Spektakel in de dramademocratie!

11

De vraag alleen al zal wel niet gepermitteerd zijn, maar toch: wat is het aandeel van onze media in deze ‘regimecrisis’? Was het de voorbije tien dagen enkel een kwestie van gebeurtenissen duiden en analyseren?

Door Tom Cochez

Ook in Terzake werd de politieke heisa lustig opgeklopt.

Geen enkele redactie ontsnapt eraan. Een regering die valt of op het punt staat te vallen, doet de adrenaline stromen. Het mag cynisch klinken, maar het is niet anders: politieke crises betekenen hoogdagen voor de (politieke) journalist. Geruchten beginnen de ronde te doen, persberichten rollen binnen en telefoons rinkelen onafgebroken. De zenuwen gieren door het redactielokaal.

Blutsen en builen

Dat is het moment waarop journalisten worden gevat door een vreemde sensatie: een mengelmoes van spanning, het besef op de eerste rij te staan waar misschien wel geschiedenis wordt geschreven en, sommigen zullen het durven toegeven, ook een tikje sensatiezucht.

Het zijn de dagen waarvan de nachten kort en de werkuren lang zijn. Waarop meer pizza’s, frieten en Chinees wordt gegeten dan goed is voor een mens. Maar niemand maalt daarom. Het zijn ten slotte ook de momenten waarop verslag uitbrengen over politiek niet langer synoniem staat met het doorploegen van saaie dossiers. Neen, op zo’n moment gaat het om het tellen van de blutsen en de builen. Dat gebeurt in de (politieke) journalistiek vandaag sowieso steeds vaker, maar van zodra er un parfum de crise door de Wetstraat waart, lijkt de vrijgeleide totaal.

Exclusieve stamp

De zoektocht naar drama en sensatie haalt de bovenhand op de rustige analyse

Journalisten worden dan, meer nog dan anders, medespelers in het grotere schouwtoneel waarover ze verslag uitbrengen. Vaak gebeurt dat indirect. In de eerste plaats door de drang om de zaken op scherp te zetten en te scoren met ‘nieuws’ dat de concurrentie niet heeft.

Gelukkig is er nog ruimte voor de vanzelfsprekende journalistieke vraag ‘wat gebeurt er hier nu precies?’, maar steeds vaker lijkt die het af te moeten leggen tegen de race om de hardste quote van Bart De Wever of de ultieme sabotagepoging van Olivier Maingain. Wie biedt de FDF-voorman een lont aan om de oplossing van Dehaene te doen ontploffen? Wie zet zijn kolommen open voor de exclusieve stamp van Bart De Wever of de reacties daarop van Didier Reynders? Daar draait het steeds vaker om. De zoektocht naar drama en sensatie haalt de bovenhand op de rustige analyse. Het zijn niet de journalisten die de correcte analyses maken – gelukkig bestaan ze nog – die een aai over de bol krijgen, wel de man of de vrouw die erin slaagt het gasvuur onder de al overkokende pot nog wat verder open te draaien.

Onvermogen

Ook politici of politicologen die kalmte prediken, die vragen stellen bij het woord ‘regimecrisis’, die zeggen dat ons land ooit al voor hetere vuren heeft gestaan, kunnen het wel schudden. In het allerbeste geval worden ze naar de binnenbladzijden of naar de opiniepagina’s verwezen, of ze kunnen terecht bij Phara, maar in het brandpunt van de belangstelling is voor hen nauwelijks plaats. “Het is allemaal niet zo erg” is nu eenmaal een kop die minder kranten doet verkopen dan iets als “Regimecrisis totaal”.

Ja, kranten schrijven natuurlijk wel dat er dringend aandacht zou moeten komen voor de sociaal-economische dossiers, voor de zaken die er echt toe doen, in plaats van eeuwig rondjes rond BHV te draaien. Ze vermelden graag dat de nieuwe generatie politici zich verliest in opbod en het onvermogen om compromissen te sluiten wegspoelt met alweer een ‘non’ of een ‘onbespreekbaar’.

Foutieve informatie

Het mantra is bekend, maar vervolgens schrijven dezelfde kranten wel gewoon verder over wie uithaalt naar wie. Vijf pagina’s. Als het moet tien. Dat hangt in de eerste plaats af van welke stoere taal er te rapen valt en welke exclusieve – want alleen in die krant te lezen – provocatie de boel verder aan flarden schiet. Het zal allemaal wel onder het recht op informatie vallen. De lezer, de kijker, de consument: ze moeten uiteindelijk toch weten wat er allemaal gebeurt.

Helaas is dat recht op informatie vandaag verworden tot een soort stoplap om zowat alle redactionele beslissingen aan de buitenwereld te verkopen. Of  beter, om meer kranten aan de buitenwereld te verkopen.

Of het levert extra kijkcijfers op. Neem nu Villa Politica. Het jachtige toontje waarmee Linda De Win door de gangen van het parlement zoeft en het nieuws soms letterlijk ter plekke ‘maakt’, sluit haast per definitie elke vorm van reflectie uit. In het heetst van de strijd worden dan vragen gesteld die louter op geruchten of zelfs foutieve informatie berusten. Dat kan in de gegeven omstandigheden haast niet anders. Ook krantenredacties raken tijdens een crisis zo in de ban van hun onderwerp dat reflectie het vaak moet afleggen tegen scoringsdrift, maar wat Villa Politica doet, is analyse à la minute. Het soort analyses die vroeger, in andere crisissituaties, nooit werden gemaakt en dus ook niet meespeelden in de dynamiek van zo’n crisis.

Harde taal

Lees daarin vooral geen uithaal naar Linda De Win. Ze doet haar werk wonderbaarlijk goed, alleen is het maar de vraag of haar job echt noodzakelijk is. Uiteindelijk degradeert die de politiek tot het niveau van een voetbalwedstrijd waarbij live commentaar wordt gegeven. Al dan niet in duopresentatie.

Zou het kunnen dat de snelheid waarmee vandaag geschoten en gereageerd wordt, in combinatie met de selectie van wat provocatief en dus relevant nieuws is, de politieke crisis voor een deel mee heeft gemaakt tot wat hij nu is?

Natuurlijk zijn het de politici zelf die de quotes leveren. Natuurlijk zijn zij het die de harde taal spreken. Maar het zijn wel de kranten, Terzake en Villa Politica die ervoor kiezen om een vergrootglas te plaatsen op wie het snelst en het hardst brult. Die journalistieke / commerciële keuzes genereren bijkomende politieke druk, die tot nieuwe wendingen leidt.

Pavloviaans

Neem N-VA als voorbeeld. In de hele BHV-crisis staat die partij feitelijk aan de zijlijn. Hoogstens met de dreiging uit de Vlaamse regering te stappen kan ze enige politieke relevantie claimen. En toch was Bart De Wever de voorbije dagen een zeer graag geziene gast. Zowel in kranten als in tv-studio’s . Daar is maar één echte reden voor: Bart De Wever kan het sappig en cru vertellen en dat doet kranten verkopen. Ideologische voorkeuren spelen daarbij niet of nauwelijks nog een rol. Het zijn meer dan ooit commerciële belangen die sturen. Of het nu om Ronald Janssens, Kuregem of de Wetstraat gaat: spektakel moet en zal er zijn.

Het droeve hoogtepunt werd vorige week donderdag bereikt. Pavloviaans gutste het kwijl al enkele dagen in steile beken naar beneden bij de aangekondigde clash in de Kamer tussen Vlamingen en Franstaligen. Beide taalgroepen zouden elkaar op zijn minst verbaal en met wat geluk ook echt fysiek naar de keel vliegen. Toen de Franstaligen de alarmbel lieten rinkelen en daarmee het groots aangekondigde spektakel in één klap van tafel veegden, zakte de hele zaak als een soufflé in elkaar. Dat was de metafoor waarvan commentatoren op radio, televisie en in kranten zich hoofdschuddend bedienden. Blijkbaar zonder zich ook maar een moment af te vragen wie die soufflé nu precies had bereid.

Logo MO.be

Meer lezen over de verkiezingscampagne van 2010? Klik dan door naar het chronologisch overzicht van alle artikels uit deze reeks.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Steun onze advertentievrije onderzoeksjournalistiek en mis geen enkele onthulling. Ja, ik word lid