Journalisten met een scherpe pen en een weerbarstig karakter schrijven over wat er echt toe doet. Nieuws, analyse, opinie en satire. Kritisch en ongebonden. Omdat het nodig is.

Parfum van nostalgie stilt honger niet in Congo

Als het over Congo gaat, kijken de media te veel achterom, terug naar de glorieuze tijden van de Belgische kolonisatie. ‘Vijftig jaar ‘dipenda’ is te mooi om te verknallen met nostalgisch geëmmer’, pleit Jan Aertsen van Vredeseilanden in een opiniestuk. ‘Laat de vertegenwoordigers van duizenden kleine boerenorganisaties eens aan het woord.’

Door Jan Aertsen, Vredeseilanden

'Hoe komt het toch dat onze blik nog altijd zo vergroeid is met de koloniale achteruitkijkspiegel?', vraagt Jan Aertsen zich af.

In de aanloop naar 30 juni worden we overspoeld door mediabijdragen over onze ex-kolonie. Maar verder dan nostalgisch terugblikken op vroeger raken we daarbij tot nu toe niet. Over de Congolese landbouw, waar de meerderheid van de bevolking in tewerkgesteld is, wordt amper een woord gerept.

Diarree

Marc Reynebeau begon enige tijd terug niettemin hoopgevend in de Congo-bijlage van De Standaard. “De verleiding is groot om alleen met nostalgie naar een vervlogen verleden terug te kijken”,  introduceerde hij zijn editoriaal. Wat volgde? Tachtig (weliswaar mooie) bladzijden reportages en weetjes, waarin enkel “tien misverstanden over Congo” van David Van Reybrouck en het interview met politicoloog Jean Omasombo niet in het drijfzand van de nostalgie trappen.

Het grondakkoord van nostalgie klinkt nog sterker door in de diarree van tentoonstellingen, boeken en reportages in de aanloop naar 30 juni. Nostalgie naar de goede wegen, de draaiende ziekenhuizen, de discipline. Teugelloos gelamenteer over hoe jammer het toch is dat alles na het vertrek van de Belgen is ineengezakt. Alsof het kolonialisme ooit tot doel had de fundamenten voor Congolese zelfredzaamheid te leggen.

Snel verteerbaar

Maar echt bont maakte Canvas het met hun Terzake-reeks over Jef Geeraerts. Wie er na die vier delen nog aan mocht twijfelen: de Afrikaan annex Congolees is lui, enkel een strenge hand (lees: de zweep) helpt daartegen, want anders passeren de heren en dames hun dagen in het beste geval met extatische danspasjes in strooien rokjes. Maar de vrouwen zijn wel gewillig. Toch als je meters boven hen in de hiërarchie staat.
En nu is er nog Bonjour Congo. Rudi Vranckx presenteert zeven afleveringen waarin de klemtoon ligt op de geschiedenis van het land, die ontdekt wordt met een koloniale reisgids.

Hoe komt het toch dat onze blik nog altijd zo vergroeid is met de (koloniale) achteruitkijkspiegel? Dat journalisten haast reflexmatig bij iedere poging om iets te vertellen over Congo het Belgische verleden als kapstok nemen? Dat we daarnaast op zoek gaan naar restanten van dat koloniale verleden in Belgische straten? Alles wordt versmacht door het format: het moet vlot en snel verteerbaar zijn, opgeleukt met korte anekdotes en weetjes.

Chronisch honger

Schiet de lezer, de kijker of de luisteraar daar iets mee op? Wordt hij of zij wijzer? Begrijpt men nu echt iets meer van dat complexe land? Weten we nu wat de Congolezen bezig houdt? Zijn er geen knappe Congolese koppen die de lezer kunnen meenemen in het nieuwe Congo?

Waarom de lezer en kijker bijvoorbeeld eens geen inzicht geven in de landbouweconomie? Want wat we weten uit de statistieken is dat 70 procent van de Congolezen in de landbouw werkt en dat driekwart van hen chronisch honger lijdt. Wie weet, houdt dat hen wel bezig. Het parfum van onze nostalgie stilt hun honger alvast niet. Daar zal de landbouw voor zorgen in dit onnoemelijk vruchtbare land. Maar hebt u al veel over landbouw gelezen of gezien?

Corrupte geüniformeerden

Nergens wordt in onze media het verhaal van de overlevingslandbouw verteld. Er groeit nochtans een bloeiende civiele maatschappij rond. Er zijn representatieve boerenorganisaties en visionaire boerenleiders. Passen de boeren en boerinnen en hun dagelijkse creativiteit om te overleven niet in het format? Misschien, maar wij vrezen nog erger: journalisten en hun contacten hebben landbouw simpelweg niet in hun analysekader. Dat zien we als er zogezegd gepeild wordt naar oplossingen voor Congo: strijd tegen de corruptie, infrastructuur, de Chinezen, de mijnen,… en verder geraken ze zelden.

Laat de vertegenwoordigers van duizenden kleine (boeren)organisaties eens aan het woord. Hun perspectief maakt eerder genoemde problemen onmiddellijk tastbaar. Wie krijgt er de oogst niet op de markt door slechte wegen? Wie betaalt er dubbel belastingen aan corrupte geüniformeerden om producten de grens over te krijgen? Wie lijdt er verlies door de onveiligheid? Precies.

Moeizaam verzet

Maar de lezer mag gerust weten dat boeren en boerinnen zich zelfs midden in de oorlogszones organiseren, weerwerk bieden en aan commerce doen. Zij zijn het begin van duurzame economische ontwikkeling, niet het edelmetaal in de Congolese bodem.

Wist u bijvoorbeeld dat Sydip, een boerenorganisatie met 20.000 leden in Noord-Kivu, parajuristen heeft opgeleid die boeren bijstaan in grondconflicten? Dat de boerenfederatie van Noord- en Zuid-Kivu een prestigieus colloquium heeft opgezet over belastingen in de landbouw? Wist u dat Lofepaco (18.000 boerinnen) een heroïsche strijd levert om vrouwenrechten? Dat de coöperatie Coocenki duizenden tonnen maïs en bonen vermarkt? Die leveren ze onder meer als voedselhulp aan het Wereldvoedselprogramma voor hun landgenoten in nabijgelegen vluchtelingenkampen. En wist u dat de boerenorganisatie APAV er in volle oorlogszone toch in slaagt groentenzaaigoed uit te voeren naar Somers Seeds in Mechelen?

Natuurlijk weet u dat niet, want de media focussen zelden op moeizaam verzet langs zulke structuren. Nochtans is de aanleiding van vijftig jaar ‘dipenda’ te mooi om ze te verknallen met nostalgisch geëmmer. Hoe hard we ook mogen zoeken, in het koloniale verleden zit geen toekomst.

Jan Aertsen is oud-directeur van Vredeseilanden. Hij werkt nog altijd voor Vredeseilanden als adviseur over landbouw- en andere thema’s, met specifieke focus op Congo.

Tags: , , , , , , , ,

Graag lees ik nog een artikel zoals dit. Ik wil daar zelfs voor betalen!

4 Reacties

  1. Zucht. Ik begin het wat moe te worden dat iedereen die bij Congo betrokken is telkens opnieuw zijn eigen winkel als enig zaligmakende perspectief verkoopt. Mijnheer Aertsen, immens veel respect voor uw werk. En idem voor de coöperatieven. Maar als één van de makers van Bonjour Congo hou ik er niet van dat u het programma bewust fout voorstelt omdat u daarmee uw eigen verhaal hoger de lucht in krijgt. Ook al hanteert u daarmee enkel als zoveelste dezelfde retorische truuk: schets een fout beeld van de anderen zodat je je eigen perspectief in een mooier daglicht kan plaatsen.
    Ja, Bonjour Congo heeft aandacht voor de geschiedenis. Het werd nu eenmaal gemaakt naar aanleiding van 50 jaar Congo. Maar die geschiedenis wordt enkel aangeraakt in zoverre ze de huidige toestand mee verklaart. De nadruk ligt op wat er in Congo nù gebeurt en wie er in Congo nù dingen probeert. En dus interviewen we een vakbondsleidster in Kalémie en een paar enthousiastelingen die een cultureel centrum uit de grond stampten in de Kivu. We tonen misbruikte en gediscrimineerde pygmeeën in Kinshasa (!) en opgedraaide sekteleden in Yakoko. We spreken met een middenstander in Kisangani die tijdens alle oorlogen met zijnblote handen is blijven verderknokken en met polio-patiënten in Kinshasa die van hun handicap een troef hebben gemaakt. We trekken op met de (louche maar wél hard werkende) gouverneur van Katanga , Katumbi, en met een vrouwelijke majoor van de zedenpolitie in Bukavu die verkrachte meisjes opvangt.
    Ik beken schuld: we hebben het niét over de landbouwcoöperatieven. Net zoals we het over tientallen en tientallen delen van de Congolese realiteit niet hebben. Geef ons nog een aflevering of 100 in plaats van de geplande 6 en dat komt allemaal in orde.

  2. Ik geef Jan Aertsen groot gelijk. Er zit veel meer in de Kongolese geschiedenis en haar maatschappij dan enkel de koloniale bijdrage.
    Het verhaal rond Kongolese landbouw verenigingen kent ook enkele minpunten en MAGRIVI springt daar boven uit, maar ja, wie keek daar toen naar…

  3. Het punt is vooral dat Congolezen zelf veel meer aan het woord moeten komen; ook in de media. Waarom bv. geen Congolese journalist een reportage laten draaien voor vrt?

  4. Als we – in wat zal het zijn, 2030?- hopelijk 50 jaar Vredeseilanden mogen vieren, zullen we het toch ook niet enkel over de projecten van het lopende jaar hebben, wel? Terugkijken hoeft niet per definitie gelijk te staan aan nostalgie. Het kan ook onderzoek en kennisgeving heten. Er is inderdaad veel van het een, maar ook veel van het ander. De drie vellen van die 80 gewraakte Congo-pagina’s die ikzelf heb besmeurd, gingen, dacht ik toch, over hoe kunstenaars in Kinshasa vandaag hun praktijk beoefenen, om het Congo van morgen mee te helpen scheppen. Bij die praktijk hoort vandaag ook de Cinquantennaire. Nostalgie? We zien allemaal wat we willen zien. Maar bedankt voor de feiten, wel.