Overheidssteun en broccoli-journalistiek
De waarde van een goed is niet hetzelfde als de prijs die je voor dat goed kunt vragen. Dat weten we al langer. Voor journalistieke arbeid geldt dat ook, en dus komt de overheid het best tussenbeide. Toch?
Journalisten fungeren als waakhonden, hun onderzoek en scherpe analyses zijn belangrijk voor onze maatschappij. Maar het zware werk kost vaak meer geld dan het opbrengt, met als gevolg een afkalving van het aantal diepgaande reportages en een wildgroei aan kluitjesjournalistiek. Als de markt zo’n werk niet kan ondersteunen, is het ergens wiedes dat de overheid het betere werk beschermt en aanmoedigt. Het liefst met centen.
Maar helemaal correct is dat pleidooi voor overheidssubsidies aan de media ook weer niet. Ze gaat ervan uit dat de malaise in de journalistiek vandaag te wijten is aan op winst beluste krantengroepen, die geen respect meer hebben voor wat écht belangrijk is. De oplossing zou erin bestaan om de klok artificieel vijftig jaar terug te draaien, toen er wél nog geld was voor diepgravende journalistiek. En de overheid moet daarvoor opdraaien. Een griezelig vooruitzicht. Net nu moeten we meer dan ooit op zoek naar de toekomst van ons vak. We moeten naar nieuwe manieren zoeken om geld te verdienen en om de lezers zodanig te betrekken bij hun krant dat ze daar met graagte voor betalen.
Niemand is geholpen met een overheid die ons collectieve gebrek aan visie en zakelijk inzicht bedekt met de mantel der liefde. Business as usual is net níét wat we nodig hebben. De steeds luider wordende roep naar overheidssubsidiëring vanwege journalisten en de opkomst van zoveel journalistieke non-profits is een teken dat we de uitdaging om onszelf heruit te vinden al opgeven voor we goed en wel begonnen zijn.
Mensen zullen nooit willen betalen voor ons werk, dus dan moet de overheid dat maar doen. Defaitisme ten top. Zoals Jeff Jarvis schamper opmerkt: “This is the ultimate in broccoli journalism: You are not only forced to read what journalists say is good for you but you are now forced to pay for it through taxation.”
Kranten en media hebben het potentieel om zoveel te betekenen in het leven van mensen, om de wereld verstaanbaar te maken. Als de overheid de media wil helpen om dat potentieel om te zetten in de realiteit, dan kan ze betere keuzes maken dan een tanende industrie in leven te houden. Geld toestoppen aan de mainstreammedia is even nuttig als je geld verbranden. Een slimmere zet zou zijn dat de overheid geld vrijmaakt voor innovatie en journalistieke experimenten. Die publicaties steunen die een glimps geven op hoe een duurzaam mediabedrijf er in te toekomst moet uitzien. Die start-ups zijn misschien vandaag nog niet winstgevend en ze kunnen alle hulp gebruiken om niet kopje onder te gaan, maar het is daar dat we de businessmodellen en de journalistiek van morgen zullen vinden. Niet de logge reuzen van gisteren maar de journalistieke ondernemingen van vandaag en morgen zullen ons uit de mediacrisis helpen.
Die nieuwe spelers laten zich niet verleiden door de bevaderende gedachte dat wij als redacteur wel weten wat de lezer nodig heeft, en dat hij maar te slikken heeft. “Als je kinderen alleen opvoedt met zoetigheid, leren ze nooit te eten wat voedzaam en dus essentieel is” schreef Geert Buelens vorige kerst in De Standaard. Volgens Buelens schuilt er in die uitspraak geen betutteling maar verantwoordelijkheidsbesef. Wel, namens de lezer: we hebben je verantwoordelijkheidsbesef niet nodig, geef ons liever een goede krant die meegaat met haar tijd.
Redacties weigeren om fundamentele vragen te stellen over de nieuwe verwachtingspatronen van de nieuwslezer. Mensen willen de bredere context kennen achter een verhaal. Maar op de gemiddelde krantenwebsite vind je amper dossiers, en de zoekfunctie is onbruikbaar. Lezers willen meerwaarde. Maar kranten betalen liever een journalist om een bericht te herschrijven dat drie dagen eerder al elders te lezen viel. Lezers vragen een beetje waardering. Journalisten reageren amper op lezersbrieven of reacties online, en Facebook gebruiken ze enkel om links naar artikels te dumpen.
Te veel redacties weigeren om te geloven dat hun eigen product misschien wel eens zou kunnen tekortdoen. De toekomst ligt bij media die wél in eigen boezem durven kijken en niet meedoen aan die broccoli-journalistiek. Ondersteun die toekomst, niet het verleden.
Door Stijn Debrouwere, programmeur
Dit stuk is de bijdrage van Apache voor het ‘Handboek Crossmediale Journalistiek’, dat deze zomer verschijnt bij Boom Onderwijs.






















Ik ben het helemaal eens met je argumenten tegen overheidssubsidiëring. Maar waarom mag het dan opeens wel als het om “journalistieke experimenten” gaat? Ik vind dat evengoed “een teken dat we de uitdaging om onszelf heruit te vinden al opgeven voor we goed en wel begonnen zijn.”
@Kris: omdat er meer van zo’n experimenten nodig zijn om te tonen waar de toekomst ligt, en omdat je om te kunnen experimenteren ook wat financiële vrijheid nodig hebt. Maar ik zie het zelf eerder als een duwtje in de rug, net zoals het IBBT bijvoorbeeld innovatieve projecten in de technologische sfeer steunt. Er is niks mis met subsidies of projectsteun an sich, wél met structurele steun die niet verbonden is aan strikte voorwaarden of niet beperkt is in de tijd.
Meer reacties trouwens altijd welkom, dan kunnen we die inwerken in de definitieve tekst. Dank!
Financiële vrijheid is inderdaad nodig om te kunnen experimenteren, maar dat argument kunnen de traditionale media ook gebruiken. Als ze niet zo krap bij kas zouden zitten, zouden ze meer risico’s kunnen nemen op internet, meer tijd nemen om reacties van lezers te beantwoorden, of gewoon betere journalisten online kunnen inzetten (ik heb de indruk dat de meeste krantensites door stagiairs worden ingevuld).
Hoe trek je bovendien de grens tussen een medium dat subsidies verdient en een medium dat geen subsidies verdient? Dat er op reacties van lezers wordt geantwoord? Dat er dossiers op de site staan? Vanaf hoeveel woorden spreek van je een dossier in plaats van een artikel?
@Kris: zo werken subsidies niet hé
Het is geen objectieve lat waar je moet overspringen waarna je automatisch recht hebt op geld. Je dient een subsidiedossier in, en de partij die subsidieert evalueert of je voldoet aan de criteria en of je project de moeite waard is.
Dat betekent inderdaad dat pakweg De Persgroep of één van haar kranten evenzeer — in mijn ogen — recht zou hebben op subsidies, als ze kunnen bewijzen dat ze een innovatief project op poten hebben staan dat als inspiratie kan dienen voor de rest van de sector. Of dat Apache er geen zou verdienen als we binnen drie maanden nog geen stap verder staan dan vandaag.
‘t Is ons niet te doen om persoonlijke zelfverheerlijking.
Misschien is dit geen tautologische ‘persoonlijke zelfverheerlijking,’ maar wel een verhaaltje dat we in deze tijd van slabakkende autofabrieken en sluitende weverijen al vaker (al te vaak?) hebben gehoord: out with the old, bring money for the new. Geen subsidies voor de bestaande maar verouderde ‘logge reuzen,’ maar wel voor ‘innovatie,’ ‘experiment,’voor ‘de businessmodellen van de toekomst’ die wel ‘duurzaam’ zullen blijken. Een Kris Peeters gaat misschien watertanden wanneer hij zo’n verzameling modewoorden leest, maar ze maken dit pleidooi daarom nog niet overtuigend.
Goed dat er een drang is om de dingen anders en beter te doen, maar kan dat door de bestaande kanalen (die nog steeds grote groepen mensen bereiken – wat volgens mij ook het doel van de journalist hoort te zijn) zomaar op te geven? Zijn de ‘nieuwe media’ dan al klaar om na de kortsluiting van het verouderde netwerk de journalistieke stroomproductie over te nemen?
@Dries: ik denk dat het ene het andere niet uitsluit. Zoals ik hierboven al zei: als de grote mediagroepen met verfrissende ideeën naar bovenkomen, zou het stom zijn om die op voorhand van tafel te gooien louter omdat ze niet komen van een nieuw project. Dat we de bestaande kanalen moeten kortsluiten of opgeven zal je mij alvast niet horen zeggen. De clou is dat mediabedrijven geen steun verdienen om te doen wat ze nu toch al doen, gezien wat ze nu toch al doen blijkbaar niet werkt en niet goed genoeg is.
Misschien een beetje kort door de bocht door te stellen dat de overheid een 50-tal jaar geleden ook de media subsidieerde. Voor zover ik me kan herinneren was de media niet zozeer ‘overheids-gebonden’ maar wel partij gebonden, hetgeen toch wel een wezelijk verschil is.
Laten we stellen dat een partij voor een ideologie stond, en dat een partij door tal van verzuilingsmechanismen hun eigen bron van inkomsten hadden. Het promoten van de ideologie leverde hen een rechtstreeks voordeel, maar in de loop der tijden is dit een beetje verloren gegaan
Goed, de meeste partijen zitten ook in een crisis. Dus daar valt niet veel te rapen. Maar het idee dat organisaties de media helpen financieren ipv een overheid, lijkt mij nog niet zo’n gek idee. Wat je wel kan stellen is dat de overheid de infrastructuur zou subsideren (zoals ze ook doet voor het verkeer, dat veelal alleen de privé ten goede komt). Je zou kunnen stellen dat ze vooral de ‘toekomstgerichte’ infrastructuur voor haar rekening moet nemen, waarbij traditionele print e.a. dan uit de boot vallen. In die zin – stuurt – de overheid, maar moet ze ook visie geven over deze sturing.
Ik ben dus van mening dat de overheid niet zozeer de media moet subsidiëren maar wel moet investeren in een cultuur die nieuwe media en kritische media terug mogelijk maken. Ze kunnen daar zelf een steentje aan bijdragen door te beginnen met hun eigen data op een hedendaagse manier te beheren en aan te bieden (open data) , ze kunnen het ook doen door de kanalen te moderniseren en open te stellen voor derden.
Daar kan ik me wel in vinden, Jan. Het scheppen van het juiste klimaat dat zo’n innovatie mogelijk maakt en aanmoedigt, kan meer waard zijn dan een zak geld. Met bijvoorbeeld open data kunnen studenten en burgerjournalisten ook nieuwe, leuke dingen doen, terwijl ik niet zomaar iedereen in staat zie om een dik subsidiedossier voor te bereiden en dat misschien sowieso een te hoge drempel is als we echt een ‘sea change’ willen in de journalistiek.
Ik betwijfel alleen of onze overheden momenteel genoeg visie hebben om zo’n nieuwe cultuur te voeden. Het vergt ook jaren om zo’n transformatie te bewerkstelligen, terwijl de vraag over steun aan de media nù op tafel ligt.
Soit, bedankt allen voor de reacties/feedback tot nu toe!
Ping: Broccoli-journalistiek