Journalisten met een scherpe pen en een weerbarstig karakter schrijven over wat er echt toe doet. Nieuws, analyse, opinie en satire. Kritisch en ongebonden. Omdat het nodig is.

Onderdrukking en ontworteling op Cinema Novo

De 27ste editie van het Cinema Novo Festival, die zondagavond werd afgesloten, was zowel artistiek als op het gebied van publieksbelangstelling een topeditie. Als platform voor wereldcinema is het Brugse filmfestival een uniek project in België. De voornaamste reden om het festival te bezoeken is de unieke kans om films mee te pikken die hier vaak hun enige Belgische vertoning krijgen.

Door Christophe Van Eecke

'La Teta Asustada': een van de vele films die op Cinema Novo voor het eerst te zien was in België.

Dit jaar telden we maar liefst zestien Belgische premières en 26 films die onuitgegeven zijn in ons land. Zoals ieder jaar bracht het festival daarnaast ook een aantal toppers, zoals de Belgische première van het claustrofobische oorlogsdrama Lebanon (Levanone, Samuel Maoz, 2009), de openingsfilm, of La teta asustada (Claudia Llosa, 2009), dat vorig jaar de Gouden Beer in Berlijn won. Die laatste film vertelt het verhaal van een jonge Peruviaanse vrouw die aan neurotische angst lijdt die haar met de moedermelk zou zijn ingegeven ten tijde van de terreur in de jaren tachtig. Vandaar de titel: ‘de geschrokken tepel’. Symbool van haar angst is een aardappel die in haar vagina werd ingebracht om verkrachtingen te vermijden en nu haar baarmoeder infecteert.

Seksueel rollenspel

Een terugkerend thema in veel films, en doorheen de verschillende jaargangen van het festival, is de strijd tussen traditie en moderniteit, vooral in het Midden-Oosten. In die zin is de focus op Turkije zeker niet toevallig: het land neemt niet alleen steeds nadrukkelijker zijn plaats in het internationale filmveld in, onder meer door het succes van regisseur Nuri Bilge Ceylan, maar is als kantelpunt tussen Europa en Azië ook de smeltkroes bij uitstek waarin nieuwe identiteiten vorm krijgen. Daarbij valt vooral de toenemende verwestersing van het land op. Grootsteden in het Midden-Oosten lijken steeds meer op westerse steden, met dezelfde wagens, dezelfde domotica en stilaan ook dezelfde gedragspatronen, zeker bij de burgerlijke middenklasse en de intellectuele bovenlagen. Dat is zo in Turkije, het is zo in Marokko en het is zo in Iran.

Een fraai voorbeeld van deze tendens is Two Lines (Iki Cizgi, 2008) van Selim Evci, een relatiedrama waarin een jong koppel er met de wagen op uittrekt om hun verschraalde relatie nieuw leven in te blazen. Zij is een zakenvrouw, hij een fotograaf die passanten op straat fotografeert maar vanuit zijn doka ook de meisjes in het overliggende appartement begluurt. Hun relatie staat op een laag pitje, maar de poging om door een vakantie aan zee het vuur terug aan te wakkeren loopt fout wanneer ze halverwege zonder benzine vallen. Uiteindelijk strandt het paar, al dan niet toevallig, in een motel waar prostituees hun klanten ontvangen. Hun frustraties exploderen in een seksueel rollenspel.

Een cynisch njet

De film roept onvermijdelijk associaties op met Climates (Iklimer, 2006) van Nuri Bilge Ceylan, dat vorig jaar hoge toppen scheerde op Cinema Novo, en daarna in de bioscopen. Deze films tonen jonge Turkse intelligentsia als moderne mensen met dezelfde relationele en seksuele verlangens als westerlingen. Traditionele taboes spelen in die grootstedelijke context amper nog een rol.

In dit opzicht was ook My Tehran For Sale (2009) van Granaz Moussavi niet te versmaden: een beklijvende film die voor een stuk clandestien werd gefilmd in de culturele underground van hedendaags Teheran, waar Marzieh (met fenomenale naturel vertolkt door Marzieh Vafamehr), een jonge actrice wier werk door het regime wordt verboden, via een huwelijk met een bevriend Australiër aan een visum probeert te geraken. Dat plan loopt ontzettend vlot, tot Merzieh de resultaten van haar medisch onderzoek ontvangt en seropositief blijkt te zijn. Het huwelijk wordt afgeblazen en Merzieh moet hebben en houden verkopen om zich het land uit te laten smokkelen, enkel en alleen om bij de migratiediensten van Australië op een cynisch njet te stoten, met het vriendelijke aanbod haar terugkeer naar haar land van herkomst te helpen organiseren.

De positie van seksuele minderheden in Pakistan kwam bijzonder verrassend aan bod in de documentaire Kiss the Moon (Chan di chummi, 2009) van Khalid Gill, een portret van een groepje ‘Khusras’: transseksuelen die een hechte subcultuur vormen, maar ook een belangrijke rituele rol spelen in het Pakistaanse leven. Die vrouwen worden namelijk vaak gevraagd om rituele dansen op te voeren bij huwelijken en geboorten. Voor de transgenders is dat hun voornaamste bron van inkomsten. Hoewel de vrouwen vaak het misprijzen van hun medeburgers te beurt valt, is niet alleen hun moed en onderlinge kameraadschap opmerkelijk, maar ook het feit dat ze, onder meer vanuit hun rituele rol, toch lijken te worden gedoogd in een gemeenschap en een land die niet meteen een reputatie van ruimdenkendheid hebben.

Zeer bruusk

Ook de Egyptische cinema worstelt met het niemandsland tussen moderniteit en traditie. Een krachtig voorbeeld is Scheherazade: Tell Me A Story (Ehky ya Scheherazade, 2009) van Yousry Nasrallah over een succesvol mediakoppel in het hedendaagse Caïro. Hebba (Mona Zaki) presenteert een televisieprogramma waarin ze politici het vuur aan de schenen legt en politiek en sociaal onrecht aankaart. Haar man Karim (Hassan El Raddad) werkt als journalist en maakt kans op de post van hoofdredacteur bij de nationale krant. De bonzen stellen echter als voorwaarde voor de promotie dat hij Hebba terugfluit. Hebba geeft toe en maakt een reeks programma’s waarin ze vrouwen aan het woord laat over liefde en leven. Maar al snel blijkt dat alles politiek is in een land waar kerk en staat vervlochten zijn en mannen nog altijd als chauvinisten door het leven gaan. De verhalen van de vrouwen, die stuk voor stuk getuigen over hoe mannen vrouwen uitbuiten of onderdrukken, ontwikkelen zich als films-in-de-film, in de stijl van de verhalen van duizend-en-één nacht.

De Egyptische film 'Scheherazade: Tell Me A Story' is zowel toegankelijk als artistiek integer.

Hebba’s bewustwording van haar bevoorrechte status als mediaster komt zeer bruusk: tijdens een blitsbezoek aan een parfumerie wordt ze aangesproken door een elegant uitgedoste verkoopster die in tweestrijd leeft. Volgens haar toont Hebba in haar programma geen echte mensen. De vrouw biedt aan om Hebba mee te nemen op een tocht door het echte Caïro. De film snijdt daarna bruusk naar een scène van de mondaine Hebba in westerse make-up tussen gesluierde vrouwen op de metro. Haar onbehagen is bijna tastbaar en is voor Hebba aanleiding om het verhaal van gewone vrouwen op televisie te brengen. Uiteindelijk wordt ze zelf slachtoffer van de onderdrukking die ze aanklaagt: door de explosieve aard van haar programma’s loopt haar man de promotie mis en hij werkt zijn frustratie met zijn vuisten op haar uit.

Controversiële thema’s

Binnen de traditie van de raamvertelling hoort uiteraard ook een luik over vrouwenlisten, en dat is meteen het centrale en langste verhaal in Scheherazade, over drie zussen die na de dood van hun vader zijn zaak voor schilderstoebehoren overnemen. Al snel ontdekken de eigengereide zussen dat ze toch behoefte hebben aan een man in huis en ze besluiten een ingenieus plan op te zetten: ze zullen alle drie de knappe jongeman verleiden die in de winkel werkt, in de hoop dat hij één van hen zal kiezen om te huwen. De jongeman laat zich al die vrouwelijke aandacht best welgevallen en gaat met alle drie in het geheim een seksuele relatie aan. Hij legt zelfs met elk van de drie religieuze huwelijksgeloften af. Als zijn drievoudig bedrog aan het licht komt, zijn de gevolgen echter fataal.

Regisseur Yousry Nasrallah heeft met Scheherazade een film gemaakt die verder borduurt op The Aquarium (2008), zijn vorige film die vorig jaar op Cinema Novo te zien was. Daarin volgde hij een radiomaakster die controversiële thema’s aankaart in haar programma en daardoor in conflict raakt met haar oversten. Maar met zijn nieuwe film doet Nasrallah een enorme stap vooruit. The Aquarium oogde modern maar was soms iets te barok in structuur. Scheherazade raast echter over het scherm in een perfect evenwicht tussen drama, sociale kritiek en perfect gedoseerde humor. De film was een enorm kassucces in Egypte en dat mag niet verbazen: dit is intelligente cinema die sociaal onrecht op een toegankelijke manier aanklaagt en tegelijk artistiek integer blijft door de complexiteit van de problematiek niet te verdoezelen.

Magisch-realistische ondertoon

Casanegra (Nour-Eddine Lakhman, 2008) kon daarentegen veel minder overtuigen. Ook in die film, waarmee Marokko naar de Oscar voor beste niet-Engelstalige film dong, worden controversiële thema’s (huiselijk geweld, travestie, drugsgebruik) aangekaart in het verhaal van twee jongemannen die geld proberen te sprokkelen om Marokko te verlaten. De film begint in indrukwekkende noir-stijl met de begintitels die in neonletters op de gevels van een verlaten nachtelijk Casablanca zijn aangebracht. Daarna nestelt de film zich echter in voorspelbare vertelpatronen en situaties doorspekt met niet altijd even realistische ontwikkelingen en een aantal scènes die vooral op effect mikken bij het jonge publiek. Casanegra is blitse en moderne cinema, uitstekend entertainment, maar beslist geen uitdagende cinema.

‘Border’ is een film die het publiek geen moment rust gunt en op die manier de terreur van het leven in oorlogsgebied bijna tastbaar maakt

Eén van de grote verwachtingen van deze editie van het festival was de slotfilm: Women Without Men (Zanan-e bedun-e mardan, 2009) van Shirin Neshat en Shoja Azari. Net als Scheherazade is deze film een vlechtwerk van verhalen over onderdrukte vrouwen. Neshats film is echter gesitueerd tegen de achtergrond van de militaire coup in Iran in 1953. Vier vrouwen ontvluchten hun onderdrukking door mannen en komen samen in een afgesloten boomgaard, waar ze zonder mannen leven. De film heeft een magisch-realistische ondertoon. Eén van de hoofdfiguren is een vrouw die uit de dood is teruggekeerd na haar zelfmoord om aan de terreur van haar dominante broer te ontsnappen. Zij leidt op haar beurt een andere vrouw, die door twee mannen is verkracht, naar de magische boomgaard. De boomgaard zelf is gekocht door een officiersvrouw die haar liefdeloze huwelijk is ontvlucht. Het meest enigmatische personage is een jonge prostituee die op een dag merkt dat de mannen om haar heen geen gezichten meer hebben. Nadat ze zich tot bloedens toe heeft proberen schoon te schrobben in het badhuis belandt ze bijna toevallig in de magische boomgaard.

Overdreven gestileerd

Neshat is vooral bekend als beeldend kunstenares die vaak kritisch commentaar geeft op zowel de islam als de onderdrukte positie van de vrouw. Women Without Men was ook de titel van een cyclus foto’s die ze over hetzelfde thema gemaakt had. De film overtuigt echter niet volledig. De vervlechting van de vier verhalen verloopt niet naadloos. De vier vrouwen wonen wel samen in de boomgaard, maar ze komen niet echt samen in de zin dat we hen nooit ervaren (of zelfs te zien krijgen) als een hechte groep die de buitenwereld de rug heeft toegekeerd.

Bovendien springt de film heen en weer tussen het magisch-realisme van de boomgaard en het realisme van de historische achtergrond, waar één van de vier vrouwen als communistisch activiste bij betrokken is. Die dubbele laag overtuigt niet, vooral omdat het magisch-realisme van de boomgaard te oppervlakkig is uitgewerkt. In die zin mist de film, die in mooie sepiakleuren is gefilmd, magie en verwondering. Neshat beschikte over een prachtige boomgaard met landhuis als locatie, maar ze doet er bijna niets mee, behalve wat mistslierten rondstrooien die zeer duidelijk door rookmachines zijn gemaakt (een wat klungelig effect). Het resultaat oogt op een vreemde manier afstandelijk en overdreven gestileerd, waardoor men als kijker nooit echt emotioneel betrokken raakt bij de personages.

Latent geweld

Door Women Without Men als slotfilm te programmeren hebben de organisatoren van Cinema Novo in elk geval duidelijk gemaakt dat de onderdrukking van de vrouw in de islamwereld dit jaar een centraal thema was. Wat in al die films opvalt, is de directe en vaak confronterende manier waarop die onderdrukking wordt getoond, inclusief het fysieke geweld dat daarmee gepaard gaat. De films tonen de moed en vindingrijkheid van vrouwen die vaak letterlijk achter sluiers verborgen worden gehouden en die vechten voor ieder stukje vrijheid dat ze kunnen afdwingen. De mannen komen er in al die films bekaaid vanaf: ze zijn charmeurs en goede echtgenoten, tot er iets gebeurt dat hen niet bevalt. Dan moet de vrouw het ontgelden. Zelfs de moderne mannen zijn lomp, arrogant, achterbaks en agressief en zien vrouwen vooral als handige gebruiksvoorwerpen.

De thematiek van identiteit en ontworteling kreeg een sublieme filmische metafoor in Border (Sahman, 2009) van de Georgische regisseur Harutyun Khatchatryan, de film die meteen mag gelden als de revelatie van het festival. Het verhaal speelt zich af op een boerderij tijdens het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan in de jaren negentig en is op feiten gebaseerd. Op een dag vinden twee boeren een zwangere koe die in een diepe gracht is gesukkeld. Ze nemen het dier mee naar hun boerderij aan de andere kant van de zwaar bewapende grens. In de hele film wordt geen woord gesproken, maar bekijken we de onderdrukkende sfeer van latent geweld in de grensstreek door de ogen van de koe. Dat betekent dat de camera een uiterst subjectief standpunt inneemt, vaak onnatuurlijk dicht op zijn onderwerp zit, plaatsen en figuren maar gedeeltelijk te zien zijn en er maar met moeite een globaal beeld van de omgeving ontstaat.

Radicale stijlbreuk

Border is een ontluistering van het genre van de pastorale. Terwijl de boeren proberen het dagelijkse leven voort te zetten (het slachten van een koe voor voedsel, het hoeden en melken van de kudde geiten, het bouwen van een nieuwe stal), hangt er een constante sfeer van dreiging over de gebeurtenissen. Vliegtuigen die voorbijrazen en een desoriënterende, minimalistische soundtrack van componist Avet Terteryan creëren een bedrukkend, ademloos platteland waar je constant anticipeert op mogelijk onheil. Border is een film die het publiek geen moment rust gunt en op die manier de terreur van het leven in oorlogsgebied bijna tastbaar maakt. De koe zelf probeert meermaals uit te breken en terug te keren naar de grens, want aan de andere kant van de dubbele laag prikkeldraad staat de kudde waaruit ze is weggerukt.

De kracht van Border ligt in het documentaire karakter van de film. Niets lijkt in scène te zijn gezet en het dagelijks leven op de boerderij gaat heel vanzelfsprekend zijn gang. Geleidelijk wordt de film echter meer en meer gestileerd, vooral door de indringende manipulatie van de soundtrack. Dan maakt regisseur Khachatryan een plotse ommekeer: tijdens een traditioneel huwelijksfeest gaan de stallen van de boerderij in vlammen op. In een radicale stijlbreuk rijst de camera omhoog om ons een panorama van de brand te bieden, waardoor de film overslaat van beklemmende quasidocumentaire naar een machtig metafysisch drama in de lijn van het werk van Béla Tarr. Het is een zeer riskante overgang. De sowieso al zeer dissonante toon van de film schakelt over naar een kunstmatige modus waarin alles wat eerst realistisch leek opeens metaforisch moet worden gelezen. Door die omslag verandert de film van een observatie van de menselijke conditie in een metafoor voor de menselijke conditie.

Zwellend crescendo

Het is een gedurfde demarche die briljant slaagt. Khachatryan lost alle verwachtingen in door voor zijn slotbeeld een door en door metaforische enscenering te kiezen. De koe is uitgebroken tijdens de brand en door het prikkeldraad van de grens gebroken. Maar nu zit ze gevangen in het smalle niemandsland tussen de twee lagen prikkeldraad. Gewond zakt ze langzaam in elkaar en sterft terwijl naast haar een kalfje staat waaraan ze zopas het leven heeft geschonken.

Als metafoor voor een generatie geboren in een existentieel niemandsland is die scène bijna ondraaglijk bombastisch, maar als orgelpunt van een film die als één groot zwellend crescendo van dissonant onbehagen is geconstrueerd, is het een gepast slot. Hoewel de film geen seconde dialoog bevat, weinig tot geen plot en voor het grootste deel uit observaties van het alledaagse bestaat, laat Border je achter met het gevoel alsof er een moker over je heen is gegaan. Het zoveelste bewijs, zo er nog bewijs nodig was, dat de meest relevante cinema vandaag niet langer in het Westen wordt gemaakt.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Als Apache zijn rekeningnummer geeft, geef ik graag wat geld.

1 reactie

  1. Het werd tijd dat dit inderdaad unieke filmfestival wat meer aandacht krijgt en niet enkel een kort artikeltje met sterretjes quoteringen. Het is belangrijk, zoals jullie doen, om stil te staan bij het waarom van het festival en het statement dat ze proberen te maken. Het wegvallen van De Morgen als mediasponsor enkele jaren geleden (wegens ‘besparingen’) was immers een groot verlies; tot dan toe zat het programmaboekje immers traditioneel als bijlage tussen DM.
    Naar Brugse maatstaven blijft het filmfestival één van de grootste culturele gebeurtenissen. Het kan een dooddoener zijn, maar Cinema Novo is een venster op de wereld en uniek voor Brugge, zonder een oordeel te willen vellen over Vlaamse zangfeesten, recordpogingen polonaise op de Markt, Chocolade –en Smaakweken, bierfestivals, Guido Gezellewandelingen…
    Die uniciteit ligt dus in de eerste plaats in de confrontatie met andere culturen. Dat kan een oogstrelende virtuele reis zijn doorheen de Mongoolse steppen of een roadmovie door Argentinië. Maar het kan ook anders, directer. Wanneer tijdens een themadag eerst de schrijnende situatie van de (zwarte) kobaltzoekers in Katanga getoond wordt en daarna een dag uit het leven van de in exquise luxe badende George Forrest die de kobaltmijnen bezit, dan is dat relevant. Dat kobalt zit immers in al onze mobieltjes.
    Een tweede reden waarom Cinema Novo uniek blijft voor onze stad, doet me teruggrijpen naar de editie van 2006. Toen ondernam Cinema Novo, op het toppunt van zijn expansie, een (lang vergeten?) maar succesvolle poging om zelf een film te produceren. Aan enkele tijdelijke bewoners van het opvangcentrum voor asielzoekers van het Rode Kruis ‘De Patio’ in de Vlamingstraat werd gevraagd een kortfilm te maken: impressies van hun leven in een oud pand in Brugge, duizenden kilometers ver van huis. De kortfilm kreeg de naam ‘3 minutes d’histoire’ en werd geregisseerd door Sarah Van Dale. Het filmpje werd getoond bij de opening in het Concertgebouw. Wat een statement! 3 minutes d’histoire toonde dat diezelfde personages, die in films vaak de hoop op een beter leven vertolken, ook in ’t echt bestaan, en dat ze leven met enkele honderden, verborgen in onze stad.
    Een derde, luchtiger, reden is de onovertroffen, ondefinieerbare maar verslavende sfeer van het festival. Daar ligt de locatie in de binnenstad als belangrijkste troef natuurlijk voor de hand; maar ook de originele aankleding (wie herinnert zich nog de tot Chinese lantaarns omgebouwde straatverlichting in 2002?), het festivalcafé De Republiek en het ontwapenende enthousiasme van de festivalploeg blijven de centrale pijlers van Cinema Novo.

    Drie redenen dus waarom Cinema Novo een plaats onder de Brugse zon blijft verdienen. Knokken voor je centen, het heeft wel wat. Maar trop is trop, Cinema Novo verdient een structurele en lange termijnondersteuning.