‘Onze media spelen met hun geloofwaardigheid’
Het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek bestaat tien jaar. Directeur Ides Debruyne, al die tijd een bevoorrecht mediawatcher, stelt vast hoe commercialisering en teloorgang van de media hand in hand gaan. ‘Alles draait om de simpele vraag hoe winst te maximaliseren in een verzadigde markt. Zoveel opties zijn er niet.’
Door Tom Cochez
Twee december 1997 was een inktzwarte dag voor de journalistiek. Die dag overleed tv-journalist Pascal Decroos (1964-1997). Veel te vroeg. Met Pascal Decroos verloor Vlaanderen een geëngageerd en kritisch journalist die tegen de stroom inging. Iemand die het aandurfde reportages te maken die vandaag al te gemakkelijk zouden sneuvelen op het heilige altaar van de kijk- en leescijfers.
Enkele maanden na zijn overlijden kwamen vrienden, familieleden en sympathisanten samen en richtten een fonds op met de bedoeling het levenswerk van Pascal Decroos voort te zetten: kansen geven aan bijzondere journalistieke projecten en aan (onderzoeks)journalisten.
Tien jaar later kan het Fonds Pascal Decroos tevreden terugblikken op de vele tientallen, vaak spraakmakende journalistieke projecten die dankzij het fonds het levenslicht hebben gezien.
Waarom investeren kranten en tijdschriften zelf nauwelijks nog in onderzoeksjournalistiek of in bijzondere journalistieke projecten?
Ides Debruyne: “In feite zou het Fonds Pascal Decroos overbodig moeten zijn. Ons bestaan op zich impliceert al kritiek op de gang van zaken in de media. Maar wat is de realiteit? Media kunnen niet meer investeren in onderzoeksjournalistiek. De kostprijs bepaalt grotendeels wat nieuws is en wat niet. Kijk naar andere landen, zelfs landen met een veel ruimer publiek, zoals Frankrijk. Ook daar valt het kranten steeds zwaarder om te investeren in dure journalistieke projecten.
“De media zijn in een vrijemarktmodel gestapt. Je kunt daar voor of tegen zijn, maar op het einde van de rit moet je wel winst voorleggen aan de aandeelhouders. In dat model draait vandaag alles om de simpele vraag hoe winst te maximaliseren in een verzadigde markt. Zoveel opties zijn er niet. Ofwel koop je als mediagroep bedrijven op in het buitenland ofwel snijd je in de kosten. Onderzoeksjournalistiek is duur en sneuvelt snel.”
Hoe ver kun je gaan met kostenbesparingen? Er komt een moment waarop de citroen helemaal leeg geperst is.
“Die vraag speelde het afgelopen jaar in Vlaanderen en ligt nu ook in Nederland voor. De redacties bij onze noorderburen zijn veel groter, en overal wordt er zeer fors gesnoeid. Voor de Nederlandse krantenmakers is het duidelijk: met een kleine redactie een degelijke krant maken kan niet. We zullen zien hoe de middengroepen en de journalisten zullen reageren, maar ik deel hun mening: met minder mensen een betere krant maken, een echte kwaliteitskrant, is complete onzin.”
Er zijn nochtans hoofdredacteurs van Vlaamse kwaliteitskranten die daar rotsvast van overtuigd zijn en dat ook met zoveel woorden vertellen op televisie.
Ides Debruyne:
‘Het hart van Europa ligt in België, maar er is nauwelijks Europese verslaggeving. Daardoor blijven onze kranten lokale media’
“Die stelling is niet bevorderlijk voor hun geloofwaardigheid. Ik onderschrijf volledig de kritiek van Nick Davies : goedkope redacties met steeds minder journalisten geven ruimte aan pr-bureaus, ngo’s en andere organisaties die eenzijdig en met een welbepaald doel informatie geven. Op termijn is dat dodelijk voor de geloofwaardigheid van de journalistiek. Vandaag wordt met een minimum aan middelen een krant gemaakt die net leefbaar is en vooral gevoed wordt door persagentschappen. Om de journalistieke basisopdracht te beoefenen is er steeds minder ruimte en tijd. Persagentschappen waren signaalorganisaties maar worden vandaag gebruikt als nieuwsleverancier. Berichten van persagentschappen zijn uitgegroeid tot de belangrijkste bouwstukken van de krant.
“Recente uitschuivers van persagentschap Belga tonen aan hoe gevaarlijk die situatie is. Verkeerd nieuws komt zonder check op de websites van de kranten. De kritische filters op de redactie verdwijnen en de deuren worden wagenwijd open gezet voor ‘nieuws’ dat in wezen pr is. De voorzitter van de raad van bestuur van Belga (Leo Neels, ToC) is ook directeur van de belangrijkste lobbygroep van ons land, de farmaceutische industrie. Voor Knack.be schreef hij onlangs een column waarin hij het opnam voor zowel de farmaceutische industrie als voor Belga terwijl hij journalisten de les spelde over deontologie. Veel dieper kun je als lobbyist, als marketeer en pr-man niet infiltreren in de media, maar niemand vindt dat blijkbaar nog problematisch.”
De verschillende media zijn de aandeelhouders van Belga. Ze weten dus wat er gebeurt.
“Inderdaad, maar men vindt dat helemaal geen probleem. Iets gelijkaardigs: de marketingdienst van Belga biedt klanten die persberichten via Belga verspreiden een cursus aan: ‘Hoe krijg je nieuws door de gates?’ Stel je voor dat een gewoon mediabedrijf zoiets doet! Hoe krijg je jouw pr-boodschap in onze krant? Als je de aandeelhoudersstructuur van Belga kent en je weet dat de kranten in belangrijke mate op Belgaberichten zijn gebouwd, dan kun je toch niet anders dan het gevaar daarvan inzien? Media spelen met de eigen geloofwaardigheid door dat allemaal te tolereren. Ik ben het volledig eens met Luc Huyse, die stelt dat we de media niet langer mogen overlaten aan de media alleen. We moeten ook het publiek erbij betrekken.”
Je zou denken dat die analyse ook gemaakt wordt op de hoofdkantoren van de grote mediagroepen.
“Hoofdredactie, management en directie, allemaal zitten ze met de handen in het haar omdat hun producten in een negatieve spiraal zitten. Het Nieuwsblad is in vrije val. Ze hebben al een titel (Het Volk, ToC) geschrapt. Redacties worden gefuseerd. Bij De Persgroep houdt Het Laatste Nieuws de zaak min of meer overeind. De Morgen is een geaggregeerde krant geworden met economisch nieuws uit De Tijd, die rake klappen krijgt, en sportnieuws uit Het Laatste Nieuws. Vreemd genoeg is er niemand die de link legt tussen die achteruitgang en de tanende geloofwaardigheid. Men praat vaak over de geloofwaardigheid van politiek of gerecht, maar ook met de geloofwaardigheid van de media is het droevig gesteld.
‘Hoofdredacteurs worden niet betaald op basis van de geloofwaardigheid of de kwaliteit van hun krant. Als ze meer verkopen door een cd bij de krant te steken, dan zal dat zo gebeuren’
“Dat heeft te maken met fouten maken, met de manier waarop thema’s worden aangesneden en met inhoudelijke keuzes. Het is voor de VRT al bij al gemakkelijk om met een verborgen camera binnen te dringen bij een extremistische mevrouw in een kinderopvang. Dat schept niet meteen vertrouwen bij de burger, die wellicht denkt dat ook hem zoiets te beurt kan vallen. Moeilijker is het om undercover bij een politicus binnen te gaan of bij een bedrijfsleider. Dat zou belangwekkend kunnen zijn, maar net het omgekeerde gebeurt. In Het Laatste Nieuws wordt een analyse gemaakt, niet van de politieke waarde maar van het privéleven van Freya Van den Bossche (sp.a) omdat ze denken dat lezers daarin geïnteresseerd zijn. Maar moet je alles geven waar je lezers in geïnteresseerd zijn? Je vraagt je af waar die roetsjbaan eindigt.”
Is die evolutie de afgelopen tien jaar versterkt?
“Sinds de commercialisering is er sprake van een alsmaar verder afzakken naar snelle-hapnieuws en -verslaggeving. Duiding en echte analyse komen in de verdrukking. De verdedigers zeggen dat het nu toch veel beter is dan vroeger, maar met dat argument stopt natuurlijk alles. Ook de bakkers, de beenhouwers en de auto’s zijn nu beter dan tien jaar terug. Dat argument is dodelijk voor innovatie en evolutie in de media.”
De wereld is natuurlijk ook complexer geworden.
“Goede journalistiek moet in weinig woorden zeer complexe zaken helder kunnen uitleggen. Maar het klopt natuurlijk wel dat het vroeger makkelijker uit te leggen was. Toen had je katernen binnenland, buitenland, sport,… Nu weten krantenmakers het gewoon niet meer. ‘Vooraan’ is zelfs een katernnaam. Maar die ingewikkeldheid mag geen stoplap worden om iets niet te doen. Voor sommige topics is er geen ruimte, louter vanuit marketingoverwegingen. Europese berichtgeving bijvoorbeeld. Mensen zijn daar zogezegd niet in geïnteresseerd. Nochtans hebben we op het vlak van Europese verslaggeving in België een grote stap voor: het hart van Europa ligt in België. En toch doen we er zogoed als niets mee. Voor een Belgisch kwaliteitsmedium is Europese berichtgeving een absolute must. Stukken daarover zouden op zijn minst ook in het Engels online gezet moeten worden. NRC Handelsblad, Frankfurter Algemeine en El Pais doen dat, maar wij doen dat niet. Daardoor blijven onze kranten lokale media. Wij durven niet mee met de grote jongens.”
Vanwaar dat gebrek aan durf?
“Als De Morgen of De Standaard echt het verschil willen maken, dat ze dan keuzes maken en zich op het buitenland richten. Maar onze kranten mankeren internationale gerichtheid. Door stukken in het Engels te vertalen, verruim je de markt tot de hele wereld. Maar blijkbaar zien ze de concurrentie met The Financial Times als extreem bedreigend. Het vereist natuurlijk ook dat er uit een ander vaatje getapt wordt. Men houdt liever rekening met adverteerders, vooral Vlaamse bedrijven die inhoud vragen die bij hen aansluit.
“Die situatie creëert in België steeds duidelijker een unserved audience. Ik behoor tot de groep mensen die van kranten echt eigen werk verlangt, geen bij elkaar geplakt nieuws uit buitenlandse kranten of van persagentschappen. Ik wil gedegen dossierwerk lezen over justitie, defensie, onderwijs, noem maar op. Ik hoor dat de politiehervorming zo’n geweldig succes is, wel, ik zou graag eens een journalist lezen die echt nagaat of dat ook zo is. Zet die dossiers online en je zuigt publiek aan. Bovendien versterkt het de geloofwaardigheid, wat als krant ook afstraalt op je print. Een mooi voorbeeld van hoe je internationaal te organiseren is france24 onder leiding van Christine Ockrent. Die site is in drie talen: Frans, Engels en Arabisch.”
Fungeert het Fonds Pascal Decroos niet gewoon als schaamlapje? De artikels die jullie financieren geven de media mee een onterecht aura van kwaliteit.
“We hopen de kwaliteit vooruit te helpen. Dat is ook mede de bedoeling van de overheid die ons steunt. We hebben niets tegen de uitgevers, laat dat duidelijk zijn. We zoeken mee naar oplossingen. Mij zul je niet horen spreken over Vlaamse kwaliteitsbladen. Een kwaliteitsblad doet gedegen onderzoek naar machtige organisaties, zowel politiek als economisch. Daarin lees je analyses van bedrijven, dossiers en vooral: er is een netwerk van internationale correspondenten. Heb je dat niet, dan ben je geen kwaliteitsmedium. De VRT is het enige medium in Vlaanderen dat nog een beperkt buitenlands netwerkje heeft. Maar met het Fonds Pascal Decroos hopen we vooral opbouwende kritiek te geven. Te wijzen op goede en interessante voorbeelden in het buitenland. Of in eigen land. Het Nieuwsblad bijvoorbeeld is, hoewel in vrije val, wel een van de meest innoverende kranten in Vlaanderen.”
Terug naar de rampspoed. In Groot- Brittannië wankelt de BBC. Er is sprake van een deal tussen krantenmagnaat Rupert Murdoch en de conservatieven om de BBC op droog zaad te zetten.
“Dat zou een dramatische evolutie zijn. De BBC is het rolmodel voor veel Europese openbare omroepen. Ik ga ervan uit dat er in Groot-Brittannië nog voldoende kritische massa aanwezig is om te verhinderen dat de BBC echt onderuit zou gaan. Net daarom is het van belang dat het mediadebat op een breder maatschappelijk niveau wordt getild. Nu het nog kan. Kwalitatieve, onafhankelijke media zijn noodzakelijk voor een goed functionerende democratie. In plaats van de openbare omroep te bashen zouden we die voluit moeten steunen. Tenminste als ze haar taak ter harte neemt: moeilijke items toch ‘sexy’ brengen en aan een groot publiek kenbaar maken. Maar het verhaal stopt natuurlijk niet bij de VRT. We hebben meer dan ooit nood aan echte journalistiek. Mensen die onafhankelijk en onbevooroordeeld hun onderzoek doen voor hun lezers en daarop een opinie baseren.”
Het overgrote deel van de journalisten wil niets liever. De vraag is: mogen ze nog?
“Ze moeten de kans krijgen en daar wringt het schoentje in Vlaanderen: de hoofdredacties zitten te veel in het kamp van de marketing. Als het inkomen van een hoofdredacteur afhangt van de hoeveelheid verkochte exemplaren, zoals DS-hoofdredacteur Peter Vandermeersch publiekelijk heeft verklaard, dan is er een huizenhoog probleem, tenminste voor wie bekommerd is om de kwaliteit van onze media. Hoofdredacteurs worden niet betaald op basis van de geloofwaardigheid of de kwaliteit van hun krant. Als ze meer verkopen door een cd bij de krant te steken, dan zal dat zo gebeuren. Het is de kern van het vrijemarktsysteem. Zeg je zoiets luidop, dan staan alle hoofdredacteurs op hun achterste poten, terwijl ze het zelf natuurlijk goed genoeg beseffen. Als de inhoud van het medium even sterk zou zijn als de reclamecampagne dan zou dat fantastisch zijn.”
Vreemd is dat er zeer weinig geschreven wordt over wat er verkeerd loopt in de media.
“Over de media zelf wordt ontzettend veel geschreven. Maar constructieve reflectie is er inderdaad nauwelijks. Mediajournalisten kiezen vaker voor infotainment. Bovendien, als je als journalist zwaar inhakt op een ander medium, dan kan je het wel schudden de dag dat je zonder werk komt te staan. In de mediabijlagen van De Morgen en De Standaard vinden we nauwelijks iets terug van de analyses die gemaakt worden in Jonge Honden, het boek over de toekomst van journalistiek dat vorige week werd voorgesteld. Ook over boeiende initiatieven zoals het Franse rue89, Mediapart of het Tsjechische Nase Adresa lees je er nauwelijks iets. Ook niet over lucratieve mogelijkheden zoals de verkoop van data, iets wat ze bij The Economist en The Guardian al langer begrepen hebben. Het vreemde is: door de recente ontslagen zijn er nog nooit zoveel goede journalisten op straat gekomen. Bovendien zijn er nooit eerder zoveel mogelijkheden geweest, vooral online. Het enige wat mankeert, is ondernemerszin om dat allemaal in goede banen te leiden.”







Wij, studenten journalistiek van de KH Mechelen, steunen het initiatief van werktitel.be volledig. Hopelijk kunnen we in de toekomst de kwaliteit van de journalistiek weer verbeteren! Examenvraag op het examen media-actualiteit: hoe kunnen initiatieven als werktitel.be financiëel haalbaar worden gemaakt? Zo zie je maar, jullie zijn werkelijk een bron van inspiratie!
Laten we beginnen met de media weg te halen van het pure markt denken.
@anneleen. Niet voorbarig zijn. Dit is tot nader order nog geen vraag op het examen MA. Maar dat je de denkpiste hoe mediabedrijven anders zouden kunnen gaan functioneren mee moet volgen, is zeker belangrijk voor journalisten in spe.
Voor het overige. Niet alleen bij uitgevers- en mediabedrijven moeten we die vraag stellen. Misschien is deze economische en financiële crisis een aanleiding om echt eens anders te gaan denken over hoe een onderneming moet functioneren. Ook KULeuven professor Economie Paul de Grauwe heeft die idee al gelanceerd. En winst maken en geld verdienen mag: ook bijvoorbeeld een coöperatieve kan perfect winst maken. Maar winst maximaliseren, koste wat het kost, daar zit het gevaar.
In onze huidige maatschappij is de overvloed aan info een hekel punt. We moeten uit deze info een selectie maken, door de voortdurende tijdsdruk. Er is een evolutie aan de gang, die we niet kunnen stoppen. er wordt zoveel mogelijk verschillende info op een zo klein mogelijke ruimte gezet. De betrouwbaardheid van de info gaat achteruit want de snelheid van de verspreiding bepaald het verschil tussen winst of verlies.
Een krant is een bedrijf en een bedrijf moet winst maken. Zonder tussenkomst van de overheid, is het bedrijf afhankelijk van commerciële middelen (waaraan ze hun berichtgeving aanpassen).
Organisaties zoals het fonds Pascal De Croos zijn positief, maar kunnen de ondergang van de onderzoeksjournalistiek niet tegenhouden. Ik weet niet hoe de media zal evolueren, maar ik weet wel dat er grondige aanpassingen zullen moeten gebeuren.
Ik hoop dat de onafhankelijke en betrouwbare berichtgeving zal stijgen, en dat de burgerjournalistiek evolueert naar een betrouwbare bron van informatie.
Jonas Coene, KHM student
Haaaaaahahaha de foto van zijn facebook;)
@ Anneleen: Laten we er dan ook iets aan doen en niet zoals elke voorgaande generatie het als een mooie slogan gebruiken.
@Camiel & Trees: Groot gelijk
@Jonas: Dat is normaal als je iets zo actueel mogelijk wilt brengen maar dat is nog geen reden om zo’n fouten te maken, de eerste regel in de journalistiek is immers check en dubbelcheck je bronnen, als je dat niet doet dan kun je beter voor een roddelblad gaan werken.
Een krant is ook een bedrijf maar zoals Trees aanhaalt is het zo dat de winst maximaliseren koste wat het kost. Als zij aan hun idealen blijven vastklampen zonder in de evolutie mee te gaan en nieuwe systemen proberen te vinden dan zullen ze moeilijkheden ondervinden en uiteindelijk ten onder gaan.
En wat burgerjournalistiek betreft krijgen wij de opleiding dus zijn wij verantwoordelijk voor het nakijken van de bronnen en niet de burgers die ons enkel proberen te helpen.
Nc