Spektakel in de dramademocratie!
De vraag alleen al zal wel niet gepermitteerd zijn, maar toch: wat is het aandeel van onze media in deze ‘regimecrisis’? Was het de voorbije tien dagen enkel een kwestie van gebeurtenissen duiden en analyseren?
Door Tom Cochez
Geen enkele redactie ontsnapt eraan. Een regering die valt of op het punt staat te vallen, doet de adrenaline stromen. Het mag cynisch klinken, maar het is niet anders: politieke crises betekenen hoogdagen voor de (politieke) journalist. Geruchten beginnen de ronde te doen, persberichten rollen binnen en telefoons rinkelen onafgebroken. De zenuwen gieren door het redactielokaal.
Blutsen en builen
Dat is het moment waarop journalisten worden gevat door een vreemde sensatie: een mengelmoes van spanning, het besef op de eerste rij te staan waar misschien wel geschiedenis wordt geschreven en, sommigen zullen het durven toegeven, ook een tikje sensatiezucht.
Het zijn de dagen waarvan de nachten kort en de werkuren lang zijn. Waarop meer pizza’s, frieten en Chinees wordt gegeten dan goed is voor een mens. Maar niemand maalt daarom. Het zijn ten slotte ook de momenten waarop verslag uitbrengen over politiek niet langer synoniem staat met het doorploegen van saaie dossiers. Neen, op zo’n moment gaat het om het tellen van de blutsen en de builen. Dat gebeurt in de (politieke) journalistiek vandaag sowieso steeds vaker, maar van zodra er un parfum de crise door de Wetstraat waart, lijkt de vrijgeleide totaal.
Exclusieve stamp
De zoektocht naar drama en sensatie haalt de bovenhand op de rustige analyse
Journalisten worden dan, meer nog dan anders, medespelers in het grotere schouwtoneel waarover ze verslag uitbrengen. Vaak gebeurt dat indirect. In de eerste plaats door de drang om de zaken op scherp te zetten en te scoren met ‘nieuws’ dat de concurrentie niet heeft.
Gelukkig is er nog ruimte voor de vanzelfsprekende journalistieke vraag ‘wat gebeurt er hier nu precies?’, maar steeds vaker lijkt die het af te moeten leggen tegen de race om de hardste quote van Bart De Wever of de ultieme sabotagepoging van Olivier Maingain. Wie biedt de FDF-voorman een lont aan om de oplossing van Dehaene te doen ontploffen? Wie zet zijn kolommen open voor de exclusieve stamp van Bart De Wever of de reacties daarop van Didier Reynders? Daar draait het steeds vaker om. De zoektocht naar drama en sensatie haalt de bovenhand op de rustige analyse. Het zijn niet de journalisten die de correcte analyses maken – gelukkig bestaan ze nog – die een aai over de bol krijgen, wel de man of de vrouw die erin slaagt het gasvuur onder de al overkokende pot nog wat verder open te draaien.
Onvermogen
Ook politici of politicologen die kalmte prediken, die vragen stellen bij het woord ‘regimecrisis’, die zeggen dat ons land ooit al voor hetere vuren heeft gestaan, kunnen het wel schudden. In het allerbeste geval worden ze naar de binnenbladzijden of naar de opiniepagina’s verwezen, of ze kunnen terecht bij Phara, maar in het brandpunt van de belangstelling is voor hen nauwelijks plaats. “Het is allemaal niet zo erg” is nu eenmaal een kop die minder kranten doet verkopen dan iets als “Regimecrisis totaal”.
Ja, kranten schrijven natuurlijk wel dat er dringend aandacht zou moeten komen voor de sociaal-economische dossiers, voor de zaken die er echt toe doen, in plaats van eeuwig rondjes rond BHV te draaien. Ze vermelden graag dat de nieuwe generatie politici zich verliest in opbod en het onvermogen om compromissen te sluiten wegspoelt met alweer een ‘non’ of een ‘onbespreekbaar’.
Foutieve informatie
Het mantra is bekend, maar vervolgens schrijven dezelfde kranten wel gewoon verder over wie uithaalt naar wie. Vijf pagina’s. Als het moet tien. Dat hangt in de eerste plaats af van welke stoere taal er te rapen valt en welke exclusieve – want alleen in die krant te lezen – provocatie de boel verder aan flarden schiet. Het zal allemaal wel onder het recht op informatie vallen. De lezer, de kijker, de consument: ze moeten uiteindelijk toch weten wat er allemaal gebeurt.
Helaas is dat recht op informatie vandaag verworden tot een soort stoplap om zowat alle redactionele beslissingen aan de buitenwereld te verkopen. Of beter, om meer kranten aan de buitenwereld te verkopen.
Of het levert extra kijkcijfers op. Neem nu Villa Politica. Het jachtige toontje waarmee Linda De Win door de gangen van het parlement zoeft en het nieuws soms letterlijk ter plekke ‘maakt’, sluit haast per definitie elke vorm van reflectie uit. In het heetst van de strijd worden dan vragen gesteld die louter op geruchten of zelfs foutieve informatie berusten. Dat kan in de gegeven omstandigheden haast niet anders. Ook krantenredacties raken tijdens een crisis zo in de ban van hun onderwerp dat reflectie het vaak moet afleggen tegen scoringsdrift, maar wat Villa Politica doet, is analyse à la minute. Het soort analyses die vroeger, in andere crisissituaties, nooit werden gemaakt en dus ook niet meespeelden in de dynamiek van zo’n crisis.
Harde taal
Lees daarin vooral geen uithaal naar Linda De Win. Ze doet haar werk wonderbaarlijk goed, alleen is het maar de vraag of haar job echt noodzakelijk is. Uiteindelijk degradeert die de politiek tot het niveau van een voetbalwedstrijd waarbij live commentaar wordt gegeven. Al dan niet in duopresentatie.
Zou het kunnen dat de snelheid waarmee vandaag geschoten en gereageerd wordt, in combinatie met de selectie van wat provocatief en dus relevant nieuws is, de politieke crisis voor een deel mee heeft gemaakt tot wat hij nu is?
Natuurlijk zijn het de politici zelf die de quotes leveren. Natuurlijk zijn zij het die de harde taal spreken. Maar het zijn wel de kranten, Terzake en Villa Politica die ervoor kiezen om een vergrootglas te plaatsen op wie het snelst en het hardst brult. Die journalistieke / commerciële keuzes genereren bijkomende politieke druk, die tot nieuwe wendingen leidt.
Pavloviaans
Neem N-VA als voorbeeld. In de hele BHV-crisis staat die partij feitelijk aan de zijlijn. Hoogstens met de dreiging uit de Vlaamse regering te stappen kan ze enige politieke relevantie claimen. En toch was Bart De Wever de voorbije dagen een zeer graag geziene gast. Zowel in kranten als in tv-studio’s . Daar is maar één echte reden voor: Bart De Wever kan het sappig en cru vertellen en dat doet kranten verkopen. Ideologische voorkeuren spelen daarbij niet of nauwelijks nog een rol. Het zijn meer dan ooit commerciële belangen die sturen. Of het nu om Ronald Janssens, Kuregem of de Wetstraat gaat: spektakel moet en zal er zijn.
Het droeve hoogtepunt werd vorige week donderdag bereikt. Pavloviaans gutste het kwijl al enkele dagen in steile beken naar beneden bij de aangekondigde clash in de Kamer tussen Vlamingen en Franstaligen. Beide taalgroepen zouden elkaar op zijn minst verbaal en met wat geluk ook echt fysiek naar de keel vliegen. Toen de Franstaligen de alarmbel lieten rinkelen en daarmee het groots aangekondigde spektakel in één klap van tafel veegden, zakte de hele zaak als een soufflé in elkaar. Dat was de metafoor waarvan commentatoren op radio, televisie en in kranten zich hoofdschuddend bedienden. Blijkbaar zonder zich ook maar een moment af te vragen wie die soufflé nu precies had bereid.
Meer lezen over de verkiezingscampagne van 2010? Klik dan door naar het chronologisch overzicht van alle artikels uit deze reeks.



















Een zeer knap stuk.
Onze politieke journalistiek lijkt steeds meer te lijden aan ‘Bold & the Beautiful’ – syndroom.
B.B.
Beter voor ‘Soufflé’: opwinding, uitzettende bloedvaten, blauwtje lopen. U mag er zelf de Bart De Wever versie bijdenken ;-(
(twee ‘f’-en in soufflé – ik zou het durven zweren)
“Of het nu om Ronald Janssens, Kuregem of de Wetstraat gaat: spektakel moet en zal er zijn.”
Het stuk concentreert zich op politieke verslaggeving, maar deze (naar mijn smaak iets te korte) opmerking verwijst terecht ook naar andere velden binnen de journalistiek. Het steeds grotere belang van nieuwswaarden als persoonlijk conflict, sensatie en snelheid zet het hele beroepsveld onder druk. Na elke crisis volgt er een moment van bezinning binnen de media, waarin opiniestukken, debatten en verklaringen telkens opnieuw een ambiance van verandering uitademen. Jammer genoeg lijken ook deze golven van introspectie onderhevig aan de nieuwswaarden, waaraan ze trachten te ontsnappen. Een duurzaam debat is er, in mijn ervaring, nog niet van gekomen.
Heel even zag ik iets roeren na het essay van Geert Buelens. Heel even.
@ Agnes: We hebben de fout rechtgezet. Bedankt om het te melden!
Het is vreselijk irritant en frustrerend om te zien en horen hoe de media al heel lang het land mee om zeep helpen…Lezersbrieven die tegen de stemmigmakerij en sensatiezucht willen ingaan, worden zelden gepubliceerd tenzij schrijver ervan een BV is; ook commentaren die beschaafd geformuleerd worden maar niet passen in het kraam van moderator Terzake ea. worden gecensureerd. Gevolg is verkeerde weergave van wat Belgen willen en denken. Kritische neutrale Belgische berichtgeving is praktisch onbestaand, Terzake en Zevende Dag worden thuis al niet meer bekeken, met alle respect voor Linda, ook naar Villa kijkend denk ik vaak, laat me toch het debat volgen ipv te onderbreken met blabla. En de kwaliteitskranten DM en DS zijn allang niet meer zo kwaliteitsvol. Drama, sensatie, ongelukken, moord, schandaaltjes, lifestyle … Ik vind het intriest. Is dit omkeerbaar?
Naar mijn mening stellen de media zichzelf – in het huidige journalistieke landschap – slechts sporadisch in vraag. Wanneer een journalist, zelfs na herhaaldelijk bezinnen in post-crisisfasen, nog steeds beslist om professionaliteit vlotjes te linken aan sensatie, geruchten en soms zelfs flagrante leugens, dan stel ik me verontrust vragen bij de beroepsethiek die zo’n man/vrouw aan de dag legt. Men zou er immers toch wel van mogen uitgaan, dat mensen uit hoofde van een ontzettend belangrijke functie op tal van levensdomeinen, zich terdege bewust zijn van de maatschappelijke verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat.
Ongeacht mogelijke ‘top-to-bottom’ commercialiseringsdrang en de haast ondraaglijke stress die daaruit voortspruit, dient het verschaffen van waarheidsgetrouwe informatie – geduid binnen een objectief kader – met voorsprong dé prioriteit te zijn. Trouwens, ligt hier eigenlijk wel de oorsprong voor het probleem !?
Zonder afbreuk te willen doen aan de weinigen die wél nog blijk van enige beroepsernst geven, neemt mijn wantrouwen gestaag toe en twijfel ik aan het spontane karakter van het door Dhr. Cochez beschreven proces van kwaliteitsvervaging en sensatiezucht. Zou het kunnen zijn, dat men zich binnen het huidige journalistieke wereldje, weldegelijk bewust is van de macht waarover men beschikt ? Zou een mogelijke win-win-situatie voor respectievelijk de politieke en journalistieke machten in dit land, de drijvende kracht kunnen zijn voor het kelderend normbesef ? Het mutualiteitsbeginsel doet – in tijden van constitutionele onzekerheid – vermoeden van wel. Temeer omdat een overduidelijke discrepantie tussen datgene wat politiek/media waarnemen enerzijds en het – door een uitgesproken deel van de bevolking – waargenome anderzijds, enkel mogelijk is wanneer één van beide partijen te kampen heeft met een vlaag van totale zinsverbijstering, realiteitsontkenning en/of machtsgeilheid. Ik denk dat het in deze geenszins de bevolking is die – ladderzat en met zorgvuldig geregisseerd discours – de eigen waardigheid verloochent, maar wel dat een politiek-journalistieke personificatie van Faust een schijnbaar democratisch proces manipuleert !
Moge daarom iedereen oogsten wat ze gezaaid hebben en zich de wijsheid koesteren dat een verdord landschap enkel vruchtbaar wordt na een zuiverende overstroming, niet door het imperialisme van de verbrandde aarde !
@Bjorn Mous
Een krantenredactie, de enige biotoop die ik uit ervaring een beetje ken, telt gelukkig nog heel wat mensen die het bijzonder goed voor hebben met media, politiek en maatschappij. Ik neem aan dat het bij radio en televisie niet anders is. De grote meerderheid van het voetvolk wil niet liever dan dwars en kritisch journalistiek bedrijven. Plooit zich daarvoor vaak ook dubbel. Het probleem zit een niveau hoger. Bij de hoofdredacties die, in schril contrast met vroeger, zeer nauw luisteren naar de uitgevers. Dat ze zelf, via een bonussysteem afgerekend worden op basis van verkoopcijfers en budgetcontrole is een jammerlijke evolutie die niet enkel in de banksector brokken heeft gemaakt.
@Jan Verdonck
Het stuk meldt nergens dat n-va politiek irrelevant zou zijn. Er staat enkel dat de partij in de hele BHV-crisis feitelijk aan de zijlijn staat en hoogstens met de dreiging uit de Vlaamse regering te stappen enige politieke relevantie kan claimen.
Jongens toch,
Hoe onwetend kan je zijn als je niet ziet dat de N-VA momenteel de belangrijkste politieke factor in dit land is? Logisch dat ze de nodige aandacht krijgen dus.
proficiat tom cochez met het mooi geschreven stuk
alleen jammer dat je de indruk wekt tot een nieuw inzicht te zijn gekomen. dat de media gedreven worden door de lees- en kijkcijfers (en dus verkoopcijfers -en weinig anders dan dat) is een trend die in 1989 is ingezet en er alleen maar erger op is geworden.
weg met siegfried bracke, bring us back walter zinzen.
@Tom Cochez
Goed om van iemand, die zich binnen die redactiebiotoop staande weet te houden, te vernemen dat de situatie minder erg is, dan ze naar buiten doet uitschijnen.
Het is inderdaad betreurenswaardig dat een doorgedreven managementsdenken, met begrippen als efficiëntie en kwaliteit (lees: kwantiteit), de journalistieke vrijheid en degelijkheid aan banden legt. Deze evolutie heeft zich de laatste decennia voltrokken binnen zowat alle sectoren, tot zelfs de non-profit toe.
Persoonlijk ervaar ik dan ook een conflict tussen de wijze waarop men, enerzijds top-down en anderzijds bottom-up, ‘kwaliteit’ vorm en inhoud tracht te geven. In de huidige context geven economische motieven meestal de doorslag, vraag dat maar aan al diegenen die, @the bottom, hun brood trachten te verdienen.
Hopenlijk slagen we er als samenleving in om de economisch kolkende onderstroom de baas te blijven en ons niet te laten meesleuren in één van zijn draaikolken. Ik vrees echter dat het niet bij natte voeten zal blijven !
@Tom: Medunkt dat ‘Het probleem zit altijd hoger’ van alle tijden is. Misschien toch net iets te makkelijk. Het probleem is dat we nog niet zo lang vrijheid van informatie genieten en dat het nog wennen is. Met al dat ge-’vroeger’ lijk je wel nostalgie te hebben naar de Pravda (nee, dat is erover: naar de partijpolitiek geïnfiltreerde kranten van jaren 60 tot 80) waar er vooral (nog?) veel tijd was om op de koffie te gaan met partijkopstukken.
Je hebt uiteraard wel gelijk dat binnen dat ‘wennen aan’ er een probleem is van concentratie van de macht & dus van eenheidsdenken (dat is ook waarom ik de moeite neem aan dit initiatief aktief deel te nemen) – er is nood aan een diversifikatie van het eigenaarschap in de media. En aan meer dingen als Apache – maar dan vooral aan meer mensen die aktief zijn op dingen als Apache.
En aan artikelschrijvers die persoonlijk beschikbaar zijn om open & bloot te reageren op de reakties op hun artikels
Bedankt daarvoor!