellingen uit zijn koker:

  1. Het aantal televisiezenders is geëxplodeerd.
  2. De kranten zijn losgekomen van de ideologische zuilen.
  3. Internet is een nieuwe speler.
  4. Er is een inhoudelijke crisis: wat is nieuws?
  5. Daarnaast is er een economische crisis: hoe laat je lezers betalen voor content?

Meer tv-zenders, minder kranten

Peter Vandermeersch:
‘De lijn is verdwenen tussen wat nieuws is en wat niet. Wat is nieuws? We weten het niet meer. We zijn onzeker geworden’

“Op de televisie is er een enorme versplintering bezig, met zeer veel nieuwe zenders”, vertelde Vandermeersch. “In de krantenmarkt verdwijnen er daarentegen titels. De grootste verandering is echter dat kranten in de hele westerse wereld ‘gedeïdeologiseerd’ zijn. In 1999 schrapte De Standaard AVV-VVK van de voorpagina. Daar is toen veel discussie over geweest, maar op dat moment hebben wij onze gekleurde shirt uitgetrokken. Ook De Morgen had zijn ondertitel veranderd van ‘Progressief dagblad’ naar ‘Onafhankelijk dagblad’. Wij leunen niet meer aan bij de progressieve zuil, was de boodschap.”

Die ontzuiling was voor een deel positief. Maar er kwam ook onduidelijkheid: “Mensen vragen nu: wat is het verschil tussen De Standaard en De Morgen? Dat verschil is immers niet meer ideologisch.”

Overbodig

“Internet heeft de hele wereld veranderd, maar de media zijn er totáál door veranderd”, stelde Vandermeersch. “Het drukken van een krant is nog altijd een ouderwets industrieel proces. Op onze immense persen in Groot-Bijgaarden worden elke avond 300.000 exemplaren van Het Nieuwsblad gedrukt en 100.000 exemplaren van De Standaard. Die 400.000 kranten worden vervolgens in honderden vrachtwagens geladen die op hun beurt 4.000 krantenwinkels in heel Vlaanderen bevoorraden, in de hoop dat onze honderdduizenden klanten hun gazet vóór 7 uur ’s ochtends in de bus vinden. Dat is negentiende-eeuws.” Het internet maakt een dergelijk productieproces schier overbodig. “Een laptop van 1.000 euro volstaat om gelezen te worden over de hele wereld”, zei Vandermeersch.

Onzeker

‘We klampen ons een klein beetje wanhopig vast aan speeltjes als de iPad omdat we hopen dat we zo een model kunnen vinden voor betalende informatie’

Niet alleen de distributie van nieuws verandert, ook de definitie. “Eind de jaren tachtig was nieuws voor De Standaard: binnenlands politiek nieuws, buitenlands politiek nieuws, economisch nieuws, en cultureel nieuws met een grote ‘C’. Over de rest werd niet geschreven”, herinnerde Vandermeersch zich. “Dat had het grote voordeel van de duidelijkheid, maar daardoor hebben we in augustus 1996 wel naast een van de grootste gebeurtenissen van de eeuw gegrepen: de arrestatie van Marc Dutroux. De Standaard heeft daar niets mee gedaan. We zijn er pas over beginnen te schrijven toen Dutroux enkele jaren later ontsnapte en er ministers ontslag moesten nemen: ‘Ah, nu is het aan ons. Allemaal aan de kant, hier is De Standaard.’ Ondertussen is die lijn verdwenen tussen wat nieuws is en wat niet. Er is nu een soort crisis: wat is nieuws? We weten het niet meer. We zijn onzeker geworden.”

Wanhopig

De meest ingrijpende verandering zal allicht plaats hebben op economisch vlak. “Het businessmodel was vroeger dat de helft van je inkomsten van de lezers kwam en de helft van de adverteerders. Maar nu zijn er gratis kranten die enkel op advertentie-inkomsten draaien”, constateert Vandermeersch. “In België is de kwaliteit van Metro bijzonder zwak, maar in Nederland zijn er gratis kranten die behoorlijk goed zijn. Daarnaast is er ook nieuws op het internet. De krantensector vindt maar geen manier om de lezer te laten betalen voor online content. Uitgevers maken zich daar zorgen over: ‘Als we geen model vinden, zijn we straks de helft van ons inkomsten kwijt.’ We klampen ons nu een klein beetje wanhopig vast aan speeltjes als de iPad omdat we hopen dat we zo een model kunnen vinden voor betalende informatie.”

Al die veranderingen hebben volgens Peter Vandermeersch tot gevolg dat er tien gevaren opduiken die de geloofwaardigheid van de journalistiek ernstig kunnen bedreigen. Die tien valkuilen zijn:

  1. Nieuws is datgene waarvan er beeld is
  2. Oppervlakkigheid dreigt het te halen op inhoud
  3. De snelheid van het nieuws
  4. Nieuws moet beknopt zijn
  5. Simplificatie
  6. Wat wil de lezer?
  7. Wat is relevant en wat is triviaal?
  8. De tango van politiek en media
  9. De pers is een negatief beest
  10. Media kijken niet meer naar het buitenland

Business

Sinds de ontzuiling valt journalistiek meer en meer ten prooi aan een mercantiele logica. Er moet een evenwicht gevonden worden tussen zoveel mogelijk kranten verkopen en een zo goed mogelijke krant maken. Veel valkuilen hebben met die spanning te maken. “Toen ik aan Harvard studeerde, had ik een prof die in zijn kantoor een heel mooie leuze had hangen: ‘Good journalism is bad business, and bad journalism is, mostly, good business.’ Dat dreigt te kloppen”, vertelde Vandermeersch. “De best verkopende krant van West-Europa is Bild-Zeitung. Dat is een van de goorste schandaalkranten die je je kunt voorstellen. Vette koppen, blote vrouwen, bloed dat van de pagina’s stroomt,… Bild verkoopt wel meer dan 10 miljoen exemplaren per dag. Fantastisch. Die mensen drukken geld.”

‘Zelfs de openbare omroep wordt nauwelijks afgerekend op kwaliteit, maar op kwantiteit: hoeveel mensen kijken naar het nieuws van de VRT?’

“In diezelfde markt is een van de beste kranten de Frankfurter Allgemeine Zeitung“, vulde Vandermeersch aan. “Dat is een heel ernstige en zeer degelijke krant, soms op het saaie af. Zij hebben herhaaldelijk de Amerikaanse huizencrisis voorspeld die geleid heeft tot de financiële crisis. Die krant heeft het wel lastig om nog elke dag 300.000 exemplaren te verkopen. In Groot-Brittannië verkoopt The Sun 3 miljoen exemplaren. The Independent, een van de betere Britse kwaliteitskranten, heeft het moeilijk om nog dagelijks 100.000 exemplaren te slijten. Of je dat nu erg vindt of niet, maar journalism is business tegenwoordig.”

Politieke druk

Vandermeersch gaf aan dat de voornaamste kwaliteit van een hoofdredacteur is dat je een krant kunt verkopen, niet per se dat je er één kunt maken. “Ik ben nu al elf jaar hoofdredacteur van De Standaard. Waarom ben ik dat nu nog altijd? Omdat de verkoop van De Standaard gestegen is van 75.000 naar 93.000 exemplaren. Op het jaarlijkse gesprek met de CEO over mijn prestaties krijg ik een bonus. Dat gesprek gaat niet over de kwaliteit van De Standaard, wel over het aantal verkochte exemplaren. Zelfs de openbare omroep wordt nauwelijks afgerekend op kwaliteit, maar op kwantiteit: hoeveel mensen kijken naar het nieuws van de VRT? Dat is gevaarlijk, want zelfs de publieke omroep dreigt enkel bestuurd te worden op basis van kijkcijfers.”

“Daar hangt ook nog een ander gevaar aan vast”, vervolgde Vandermeersch. “Was er ten tijde van de verzuiling politieke druk op de media? Ja. Is die politieke druk verdwenen? Zeker. Is die politieke druk vervangen door iets dat nog veel erger is: commerciële druk? Ja, dat is het grote gevaar. Onder druk van de commercie en lees-, kijk- en luistercijfers dreigen we aan slechte journalistiek te doen.”

Nieuws is datgene waarvan er een beeld is

‘Door de druk om snel nieuws te brengen dreig je minder degelijk, minder correct nieuws de wereld in te sturen’

“Op de tv-journaals praten de nieuwsankers beelden aan elkaar. Waarom wordt een item opgenomen in het nieuws? Omdat er leuke beelden van zijn. Dat betekent tegelijk dat onderwerpen waarvan er geen beeld is opeens geen nieuws meer zijn. Neem nu euthanasie. Aan de legalisering van euthanasie door de eerste regering-Verhofstadt is er een heel maatschappelijk debat voorafgegaan. Werd dat debat op televisie gevoerd? Neen, want euthanasie is niet in beeld te brengen. Die discussie vond plaats in kranten en weekbladen.”

Oppervlakkigheid dreigt het te halen op inhoud

“Het nieuws moet lekker verpakt zijn, het moet vlotjes naar binnen gaan. Een moeilijke uiteenzetting is bijna niet meer mogelijk op de televisie. Wanneer zat Maya Detiège (sp.a) de laatste keer in Terzake, toch een belangrijk politiek programma? Toen ze kwam aankondigen dat ze een nieuw lief had: Chris Dusauchoit. Oppervlakkigheid dreigt het te halen van inhoud.”

De snelheid van het nieuws

‘Waarom is Stefaan De Clerck (CD&V) zo’n ramp? Omdat de cameraploeg al weg is vooraleer hij na 28 seconden aan zijn hoofdwerkwoord komt’

“In de jaren tachtig waren we op de krant een hele dag bezig om het nieuws klaar te maken tegen de deadline van elf uur ’s avonds. Nu is dat niet meer zo: bij een website zijn er voortdurend deadlines. We hebben zelfs een sms-dienst waarmee je voortdurend op de hoogte gesteld wordt van het belangrijkste nieuws. Wij waren de eersten die konden zeggen dat Marianne Thyssen opstapte als voorzitster van de CD&V. Onze organisatie is een fabriek geworden die voortdurend nieuws aflevert, met alle grote gevaren van dien. Zo was onze eerste sms over het drama in kindercrèche Fabeltjesland van vorig jaar behoorlijk fout. We hadden geschreven dat er vijf kindjes doodgestoken waren. Een half uur later hebben we een nieuwe sms moeten sturen om te zeggen dat er minder kindjes vermoord waren. Door de druk om snel nieuws te brengen dreig je minder degelijk, minder correct nieuws de wereld in te sturen.”

“Door live verslaggeving beïnvloed je als journalist ook wat er gebeurt. Eén van de regeringen van Yves Leterme is tijdens Villa Politica gevallen, terwijl ministers de uitzending volgden en ondertussen sms’ten met journalisten. Onbegrijpelijk dat zoiets kan. Het is niet onze rol om zoveel greep te hebben op gebeurtenissen. Al was het wel zeer geestig.”

Nieuws moet kort zijn

“Jullie, de tv-kijkers, zijn er de schuld van dat nieuwsitems zo beknopt zijn”, zei Vandermeersch onomwonden tegen zijn publiek. “Tien, vijftien jaar geleden duurden de items van het tv-nieuws veel langer. Waarom nu maar een halve minuut of een minuut? Omdat we anders wegzappen om te kijken wat er op vtm is of op de RTBF. De televisiemakers passen zich daaraan aan. In de Verenigde Staten is er een zeer interessant onderzoek gedaan naar de lengte van soundbites – de tijd dat iemand aan het woord gelaten wordt. Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen van 1968 duurde een soundbite 42 seconden. In 1988 was het nog tien seconden. In de campagne van 2008 was dat 7,8 seconden. Omdat wij, de media, bang zijn dat jullie zullen wegzappen, gaven we Obama 7,8 seconden, terwijl Nixon er nog 42 kreeg. Obama weet dat heel goed, en uit dus kreten: ‘Yes, we can!’ Een hele goeie: die duurt maar 3 seconden.”

“Die kretologie  is er niet omdat politici minder slim zijn, maar omdat de media hen in roep-formats duwen. Waarom is Louis Tobback (sp.a) zo ongelooflijk goed op televisie? Die spreekt in soundbites van acht tot tien seconden. Waarom is Filip Dewinter (VB) zo sterk? Omdat hij spreekt in soundbites van acht tot tien seconden. Waarom is Stefaan De Clerck (CD&V) zo’n ramp? Omdat de cameraploeg al weg is vooraleer hij na 28 seconden aan zijn hoofdwerkwoord komt.”

“Dat is alweer een gevaarlijke trend”, besefte Vandermeersch. “Wij dwingen onze bronnen – politici, academici,… – om in onze formats en volgens onze wetmatigheden te werken. Maar af en toe gaan we even aan de kant staan om naar de politieke wereld te kijken. ‘Dat zijn toch simpelaars geworden, hé? Die ontwikkelen geen enkele grote redenering meer’, zeggen we dan. Neen, natuurlijk doen ze dat niet: wij hebben ze verplicht om in een ander format te denken.”

Simplificatie

“We houden er allemaal heel erg van om boksmatchen te organiseren. Goed-slecht. Wit-zwart. De Vlamingen zijn de goeien, en de Walen de slechten. Zeggen dat er ook wat slechte Vlamingen zijn en goeie Walen, daar is geen tijd voor. Hoeveel keer heb ik de voorbije campagne niet horen zeggen dat het Grondwettelijk Hof een arrest geveld had dat bepaalde dat BHV gesplitst moest worden. In een minuut kun je helaas niet veel anders zeggen. Maar in het bewuste arrest staat dat zo niet. De waarheid zit net iets ingewikkelder en genuanceerder in elkaar.”

Wat wil de lezer?

‘Als ‘ernstige media’ hebben ook wij de neiging om mee te gaan met geruchten die circuleren’

“Er wordt ons al eens verweten dat we te veel trivialiteiten brengen. Oud-journalisten van De Standaard vinden dat de krant te zeer een commercieel product geworden is en meer moet strijden voor ideologie. Die journalisten schreven destijds datgene waarvan ze dachten dat het publiek het moest weten, terwijl wij schrijven wat jullie wíllen weten. Zo’n verwijt komt hard aan. Ik moet toegeven dat het voor een stuk zelfs klopt. Wij doen voor De Standaard heel wat lezersonderzoek en daarbij gaan we na wat de lezer van ons verwacht. Een aantal jaar geleden was er een heel duidelijke vraag van de lezer om een beetje regionaal nieuws te brengen. Dus brengen we dat. Als er morgen weer zo’n onderzoek is, en de lezer vraagt daarin dríé restaurantbesprekingen in plaats van één, dan is de kans groot dat we er drie zullen beginnen te geven. En waarom niet?”

“Tegelijk is het zeer moeilijk om te weten te komen wat de lezer wil”, stipte Vandermeersch aan. “Vijf jaar geleden raakte het grote wereldnieuws bekend dat toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open Vld) een relatie had met VRT-journaliste Greet Op de Beeck. Er was op de redactie een discussie of we daar nu over zouden schrijven of niet. Het was zomer en er was niet veel ander nieuws, dus hebben we er iets over geschreven. Vier pagina’s in de loop van een week. Al lachend stelde ik voor om op onze site een poll – totaal onwetenschappelijk maar wel bijzonder prettig – te houden: ‘Moet De Standaard schrijven over Dewael en Op de Beeck?’ De volgende dag verscheen de chef van de website met een big smile op de ochtendvergadering: er hadden 7.000 mensen geantwoord, terwijl er anders maar 1.500 hun mening gaven. Meer dan 90 procent van de lezers vond dat we niet over de relatie van Patrick Dewael moesten schrijven.

“Ik vond dat fantastisch. ‘We hebben een geweldig publiek’, zei ik. ‘Onze lezers willen alles weten over Brussel-Halle-Vilvoorde, over Israël en over Soedan, maar niets over Dewael. De oplossing is duidelijk: over dergelijke trivialiteiten schrijven we niet meer.’ Maar toen kwam de chef van De Standaard Online op de proppen met de leescijfers van de artikels. Welk stuk was er die week het meest aangeklikt? Wat was het meest aangeklikte stuk van de afgelopen máánd? Zelfs het meest gelezen stuk van 2005? Het artikel over Dewael-Op de Beeck. Waarvan de lezer dus zei dat we het niet moesten schrijven. Wat wil die lezer nu eigenlijk?”

Wat is relevant en wat is triviaal?

‘Jullie, de lezers, vragen positief nieuws, maar wat wordt er het meest gelezen op het internet? Het slechte, het negatieve’

“Het is altijd moeilijk om te bepalen waar de trivialiteit stopt en de relevantie begint”, gaf Vandermeersch toe. “De Franse pers had bijvoorbeeld al veel eerder over Mazarine, de buitenechtelijke dochter van François Mitterrand, kunnen berichten. Nadat Paris Match in 1994 de ‘toestemming’ had gekregen om het nieuws te onthullen, vroegen veel serieuze journalisten zich af: waarom hebben wij dat niet gedaan? ‘We wisten het zelf al zo lang, mét bevestiging van Mitterrand.’ Een journalist van Le Monde heeft toen een boek geschreven waarin hij zei: ‘Wij zijn onnozelaars geweest. Mazarine en haar moeder konden zomaar leven op kosten van de belastingbetaler. Zij werden rondgereden en rondgevlogen. Door daar niets over te schrijven hebben wij aanvaard dat de Franse president er een hofhouding op na kon houden a là Lodewijk XIV. Wij hebben echter gezwegen.’ Waarom? Die vraag moeten wij ons ook voortdurend stellen. Als ‘ernstige media’ – tussen aanhalingstekens – hebben ook wij de neiging om mee te gaan met geruchten die circuleren.”

De tango van politiek en media

“Politiek journalisten zijn zelf spelers geworden. We zitten te dicht op de lip van politici. Voor een stuk moet dat ook zo. Wij dansen samen een tango, en dat doe je met twee. Het is een dans van aantrekken en afstoten. We zien elkaar graag, want we hebben elkaar nodig. Er bestaat geen politieke journalistiek zonder politici en een politiek feit dat niet in de media verschijnt, heeft niet bestaan. Dat is een rare symbiose, en soms komen we te ver uit onze eigen rol. Ook dat is een gevaarlijk fenomeen.”

De pers is een negatief beest

“Op The Sun hangt er een grote slogan: ‘Good news is non-news’. Een beetje verder hangt er een slogan: ‘If it bleeds, it leads.’ Als het bloed, staat het op de voorpagina. Inderdaad, de pers is een negatief beest. Als vandaag alle kinderen na school weer veilig thuisgekomen zijn, staat er de volgende dag niet in de krant: ‘Hoera, alle kinderen weer veilig thuis.’ Neen, er zal pas iets verschijnen als er kinderen van hun fiets gereden zijn. Welk bericht denk je dat er het meest kans maakt om opgenomen te worden in de krant: ‘Bedrijf werft honderd man aan’ of ‘Bedrijf ontslaat honderd mensen’? Dat is gevaarlijk, en het is alweer jullie schuld. Jullie vragen positief nieuws, maar wat wordt er het meest gelezen op het internet? Het slechte, het negatieve. Er zijn twee uitzonderingen: sportnieuws en cultureel nieuws. Op de redactie voeren wij overigens wel een programma om ook dat positieve nieuws in de krant te krijgen.”

Media kijken niet meer naar het buitenland

“De pers dreigt navelstaarderig te worden. In 1970 ging 40 procent van het nieuws op Amerikaanse zenders over het buitenland. Er was een ruime blik op de wereld. Net voor 9/11 was dat aandeel buitenlands nieuws nog 10 procent. De aanslagen op het WTC waren een wake-up call om weer over de landsgrenzen te kijken. Dat geldt ook voor Vlaanderen. Buitenlands nieuws is geslonken tot een vierde van de zendtijd. Afrika is een immense blinde vlek. Dat is nu wel iets beter door de festiviteiten naar aanleiding van vijftig jaar onafhankelijk Congo.”

Vandermeersch bracht zijn uiteenzetting met de nodige zelfspot, maar zijn conclusies waren gespeend van vrolijkheid. “Het besluit is niet zo vreselijk positief”, bekende de algemeen hoofdredacteur. “Er is wereldwijd een enorme vertrouwensbreuk tussen het publiek en de journalistiek. In de VS is het vertrouwen in de pers de laatste twintig jaar gehalveerd. In Frankrijk genieten alleen prostituees minder vertrouwen. Ook in Vlaanderen zijn journalisten gebuisd op het vlak van vertrouwen. We maken ons daar grote zorgen over. Het is fundamenteel slecht in een democratie dat er zo weinig vertrouwen is in de vierde macht. Wie moet iets doen aan dat probleem? Wijzelf. Hoe moeten we dat doen? Door beter om te gaan met de tien valkuilen die ik beschreven heb.” Kortom: het heeft nog zin om kwaliteitsjournalistiek te brengen.

Auteur: Tim F. Van der Mensbrugghe

Tim F. Van der Mensbrugghe is freelance journalist. Hij werkte zes jaar voor de krant De Morgen, waarvan de laatste drie als eindredacteur. Sinds eind 2009 schreef hij hoofdzakelijk voor Apache en dagblad De Standaard. Zijn eerste boek, een bundeling reportages met de titel Onder de Wapper, verscheen bij Uitgeverij Luster. Sinds februari 2011 schrijft hij weer voor De Morgen.
Mail: tim@apache.be

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid