Speuren naar smeergeld van wapenfabrikant BAE (deel 2)
Niemand zal ooit de volledige waarheid kennen over het internationale smeergeldcircuit van BAE, waarvan de vertakkingen ook naar België leiden. Dat is het gevolg van de dading die de grootste wapenfabrikant van Europa begin deze maand heeft afgesloten met het Britse en Amerikaanse gerecht. Wel staat vast dat de Britse defensiegigant zijn lobbymannen zorgvuldig wist te kiezen. Zo nam de Oostenrijkse graaf Alfons Mensdorff-Pouilly Tsjechië en Hongarije voor zijn rekening. En voor de belangrijke Saoedi-Arabische markt deed BAE dan weer een beroep op Mark Thatcher, de zoon van de IJzeren Dame.
Door Georges Timmerman
Graaf Mensdorff-Pouilly kreeg van BAE Systems 13 miljoen euro toegeschoven om de decision makers in Tsjechië en Hongarije ervan te overtuigen dat ze geen F-16’s van Lockheed Martin moesten kopen, maar Gripen-gevechtsvliegtuigen van het Zweedse Saab, waarin BAE een participatie had (zie deel 1). Het geld werd naar de Oostenrijkse lobbyist doorgesluisd via de Panamese brievenbusfirma Valurex van wijlen Timothy Landon, de Britse multimiljonair die getrouwd was met een nicht van Mensdorff-Pouilly.
Geen gewone jongen, die brigadier James Thimothy Whittington Landon (1942-2007). Hij was een inlichtingenofficier van het Britse leger die het tot persoonlijk raadgever schopte van de sultan van Oman, vandaar zijn bijnaam de Witte Sultan. In de jaren zestig werd Landon naar Oman gestuurd in het kader van een operatie van het Britse leger om sultan Said bin Taimur te helpen bij het neerslaan van een door de Sovjets gesteunde opstand. Maar omdat de sultan volgens de Britten onvoldoende naar de pijpen danste van de Britse petroleumbedrijven werd hij in 1970 met de hulp van Landon aan de dijk gezet.
Bij die staatsgreep viel slechts één schot, afgevuurd door de oude sultan, die zichzelf per abuis in de voet schoot. Hij werd opgevolgd door zijn zoon, Qaboos bin Said, een jeugdvriend van Landon. Daarna bleef de Brit voor de rest van zijn leven de sterke man achter het regime in Oman. Ondertussen verzamelde hij een fortuin, onder meer met wapenhandel en petroleumleveringen aan embargolanden, dat bij zijn overlijden geraamd werd op 600 miljoen euro.
Mark Thatcher
“Hij was een cruciale strategische link tussen Groot-Brittannië en de Arabische wereld”, schreef The Independent bij het overlijden van Landon. De nieuwe Lawrence of Arabia was ook een persoonlijke vriend en zakenpartner van Mark Thatcher, zoon van de Britse conservatieve premier Margaret Thatcher. In 1981 hielp premier Thatcher tijdens een officieel bezoek aan Oman de Britse firma Cementation aan een bouwcontract voor de Qaboos Universiteit. De deal was voorbereid door Tim Landon. Mark arriveerde een dag later dan zijn moeder in Oman.
Achteraf bleek hij adviseur te zijn van Cementation en zou hij voor het bouwcontract een commissie van 60.000 euro hebben opgestreken. Het was de eerste grote slag van Mark Thatcher. Op parlementaire vragen over de affaire antwoordde premier Thatcher later dat ze enkel “de belangen van Groot-Brittannië” en de tewerkstelling van Britse werknemers voor ogen had.
Thatcher junior staat al decennialang bekend als een internationale Mister Fix-It, die handig gebruikmaakte van zijn moeders naam voor schimmige zakelijke transacties en wapendeals
Mark Thatcher (56) kwam de afgelopen jaren af en toe in het nieuws als een van de financiers achter de mislukte poging tot staatsgreep in Equatoriaal Guinea, een belangrijke petroleumproducent aan de Afrikaanse westkust. Maar Thatcher junior staat al decennialang bekend als een internationale Mister Fix-It, die handig gebruikmaakte van zijn moeders naam voor schimmige zakelijke transacties en wapendeals. Bijna vergeten is zijn rol als lobbyist voor BAE in Saoedi-Arabië. Die rol kwam in 1992 aan het licht, toen Howard Teicher, een ex-medewerker van het Witte Huis, op de Britse tv-zender Channel 4 verklaarde: “Volgens de Britse kranten zou Thatcher junior 15 miljoen euro smeergeld hebben gekregen in het kader van het fameuze Al Yamamah-contract, de grootste wapenverkoop ooit in de geschiedenis van Groot-Brittannië”.
De oorspronkelijke deal werd door premier Thatcher persoonlijk beklonken in 1985 en in de daaropvolgende jaren nog uitgebreid en aangevuld. Het Al Yamamah-contract (vredesduif in het Arabisch, naar de naam van het paleis in Ryad van de Saoedische koning) bepaalde dat een Brits consortium geleid door British Aerospace, de voorloper van BAE Systems, een compleet oorlogsarsenaal mocht leveren: 120 Tornado-gevechtsvliegtuigen, 120 Hawk trainer jets, 88 helikopters, mijnenvegers en marine- en luchtmachtbasissen, in totaal goed voor vele tientallen miljarden euro’s. De Saoedi’s betaalden gedurende twintig jaar in de vorm van ruwe petroleum, a rato van 600.000 vaten per dag. De laatste Eurofighter werd in het kader van het Al Yamamah-contract geleverd in 2006.
Een Syrisch-Saoedische bankier-wapenhandelaar
Voor deze gigantische zaak werkte Thatcher junior nauw samen met zijn vriend Wafic Saïd, een Syrisch-Saoedische bankier-wapenhandelaar en dé spil van het Al Yamamah-contract. Saïd (wiens naam ook opdook in het Zwitserse onderzoek naar de Gripen-verkoop aan Tsjechië rond graaf Mensdorff-Pouilly) was de vertrouwensman van de toenmalige Saoedische minister van Defensie en gewezen ambassadeur in Washington, prins Bandar bin Sultan. Die prins was de vermoedelijke ontvanger van een groot deel van het smeergeld, de betalingen verliepen grotendeels via de Riggs Bank in Washington. Saïd woont momenteel in Parijs en Monaco, maar runt zijn zaken via Saïd Holdings Limited, gevestigd in het fiscaal paradijs Bermuda.
“De belangrijkste zorg van de Saoedi’s was dat de Britten hen zouden toestaan om de deal op hun manier in elkaar te steken”, schreef The Independent. “Dat betekent dat BAE werd uitgenodigd om te veel te factureren voor het wapentuig, zodat het verschil tussen de echte prijs en de opgeblazen prijs gebruikt kon worden om ‘commissies’ te betalen. Het team van Saïd zou 1,5 miljard euro hebben gekregen om de deal te regelen.” De overfacturatie bedroeg in totaal ongeveer 30 procent van de werkelijke contractwaarde.
Onderzoek naar Al Yamamah-contract
Tony Blair: Onze relatie met Saoedi-Arabië is van vitaal belang voor ons land op het vlak van antiterrorisme, het Midden-Oosten in het algemeen en de hulp aan Israël en Palestina. Die strategische belangen hebben voorrang
Op basis van de hardnekkige persberichten over corruptie begon het Britse Serious Fraud Office (SFO) in 2003 een onderzoek naar het Al Yamamah-contract, een onderzoek dat in de loop der jaren uitwaaierde naar andere landen waaraan BAE wapentuig had geleverd. Dat onderzoek kreeg op 5 februari jl. het finale genadeschot, met de aankondiging dat BAE een dading heeft gesloten met het gerecht, een boete betaalt en het SFO zijn onderzoek bijgevolg stopzet. Maar vanaf december 2006 lag het strafdossier al op apegapen, want het cruciale luik van het onderzoek naar de activiteiten van BAE in Saoedi-Arabië werd toen onder zware politieke druk geseponeerd. Dat gebeurde net voor het SFO toegang zou krijgen tot de Zwitserse bankrekeningen van de Saoedische koninklijke familie. Tot een proces, laat staan veroordelingen, zal het nooit komen.
Toenmalig Labour-premier Tony Blair nam de verantwoordelijkheid op zich en verdedigde destijds de beslissing door het staatsbelang in te roepen: “Onze relatie met Saoedi-Arabië is van vitaal belang voor ons land op het vlak van antiterrorisme, het Midden-Oosten in het algemeen en de hulp aan Israël en Palestina. Die strategische belangen hebben voorrang.” Formele protesten tegen de beslissing om het onderzoek stop te zetten, onder meer van de Amerikaanse regering en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), mochten niet baten. Een oud Arabisch gezegde luidt: de honden blaffen, maar de caravaan trekt verder.
Dit is het tweede deel in een reeks van drie over het smeergeld van de Britse wapenfabrikant BAE. Deel één verscheen op acht februari 2009.
Deze website is mij iets waard. Een gulle overschrijving bijvoorbeeld.


E-mail dit artikel
Facebook
Twitter
Share dit artikel





“Tony Blair: Onze relatie met Saoedi-Arabië is van vitaal belang voor ons land op het vlak van antiterrorisme, het Midden-Oosten in het algemeen en de hulp aan Israël en Palestina. Die strategische belangen hebben voorrang”
Een aanvulling:
House of Bush, House of Saud
http://en.wikipedia.org/wiki/House_of_Bush,_House_of_Saud