Mosselschelp
Reeds vele jaren geleden is Gentenaar Tom Lievens naar Barcelona verkast. Van op zijn berg, waar hij woont met vrouw en kind, overschouwt hij de mediterrane wereldstad. Elke woensdag schrijft hij een column voor Apache.
Solidariteit van de Gekruisigde Zaligmaker. Koek, koek, als dat geen naam als een klok is. De organisator van de boetprocessie, Gilbert Van Lerberghe, blijkt lid van dat clubje te zijn.
Hem werd gevraagd hoe het nu zat met wat de VRT verkondigd had: Vangheluwe liep mee in de boetprocessie. Anoniem natuurlijk. Antwoord Gilbert: “Een grote kwakkel. Ik ken alle boetelingen. Had Vangheluwe meegelopen, dan zou ik dat ongetwijfeld geweten hebben. Het is bekend dat ik zéér discreet blijf.”
Toen ik naar school ging en er werd mij iets gevraagd, gaf ik een antwoord. Verkondigen dat ik het antwoord wist, maar niet antwoorden, was niet meteen een optie. En dat is nu net wat onze solidaire zaligmaker doet. De mooie zalen en kerken zijn goed om een praalmis op te dragen, de koning vooraan te laten zitten op de nationale feestdag. Maar hola als men iets vraagt. Dan klapt alles dicht als ware het een aangeraakte mosselschelp.
De anonimiteit en het ontwijken van eender welke vraag is wat mij doet denken dat er in de krochten onder de prachtige kerken en zalen heel wat verborgen lijken in stevig gesloten kasten moeten liggen. Het meest frappante is dat men ermee wegkomt. Vangheluwe bekent zijn zonde, niet zonder slag of stoot maar met het mes op de keel. Gevolg: verbanning naar het klooster van Westvleteren. Dorst zal hij er in ieder geval niet lijden.
“Zalig zijn de simpelen van ziel”, moeten die solidairen van de gekruisigde zaligmaker denken. Maar die simpelen hoeven niet te veel te weten, solidariteit met hen is parelen voor de zwijnen gooien.
Tom Lievens























Interessante column, maar misschien is het volgende mogelijke scenario ook in overweging te nemen.
Neen, ik heb geen auto in het echte leven en ik ben niet het type dat vluchtmisdrijf pleegt, maar ja, na het zien van een film als 21 Grams kan ik me inbeelden wat een morele worsteling een soortgelijke situatie kan zijn voor de dader.
Stel dat ik een avondje ga stappen. In strontzatte toestand kruip ik in mijn auto en ik probeer naar huis te rijden. Dat lukt beter dan verwacht, tot ik op een kruispunt een fietser overhoop rij. Ik stap onmiddellijk uit en zie het ergste wat een mens kan zien: een dood lichaam op het asfalt en het is mijn schuld. Ik raak in paniek en ik pleeg vluchtmisdrijf. In de ochtendkranten wordt het ongeval breed uitgesmeerd. Het Laatste Nieuws plaatst de foto van het glimlachende meisje op de voorpagina. Het middagjournaal opent met het item, en het verhaal blijft in de media opgevolgd worden. De volgende uren en dagen ben ik verscheurd tussen mijzelf aangeven uit respect voor de familie van het slachoffer en mijzelf niet aangeven uit louter zelfbehoud. Uiteindelijk blijft de harde waarheid: ik heb iemand gedood.
Er komt een rechtzaak, en ondanks de volle 2 promille in mijn bloed, word ik vrijgesproken, omdat de fietsster, volgens een verkeerskundige, zonder verlichting rondreed. De harde waarheid blijft: ik heb iemand gedood, een vrolijke dochter, een vlijtige leerlinge, een goed lief, een inspirerende Chiro-leidster, een betrouwbare babysit, een menselijk wezen.
De huisarts kan me alleen pillen voorschrijven en de psychotherapeute weet niet wat ze met me moet beginnen. In pure wanhoop vraag ik raad aan “meneer pastoor”. Op zijn aanraden neem ik deel aan de Veurnse boeteprocessie, in volstrekte anomiteit want in de hoop spirituele troost te vinden. Daardoor kan ik mezelf terug in de spiegel aankijken en zelfs contact opzoeken met de ouders, wat in geen geval een spreekwoordelijke wandeling in het park wordt.
En dan… komt een journalist te weten dat ik, de vrijgesproken doodrijder en de directe aanleiding van een emotioneel krantenvervolgreeks, meeliep in de boeteprocessie. Hij publiceert het artikel. Een collega van een concurrerende krant belt naar de organisatie en krijgt hetzelfde antwoord als hierboven vermeld: “neen, u komt niets van ons te weten”.
Dan kan ik alleen maar besluiten dat die woordvoerder vanuit zijn hart heeft gesproken, want discretie is uiterst belangrijk voor de boeteprocessie. Natuurlijk komt hij er behoorlijk onbehouwen over want hij is immers een West-Vlaming zonder mediatraining.
Ik heb heel veel respect voor de slachtoffers van het herhaaldelijk misbruik binnen de kerk. Ik hoop dat alle verantwoordelijken in de rechtzaal de straf krijgen, die ze verdienen in onze rechtstaat. Ik hoop ook dat de kerk de nodige lessen uit haar cocoon crash kan trekken.
Maar persoonlijk vind ik dus de discretie van de organisatie van de boeteprocessie geen symptoom van een ontaard “clubje”.
@steldat,
Een rekensom: Dertien jaar misbruik + boetprocessie lopen = “Daardoor kan ik mezelf terug in de spiegel aankijken” ?
Er klopt iets niet aan de rekening, vindt U ook niet?
Was getekend
Natuurlijk klopt het door u voorgestelde rekensommetje niet. Deelnemen aan de boeteprocessie kan onderdeel uitmaken van een schuldproces. Het liefst een schuldproces met een juridisch proces, zoals ik boven ook aanhaal. “Ik hoop dat alle verantwoordelijken in de rechtzaal de straf krijgen, die ze verdienen in onze rechtstaat.”
@steldat: Vanaf het ogenblik dat justitie eraan te pas komt, rest er inderdaad niets anders dan hopen. ‘k Vrees echter ijdel geloof in de Kerk, ijdele hoop op justitie – van liefde voor de politiek is al lang geen sprake meer ! Indien men op een rechtvaardige wijze met het ganse onderzoek om zou gaan, dan hield men nu geen heksenjacht op een gepensioneerde kardinaal. Daarentegen zou het gewenst zijn dat men zich afvroeg of de desbetreffende onderzoeksrechter en zelfs de procureur in kwestie van de zaak afgehaald moeten worden. Temeer omdat het hier gaat over zware beroeps- en procedurefouten, onomstotelijk gemaakt met voorbedachtheid ! De onderzoeksrechter dient immers toestemming – in de vorm van een huiszoekingsbevel – te vragen aan de Procureur des Konings alvorens hij tot actie mag overgaan. Indien beiden de wettelijke bepalingen met betrekking tot beroepsgeheim – onbewust of onwetend – over het hoofd zouden gezien hebben, dan zijn ze incompetent en ongeschikt voor de uitvoering van hun ambt.