Het lange gezicht van El Greco
‘De Griek’ werd hij genoemd, maar eigenlijk was hij een Europeaan. Of beter een Erasmusstudent avant-la-lettre die naar de belangrijkste cultuurcentra trok om bij te leren. Domenikos Theotokopoulos werd in zijn tijd al erkend als een geniaal maar ook extravagant schilder. De mythes en misvattingen over zijn persoon en zijn schilderkunst zijn nog lang niet weggeëbd. Het Brusselse Paleis voor Schone kunsten bouwde een sobere maar uitgelezen tentoonstelling over de uitgerekte lijven van de vader van de moderne kunst.
Door Eliane Van den Ende

'De Heilige Thomas' draagt de typische signatuur van El Greco: een uitgetrokken, gewrongen lichaam en een grijzige gelaatskleur alsof de dood nadert.
Eigenlijk was hij geen Griek, wel een Kretenzer en met dat verschil wordt op het trotse eiland niet gespot. Nabij Heraklion, zijn geboorteplek, gaat een klein Byzantijns plattelandskerkje er prat op dat het fresco’s van El Greco (1541-1614) op de muren heeft. Maar het enige vroege werk dat ondertekend is met zijn eigen naam hangt in de kathedraal van Syros. Domenikos was een zondagskind en al vrij jong een volleerd iconenschilder. Naar die traditie greep hij in zijn rijpere periode wel eens terug: goudkleurige achtergronden, hiëratische heiligenfiguren, donkere ogen,…
Feminieme pianistenhanden
Maar Theotokopoulos heeft vooral zijn eigen weg en zijn eigen stijl gemaakt, opgezogen wat hem interesseerde, herkneed tot een herkenbare signatuur: uitgetrokken en gewrongen lichamen, slanke, feminiene pianistenhanden, een grijzige gelaatskleur alsof de personages de dood naderen.
Het is opvallend: op de tentoonstelling hangen twee portretten van de priester Diego de Covarrubias, eentje door een Spaanse schilder volgens de traditie, eentje van El Greco met een gezicht als van een lijk. En zo lijkt het alsof El Greco een portie bovennatuurlijkheid aan zijn waarheidsgetrouwe beeld heeft toegevoegd. Het is een vreemd voortijds surrealisme en expressionisme waarbij de kleurvlakken en -vlekken voorrang krijgen op de vorm. De verf werd soms met grove toetsen op het doek aangebracht. Die textuur geeft een groter reliëf. El Greco likte zijn canvas niet af.
Knielende pilaarbijter
Werken met kleur heeft de Kretenzer in Venetië geleerd. Het is nog altijd niet duidelijk of hij daadwerkelijk in de leer was bij Titiaan. Maar hij heeft wel het kleurgebruik van de Venetiaanse schilderschool opgestoken. En de vrolijke invloed van Tintoretto is te merken in De aanbidding van de naam van Jezus. Dat werk is een conglomeraat van oostelijke en westelijke tradities, van Griekse klassieken (de Styx staat erop afgebeeld) en eigentijdse elementen, zoals de allegorie van het Heilig Leger en evenzo eigentijds machtsvertoon met de knielende pilaarbijter die de Spaans-Vlaamse koning Filips II toen was. Dat alles in een wervelende compositie die El Greco in Rome leerde.
Van Kreta naar Venetië was niet zo’n grote stap. Vermits het eiland een mercantiele stapsteen van de Venetiaanse republiek was, trokken veel artiesten naar de lagunestad om na hun opleiding weer huiswaarts te keren . “El Greco bleef hangen en misschien kunnen we hem daardoor als een eerste Europeaan in mentaliteit zien”, zegt de Spaanse commissaris José Redondo Cuesta. “Via tussenstappen in Verona en Firenze trok hij naar Rome, waar hij zich nestelde in de verfijnde intellectuele kringen rond kardinaal Alessandro Farnese.”
Intellectuele denkoefening
“El Greco was een belezen humanist”, verzekert de cocommissaris Ana Carmen Lavin Berdonces. “Hij had een uitgebreide bibliotheek. Hij frequenteerde de intellectuele kringen in Toledo.” Op de tentoonstelling ligt een complete uitgave van de werken van de Griekse schrijver Xenophon en in Toledo, waar hij de laatste 35 jaar van zijn leven spendeerde en op 73-jarige leeftijd stierf, behoorde El Greco tot de notabelen van het stadje.
Vermoedelijk was El Greco naar Spanje gereisd in de hoop hofschilder te worden. Het Escurial werd toen volop gedecoreerd als koninklijke residentie maar El Greco, die toch als de grote voorvader van de Iberische schilderkunst wordt beschouwd, heeft nooit een portret van de koninklijke familie gekonterfeit. Het ene schilderij met zijn knielende afbeelding maakte het staatshoofd absoluut niet onderdanig. Filips II wou een zeemzoeterige, contrareformatorische prent en kreeg een intellectuele denkoefening. Toch moet de vorst (in)gezien hebben dat hij een meesterwerk in handen kreeg en heeft er rijkelijk voor betaald. Verdere vorstelijke opdrachten bleven echter uit.
Pijnbank
Toch boerde de Griek goed in het traditionalistische ‘Castilla la Vieja’ en vooral in Toledo. “Toledo was toen niet meer de hoofdstad van Spanje. Die was verschoven naar Madrid”, aldus Ana Carmen Lavin Berdonces. “Maar Toledo was nog altijd een stad met de grandeur van weleer. Er woonde een kapitaalkrachtige bevolking en het was een handelstad gebleven met de grote graad van multiculturaliteit en verdraagzaamheid. Er leefde nog altijd een groep Moorse bewoners. De Joden waren ofwel geëmigreerd of hadden zich moeten bekeren. Maar van de vroegere sfeer van veelzijdig samenwonen waar de eerste tolken en vertalers hun gading vonden, waar hoogstaande wetenschappelijke en culturele discussies werden gevoerd, was zeker wat blijven hangen. Het beeld van het strenge, rigide, militante, verzuurde katholieke Spanje moet worden bijgesteld.” Het huidige voorzitterschap van Spanje van de EU en het SEACEX ( Sociedad Estatal para la Accion Cultural Exterior), dat deze tentoonstelling ondersteunt, nemen deze gelegenheid ook te baat.
Het Museo El Greco, dat rond 1910 in Toledo werd opgericht en mee aan de basis lag van de herontdekking van de Griekse Spanjaard, ligt midden in de Juderia, het oude Jodenkwartier, op een steenworp van het afgebroken woonhuis en atelier van El Greco. Dat El Greco een professioneel atelier had met werkknapen die ook uit Vlaanderen de stiel kwamen leren, wijst op zijn professionele succes. Het verschil in de hand van de meester en van zijn ‘Taller’(atelier) wordt ook vergelijkend getoond op de tentoonstelling. Ook de kleine houtenpaneeltjes waarop de meester olieverf aanbracht, glanzen van zijn talent. Ze getuigen van dezelfde drang naar het weergeven van beweging en van het sprankelende kleurgebruik met het aanbrengen van (lood)wit om meer reliëf te geven, zoals de tranen in de ogen van Sint-Pieter op Lagrimas de San Pedro, maar ze hebben niet die gedisproportioneerde lichamen van de mensgrote doeken. Al die menselijke lichamen lijken door de pijnbank uitgerekt.
Gruwelijk mismeesterd
Luc Tuymans: ‘El Greco leerde me wat een schilderij zou moeten zijn. Ook al waren de doeken bevestigd aan de muur, het leek alsof ze van binnenuit bewogen’
Dat deed El Greco opzettelijk. Als Griek kende hij de optische vervormingprincipes en de trucs die toegepast werden in Griekse tempels. En een schilderij van op ooghoogte bekijken is iets anders dan naar een doek kijken dat 15 meter hoog hangt. Een geschilderde hand van 25 cm lang wordt ineens een kinderhandje. De pseudowetenschappelijke mythe dat hij een oogziekte had, is belachelijk. De twee tondo’s die in de tentoonstelling hangen, lijken op het eerste zicht gruwelijk mismeesterd, maar met enige afstand krijgen ze meer zwier. Een tip voor het bezoeken van deze tentoonstelling: buig door de knieën! Ga op je hurken zitten en bekijk El Greco vanuit kikkerperspectief. Ontdek de échte Greco.
De twaalf apostelen en Onze-Lieve-Heer, die prachtig opgesteld staan als rond een Laatste Avondmaal, kunnen dan weer wel van op normale ooghoogte aanschouwd worden. Het zijn humane wezens, soms met een vermoeide, soms met een melancholieke, soms met een lepe trek in de ogen, zoals de Heilige Johannes de Evangelist. El Greco schilderde drie zulke reeksen op het einde van zijn leven en werkte ze – zegt men – nooit af. De vraag is of dat wel hoeft. Paulus is een van de drie figuren die wel afgewerkt werd en bovenaan op zijn zwaard staat ‘domenikos theotokopoulos epoie’ ( domenicos theotokopoulos heeft me gemaakt). Griekse woorden voor een apostel die ook Grieks sprak en die in zijn hand een brief aan Titus, de eerste bisschop van Kreta, houdt. Op het einde van zijn leven dacht de mediterrane reiziger terug aan zijn geboorteland. Eens Kretenzer, altijd Kretenzer.
Alchemie
Die plaatselijke wortels hebben El Greco evenwel niet belet te groeien en een wereldburger van zijn tijd te worden. Een schilder met een aparte plek in de kunstgeschiedenis en een uniek oeuvre. Die eigengereide stijl was de oorzaak van de vergetelheid na zijn dood en de herwaardering door de Duitse en de Franse avant-garde vanaf het begin van de twintigste eeuw.
Maar ook hedendaagse kunstenaars worden nog van hun stoel geblazen door de Kretenzische grootmeester. De Antwerpse schilder Luc Tuymans bekent openlijk zijn fascinatie voor El Greco: ‘Toen ik zeventien jaar was, zag ik een reproductie van El Greco in een boek en ik vond het verschrikkelijk maniëristisch. Maar een jaar later zag ik in het écht drie schilderijen van heiligen die me van mijn sokken bliezen. Die eerste daadwerkelijke ontmoeting met de werken van El Greco was voor mij zo’n schok dat ikzelf een tijd stopte met schilderen. El Greco leerde me wat een schilderij zou moeten zijn. Ook al waren de doeken bevestigd aan de muur, het leek alsof ze van binnenuit bewogen… In elk schilderij van El Greco stijgt alles opwaarts. Dat is een mystieke mening. Het gaat over de verdamping van materie en van leven. Het lijkt wel alchemie: het dematerialiseren van mensen en dingen. Naar zijn werk kijken heeft altijd een pakkend effect.”
De tentoonstelling ‘El Greco; Domenikos Theotokopoulos 1900’ is tot 9 mei te zien in Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat in Brussel. 02/507.82.00. www.bozar.be.
De gedachte dat jullie voor niets werken, is ondraaglijk. Waar kan ik storten?


E-mail dit artikel
Facebook
Twitter
Share dit artikel




“Het beeld van het strenge, rigide, militante, verzuurde katholieke Spanje moet worden bijgesteld.”
Toch even de historische roman ‘Het Vijfde Zegel’ van Simon Vestdijk herlezen om deze uitspraak te nuanceren, hoor. De intellectuele terreur die toen heerste moet niet onderdoen voor recentere voorbeelden van alle slag.
Een roman – ! – uit een calvinistisch land van een fantastierijke man die wat geneeskunde heeft proberen studeren en gefascineerd was door astrologie.
Een roman uit 1937!
Spanje heeft sedert de jaren 30 wel wat geschiedenis herschreven.