Peter Vandermeersch antwoordt niet op kritiek van columnist Geert Buelens

3

De voorbije kerstweek bracht De Standaard gedurende vier dagen paginalange mediakritiek van Geert Buelens. Een krant die zichzelf en de andere media kritisch onderzocht? Het was ongezien, het was dapper en het verdiende alle lof. Tot zaterdag hoofdredacteur Peter Vandermeersch een editoriaal schreef.

Door Tom Cochez

‘Aan de collega’s van De Standaard’ stond er boven het commentaarstuk van Peter Vandermeersch. Weinig kans dat de hoofdredacteur van De Standaard tijdens het uittikken zijn collega’s van De Werktitel voor ogen had, maar toch: ook al past het schoentje ons niet, we trekken het gaarne aan.

Goede voornemens van Peter Vandermeersch kaderen mogelijk in lange reeks gratuite uitspraken die Vlaamse journalisten regelmatig van hun hoofdredacteurs mogen aanhoren

Eerst het goede nieuws. De analyse waarvoor Geert Buelens van De Standaard vele pagina’s ter beschikking kreeg, was de eerste in zijn soort in het Vlaamse medialandschap. Die carte blanche alleen al is een absolute verdienste en het strekt De Standaard tot eer dat zij het aandurfde de knuppel voluit in het hoenderhok te gooien.

Snoeihard

Daar komt de kwaliteit van het traktaat bij. Geert Buelens, die in Utrecht hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde is en eerder ook al columnist was voor De Morgen, etaleert in zowat elke zin dat hij perfect weet wat er reilt en zeilt in de Vlaamse en in de internationale media, zowel voor als achter de schermen.

Dat levert een doorwrocht en vaak snoeihard essay op over de gang van zaken in ons medialandschap. Weinig heilige huisjes blijven overeind en na afloop weten sommige lezers wellicht meer dan ze vooraf wensten te weten.

Het beeld dat wordt opgehangen, is immers allesbehalve positief en net zoals de analyses van Nick Davies, John Lloyd en andere buitenlandse journalisten die hun eigen stiel doorlichtten, lezen de artikelen van Geert Buelens niet als een nieuwjaarsbrief. Goede voornemens en wensen, dat wel, maar echt fraai oogt het Vlaamse medialandschap volgens de auteur niet.

Schieten

De afwezigheid van een positieve boodschap en van goed uitgewerkte alternatieven voor wat er vandaag verkeerd loopt, is dan ook zowat het meest voor de hand liggende punt van kritiek op de vierdelige reeks. Hoewel, kritiek is het nauwelijks, want de eerste mediacriticus met een pasklaar en goed uitgebalanceerd antwoord op wat er vandaag precies verkeerd loopt in medialand moet nog opstaan. Dat antwoord, inclusief stevig businessmodel, is er (nog) niet en het moment waarop de talrijke goede aanzetten en ideeën in een definitieve plooi vallen, lijkt nog een eind voor ons te liggen. In afwachting helpt de minutieuze dissectie van Geert Buelens ons een flink eind op weg.

Maar wie per se wil schieten, kan dat dus op Buelens’ haast per definitie onvoldragen poging tot antwoord. En net daar gebruikte Peter Vandermeersch afgelopen weekend zijn edito voor.

Jawel, de hoofdredacteur spreekt eerst een soort obligaat mea culpa uit, maar vervolgens slaat hij vakkundig de ramen in van wat misschien wel het meest lovenswaardige initiatief in vele jaren was van zijn eigen krant.

Simplistisch

Zijn commentaarstuk geldt haast als een indirecte illustratie bij het traktaat van Geert Buelens. Niet zozeer door wat Peter Vandermeersch schrijft, wel door wat hij vooral níét schrijft. De hoofdredacteur wandelt in een heel brede bocht om de essentie van de kritiek die Geert Buelens formuleert (de verregaande commercialisering leidt op vele manieren tot slechte journalistiek).

“Natuurlijk”, zo schrijft Peter Vandermeersch, “deel ik veel van de analyse van Buelens.” Maar naar de kern van zijn boodschap weigert De Standaard blijkbaar te kijken. “Zijn conclusies vind ik […] ontgoochelend of te simplistisch”, vervolgt Vandermeersch. Waarom? Dat komen we niet te weten. Wat we wel lezen, is dat de remedies van Buelens volgens de hoofdredacteur van De Standaard weinig hout snijden. De remedies dus. Dat is net iets anders dan de conclusies.

Grijnsjournalistiek

Bovendien worden zelfs de remedies die Geert Buelens presenteert overruled. “Het zal niet enkel zijn door een debat over de VRT te voeren, kranten dunner te maken, ‘ouderwetse journalistiek te herstellen’ en krantenbazen ‘uit de ratrace te laten stappen’, dat we naar ‘echt nieuwe media’ gaan”, schrijft Vandermeersch. “De antwoorden zijn nog gecompliceerder dan dat.”

Een essentieel deel van dat antwoord, voegt hij eraan toe, moet de krant zelf geven. “Door elke dag te streven naar betere en evenwichtigere journalistiek. Door de grijnsjournalistiek achterwege te laten. Door het buitenland de plaats te geven die het toekomt. Door woord en wederwoord te respecteren. Door onszelf op de redactie en in onze krant voortdurend ter discussie te stellen. Door fouten te vermijden en ruimhartig recht te zetten. Door kritiek op onszelf ernstig te nemen en een brede plaats te geven. Door, kortom, aan betere journalistiek te doen. Niet in dienst van onze uitgever. Maar in dienst van de democratie.”

Waterslot

Toegegeven, het klinkt allemaal bijzonder lovenswaardig, maar het is net zo goed de ultieme dooddoener die elk verder debat in de kiem smoort en elke structurele verandering vooraf uitsluit. De goede voornemens van Peter Vandermeersch kaderen, zo valt te vrezen, in de lange reeks gratuite uitspraken die het overgrote deel van de Vlaamse journalisten regelmatig van hun hoofdredacteurs mogen aanhoren, zonder dat er vervolgens ook maar één sikkepit verandert. Vrij vertaald komt het betoog van Peter Vandermeersch immers neer op: al kan het altijd nog beter, we zijn toch vooral goed bezig. Dat is niet enkel de grondhouding van het gros van de Vlaamse hoofdredacteurs, het is meteen ook het ultieme waterslot op het gistende en pruttelende Vlaamse medialandschap.

Het commentaarstuk van Peter Vandermeersch lijkt erop te wijzen dat De Standaard de voorbije week een beetje van zichzelf is geschrokken en nu het liefst zo snel mogelijk business as usual wil. Instemmend knikken als Geert Buelens het heeft over te veel ‘grijnsjournalistiek’ en te veel ‘stemmingmakerij’ is immers net iets makkelijker dan durven toegeven dat ook De Standaard veel te ver plooit onder commerciële druk, dat ook De Standaard mee verantwoordelijk is voor de dramatische daling van het vertrouwen in de pers, dat ook De Standaard meehuilt wanneer faits divers het nieuws kleuren, dat ook De Standaard meer investeert in marketing dan in inhoud wanneer het gaat om het vrijwaren van het imago van kwaliteitskrant.

Dolgedraaide commercialisering

Zo kunnen we, helaas, nog een tijdje doorgaan. Maar uiteindelijk zijn bovenstaande feiten allemaal uitingen van hetzelfde onderliggende probleem: een dolgedraaide commercialisering van nieuws. Net daar wil Peter Vandermeersch (en vele confraters met hem) het vooral niet over hebben.

Nogmaals, De Standaard verdient een pluim voor de publicatie van deze controversiële reeks, maar het zou pas echt van durf hebben getuigd mocht de hoofdredacteur het zelf gestarte debat verder in vuur en vlam hebben gezet. In plaats daarvan heeft hij het versmoord. “Ook ik onderschrijf de laatste zinnen van het essay van Buelens”, rondt hij zijn edito af. “Ofwel veranderen de media zichzelf, ofwel grijpt de overheid in. Uitstel staat gelijk aan nalatigheid.” Vraag is of De Standaard zich niet net daaraan bezondigt met dit orgelpunt achter een indrukwekkende reeks.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid