‘Alle partijen zijn bang voor de digitale veranderingen waar cinema mee worstelt’
‘Het is verwonderlijk dat de wensen van het publiek niet of nauwelijks aan bod komen.’ Dat zegt Sophie De Vinck, onderzoeker bij IBBT-SMIT (verbonden aan de VUB), in een opiniestuk naar aanleiding van de nipt afgewende boycot van de film Alice in Wonderland. ‘Wettelijk vastleggen dat de consument pas na vier maanden recht heeft om een film op dvd te bekijken lijkt ons op lange termijn geen werkbare strategie.’
Door Sophie De Vinck, onderzoeker VUB
Fans van Johnny Depp kunnen opgelucht ademhalen, want vorige week kwam dan toch een einde aan de Belgische bioscoopboycot tegen Alice in Wonderland. Het einde van de polemiek over de ‘release windows’ is daarentegen nog lang niet in zicht.
Symptoombestrijding
In een lezersbrief in De Morgen van 4 maart pleitte Nico Simon (Utopolis) zelfs voor een Belgische wet die een termijn tussen de cinema- en dvd-release vastlegt.
Een wettelijke verankering van de inkomsten van cinema-uitbaters komt echter neer op symptoombestrijding. De dieperliggende kwestie, met name het wijzigende consumentengedrag in een digitale omgeving, vergt een proactieve in plaats van defensieve aanpak.
Piraterij
Achter het symbooldossier dat Alice in Wonderland de voorbije weken vormde, gaat een steekspel schuil tussen distributeurs en exploitanten. Hoge inzet is de trouw (maar vooral de portemonnee) van het publiek. Daarom is het verwonderlijk dat de wensen van dat publiek in het debat niet of nauwelijks aan bod komen. Wijzigend consumentengedrag wordt enkel als een bedreiging gezien, niet als een opportuniteit.
Wijzigend consumentengedrag wordt enkel als een bedreiging gezien, niet als een opportuniteit
Maar hoeft dat wel zo te zijn? Angst is in deze geen goede raadgever. Nochtans zijn alle betrokken partijen bang voor de digitale veranderingen waar de sector momenteel mee worstelt. Bang om de controle te verliezen. Bang om geld te verliezen. De distributeurs voelen zich bedreigd door de piraterij en ontwikkelen tal van strategieën om de consument terug naar de kassa te krijgen.
Comfort
Na een lange periode van repressieve en educatieve maatregelen worden de jongste tijd meer en meer experimenten gevoerd die mikken op een snellere en grotere beschikbaarheid van films. Alice is één voorbeeld, de exclusieve ‘video on demand’-release van de Oscargenomineerde film The Blind Side een ander. Dat maakt de cinema-uitbaters dan weer bang, want zij vrezen dat aan hun exclusieve vertoningskanaal geraakt wordt.
Die angsten zijn terecht. Een groot deel van het publiek is vandaag de dag gewoon om films te bekijken op een zelf gekozen tijdstip en plaats – en het liefst nog gratis ook. Distributeurs zullen de piraterij nooit helemaal kunnen indijken. Op hun beurt kunnen bioscoopuitbaters niet tegenhouden dat het comfort van de thuiservaring in die mate de hoogte in gaat dat het steeds moeilijker zal worden om het publiek uit zijn zetel en in de cinemazaal te krijgen.
Doorgedreven digitalisering
Niemand heeft echter baat bij een artificiële instandhouding van het oude systeem. Het publiek niet, maar ook de exploitanten, distributeurs en producenten niet. Wettelijk vastleggen dat de consument pas na vier maanden recht heeft om een film op dvd te bekijken lijkt ons op lange termijn geen werkbare strategie. We willen er in dat opzicht overigens op wijzen dat Frankrijk, dat inderdaad bij wet de termijnen van de ‘windows’ vastlegt, één van de enige Europese landen is die dat doet. Wettelijke bepalingen zoals mijnheer Simon voorstelt, zijn eerder uitzondering dan regel.
In plaats van een defensieve positie aan te nemen biedt een proactieve benadering veel meer perspectieven. Een dergelijke aanpak focust enerzijds op de voordelen die een doorgedreven digitalisering voor de bioscoopuitbaters met zich meebrengt om de uniciteit van de cinema-ervaring te benadrukken. Anderzijds houdt ze in dat de strategie van de ‘windows’ wordt benaderd vanuit de positie van het publiek en met het oog op een diverse filmervaring via een verscheidenheid aan platformen.
Groots opgezet
Laat ons in eerste instantie niet vergeten dat digitalisering voor cinema’s veel voordelen met zich meebrengt. Het gros van de kostenbesparingen komt inderdaad de distributeurs ten goede. Daarom ook voorzien de meeste digitaliseringplannen in een financiële bijdrage van die distributeurs aan de cinema-exploitanten (vaak door middel van de zogeheten ‘virtual print fee’, een extra vergoeding die betaald wordt voor elke digitale filmvertoning).
Ook de exploitanten zijn op korte én lange termijn echter gebaat bij een digitale ‘upgrade’ van hun zalen. Op korte termijn biedt de 3D-ervaring bijvoorbeeld een uitgelezen kans om de unieke positie van de cinemazaal ten opzichte van de huiskamer te benadrukken. Vanuit die optiek is het des te vreemder dat net van Alice in Wonderland een symboolkwestie is gemaakt. Dit is helemaal geen kleine, ‘onafhankelijke’ film die het moet hebben van mond-tot-mondreclame, maar een groots opgezet driedimensionaal spektakel. Voor een dergelijke 3D-ervaring kan de filmliefhebber voorlopig ook enkel in de bioscoop terecht en de vrees dat de consument zal wachten op de dvd-release lijkt dan ook ongegrond.
Tweedehands kopieën
De waarde van de bioscoopervaring ligt bovendien in veel meer dan het exclusief en als eerste aanbieden van een film. Op lange termijn kan digitalisering aangegrepen worden om volop de kaart van de publiekswerking en flexibiliteit te trekken en zo de aantrekkingskracht van de cinemazaal te verhogen. Terwijl kleinere cinema’s voordien weken en soms maanden moesten wachten om ‘tweedehands’ kopieën van een film te kunnen vertonen, krijgen zij (door de kostenbesparingen en verhoogde efficiëntie) nu de kans om de nieuwste films veel sneller te vertonen.
Thema-avonden (over Europese film bijvoorbeeld) en het vertonen van aangepaste alternatieve content (‘Opera in de cinema’ en dergelijke) bieden kansen om op lange termijn de diversiteit van het cinema-aanbod te vergroten. Het is in dat opzicht tekenend dat UGC, één van de ketens die Alice dreigden te boycotten, slechts één week voordien de beslissing nam om alsnog – na jaren talmen – te investeren in digitale bioscoopschermen.
Tegenspraak met realiteit
Naast een focus op de voordelen van digitale cinemazalen op zich moeten alle betrokken partijen in tweede instantie durven nadenken over de mogelijkheden die digitalisering in het algemeen biedt om films zo snel en zo ruim mogelijk via de diverse platformen – waaronder de cinemazaal – te verspreiden.
Ook een dergelijke herziening van de windows is publiekswerking en hoeft niet per se in tegenspraak te zijn met de belangen van de cinema-exploitanten. Bioscoopuitbaters benadrukten de voorbije weken meermaals hoe ‘kleinere’ films gebaat zijn bij een langzame opbouw, waarbij ze pas na ettelijke weken rendabel kunnen worden. Tegelijkertijd krijgen vooral dergelijke kleinere, onafhankelijke films vandaag slechts zelden groeikansen. Integendeel, ze worden steeds sneller, soms reeds na twee, drie weken, uit de zalen gehaald. Het discours van de bioscoophouders is hier duidelijk in tegenspraak met de realiteit.
Niet te onderschatten
Daardoor kunnen net die films paradoxaal genoeg baat hebben bij een inkorting van de ‘release windows’. Ze kunnen dan immers profiteren van de kortstondige ‘marketing buzz’ die een bioscooprelease met zich meebrengt om zo nagenoeg onmiddellijk een breder publiek aan te spreken binnen én buiten de cinemazalen. Vier à zes maanden later herinnert de doorsneeconsument zich immers nauwelijks nog dat hij die kleine arthouse film indertijd net gemist heeft in de bioscoop.
Sommige dingen veranderen niet, ook niet in een digitale context. Dat films hun publiek vinden, blijft het kernconcept voor waardecreatie in deze sector. In een digitale economie hebben diegenen die denken vanuit het publiek én de uniciteit en complementariteit van de verschillende filmervaringen vooropstellen – op groot, klein of zelfs mobiel scherm – dan ook een niet te onderschatten voorsprong.
Sophie De Vinck is onderzoeker aan het IBBT-SMIT, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze bereidt een doctoraat voor omtrent de digitale toekomst van de Europese filmindustrieën en de Europese filmsteunprogramma’s (MEDIA, Eurimages). Bovenstaand opiniestuk verscheen op zaterdag 6 maart als zwaar ingekorte lezersbrief in de krant De Morgen. Apache publiceert de integrale tekst.
Een maandelijkse storting is mij niet te veel om Apache te steunen.


E-mail dit artikel
Facebook
Twitter
Share dit artikel




Zeer interessante thesis … ben het er volledig mee eens dat (digitale) veranderingen in de cinema-sector vooral opportuniteiten met zich meebrengt. Ik vind het vooral raar dat de exploitant zo agressief reageert terwijl ze zelf naar extra ‘windows’ aan ‘t zoeken zijn, zoals opera in de cinema of voetbal op groot scherm … indien men de redenering zou doortrekken, zouden de operagebouwen en TV-zenders dan hun ‘windows’ ook niet moeten verdedigen ? …
Cinema is een totaalbeleving, dus zolang die extra beleving er is in een complex ipv. voor de TV of in je eigen cinema-ruimte, dan is er toch geen probleem, toch ? Alleen, wie voelt zich nog echt aangesproken om in een heuse zaal vol met luidruchtige, nachosvretende jongelui met luide GSM-tune te kijken naar film … Misschien zouden de complexen daar eens over nadenken vooraleer de distributeur van een allicht wonderlijke film zoals “Alice…” te betichten van broodroof …
Het belangrijkste aspect is en blijft toch dat er zoveel mogelijk filmliefhebbers de film in kwestie kunnen zien, ongeacht waar (en waneer). En daar de consument meer en meer het adagium ‘klant is koning’ in het vaandel draagt, lijkt me de langzame doch natuurlijk opheffing van het ‘windows systeem’ voor de hand liggend… Soderbergh heeft dit jaren geleden al begrepen. Nu nog de rest !