Durven kijken, vooral naar het Congo van vandaag
VRT-journalist Peter Verlinden verwijt zijn critici dat ze selectief kijken en luisteren naar zijn bijdragen over vijftig jaar onafhankelijkheid in Congo. In een opiniestuk voor De Werktitel nam socioloog en auteur Ludo De Witte de aanpak van Verlinden onder vuur. Verlinden zou vooral de oud-koloniale kringen een stem geven. Ook Marc Reyenebeau, journalist bij De Standaard, mengde zich in het debat. Verlinden dient beiden van antwoord in een opiniestuk: ‘Het is de plicht van de journalist om weer te geven wat er écht leeft ‘diep in Congo’, en niet wat hij graag zou willen dat er leeft.’
Door Peter Verlinden, VRT-journalist
Na ruim vijftien jaar televisiejournalistiek blijft het mij verbazen hoe zelfs professionele kijkers alleen zien en horen wat ze willen zien en horen. Zo ook collega-journalist Marc Reynebeau (De Standaard, 6 februari) en collega-auteur Ludo De Witte (De Werktitel.be, 2 februari) als het over mijn jongste Congo-bijdragen gaat in Het journaal (Eén). Het ‘Congodebat’ in Phara (Canvas, 4 februari) was voor hen blijkbaar niet duidelijk genoeg. Dus nogmaals een poging.
Zeer divers
Neen, collega’s, ik heb niet gezegd dat ik ‘geschiedenis’ niet belangrijk vind. Ik heb wél gezegd dat ik als journalist voor Het journaal, waarmee de VRT het meest ruime publiek in Vlaanderen bereikt, de brug moet slaan tussen de (historische) feiten in het Congo van vijftig jaar geleden en het Congo van vandaag. Die journalistieke keuze is terecht gemaakt door de redactie van Het journaal en sluit het best aan bij onze nieuwsopdracht.
Wees gerust, collega Reynebeau, de historische documentaires komen er ook aan: op Canvas, voor een dikwijls kleiner maar hopelijk extra geïnteresseerd publiek. Elk zijn opdracht, zo hoort dat. In Phara heb ik dat vermeld, maar ja, wie selectief luistert …
De Congo-items in Het journaal waren al zeer divers en zullen dat blijven. De verschillende meningen die bij de Congolese bevolking circuleren over de onafhankelijkheid van vijftig jaar geleden komen daarbij aan bod. In het allereerste item van de reeks (Het journaal, 28 januari), over de laatste rondreis van Koning Boudewijn door de kolonie (december 1959-januari 1960), vertelden zo twee ooggetuigen hoe zij op dat ogenblik schreeuwden om onafhankelijkheid en vrijheid.
Bazige blanke
Zoals dat journalistiek hoort, zal de grootste aandacht uiteraard gaan naar de meest voorkomende Congolese én Belgische stemmen. In mijn boek Achterblijven in Congo – Een drama voor de Congolezen? (Davidsfonds, 2006) waren en zijn de Congolese stemmen al te horen, van de stad tot diep in het binnenland.
Voor de meeste ‘laatste getuigen’ blijft, ondanks alles, de koloniale tijd de ‘goede oude tijd’. En dat verhaal vertellen ze, zolang ze het nog kunnen, verder aan hun kinderen en kleinkinderen
En de stemmen van zij die de koloniale periode hebben meegemaakt, klinken inderdaad overwegend nostalgisch. Die ‘laatste getuigen‘ – dank voor de term, collega Reynebeau, die ik met graagte ook gebruik voor de Congolese getuigen en niet alleen voor de Belgische – herinneren zich het liefst de goedwerkende gezondheidszorg, de gratis scholen, de vlotte transportmiddelen, de gevarieerde voeding,… Zij verdringen de herinneringen aan de onvrijheid, aan de alwetende en bazige blanke/Belg, aan de vernederingen, aan de soms onrechtvaardige, zelfs racistische rechtspraak…
Wanbeleid
Voor de meeste ‘laatste getuigen’ blijft, ondanks alles, de koloniale tijd de ‘goede oude tijd’. En dat verhaal vertellen ze, zolang ze het nog kunnen, verder aan hun kinderen en kleinkinderen. Uiteraard zijn die herinneringen gekleurd én vervormd door het wanbeleid van de Congolese leiders sinds 1960, gedoogd tot gesteund door sommige ex-koloniale en andere krachten, ieder voor het eigen belang. Door dat wanbeleid heeft de ‘kleine Congolese man en vrouw’ sinds 30 juni 1960, de onafhankelijkheidsdag, louter materieel bekeken geen enkele dag gekend die beter was dan die van gisteren.
Daardoor draagt de koloniale tijd én bij uitbreiding ‘de Belg’ vijftig jaar na de onafhankelijkheid voor bijzonder veel Congolezen nog altijd het aureool van diegene die het land beter zou kunnen besturen, ‘voor het goed van ’t algemeen’.
Terecht? Natuurlijk niet. Maar zo leeft het wel in het collectieve Congolese geheugen. Het is de plicht van de journalist om weer te geven wat er écht leeft ‘diep in Congo’ en niet wat hij graag zou willen dat er leeft. (Overigens gaat het vooral om de herinnering aan de koloniale jaren vijftig. Onder meer omdat toen de ruimtelijke leefomgeving is gecreëerd waar de Congolezen van vandaag in voortleven: de administratieve gebouwen, de stations, havens en luchthavens, de scholen en ziekenhuizen, de hotels en de parken,… Die plekken bepalen nog altijd ‘het gezicht van Congo’. De vroegere koloniale tijd, en zeker de tijd van Congo Vrijstaat en Leopold II, is grotendeels verdwenen uit het straatbeeld en het geheugen.)
Te snel
De volgende stap, die ik regelmatig zet in lezingen en die dit voorjaar zeker aan bod komt in het ruime pakket televisiebijdragen, is: en wat nu? Blind toegeven aan die nostalgische roep naar ‘le retour des Belges’, zoals je in sommige ex-koloniale kringen weleens hoort én de facto moet vaststellen bij sommige/vele (?) ontwikkelingsprojecten, is vanzelfsprekend geen optie. Op zoek gaan naar échte (ontwikkelings)samenwerking, als partners, op voet van gelijkheid, en níét naar (ontwikkelings)hulp, is op de lange termijn veel zinvoller. Maar dat is de langste en traagste weg. En de moeilijkste om in televisietaal te vertalen. (Al heb ik dat voor Het journaal al gedaan in de reeks ‘Diep in Congo’, 2005, en in de reeks over Kananga, Kasai, april vorig jaar.)
Vijftig jaar onafhankelijk Congo: een uitstekende gelegenheid ook om de vragen te stellen die het aandachtige publiek zich nu stelt. Is de onafhankelijkheid te snel gekomen? Welke rol hebben de Congolese leiders toen gespeeld? Tegenover de Congolezen en tegenover de (Belgische) kolonialen? Welke rol hebben de Belgische leiders gespeeld? En vooral: wat zijn vandaag de gevolgen van de beslissingen van toen? Als journalist van een openbare omroep hoor ik vragen te stellen en antwoorden te laten horen, in al hun diversiteit, met de ruimste aandacht voor de meest representatieve stemmen. Professionele televisiekijkers weten dat die diversiteit aan meningen gespreid moet worden over een reeks journaalitems. Zo werkt televisie. Maar ja, wie selectief kijkt en luistert …
Als auteur kan ik uitvoeriger en dus nog genuanceerder analyseren, in een boek(je). Dat komt eraan, in het najaar, om ‘Vijftig jaar onafhankelijk Congo’ waardig af te sluiten. Daarin zal ik uitleggen hoe de blanke/Belgische dominantie in de koloniale tijd vooral vernietigend is geweest voor de Congolese identiteit en hoe ‘de Congolees’ daar tot vandaag nog altijd niet van hersteld is. Ik zal enkele bescheiden voorstellen aandragen voor de manier waarop wij, Belgen, nog een rol kunnen spelen om samen te werken aan dat moeizame herstel van de Congolese eigenheid, de echte rijkdom van het land.
Peter Verlinden is VRT-journalist en auteur.
De gedachte dat jullie voor niets werken, is ondraaglijk. Waar kan ik storten?


E-mail dit artikel
Facebook
Twitter
Share dit artikel




Reactie op de opiniestukken ‘De koloniale Sehnsucht van Peter Verlinden‘ door Ludo De Witte en ‘Durven kijken, vooral naar het Congo van vandaag‘ door Peter Verlinden (*).
Er is niet veel moed nodig om naar het huidige Congo te kijken met je ogen toe voor de historische waarheid. Integendeel, het lijkt me zeer comfortabel. Ludo De Witte heeft gelijk als hij zegt dat Peter Verlinden de historische waarheid wegstopt achter een selectieve getuigenis van een derderangsfiguur. Ik wil gerust aannemen dat Verlinden dat niet bewust doet. Hij kan er tenslotte ook niet aan doen dat de eersterangsfiguren en honderdduizenden nationalisten in de jaren ‘60 werden uitgemoord. Hun getuigenis is dus niet meer beschikbaar. Hij kan er ook niet aan doen dat het Congolese volk vervolgens 36 jaar dictatuur kreeg opgelegd. Dat het daarna een agressieoorlog te verduren kreeg en in heel deze periode de Belgen stap voor stap zagen wegdobberen in een ondergeschikte rol, aan de zijde van de nieuwe blanke meesters uit de VS en Frankrijk.
Natuurlijk zal dat alles wel iets doen met de herinnering van een volk. En natuurlijk zeggen veel Congolezen vandaag: “Laat de Belgen terugkomen om de zaken weer in handen te nemen”. In Phara zegt Verlinden: “Ik wil uitleggen waarom Congo vandaag is wat het is, waarom de Congolezen vandaag dit uit het verleden hebben overgehouden.” Hadden de Congolezen dan de keuze om iets anders over te houden uit dat verleden?
Verlinden spreekt over “geschiedenis om de geschiedenis” en over historische documentaires die zich richten naar een “kleiner maar hopelijk extra geïnteresseerd publiek”. Maar de verdienste van iemand als Ludo De Witte is toch juist dat hij de historische waarheid gebruikt om bij het grote publiek de clichés over Congo in vraag te stellen. Waarom liet de VRT hem geen documentaires maken voor Canvas? Durfde men niet?
Ik heb er geen enkel probleem mee dat binnenkort in Congo de standbeelden van Leopold II of Boudewijn worden heropgericht. De Congolezen tonen hiermee gewoon dat zij niet bang zijn van de geschiedenis. Dat maakt deel uit van de zoektocht naar hun toekomst, maar wil geenszins zeggen dat ze terug zouden verlangen naar de oude relaties tussen meester en slaaf. Of men langs Belgische kant even goed in het reine komt met zijn geschiedenis, daar ben ik helemaal niet zo zeker van. De Congolezen zelf zullen ons duidelijk moeten maken dat (neo)koloniale verhoudingen niet meer kunnen. Getuige daarvan volgende anekdote uit een recente mail.
Isidore Ndaywel is de belangrijkste Congolese historicus. Hij werd door president Kabila aangesteld als inhoudelijk coördinator van de activiteiten in Congo naar aanleiding van de 50ste verjaardag van de onafhankelijkheid. Op 17 december 2009 was Ndaywel in Kinshasa aanwezig op een ceremonie georganiseerd door een Congolese vereniging ter ere van Leopold II. Toen bij het begin van de ceremonie de voorzitter van de vereniging aan de zaal vroeg om recht te staan ter ere van Leopold II, bleef hij gewoon zitten. Na drie sprekers die de lof van Leopold II zwaaiden, kwam hij aan de beurt. Hij vertelde waarom hij niet was gaan rechtstaan ter ere van Leopold II en hij sprak over de afgehakte handen, de rubberjacht, de enorme daling van de bevolking onder Leopold’s regime. Dan vroeg hij diezelfde zaal opnieuw recht te gaan staan, dit keer ter nagedachtenis van de slachtoffers van Leopold II. Heel de zaal ging rechtstaan… uitgezonderd de Belgische ambassadeur. De zaal begon te joelen tot uiteindelijk ook hij ging rechtstaan.
Ieder weldenkend Belgisch politicus, zelfs Karel De Gucht, heeft het vandaag over die fameuze “samenwerking tussen volwassenen op voet van gelijkheid” die er moet komen tussen de Belgen en de Congolezen. Daarmee echoën ze wat de Congolese president in een Belgische krant zei over het soort relatie dat België kan kiezen met Congo: “Soit de bonnes, de très bonnes relations de partenariat adulte avec un Etat souverain et indépendant, soit des relations de maître à esclave… Le gouvernement belge doit lever l’option sur ce point et construire une relation sur base de choix.” Toen de Belgische regering, bij monde van De Gucht, verder de meester bleef uithangen, schorste Congo de diplomatieke relaties gewoon voor een half jaar op. En sindsdien spreekt de Belgische politieke wereld dus over “samenwerking op voet van gelijkheid”.
Tony Busselen, lid van de Congowerkgroep van Intal, publiceert in april 2010 Congo voor beginners bij EPO.
Patrice Lumumba is een van mijn jeugdhelden zijn, en de solidariteit met de anti-koloniale strijd in Afrika, Vietnam en elders een van de drijvende krachten in mijn politisering. Maar ook ik ontkom niet aan de ontnuchterende vaststelling dat Congolezen je vrij massaal komen vertellen, dat ze hopen les Blancs, en dan vooral les Belges het voor hen komen oplossen. In geen enkel ander Afrikaans land heb ik ooit iets dergelijks gehoord – en nochtans zijn er veel landen waar armoe troef is en wanbeleid (erger nog: non-beleid) heerst. Zeker: nu en dan horen we een waardige stem, van iemand die met zijn land inzit. Misschien zit er bij die Belgen-nostalgie een stuk vleierij , maar bij mij pakt dat dan niet, want ik erger mij alleen aan die verwachting dat ik graag zal horen hoe veel beter het in de Belgische tijd was. In nagenoeg heel Afrika is het een probleem, maar de DRC is het pandemisch: men gelooft niet in eigen kracht, en zeker niet in de kracht van de eigen regeerders. En toch is er maar beterschap te verwachten, als bestuurders met een visie en kritische bestuurden ervoor zorgen dat het land zijn eigen middelen aanwendt tot nut van zijn eigen burgers. Pas dan kunnen zij met morele kracht hun recht op solidariteit opeisen. Maar tot zolang blijft Congo een neokoloniaal land bij de gratie van zijn eigen regeerders. – de enigen dan ook die bij dat neokokonialisme voordeel hebben, Lumumba keert zich om in zijn graf; Leopold II kijkt er spottend op neer, vanop zijn ruiterstandbeeld (dat allang weer opgericht is). Eddy Boutmans
Als de bestuurders met een visie systematisch worden vermoord (onder luid applaus van onze media nota bene) en men de overblijvenden onmogelijke akkoorden oplegt als dat van Lusaka, ja dan getuigt het volgens mij van enorme moed, visie en kritische zin, om mét dat akkoord er toch nog zoveel mogelijk van te bakken en hoe moeizaam ook vooruit te gaan. En dat is wat er vandaag in Congo gebeurt.
Volgens de laatste cijfers van het IMF stegen de belastingsinkomsten van de staat tussen 2003 en 2008 van 176.817 miljoen Congolese Francs naar 1.205.289 miljoen. Nog altijd niet genoeg, maar het Congo-pessimisme dat sommigen cultiveren komt niet overeen met de werkelijkheid.
Het volstaat tegenwoordig blijkbaar om etiketten te plakken welke Congolese leiders hun voordeel hebben bij het neokolonialisme, om altijd maar te blijven zeuren over meer interventie en controle ‘in naam van het Congolese volk’ door de ‘internationale gemeenschap’. Maar wie is die internationale gemeenschap anders dan degenen die in Afghanistan burgers vermoorden, achteraf een excuus prevelen en vervolgens met de Taliban gaan onderhandelen om tot een overeenkomst te komen? En datzelfde soort maakt zich druk over Nanganda, terwijl ze zelf geen enkel probleem met Ntanganda hadden zo lang die wel een probleem vormde voor de Congolese regering. Die hypocrisie is zo hemeltergend en wordt blijkbaar hier in ons comfortabele salons gewoon genegeerd.
De Congolezen zullen hun leiders wel blijven kritiekeren en veranderen tot ze de leiders zullen hebben die ze nodig hebben. En laten wij ons vooral bezig houden met het kritiekeren van onze Belgische en Europese leiders die altijd maar uit zijn op voogdijschap over een volk dat hen nooit gekozen heeft. Laat ons de souvereiniteit van Congo mee beschermen die zo dierbaar was aan Lumumba omdat hij wist dat het de eerste absolute voorwaarde is opdat het land ooit de eigen middelen zou kunnen aanwenden voor de eigen bevolking.
En als de Congolezen een soort dierentuin willen opzetten met de standbeelden van Leopold II, Stanley en Boudewijn, laat ons dan een minimum aan bescheidenheid hebben en eerst eens proberen te verstaan wat zij daarmee beogen.