Een pedagogisch antwoord op het hoofddoekenverbod


De hoofddoek verbieden in naam van de neutraliteit klopt niet, zegt professor pedagogie Danny Wildemeersch (KU Leuven) in een opiniestuk voor Apache. ‘Neutraliteit in een school (en elders) is immers nooit neutraal. Regels die ‘neutraliteit’ moeten bewaken, zijn hoogstens een kristallisatie en representatie van de bestaande machtsverhoudingen in een samenleving.’ Wildemeersch pleit ervoor dat scholen zelf creatieve oplossingen zoeken voor complexe symbolische vraagstukken, zoals dat van de hoofddoek.

Door Danny Wildemeersch, professor pedagogie KU LeuvenHet gemeenschapsonderwijs heeft een drastische beslissing genomen. In naam van moderne principes worden traditionele symbolen, zoals de hoofddoek, uit de scholen verbannen. Het belangrijkste argument is dat hiermee de moslima’s in bescherming worden genomen tegen de sociale druk vanuit hun eigen traditionele gemeenschap. Het moderne gemeenschapsonderwijs zal hen kansen bieden om zich te emanciperen, zodat ze een volwaardige plaats kunnen verwerven in onze liberaal-democratische samenleving.

Moderne traditie

Het gemeenschapsonderwijs beroept zich op de principes van de Verlichting om die maatregel te rechtvaardigen. De complexiteit van het debat over de hoofddoek laat zien dat die principes van de Verlichting vandaag op grenzen stoten. We moeten onderzoeken of we de pedagogische opdracht van de school niet op andere dan die vertrouwde uitgangspunten kunnen baseren.

Een belangrijke vraag daarbij is wat we verstaan onder ‘gemeenschap’. In onze moderne traditie verwijzen we daarbij regelmatig naar de universele principes van rationaliteit. Onze westerse samenleving begrijpen we als een rationele gemeenschap gericht op vooruitgang. In die opvatting hebben we dit stadium bereikt dankzij een langdurig en moeizaam historisch proces van emancipatie. Anderen zijn daar nog niet aan toe, zo wordt beweerd.

Geen redenen

Ons moderne onderwijssysteem is in belangrijke mate gebaseerd op die overtuiging. De nieuwe generaties maken er kennis met de verworvenheden van de wetenschap (onder meer de evolutietheorie), de cultuur, de democratie, de sociale organisatie van onze samenleving. De hedendaagse school wordt geacht mensen voor te bereiden op de participatie aan die ‘rationele gemeenschap’. De moderne educatie wil scholieren en studenten wegleiden uit de begrenzingen van de particuliere, lokale, culturele tradities, in de richting van wat ze als universele, rationele principes beschouwt. Het dragen van de hoofddoek wordt gezien als een teken van het nog niet geëmancipeerd zijn, van het nog niet behoren tot die rationele gemeenschap.

Danny Wildemeersch:
‘De oplossing ligt niet in het verbannen, uit de publieke ruimte, van de symbolen waarmee jonge mensen hun eigenheid uitdrukken’

Het valt niet te ontkennen dat onze rationele gemeenschap een belangrijke verworvenheid is en dat het onderwijs een rol te spelen heeft in de voorzetting ervan. Toch kan dat niet het enige richtinggevende principe zijn. Ook onze rationaliteit kent haar grenzen. Elke ‘rationaliteit’ is gebaseerd op uitgangspunten waar verder geen redenen voor te geven zijn. We leven ook samen met mensen die onze uitgangspunten niet delen. Dat is de ‘gemeenschap van het verschil’, of ‘de andere gemeenschap’.

Aanpassen of oprotten

Die ‘gemeenschap van diegenen die niets gemeenschappelijks hebben’ confronteert ons met een pluraliteit aan waarden, normen, rationaliteiten, wereldbeelden en opvattingen over het goede leven. De gemeenschap van het verschil onderbreekt onze eigen ‘rationele’ gemeenschap. Dat is confronterend. We hebben het moeilijk met de andere, de nieuwkomer, die zich niet laat leiden door de cognitieve, morele en esthetische ordeningsprincipes van onze leefwereld.

In het verleden hebben we op uiteenlopende manieren gereageerd op die confrontatie. Ofwel probeerden we de vreemdelingen te assimileren, ofwel ze uit te sluiten. Aanpassen of oprotten, is een extreme variant van die pogingen. Het verbieden van de hoofddoek is onmiskenbaar een assimilatiestrategie. De optie die meestal niet wordt overwogen, is die van de coëxistentie met de vreemdeling.

Identiteit

De vraag is of dat niet de enige mogelijke oplossing is. We moeten vaststellen dat de vreemdeling onvermijdelijk hier zal blijven en zich in verschillende gedaantes zal blijven manifesteren. Niet alleen in die van de migrant, maar ook in die van de dementerende bejaarde, van de arme, van de gehandicapte, van de homofiel. Het gaat om mensen die niet helemaal lijken te passen in onze ‘rationele gemeenschap’ en met wie we, ondanks het verschil, een verbond moeten aangaan. De ‘gemeenschap van het verschil’ zal onvermijdelijk altijd als een slagschaduw blijven hangen over onze ‘rationele gemeenschap’.

De coëxistentie met de vreemde doet niet noodzakelijk afbreuk aan de kwaliteit van ons samenleven. Integendeel, het is dankzij – niet ondanks – de ontmoeting met de vreemde dat we onszelf kunnen zijn. Slechts door een antwoord te geven op de vreemde kunnen we een persoonlijkheid ontwikkelen. Ons unieke zelf, onze subjectiviteit, als individu en als gemeenschap, komt maar tot stand in de mate dat we onze identiteit door de vreemdeling laten onderbreken en, samen met hem of haar, blijven onderzoeken wat dat betekent.

Gehandicapten

Educatie is niet alleen inwijding in onze rationele gemeenschap door het verwerven van de kennis, vaardigheden en houdingen die we in deze context noodzakelijk achten. Educatie is evenzeer leren een persoonlijk antwoord te geven op wat niet vertrouwd is, wat uitdaagt, wat irriteert en onderbreekt. Wanneer we ‘de gemeenschap van het verschil’ verbannen uit onze educatie, ontnemen we de scholieren, de studenten de kans om zich te ontwikkelen als verantwoordelijke personen die een antwoord geven aan hen die hun vanzelfsprekendheid onderbreken.

In dat geval bereiden we hen eenzijdig voor op het lidmaatschap van onze gestroomlijnde, gestandaardiseerde rationele gemeenschap. Hoe kunnen we dan van hen verwachten dat ze, nu en later, solidariteit zullen kunnen opbrengen met mensen die afwijken van het standaardprofiel: de bejaarden, de nieuwkomers, de gehandicapten, de armen, de homofielen?

Pseudoargument

De kwestie van de hoofddoek is een bijzonder symbooldossier. Het maakt duidelijk hoe moeilijk we het hebben met de gemeenschap van het verschil. De dagelijkse berichtgeving over spanningen en conflicten die ermee samenhangen, kunnen we niet negeren. Integendeel, het is onze verantwoordelijkheid om te zoeken naar oplossingen. Maar de oplossing ligt niet in het verbannen, uit de publieke ruimte, van de symbolen waarmee jonge mensen hun eigenheid uitdrukken. Dat zijn geen manifestaties van een achterlijke cultuur. Het zijn pogingen om in de publieke ruimte aanwezig te zijn, een stem te hebben, te participeren aan het democratisch proces dat onvermijdelijk gebaseerd is op het leren omgaan met pluraliteit en diversiteit.

De school moet niet alleen voorbereiden op onze ‘rationele gemeenschap’. Ze moet ook kansen creëren voor alle betrokkenen om dit democratisch proces mee vorm te geven. Dat zal niet lukken wanneer de verschillen worden verbannen in naam van universele, rationele principes. Ook niet in naam van de neutraliteit. Het appel op de ‘neutraliteit’ is een pseudoargument. Neutraliteit in een school (en elders) is immers nooit neutraal. Regels die ‘neutraliteit’ moeten bewaken, zijn hoogstens een kristallisatie en representatie van de bestaande machtsverhoudingen in een samenleving.

Ambiguïteit

Het debat over de hoofddoeken laat zien hoe complex deze kwestie wel is. Niemand weet er goed weg mee. De hoofddoek is tegelijk een symbool van onderdrukking én van emancipatie. In sommige gevallen worden ze aan de moslima’s opgedrongen. In andere gevallen zijn ze de uitdrukking van een zelfbewuste keuze van deze jonge vrouwen. Door de complexiteit van dergelijke kwesties zijn er geen omvattende antwoorden.

De beslissing van het gemeenschapsonderwijs ontneemt de afzonderlijke scholen de mogelijkheid om zelf een antwoord te ontwikkelen op basis van een grondige verkenning van de particuliere situatie. Educatie is naast ‘onderbreken’, ook samen ‘onderzoeken’: het bieden van kansen aan lokale (school)gemeenschappen om de ambiguïteit en de complexiteit van zo’n kwestie te verkennen en de noodzakelijke besluiten te trekken. Scholen zouden laboratoria kunnen zijn waar maatschappelijke dilemma’s en conflicten in dialoog bespreekbaar worden gemaakt en waar creatieve uitwegen worden gezocht, rekening houdend met de complexiteit van iedere particuliere situatie. Op die manier zouden directie, leerkrachten, leerlingen en ouders in staat worden gesteld om hun democratische rol op te nemen en zich, in de school-als-publiek-forum, te verantwoorden voor de gemaakte keuzes. De nieuwe minister van Onderwijs kan, met kleine ingrepen, de ruimte creëren om dergelijke pedagogische processen op schoolniveau mogelijk te maken.

Danny Wildemeersch is gewoon hoogleraar Pedagogische Wetenschappen aan de KU Leuven. Hij dankt Moo Laforce, Stijn Suijs en Gert Biesta voor hun inspiratie bij het tot stand komen van deze bijdrage. Dit standpunt wordt mede onderschreven door collega’s van het Departement Pedagogische Wetenschappen van de KULeuven. Dit zijn: Peter Reyskens, Stijn Suijs, Joke Vandenabeele, Stefan Ramaekers, Mathias Decuypere.


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelEen pedagogisch antwoord op het hoofddoekenverbod
Auteur(s)Redactie Apache
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=4294
Gepubliceerd 22 maart 2010 @ 15:52. Met update op 14 november 2010 @ 17:21
Opgevraagd13 december 2019 @ 12:21
Klik hier om te printen