Survivor

San F. Yezerskiy.

Het opvallendste YouTubefilmpje in jaren. De Australische Jane Korman danst met haar hele familie op ‘I will survive’ van Gloria Gaynor, met het concentratiekamp van Auschwitz als macaber decor. De congalijn wordt aangevoerd door haar vader Adolek Kohn, zelf een overlever van de Holocaust. Het clipje is al enkele maanden oud, maar werd deze week opgepikt door een neonazisite en ging viraal.

De reacties waren vooral hevig in Duitsland en Oostenrijk. Historici, rabbi’s en andere overlevenden vonden ‘I will survive’ een kutnummer en de choreografieën aanstootgevend in hun knulligheid, maar vooral dat de familie het lijden van iedereen die in de concentratiekampen is omgekomen minimaliseert. De Kormans zelf zien hun dans eerder als een ode aan het leven.

Laatst kwam ik op een luie zaterdagmiddag tijdens het zappen de intrigerende documentaire Kike Like Me tegen, waarin regisseur Jamie Kastner uitzoekt wat het precies betekent om joods te zijn. Of Kastner zelf een jood is, wordt nooit helemaal duidelijk.

Tijdens zijn zoektocht trekt hij uiteraard ook naar Auschwitz. De plaats vervult hem met weerzin en het liefst van al wil hij er zo snel mogelijk weg. Hij kijkt misprijzend naar de scholieren met hun boterhammetjes in zilverpapier, naar de toeristen in korte broek die van elk gebouw een foto willen. “Ze zouden die mensen hier moeten weghalen”, gromt Kastner, “en deze hele plaats tot op de grond platbranden.”

De internationale gemeenschap heeft er na de oorlog voor gekozen om dat niet te doen. Ze wilde Auschwitz bewaren zoals het was, om iedereen te laten zien welke gruwel daar heeft plaatsgevonden. Om ervoor te zorgen dat de geschiedenis zich nooit meer herhaalt.

Maar Auschwitz is niet bewaard zoals het was. Het is een museum nu, een plaats met een parking voor autocars, een trekpleister die buitenlanders kunnen bezoeken tijdens hun betaald verlof. Hoe goed hun bedoelingen ook zijn en hoe groot hun ontzag, zij zullen naar huis terugkeren met de herinnering aan… een museum.

Adolek Kohns herinneringen gaan iets verder dan dat. Hij heeft Auschwitz wél gezien zoals het was, en dat geeft hem alle recht om die plaats te claimen. Als hij zich met zijn verleden heeft kunnen verzoenen – vraag mij niet hoe – en dat wil uitdrukken door te dansen in een deportatiewagon, wel: laat hem dansen.

San F. Yezerskiy

www.soren.be

5 reactiesRSS

  1. Veerle schreef 672 dagen geleden

    Ben ook in Auschwitz geweest. Ik ken weinig mensen die niet onder de indruk waren … WOII wordt heel tastbaar als je die rolstoelen, tandenborstels, schoenen en vooral, dat menselijk haar ziet liggen. Zoiets platbranden zou doodzonde zijn!

  2. Thomas schreef 672 dagen geleden

    Ik ben er nog altijd niet uit. Enerzijds is 10% van Auschwitz inderdaad een museum met een frisdrankautomaat en Poolse gidsen met een lederen broek en een zonnebril van Dior. Anderzijds is het een reusachtige begraafplaats waar tot op de dag van vandaag nog menselijke resten worden opgegraven.

    Het is niet aan mij – een kind van de jaren ’80 dat nog nooit ergens echt moeite voor heeft moeten doen – om te oordelen over Adolek Kohn en hoe hij met zijn verleden omgaat. Wat hij in ieder geval wel doet, is de Holocaust onder de aandacht houden en dat is op zich al een verdienste. Daarom ook dat ik er mij niet voor schaam om La Vita è Bella een mooie film te vinden.

  3. Le grand guignol schreef 672 dagen geleden

    “…maar vooral dat de familie het lijden van iedereen die in de concentratiekampen is omgekomen minimaliseert.”

    Blijkbaar is het voor een overlever van de holocaust eveneens dansen op een slappe koord ! Adolek Kohn maakt, weliswaar op niet courante wijze, een statement en mogelijk helpt de achterliggende gedachte om het persoonlijke verleden – indirect ook dat van zijn familieleden – te relativeren en een plaats tot rusten te geven. Mijns inziens een mooi voorbeeld van Joodse humor, dewelke dikwijls gekenmerkt wordt door zelfspot – met zo nu en dan uitlopers naar sarcasme. Overigens, de familie Kohn heeft het over “I will survive”, waarvan de draagwijdte zowel letterlijk als inhoudelijk beperkt blijft tot de eigen persoon en diens mening.

    Hevige reacties uit het kamp van rabbi’s en historici – “They want to survive” – zijn in deze geenszins verwonderlijk te noemen, temeer omdat dergelijke verontwaardiging volledig beantwoordt aan de geplogenheden van de – zij het politiek corrigerende – historische traditie. De welbekende paternalistisch culpabiliserende retoriek bevestigt wederom de klassieke conditionering van een moraalridder, of liever moraalgestapo. “Om ervoor te zorgen dat de geschiedenis zich nooit meer herhaalt !”

    Wegens een tekort aan zelfkritiek en bedachtzaamheid lopen we, met oog op de toekomst, het risico om de dialectiek een ongeziene dienst te bewijzen. Als we niet oppassen zadelen we toekomstige generaties op met de misvatting dat, zolang er geen concentratiekampen zijn en (wereld)leiders gevrijwaard blijven van snor(retje) en bles, er geen vuiltje aan de lucht is ! Laten we daarentegen niet vergeten wat de werkelijke kern van het probleem vormde, namelijk het onvermogen van individu en samenleving om vanuit zichzelf te komen tot een kritisch oordeel. Kortom, zelfreflectie in plaats van een kuddegeest die bestaat uit het klakkeloos opvolgen van bevelen. Doorgaans vergeet men te vermelden dat: BBC radio-uitzendingen vanaf eind 1941 meermaals berichtten over endlösungs-praktijken en concentratiekampen, terwijl een opgejaagde Joodse bevolking zeer goed op de hoogte was van de keerzijde van de nazi-medaille. Desalniettemin gaf men zich over aan een soort van automatisme, aan het collectief afwenden van het aangezicht voor perversie, onmenselijkheid en tirannie. Zodat men na de oorlog kon overgaan tot massale verontwaardiging en het ontschuldigen van een collectief bezoedeld geweten !

    Anderzijds, wanneer bijvoorbeeld blijkt dat één natie, met behulp van flagrante leugens en tegen de wereldopinie in, op eigen houtje een land kan binnenvallen. Wanneer rijke industriële mogendheden de Derde Wereldlanden beschouwen als een afzetmarkt (afvalmarkt) voor afgedankte consumptiegoederen. Wanneer ontwikkelingssamenwerking nog steeds voorbij gaat aan haar basisdoelstelling, meerbepaald het verhogen van de competenties en zelfredzaamheid van de plaatselijke bevolking. Een proces waarbij men bewust kiest om de financiële middelen voor ontwikkelingssamenwerking aan te wenden voor de aankoop van bijvoorbeeld ontzettend dure irrigatiemethoden en -technieken. Beweegredenen die een minder nobel doel bewerkstelligen, namelijk het financieren van de Westerse economieën en het afhankelijk maken/houden van achtergestelde regio’s. Zeg maar: “Les Belges à Congo”, maar dan op wereldschaal !

    Dit in gedachten mogen we dan wel de herinnering aan concentratiekampen in het collectieve geheugen ‘koesteren’. Hoe het ooit zover is kunnen komen, behoort voor de meesten alweer tot een ver verleden !

  4. Maarten schreef 664 dagen geleden

    Het is ongetwijfeld ook for the sake of the argument en omdat het goed in de flow van de column past, maar Auschwitz is alleen maar ‘gewoon een museum’ als je het zo benoemt en er zelf niet geweest bent.
    Ik ben er ook nooit geraakt, maar ik denk dat er wel erg veel frisdrankautomaten en zonnebrillen van Dior moeten zijn om de andacht te onttrekken en de berg brillen, de ovens, de cabines en de douches vlak langs het perron waar vrouwen, kinderen en ouderen zich al direct mochten gaan opmaken in de douches, om ‘kostbare’ bedden en voedsel te sparen voor wie wel kon werken.

    Ik heb dat gezien in het Imperial War Museum in Londen, op een grote maquette, in een tentoonstelling waar je niet binnen mocht met eten of drinken en waar je aan de ingang aangemaand werd om de nodige sereniteit te bewaren en men afraadde om kinderen mee naar binnen te nemen. Oa om hen de gruwel op al te jonge leeftijd te besparen, maar ook om te voorkomen dat er iets te luid ‘mama, ik wil een frisco’ doorheen de tentoonstellingsruimte galmde. Ik kan me moeilijk voorstellen dat men in Auschwitz zelf niet minstens evenveel moeite doet om de sereniteit te bewaren. Een parking voor autobussen en het recht op drank en een zonnebril dragen, is dan een wel erg kleine toegeving.

    En daarom is het ook ongepast, zelfs als familie van overlevers, om een dansje op een discobeat te placeren ter hoogte van een plaats waar anderen het niet overleefden. De holocaust en de herinnering eraan is niet enkel de eigendom van (families van) overlevers of de Joodse gemeenschap, maar ook van zigeuners, homoseksuelen en anderen die niet genoeg in het nazistische kraam pasten.

    Om toch ook even retorisch te doen: gaan dansen op de bestralingsafdeling of op een kerkhof omdat je net te horen hebt gekregen dat na vijf jaar er echt geen enkel spoor meer van metastasen in je lichaam te vinden is, is ook best ongepast. Al kan dat best jouw manier zijn om die jarenlange lijdensweg om te gaan.

Reageer

Reageren?

U moet geregistreerd zijn om te kunnen reageren op dit artikel.

Klik op de knop Registreren en maak uw gratis account aan.

Neem ook de spelregels door voor u zich in het debat mengt.

Registreren

Al geregistreerd?

Wachtwoord vergeten?