Frida Kahlo in Bozar: kunst als pijnstiller
Haar Mexicanidad heeft Frida Kahlo bij leven en ‘onwelzijn’ sterk gecultiveerd met indianensjaals en -rokken, met haar fierheid over haar mestiezenafkomst en met verwijzingen in haar schilderijen naar de oude mythologieën, de hallucinogenen, de passionele menselijke verhoudingen en de bizarrerieën. Ook 56 jaar na haar dood blijft er een waas van mysterie en melancholie hangen rond de ‘madam met de moustache’. Een kleine tentoonstelling met 26 werken in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten probeert haar weer een menselijke allure te geven.
Door Eliane Van den Ende
Het kan verkeren: bij haar dood in 1954 was Frida Kahlo in eigen land een nobele onbekende. Haar (v)echtgenoot Diego Rivera was toen een succesverhaal. Nu is de muralist naar het achterplan verdwenen en is de tengere vrouw met haar merkwaardige schilderijen een wereldhit. Biografieën, een film, een boek van Nobelprijswinnaar J.M.G. Le Clézio, bewondering van popvedetten en vervalsingen zijn een goede voedingsbodem voor voyeuristisch succes. Dan is er natuurlijk ook dat leven zelf, dat onwaarschijnlijker is dan een roman: een aanval van kinderpolio, een verkeersongeluk met als gevolg een geschonden lijf en leven, een dubbel huwelijk met de macho meester-schilder Rivera en een levenslange zoektocht naar mentale en lichamelijke pijnloosheid. “Ik ben twee keer vermoord”, zei ze ooit. “Eén keer door Diego, de andere keer door het gruwelijke busongeval.”
Strak korset
La columna rota (de gebroken zuil, uit 1944), een van haar bekendste werken, verwijst naar dat gehavende lichaam: een Griekse zuil als ruggengraat en een korset waarmee de opengereten romp bijeen wordt gehouden en dan de venijnige nageltjes die overal in dat goudkleurige vel prikken. Frida heeft helse pijnen geleden die ze met drugs en drank probeerde te onderdrukken maar ook door haar gedachten te verzetten met schilderen. Mindfulness avant la lettre. Zo sublimeerde ze haar eigen pijn in haar schilderijen. Haar echtgenoot beoordeelde haar werk daarom als universeel.
Het was haar vader, de zachtzinnige Wilhelm (of Guillermo), die haar na het ongeluk op haar zeventiende aanzette tot schilderen. Boven haar bed, waaraan ze vele jaren gekluisterd lag, al dan niet met een strak korset, en waarin ze ook stierf, liet haar vader een spiegel aanbrengen zodat ze naar zichzelf kon kijken en kon schilderen. Het bed én de spiegel, alsook de verzameling christelijke animistische amuletten, zijn bewaard gebleven in de Casa Azul, in de groene wijk Coyoacàn van Mexico-stad.
Kapsones
De verschroeiing van de hel gebeurde voor Frida Kahlo op aarde, en dat probeerde ze te overstijgen
Vlak bij dat geboortehuis vond ook Leon Trotski, de bedenker van de Internationale Revolutie, zijn laatste rustplaats. Zoals een schare andere intellectuelen en progressievelingen had hij in het toen tolerante Mexico zijn toevlucht gezocht. Frida, een overtuigde communiste, later zelfs staliniste, had een verhouding met hem. En vermoedelijk ook met de Amerikaanse ‘bloemenschilderes’ Georgia O’Keeffe en anderen, zoals fotograaf Nickolas Muray, net als haar vader een man met Hongaarse wortels.
Frida werd in 1907 geboren uit een Joods-Duits-Hongaarse vader en een Spaans-Indiaanse moeder. Papa, een beroepsfotograaf, leest Goethe, Schiller en Schopenauer en stuurt Frida naar de Duitse school in Mexico-stad. Moeder had kapsones: Mi Nana y yo (mijn min en ik, uit 1937) toont een indiaanse vrouw met een Azteken masker die een blank kind zoogt. De zuigeling heeft het volwassen, ernstige gezicht van Frida, die als kind door haar moeder uitbesteed werd. Dat was de realiteit in burgerlijke kringen, ook in Mexico, waar Europese gewoontes werden overgenomen.
Beloftes
Die mengcultuur van het nieuwe continent zit ook in het werk El Camion (de bus, uit 1929) waar een blauwogige gringo naast een indiaanse moeder, een huisvrouw, een arbeider en een jeune fille de bonne famille (Frida zelf) zit. Het olieverfje, geschilderd vier jaar na het ongeluk, werd getoond op de Internationale Surrealistische tentoonstelling in Mexico in 1940. Kahlo, bewonderd door de surrealistenpausen André Breton en Marcel Duchamp, vertikte het haar werk als surrealistisch te beschouwen. “Realisme is wat ik schilder”, zei ze woest, hoewel Mexico in die tussenoorlogse tijd best als surrealistisch land betiteld kon worden.
Na de bloedige revolutie van 1910 – met de geromantiseerde protagonisten Emiliano Zapata en Pancho Villa – was Mexico een land van beloftes geworden. Er werd geijverd voor een rechtvaardige, democratische en sociale gemeenschap waarbij veel geld en middelen in onderwijs, cultuur en zelfs media gestoken werden. Minister José Vasconcelos was de grote promotor van muurschilderingen die de rijke geschiedenis van het federale Mexico moesten verheerlijken. Zo kreeg schilder Diego Rivera een zetje naar zijn wereldcarrière. Intellectuelen uit Europa en de Verenigde Staten vestigden zich in het land van mezcal, mysterie en modernisme: voormalig directeur van Bauhaus Hans Meyer, Amerikaans fotograaf Edward Weston en zijn (toenmalige) vriendin Tina Modotti, de Zwitserse fotografe-antropologe Trudi Blum,…
Bloederige taferelen
Tegelijkertijd en in het geheel niet tegenstrijdig groeide ook de belangstelling voor de inheemse natuur en cultuur. Frida kleedde zich in de traditionele klederdracht van de Tehuana, een indiaanse gemeenschap met een sterke matriarchale structuur. Ze ondertekende haar brieven met ‘Frida, la Malinche’, verwijzend naar de Indiaanse minnares van de Spaanse conquistador Hernan Cortes.
Ze zocht ook inspiratie in de precolumbiaanse cultuur: de papier-maché figuren van de dood, de colibri en de lustaapjes, de oogst en de vruchten van het land, de bloederige taferelen,… Er is het Autoretrato con changuito (zelfportret met aapje), een huisdier dat ze van Diego als geschenk kreeg en de haarloze hond die in Europa als symbool van trouw en in Mexico als verwarmingselement werden gebruikt.
Desintegrerend lichaam
De nabuurschap tussen mensen en dieren maar ook tussen mens en omgevende natuur en de verwevenheid bij de oude indianenreligies fascineerde Frida. In haar portret van Luther Burbank schilderde ze de Amerikaanse botanicus als een verworden boomstam die bladeren begint te krijgen. De wortels van de boom voeden zich ondergronds wel in het lijk van een mens. Zijn eigen stoffelijk overschot? Of een hint naar koloniale uitbuiting?
Bij Frida Kahlo weet je het nooit. Haar werk kan meerlagig worden geïnterpreteerd. Zo zijn sommige onsmakelijke beelden niet enkel de vertaling van haar eigen leed: haar ‘desintegrerend lichaam’, zoals ze het noemde, haar miskramen, haar abortussen,… Fertiliteit en bloed waren ook twee sleutelbegrippen in het Azteekse wereldbeeld.
Geamputeerd
Yo soy la DESINTEGRACION schreef ze in haar dagboek in het jaar van haar dood. Ze tekende zichzelf met één been, het andere was geamputeerd. Op de tentoonstelling hangt een klein rond olieverfje, een poederdoos groot, met een vlammend vrouwenlichaam. De verschroeiing van de hel gebeurde voor Frida op aarde, en dat probeerde ze te overstijgen.
Zo’n onvervalst non-fictieleven leidt vaak tot melodrama. Maar die valkuil heeft deze intieme tentoonstelling van negentien schilderijen, een ets, en zes tekeningen (waaronder een prachtige hand) kunnen vermijden. De werken komen uit de privécollectie van Dolores Olmedo, die de verzameling aankocht om (amant?) Diego Rivera ter wille te zijn.
Bevroren passie
Hoewel Olmedo die aangrijpende werken in kitscherige kaders propte, weet deze tentoonstelling enige – gezonde – afstand te creëren en dat dankzij de sprankelende scenografie van Peter Swinnen en het Brusselse architectenbureau 51N4E. De werken werden bevestigd aan schuine wanden als van Mexicaanse piramiden waarvan soms het ‘kruis’ zichtbaar is. Die wanden zijn bekleed met wit katoen, met licht doorschijnend plastiek, of met spiegelbeelden zoals boven haar bed. Het creëert een onthechte en zacht labyrintische atmosfeer die een nieuw licht werpt op Kahlo’s oeuvre.
“Een spiegelende en translucente – soms transparante – cascade van zacht inclinerende vlakken simuleert niets, verwijst naar niets en naar alles. De schilderijen en tekeningen komen los – van de muur, van de ruimte, van de wereld, van zichzelf. Zwevend als dwaallichten ver van huis”, zo weet architect Peter Swinnen de bevroren passie van een gekwelde kunstenares te evoceren.
De tentoonstelling ’Frida Kahlo y su mundo’ is tot 18 april te zien in het Paleis voor Schone Kunsten, in het kader van het Mexicofestival. www.bozar.be.







Knap geschreven! Dit bespaart me een hoop opzoekingswerk en geeft me het gevoel de tentoonstelling binnen te lopen met een ‘fond’.
Bedankt!
M.