Geen transparantie over staatssteun aan private pers

10

In tijden van crisis moet iedereen inleveren. Zo moet ook de VRT de komende twee jaar 65 miljoen euro besparen. Maar klopt het beeld dat de VRT zowat het enige medium is dat op overheidsgeld draait? ‘Neen’, zegt professor Karin Raeymaeckers. ‘Alleen kan niemand precies vertellen hoeveel overheidsgeld er dan wel rechtstreeks en onrechtstreeks naar andere media stroomt.’

Door Tom Cochez

Dat kranten overheidssteun genieten, staat vast. Wel blijft het onduidelijk welk bedrag daarop geplakt mag worden.

Moet de overheid investeren in journalistiek? Over de voorwaarden waaronder zoiets kan of moet kunnen verschijnen interessante theoretische beschouwingen. Maar hoe zit het in de praktijk? Stroomt uw belastinggeld naar De Standaard, De Morgen of Gazet van Antwerpen? Betaalt u zonder het goed te weten mee aan Mijn Restaurant of Temptation Island? Worden Knack, Story en Dag Allemaal deels met uw geld gemaakt?

Het antwoord op bovenstaande vragen is onbetwistbaar en duidelijk: ja. Veel moeilijker te beantwoorden is de vraag hoeveel overheidsgeld er dan wel in de portefeuille van de private media terechtkomt.

Boude beweringen

Toevallig is dat niet. Niemand loopt immers graag te koop met de verkregen overheidssteun. Al helemaal niet op een moment waarop er achter de schermen druk wordt gelobbyd om de subsidiekraan voor de VRT zo ver mogelijk dicht te draaien.

Grote mediagroepen en hun redacties laten bovendien graag uitschijnen dat ze geen enkele vorm van overheidssubsidie aanvaarden omdat zulks hun journalistieke onafhankelijkheid in het gedrang zou brengen. De waarheid staat niet enkel haaks op dat soort boude beweringen, ze is vooral ook geweldig complex. Bewust complex gemaakt, volgens critici.

Kruimels

Een volledig overzicht brengen van alle rechtstreekse en onrechtstreekse manieren waarop de overheid de pers steunt, is haast ondoenbaar. Een totaalbedrag plakken op al die maatregelen is compleet onmogelijk. Om te beginnen zijn er de kruimels: rechtstreekse subsidies en steunmaatregelen die, afgezet tegen de totale omzetcijfers van bedrijven zoals De Persgroep en Corelio, weinig verschil maken.

Zo is er de rechtstreekse ‘steun aan de pers’, die netjes in een protocol tussen de Vlaamse overheid en de Vlaamse geschreven pers is gegoten. In het protocol, dat loopt tot 2010, spreekt de Vlaamse regering haar geloof uit in het belang van een pluriforme kwaliteitsvolle pers en toont ze zich bereid jaarlijks een miljoen euro op tafel te leggen, onder meer voor ‘gemeenschappelijke opleidingsprojecten’.

Gemeenschappelijke opleidingsprojecten

Het ultieme doel van het geld is “de vrijwaring en het verder uitbouwen van kwaliteitsvolle en autonome redacties”. Die autonomie mag volgens veel journalisten dan al steeds meer onder druk komen, volgens het protocol heet het “een conditio sine qua non voor het behoud van een pluriforme, onafhankelijke en performante  Vlaamse geschrevenperssector”. De  Vlaamse geschreven pers wordt overigens geacht jaarlijks te rapporteren over “de stand van zaken en de bereikte effecten van de gemeenschappelijke opleidingsprojecten”. Quod non.

Een andere vorm van rechtstreeks subsidie is het project Kranten in de Klas, dat de Vlaamse overheid jaarlijks 1,2 miljoen euro kost. Kranten in de Klas is bedoeld om leerlingen tot mondige en kritische burgers te laten uitgroeien.

Voorwaardelijk

Vlaamse Regionale Televiesomroepen krijgen dan weer jaarlijks een subsidie van om en bij de 2,2 miljoen euro. Die moet worden verdeeld onder in totaal tien verschillende regionale omroepen. De subsidies zijn deels voorwaardelijk en moeten ingezet worden om bijvoorbeeld ondertiteling voor gehoorgestoorden te voorzien.

Het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek is wellicht het enige subsidieorgaan dat voor de volle 100 procent voorwaardelijk werkt: voorstellen voor bijzondere of onderzoeksjournalistiek worden gewikt en gewogen door een jury vooraleer er geld wordt toegezegd (aan de individuele journalist). Het fonds krijgt een jaarlijkse subsidie van 250.000 euro. Vorig jaar werd dat bedrag eenmalig verdubbeld.

Ook de Vlaamse Vereniging van Beroepsjournalisten, de Raad voor Journalistiek en de Vlaamse Regulator voor de Media ontvangen jaarlijks enkele honderdduizenden euro.

Voor Brussel deze Week, het VTM-jeugdjournaal (250.000 euro) en nog enkele andere initiatieven, zoals het Elektronisch Nieuwsarchief Vlaanderen, is er ook overheidsgeld.

Grote sommen

Over flink wat meer centen gaan de protocols die de zogenaamde overheidscommunicatie regelen. Eind jaren negentig werd een eerste protocol opgesteld waarin de overheid er zich toe verbindt ‘te adverteren’ in de pers. Dat heet een win-winsituatie te zijn, want de overheid krijgt reducties. De grote persgroepen zijn dan weer verzekerd van advertenties die tot op vandaag hun businessmodel doen draaien.

Via die weg stromen jaarlijks vele tientallen miljoenen euro’s aan advertentiegeld binnen in de portefeuilles van De Persgroep, Corelio en andere grote mediaspelers. Het volstrekt onvoorwaardelijke karakter van die grote sommen (advertentie)geld ontlokte Knack-hoofdredacteur Karl Van den Broeck in een bijdrage in rekto:verso twee jaar terug de stelling dat die variant van perssteun in werkelijkheid een verkapte vorm van steun aan de aandeelhouders is.

Woestijnvis

Vraag is of die stelling ook niet opgaat voor de gedeelde vrijstelling op bedrijfswinsten (voor winsten die opnieuw worden geïnvesteerd), voor indirecte subsidiëring van nieuwe persen, voor gunstige afschrijfmodaliteiten of voor expansiesteun.

Net zo goed is er sprake van onrechtstreekse en indirecte overheidssteun via allerhande participaties. Zo stroomt er bijvoorbeeld flink wat overheidsgeld naar Corelio via de participatie van die mediagroep in productiehuis Woestijnvis, dat op zijn minst tot volgend jaar nog vele miljoenen euro’s van de door de overheid gesubsidieerde VRT binnenrijft.

Nul procent btw

Waar de vinger wel preciezer kan worden opgelegd, zijn de (federale) vormen van perssteun. Er zijn de verminderde post- en distributietarieven, de gratis treinreizen en de import van een contingent tolvrij papier, maar vooral is er ook het btw-tarief van 0 procent.  Net zoals Denemarken, Finland en het Verenigd Koninkrijk heft België geen btw op kranten en tijdschriften. In andere Europese landen lopen de btw-tarieven op tot soms 12,5 procent. Gemiddeld schommelen ze rond de 6 procent. Hoeveel geld die ‘indirecte steun’ jaarlijks oplevert, is moeilijk te becijferen, maar dat alle andere vormen van rechtstreekse en onrechtstreekse perssteun erbij verbleken is wel zeker.

In juni 2000 stelde PS-senator Jean-François Istasse de vraag hoeveel geld de overheid jaarlijks misloopt door die maatregel. Het antwoord van minister van Financiën Didier Reynders (MR) leert dat in de tweede helft van de jaren negentig de fiscale uitgaven schommelden rond de 2,5 miljard Belgische frank (61.973.381 euro) per jaar.

Maatschappelijke discussie

Een nog duidelijker beeld biedt een studie van Price Waterhouse en Coopers naar de impact van een eventuele stijging van het btw-tarief tot 6 procent in het Verenigd Koninkrijk. De studie stelt dat in dat geval het overgrote deel van de regionale Britse kranten zou verdwijnen en dat de nationale kranten hun verkoop met gemiddeld 10 procent zouden zien terugvallen.

De studie wordt ook besproken in het boek Media policy: convergence, concentration and commerce van de Euromedia Research Group. In dat standaardwerk wordt overigens gemeld dat de Europese Commissie de btw voor kranten en tijdschriften uniform wil maken binnen de EU en wil vastleggen op 6 procent.

In Finland, waar er net zoals in België en het Verenigd Koninkrijk een btw-0-tarief geldt, woedt momenteel alvast een maatschappelijke discussie over de impact van zo’n uniform btw-stelsel voor kranten en tijdschriften, bevestigt de Finse professor communicatiewetenschappen Hannu Nieminen aan Apache. Ook in Groot-Brittannië wordt gedebatteerd over wat daar de ‘taxes on knowledge’ wordt genoemd. In ons land is er van zo’n debat vooralsnog geen sprake.

Gebrek aan transparantie

Waar wel over gedebatteerd wordt, is de vraag hoeveel geld de Vlaamse overheid in de VRT moet stoppen. Dat bedrag is transparant. De  onrechtstreeks steun aan de pers is dat niet en gemakshalve wordt dat verhaal uit het debat geweerd.

“Onlangs hebben we hier de cijfers over de directe en indirecte steun aan de pers nog opnieuw opgevraagd”, zegt professor Karin Raeymaeckers van de vakgroep Communicatiewetenschappen aan de UGent. “We krijgen dan wel cijfers maar die zijn heel algemeen en vertellen niet echt veel. Bovendien zijn bepaalde vormen van indirecte steun geen bevoegdheid van de gemeenschappen maar is het federale materie.”

Dat gebrek aan transparantie is niet alleen weinig democratisch, het verstoort ook het debat. Maar misschien nog belangrijker is dat bij gebrek aan transparantie ook de impact  van de maatregelen onbekend blijft. “Het project Kranten in de Klas is de uitzondering op de regel”, zegt Karin Raeymaeckers. “Daarbij wordt onderzocht wat de gevolgen zijn van de investeringen. Maar van zowat alle andere rechtstreekse en onrechtstreekse steunmaatregelen aan de pers weten we gewoon niet tot wat ze leiden. Om het debat juist te kunnen voeren, zouden we op zijn minst moeten weten waar we over praten.”

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid