Belgisch koppel ten onrechte op terreurlijst, maar krijgt geen schadevergoeding
Het Belgische echtpaar dat zes jaar lang ten onrechte en zonder begin van bewijs op een lijst van terreurverdachten stond en gebrandmerkt werd als sympathistant van Al Qaida, vraagt een schadevergoeding van 385.000 euro aan de Belgische staat, zo vernam De Werktitel. Maar minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere (CD&V) laat weten dat ze kunnen fluiten naar die schadevergoeding.
Door Georges Timmerman
Nabil Sayadi is een Libanees die inmiddels Belg is geworden. Hij en zijn Belgische echtgenote Patricia Vinck stonden van januari 2003 tot juli vorig jaar op de blacklist van het Sanctiecomité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat betekent dat ze werden beschouwd als personen die steun verleenden aan de terreurgroep Al Qaida, Osama Bin Laden en de taliban. De maatregel had zware gevolgen voor het echtpaar uit Putte: hun bankrekeningen werden geblokkeerd, Sayadi verloor herhaaldelijk zijn job en het gezin met vier kinderen mocht het land niet meer uit. Al die jaren moest het gezin overleven met de kinderbijslag, een invaliditeitsuitkering en de hulp van vrienden.
Geen afdwingbare klacht
Nabil Sayadi werd door militaire inlichtingendienst in de gaten gehouden, tot hij niet alleen dienstauto’s maar ook vaste post had ontdekt van waaruit hij werd bespioneerd
In antwoord op een schriftelijke vraag van senator Paul Wille (Open Vld) maakte minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere zopas bekend dat het echtpaar eind 2008 al een vraag tot schadevergoeding had ingediend bij de Belgische staat voor een totaal bedrag van 385.000 euro. “De Belgische staat heeft hierop bij monde van haar raadsman geantwoord dat zij niet kon ingaan op dat verzoek”, stelt Vanackere, “aangezien er geen wettelijke basis voorhanden is die dergelijke vergoeding juridisch kan staven.”
De advocaat van het echtpaar baseerde zijn vraag op het standpunt van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève, die op 22 oktober 2008 een uitspraak deed en oordeelde dat het Belgische echtpaar van de terreurlijst moest worden gehaald. “De Mensenrechtenraad maakte in haar uitspraak enkel melding van een ‘eventuele’ vergoeding”, argumenteert Vanackere. “Daarenboven kan nog worden opgemerkt dat de uitspraken van de Mensenrechtenraad geen afdwingbare kracht hebben. Ook op basis van het burgerlijk wetboek kan geen vergoeding worden toegekend, aangezien de constitutieve elementen voor burgerlijke aansprakelijkheid niet zijn vervuld (fout, schade en causaal verband hiertussen).”
Fiasco
Hoe het Belgische koppel op de terreurlijst terecht is gekomen, is nog altijd niet helemaal duidelijk. Maar de Belgische autoriteiten hebben hierin wel degelijk een rol heeft gespeeld, zo geeft ook minister Vanackere toe. “De Belgische staat heeft de namen van Sayadi en Vinck overgemaakt aan het VN-Sanctiecomité”, verklaart de minister, “omdat zij deel uitmaakten van de Europese tak van Global Relief Foundation, een organisatie die al op de lijst was geplaatst door het VN-Sanctiecomité. Die demarche moet gezien worden ter ondersteuning van het strafrechtelijk onderzoek dat op 3 september 2002 in ons land was geopend. Hierop heeft het VN-Sanctiecomité beslist om Sayadi en Vinck ook in de geconsolideerde lijst op te nemen.”
Al vanaf het moment dat Sayadi in de jaren tachtig in ons land arriveerde en het statuut van politieke vluchteling vroeg, werd hij zowel door de Staatsveiligheid als door de militaire inlichtingendienst ADIV in de gaten gehouden. “Beide diensten hebben hem actief bewaakt en hebben inlichtingen verzameld, in overleg met de politie en magistraten”, zo leert het jaarverslag over 2004 van het Comité I, dat de inlichtingendiensten controleert. De ADIV deed dat “op verzoek van een Amerikaanse dienst, die de betrokkene ervan verdacht iets te maken te hebben met een zaak van verboden handel in nucleair, biologisch en chemisch materiaal”. Die schaduwoperatie eindigde overigens op een fiasco, want Sayadi ontdekte dat hij werd gevolgd. “Hij werd wantrouwig”, aldus het jaarverslag, “en stelde uiteindelijk vast dat bepaalde voertuigen hem volgden. Hij nam de gewoonte de nummerplaten te noteren van de voertuigen die hem verdacht voorkwamen.” De ADIV moest uiteindelijk de operatie opschorten, nadat Sayadi niet alleen de dienstauto’s maar ook de vaste post had ontdekt van waaruit hij werd bespioneerd.
Bendevorming
Het gerechtelijk onderzoek waarnaar minister Vanackere verwijst, strandde voor de Brusselse rechtbank. Dit onderzoek, aldus Vanackere, “werd gedeeltelijk in het buitenland gevoerd, onder meer in de Verenigde Staten”. Het federaal parket wou het echtpaar vervolgen voor onder andere bendevorming en witwassen, maar de rechter stelde hen begin 2005 buiten vervolging bij gebrek aan bewijs en oordeelde dat Sayadi en Vinck onterecht op de lijst stonden. De Belgische inlichtingendiensten hadden op dat moment hun belangstelling voor Sayadi en Vinck volledig verloren. De Amerikaanse autoriteiten, zo blijkt uit het antwoord van Vanackere, deden in 2006 nog een laatste poging om het dossier hard te maken en maakten “stukken uit hun dossier” over aan de Belgische overheid. “Het federaal parket was van mening dat deze stukken geen feiten bevatten die tot een nieuw gerechtelijk onderzoek zouden kunnen leiden”, stelt Vanackere. “Het is echter niet aan mij om de kwaliteit van de gerechtelijke samenwerking met de VS in deze zaak te beoordelen.”
Inmiddels was de Belgische diplomatie begonnen met verwoede pogingen om het echtpaar van de blacklist te laten schrappen. Maar dat bleek niet zo simpel, want zo’n beslissing moet bij consensus genomen worden door de vijftien leden van het Sanctiecomité. “Ons land heeft het VN-Sanctiecomité tot driemaal toe om de verwijdering van deze namen van de sanctielijst verzocht”, preciseert minister Vanackere. “Na de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in 2005 tot de buitenvervolgingstelling heeft ons land op 25 februari aan het Sanctiecomité formeel een verzoek tot schrapping van het koppel gevraagd, gezien ons land over geen elementen meer beschikte die een opname verrechtvaardigde. Op 4 april 2006 werd dit verzoek herhaald, na de definitieve buitenvervolgingstelling door de Raadkamer. België herhaalde dit verzoek ten slotte op 10 december 2008, na de vaststelling van de Mensenrechtenraad.”
België was in 2007 en 2008 notabene voorzitter van de VN-Veiligheidsraad en dus ook van het Sanctiecomité. Zoals bekend werd het stel uiteindelijk pas op 20 juli 2009 van de lijst geschrapt en werden alle maatregelen tegen hen met onmiddellijke ingang opgeheven. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Yves Leterme (CD&V) reageerde “verheugd” op die beslissing. Volgens Vanackere staan er momenteel geen Belgen meer op de lijst.
Een maandelijkse storting is mij niet te veel om Apache te steunen.


E-mail dit artikel
Facebook
Twitter
Share dit artikel


