Weber en co. over De Wever en co.

Als het gemeenschapsgevoel zoek is, heeft België een probleem. Want het gebrek aan maatschappelijke samenhang zet de beleidskeuzes onder druk. Dat schrijft econoom Brieuc Van Damme, die socio-economische oorzaken ziet voor de politieke aardverschuiving in ons land, in een opiniestuk voor Apache.

Door Brieuc Van Damme

Brieuc Van Damme (Itinera).

Vóór de echte formatiegesprekken uit de startblokken schieten, is er nog een beetje tijd, inkt en papier over om het over de aanleidingen van de geel-zwarte aardverschuiving te hebben. Er kunnen zeker een paar strategische oorzaken gedistilleerd worden. Yves Desmet haalt “de levende erfenis van Yves Leterme” die de N-VA geloofwaardigheid heeft bezorgd aan, Peter Vandermeersch het politieke talent van ‘De Bever’ him self, en alle twee het afbraakvoetbal van Franstalige politici.

Toch is er in deze analyse ook plaats voor fundamentelere beweegredenen, en wanneer een krachtsverhouding op zijn kop komt te staan, zijn deze vaak van socio-economische aard. Strateeg James Carvill werd niet voor niets berucht met zijn one-liner ‘It’s the economy, stupid!’, die Clinton de overwinning op Bush Senior opleverde.

Leeggeviste vijver

De regeringspartijen wijzen dan ook de crisis met de vinger. Fijntjes merken ze op dat alle partijen die de afgelopen jaren aan het bewind waren, en gedwongen werden moeilijke beslissingen te nemen, ondankbaar door het electoraat neergesabeld zijn. De CDA in Nederland, Labour in Engeland – maar quid met de PS in Wallonië? De Vlaamse nationalisten zullen bescheiden opwerpen dat er niet zoiets bestaat als de Belgische samenleving. We zouden niet alleen in twee democratieën leven, maar ook in twee verschillende samenlevingen. Mocht dat het geval zijn dan heeft de NV België een probleem. Sociale wetenschappers leren ons namelijk dat maatschappelijke cohesie essentieel is voor de collectieve moraliteit, het is te zeggen de grondslag van onze beleidskeuzes.

We zouden niet alleen in twee democratieën leven, maar ook in twee verschillende samenlevingen. Mocht dat het geval zijn dan heeft de NV België een probleem

Nobelprijslaureaat Buchanan neemt het voorbeeld van twee vissers die eenzelfde vijver moeten delen. De vissers staan voor een dilemma. Of ze vissen dag en nacht om elk zo veel mogelijk vis te vangen; of ze maken onderlinge afspraken om de visvangst in goede banen te leiden. In het eerste geval lonkt een burn-out én een leeggeviste vijver; in het tweede deeltijds werk en het duurzaam veilig stellen van hun belangrijkste voedsel- en inkomensbron. Als de vissers een minimum vooruitziend zijn, kiezen ze voor (beleids)optie twee. Ze gedragen zich als echte “homo reciprocans”.

Ethische principes

Na verloop van tijd nestelt een derde visser zich bij het gezelschap. De kans is groot dat de twee vissers hun onderlinge afspraak doortrekken naar de nieuwkomer en beslissen de vijver met drie te delen. Onze vissers zijn al een beetje ouder geworden en kunnen leven met een beetje minder vis, en een beetje meer tijd. Maar bij iedere bijkomende visser daalt de hoeveelheid vis per persoon, en stijgt de persoonlijke ontevredenheid.

Op termijn laten de vissers hun gemeenschappelijke afspraken varen en vist ieder weer zoveel mogelijk voor zich – een economisch rationeel, maar wel suboptimaal ‘evenwicht’. De verklaring: naarmate de groep groeit dunt het gemeenschappelijke weefsel uit, tot het uiteindelijk springt, en de ‘homo economicus’ weer de bovenhand neemt. De kracht van de morele en ethische principes die ons gedrag sturen, hangt met andere woorden af van de grootte en de samenhang van de gemeenschap in welke die handelingen plaatsvinden, zegt Buchanan.

Individuele voorkeuren

Weber stelt dat er een voldoende groot gemeenschapsgevoel moet zijn om de maatschappij naar behoren te doen functioneren

In dezelfde lijn stelt de Weberiaanse sociologie dat er een voldoende groot gemeenschapsgevoel moet zijn om de maatschappij (‘Gesellschaft’) naar behoren te doen functioneren. In Weber’s gemeenschap (‘Gemeinschaft’) overheerst het loyaliteitsgevoel tegenover de groep omwille van een gedeelde historische en culturele achtergrond; in de Gesellschaft is de groep relevant zo lang het individueel interessanter is deel uit te maken van de groep dan er geen deel van uit te maken. De Gemeinschaft staat dus voor het maatschappelijke weefsel, de Gesellschaft voor de institutionele vertaling ervan. Als de vertaling de lading niet langer dekt, erodeert de Gesellschaft tot het voldoende aansluit bij de Gemeinschaft en weer door de bevolking wordt gedragen.

Voor zowel econoom Buchanan als socioloog Weber gaat de groep vooraf aan de instellingen die de groep doen functioneren. Wanneer de groep uitbreidt of uit elkaar groeit (net omdat ze te groot wordt) slaagt ze er niet meer in de individuele voorkeuren van haar groepsleden met elkaar te verzoenen en in gemeenschappelijke afspraken om te zetten. Het vertrouwen in de instellingen van de Gesellschaft ebt op die manier weg.

Collectieve moraal

Dat maatschappelijke vertrouwensdeficit is in deze tijden van economische crisis, sociale onzekerheid en institutioneel immobilisme meer dan ooit een vogel voor de kat. Zelden stond onze collectieve moraliteit onder zo veel druk. In een democratie is dat het moment waarop een groep zich in het stemhokje tegen haar eigen instellingen keert met de ambitie nieuwe instellingen op te bouwen. Instellingen die – zo dacht bijna de helft van de Vlaamse kiezers op 13 juni – beter tegen de komende uitdagingen opgewassen zijn, en de preferenties van de groep beter vertolken.

“Een spectaculaire devolutie kan een deel van de morele en ethische vurigheid in de politiek kanaliseren in de richting van een constructief doel”, besloot Buchanan in zijn boek Markets States, and the Extent of Morals, The American Economic Review (.pdf) uit 1978, waarop hij prompt zijn lezers opriep een donatie te doen aan de Texas Nationalist Party.

Brieuc Van Damme is econoom bij de denktank Itinera Institute. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

3 reactiesRSS

  1. Behalve voor heikneuters die de bewondering voor de eigen navel niet kunnen onderdrukken (& mensen die bij Itinera werken en de thinktank-marketing-machine moeten laten draaien) zijn de enige relevante groepen (en dit al sinds geruime tijd) wereldwijde groepen. Maar omdat het de machthebbers zo uitkomt zullen we er gewoon van moeten uitgaan dat het gros van de mensen aan het breininfuus van nationalisme & de andere partikularismen zullen blijven hangen.

  2. Hermy Eddy schreef 589 dagen geleden

    Wat mijnheer Van Damme schrijft is in middens van nationalisten algemeen bekend en erkend.

    De sociale welvaartstaat in stand houden in een gemeenschap kan alleen maar als er een zo veel als mogelijk homogene samenstelling binnen die gemeenschap is.

    De elite heeft onze vroegere homogene gemeenschap jaren onder druk laten zetten door massa- immigratie toe te laten.
    Zo erg dat de solidariteit en de wil tot sociale contributie voor een groot deel in vraag worden gesteld door die bevolking.
    Dat leid tot de absurde situatie dat mensen die van een uitkering leven gaan stemmen op partijen ( zo als het VB- N-VA- LDD en VLD) en dus in feite gaan pleiten voor afschaffing of minstens voor een vermindering in de tijd van die uitkeringen.
    Mensen die werken willen al helemaal niet meer bijdragen aan de collectiviteit en stemmen op diezelfde partijen.
    Partijen die elke vorm van solidariteit willen herleiden tot het minimum.

    Als het homogene karakter van een samenleving is verdwenen zal dus ook de wil tot steun aan die samenleving afnemen en /of verwijnen.
    Dat is al altijd de bedoeling van de elite geweest met hun immigratiepolitiek.
    En links is daar met open ogen ingetrapt om dat zij geloven in een interculturele solidariteit tussen proleten.

    Wat ons verdeelt verzwakt ons is de slogan van links.

    De verdeling van de arbeiderklasse in de hand laten werken door overconcurrentie op de arbeidsmarkt toe te laten door ingevoerde mensen heeft er echter voor gezorgd dat het niet meer gaat om verdeeldheid an sich;
    Het is veeleer vervreemdheid aan de eigen klasse .
    Vervreemdheid omdat men zich niet meer in de eigen klasse herkent.
    Omdat door multi-etnisch factoren elke homogeniteit is verdwenen.
    Ook die van het arbeidersleger.

Reageer

Reageren?

U moet geregistreerd zijn om te kunnen reageren op dit artikel.

Klik op de knop Registreren en maak uw gratis account aan.

Neem ook de spelregels door voor u zich in het debat mengt.

Registreren

Al geregistreerd?

Wachtwoord vergeten?