Journalisten met een scherpe pen en een weerbarstig karakter schrijven over wat er echt toe doet. Nieuws, analyse, opinie en satire. Kritisch en ongebonden. Omdat het nodig is.

‘Infografieken zijn de toekomst van de journalistiek’

Bart De Waele, bedrijfsleider bij het Gentse webbureau Netlash, heeft in een inspiratiesessie voor het managementcomité van het mediabedrijf Concentra zijn kijk op de toekomst van de media gegeven. De Waele is ervan overtuigd dat het internet de maatschappij verandert. De media moeten zich aanpassen, experimenteren en de nieuwe mogelijkheden uitbuiten. Het zal niet makkelijk gaan, maar stilstaan is geen optie, was zijn boodschap aan de top van Concentra. ‘Als mainstream medium moet je al heel diep gaan om een gepassioneerd amateur te kunnen verslaan.’

Door Bram Souffreau

De Waele gaf op 15 december de presentatie in de kantoren van Concentra. Onmiddellijk daarna deelde hij de slides op Slideshare. Intussen hebben ruim 3.500 surfers de presentatie opgevraagd. Op Barcamp 3 in Gent heeft hij zijn visie toegelicht.

De topmanagers hadden oren naar de inzichten van De Waele. Maar ze verdedigden ook hun eigen strategie. “Je hoorde vaak: ‘Ik weet het wel, maar het is niet zo evident om te veranderen’,” getuigt De Waele. “Ik gaf Concentra de hint om de tanker om te vormen tot een speedbootje, maar zij zien ook voordelen in het tanker zijn. Concentra wil de tanker behouden, zachtjes van koers doen veranderen en tegelijkertijd een aantal speedbootjes uitzetten.”

In de ogen van De Waele, die onder andere meewerkte aan de restyling van de websites van Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg, is Concentra qua technologische innovatie een zeer progressief uitgeefbedrijf.

Verdiepend

Bart De Waele (Foto: PitsLamp Photography)

Bart De Waele. (Foto: PitsLamp Photography)

Dewaele stelt in zijn presentatie ‘Old Media vs New Media’ vijf grote verschillen tussen de oude en de nieuwe media vast. Ze hebben betrekking op:

  • inhoud,
  • distributie,
  • informatie,
  • nieuws en
  • gemeenschap.

De eerste botsing is tussen kwaliteit en kwantiteit. De Werktitel wordt in de presentatie opgevoerd als een voorbeeld van een medium waar kwaliteit centraal staat. “De betrokken journalisten zijn vertrokken vanuit hun passie, vanuit hetgeen ze graag doen”, stelt De Waele vast. “Ook bloggers kunnen zeer mooi en verdiepend werk verrichten. Als mainstream medium moet je al heel diep gaan om een gepassioneerd amateur te kunnen verslaan.”

Hij plaatst daar tegenover de content farms. Die titels gokken op kwantiteit. Zij produceren een enorme hoeveelheid aan berichten in de hoop goed te scoren in de zoekresultaten van Google en met kleine weetjes surfers te lokken. Voorbeelden zijn Answers.com of Demand Media, allebei gericht op de Engelstalige markt.

“Ook in Vlaanderen is er ruimte voor dergelijke content farms”, is de overtuiging van De Waele. “Maar je moet dan wel meer dan honderd berichten per dag produceren. Demand Media blikt 4.000 artikels per dag in. Vierduizend! Bovendien moet je je publiek aanschouwen als ‘vee’. Daar hangen ethische kwesties mee samen. De auteurs worden ook slecht betaald. Demand Media betaalt 200 dollar voor tien video’s. De schrijfstijl is ook totaal anders: generiek schrijven zonder al te veel aandacht voor correcte informatie. Alle inspanning wordt opgeslorpt door SEO, de optimalisatie van het stuk voor Google. Ik heb het daar soms wat moeilijk mee, maar het werkt. De content farms vormen de Ryanair van de nieuwsberichtgeving. Ook daar is vraag naar. Je vliegt immers niet altijd met Singapore Airlines.”

Kwaliteitsjournalistiek is jammer genoeg ook een niche, maar er is ruimte voor

De Waele benadrukt het belang van een duidelijke keuze. “Ofwel ga je horizontaal en kies je voor de content farm-aanpak. Ofwel ga je verticaal en zorg je dat je je zo diep mogelijk inwerkt in het onderwerp. Een laatste mogelijkheid is de niche. Maar ook daar moet je er volledig voor gaan. Voor nicheberichtgeving kun je ook geld vragen. Kwaliteitsjournalistiek is jammer genoeg ook een niche, maar er is ruimte voor. ‘Een beetje iets zijn’ is vandaag echter echt onvoldoende om te slagen.”

Geen eiland

Het internet heeft het klassieke plaatje medium-massa overhoop gehaald. “Het web is het eerste medium waarbij de tool voor consumptie dezelfde is als de productietool. Bij televisie heb je een tv bij de consument en camera’s bij de producent. De krant kan niet zonder drukpers. Maar in de internetwereld is een computer voldoende.” Daarnaast is er ook het netwerkeffect, stelt De Waele vast. Dankzij het netwerkeffect wordt de boodschap van een individu via diverse groepen verspreid.

De Waele benadrukt nog een derde punt in het hoofdstukje over distributie: een website is geen eiland. “Je moet zorgen voor verbindingen met andere sites, met YouTube, Facebook, Twitter, Netlog, enzovoort.”

Te vaak wordt informatie nog aangezien als ‘tekst plus foto’. “Maar informatie is zoveel meer”, argumenteert De Waele. Hij neemt het voorbeeld van The Guardian-journalist David McCandless. “McCandless verwerkt data in infografieken. Hij haalt de info uit publiek beschikbare bronnen, zoekt verbanden en vertaalt zijn vaststellingen in grafieken. Dát is de toekomst van journalistiek”, zegt De Waele. “Daar kan een blogger niet tegenop. De kranten laten daar vandaag enorme kansen liggen”, is zijn overtuiging.

De Waele ziet ook toekomst in de interactieve aard van het internet. “Denk applicatie in plaats van artikel”, is zijn raad aan de hoofdredacteurs. Wie uit de lucht valt, verwijst hij naar de innovatie portefeuille van The New York Times.

“Nieuws is nu”, trapt De Waele een open deur in. In The Daily Show werd die vaststelling tijdens een bezoekje aan de redactie van The New York Times pijnlijk duidelijk gemaakt. “De huidige generatie is altijd geconnecteerd. Voor hen is het altijd nu. Die denkwijze is radicaal anders dan tien, vijftien jaar geleden, toen we een avondje stappen een week op voorhand planden. Vandaag sturen de jongeren een sms’je en tien minuten later zijn ze op weg.”

Boze gezichten

Zijn presentatie zou niet volledig zijn zonder de ‘belegen’ term web 2.0. “Maar het is belangrijk, want het vormt de essentie van het hedendaagse internet. Mensen willen creëren en niet enkel consumeren. Ze willen hun ervaringen ook delen. En een centraal punt bestaat dankzij het netwerkeffect niet meer.”

Met het uitleggen van het aspect ’social search’ van het social web oogstte De Waele boze gezichten bij de toppers van Concentra. “Ik gaf het voorbeeldje van onze rekruteringsstrategie bij Netlash. We hebben een nieuwe medewerker aangeworven via Twitter, zonder advertentie in Vacature of een andere personeelsgids. Daar waren ze niet zo happy mee.”

Maar De Waele is niet pessimistisch over de toekomst van de media-industrie. Ook niet over de klassieke media. Mensen blijven op zoek naar een merk, naar waarden en gezichten die hen vertrouwd klinken. De klassieke media kunnen een soort digitale curatoren worden. Maar de invulling is anders dan hun huidige opdracht. Er duiken ook nieuwe mogelijkheden op. “Toekomst is er”, besluit De Waele.

Tags: , , , , , , , , ,

De auteur van bovenstaande tekst doet dat goed. Geef die mens 10 euro van me!

15 Reacties

  1. Infografieken zijn de redding van de journalistiek? Komaan zeg. Ze zijn toch gewoon een leukere manier om informatie in z’n context plaatsen, om maar niet te zeggen dat het een beetje van een hype aan het worden is?

    (En is die context is nu net niet wat er ontbreekt bij gecrowdsourced nieuws?)

  2. @t21: 1. Met infografieken alleen zullen de media het inderdaad niet redden. En dat weet Bart De Waele ook wel. In de tekst staan andere voorbeelden en hints. Maar met goede infografieken kunnen ze wel een verschil maken, want individuele bloggers (bijvoorbeeld) hebben niet de tijd of de kennis om zo’n illustraties in elkaar te zetten.

    Bart wil vooral benadrukken dat de mediabedrijven hun oogkleppen moeten afgooien en erkennen dat een onderwerp meer kan zijn dan tekst+foto. Want dat is toch waar doorsnee Vlaamse nieuwssites vandaag nog op draaien: tekst (liefst uit een print medium, dus totaal niet aangepast aan het web), een foto (vaak zonder meerwaarde, slecht gecropt) en misschien een videootje van VTM, ZoomIn of YouTube. Terwijl het web zoveel meer kan.

    2. The Guardian geeft prachtige voorbeelden van wat mogelijk is met crowd sourcing. De context wordt inderdaad gegeven door journalisten en experten (dat is ook hun sterkste punt), maar crowdsourcing kan wel helpen om een grote brok data snel te verwerken, zoals ze gedaan hebben bij de analyse van de onkostennota’s van Britse parlementsleden.

  3. Interessant stuk.

    Infografieken kunnen inderdaad niet de enige oplossing zijn. Plus, ook voor een blogger is het simpel om een infografiek te maken.

    Zelf gebruik ik mindmaps. Met de huidige software eenvoudig te maken, ogen goed en geven een meerwaarde aan de informatie.

    Dus da’s niet echt een sterk argument. Dat wordt ook aangegeven:”“Ook bloggers kunnen zeer mooi en verdiepend werk verrichten. Als mainstream medium moet je al heel diep gaan om een gepassioneerd amateur te kunnen verslaan.”

    Maar dat is niet het échte idee erachter, het lijkt me eerder een stuk om over na te denken. ‘t was ook een inspiratiesessie voor Concentra.

    Andere richtingen zijn branded content, waar momenteel een interessant stuk over te lezen is op Molblog: http://www.molblog.nl/bericht/branded-content-de-bijl-aan-de-wortel-van-onafhankelijke-journalistiek/

    Duidelijk is dat er moet nagedacht worden over het huidige model. Inhoud, distributie en interactie met het publiek zijn interessante startpunten, zoals genoemd.

    Hoe dit alles commercieel interessant kan worden gemaakt, is ook van groot belang. Dat ontbreekt zo te zien in de inspiratiesessie.

    En daar zit juist het moeilijke. De trend is duidelijk, maar hoe zet je dit om in een model dat ook geld oplevert? En daar hebben zowel de “traditionele media” als bloggers evenveel moeite mee.

    Otto

  4. ”“Ook bloggers kunnen zeer mooi en verdiepend werk verrichten. Als mainstream medium moet je al heel diep gaan om een gepassioneerd amateur te kunnen verslaan.” Dit stuk is daar alvast een bewijs van en dit is zeker niet het enige voorbeeld.
    Bart beveelt in zijn stuk verbindingen aan met Twitter, YouTube, Facebook, Netlog, … Zo ben ik hier trouwens terecht gekomen en ik laat me graag gidsen door wat sommige van mijn digitale contacten me aanbevelen.

    Moeten we nieuwsbedrijven niet meer en meer als contentboeren beschouwen die zich van media bedienen om nieuws te verspreiden? Wie de beste verbinding kan maken tussen alle media, zal het grootste bereik hebben.

  5. Ik blijf er bij dat er niet veel interessants aan dit artikel te vinden is. Er worden een hoopje open deuren ingetrapt: citizen journalism, many-to-many-comminicatie, etc.

    Als je dergelijke dingen vertelt aan old-media marketeers, wat management van een moderne krant is, gaan ze grappen uithalen als ihavenews.be of dat 4040-ding van de vmma. Ze snappen niet wat mogelijk is, ze zien het maar als iets waarmee ze hun kosten kunnen drukken. En die bottom line is natuurlijk het enige wat telt.

    Trouwens, nog over infografieken: volgens mij klopt het niet dat dergelijke dingen beter zouden werken dan pakweg tekst plus foto’s. Het ziet er allemaal wel leuk en kleurig uit, en het is misschien wat sneller te verwerken, maar waarom denk je dat het vooral sites over grafisch design zijn er over bezig zijn?

    Het is toch immers niet hoe je nieuws er uit ziet, maar wat je te vertellen hebt dat je publiek aan je zal binden? Dat McCandless succes heeft met zijn aanpak hangt niet af van hoe het er uit ziet, maar dat hij er in slaagt om dingen op objectieve wijze in hun context te duiden, iets wat bij citizen journalism meestal niet gebeurt. Een ander voordeel wat hij heeft is dat hij zich bijna altijd baseert op cijfermateriaal, wat natuurlijk makkelijker in een grafiek te gieten is dan pakweg politieke verslaggeving.
    Hij zit echt wel veel dichter bij wat je klasseke journalistiek zou willen noemen dan de meeste van z’n fans zouden denken.

  6. @t21 Jammer dat het artikel je niet kan boeien. Maar met het voorbeeld McCandless geef je Bart wel gelijk, want hij stelt net vast dat de klassieke journalistiek een meerwaarde heeft en dat je dit ook kan uiten in bijvoorbeeld een infografiek. McCandless is een ‘klassiek journalist’. Niemand beweert iets anders

    Wat je te vertellen hebt, is inderdaad belangrijk, maar het medium dat je daarbij gebruikt, kan zeker een verschil maken. Een sterke opinietekst zegt meer dan een foto van een handvol betogers op de Kunstlaan. Maar een sterke oorlogsfoto kan dan weer meer emotie in zich kan dragen dan tientallen krantenpagina’s vol tekst. En dat gaat ook op voor cartoons, radioreportages, televisie-items, infografieken, data mashups, illustraties, reportages, leesverhalen, enzovoort. Dat kunnen allemaal vormen zijn van ‘klassieke journalistiek’, alleen moet je weten wat wanneer te kiezen.

    .

  7. Bart De Waele heeft geen gelijk, maar probeert wel gelijk te krijgen, wellicht om dat het een essentieel onderdeel is van zijn zakelijke publiciteit; gebakken lucht verpakt als ‘opinies en inzichten’ in een gladde verpakking gepresenteerd ,in het Engels ook nog. Het valt te betwijfelen dat de volgelingen die zich clusteren in netwerken en zich als een messias voelen om hyperactief allerhande te distribueren een belangrijke groep vormen. Ja, ze zijn in zoverre een groep, net omdat ze als groep marketinggewijs een doelpubliek vormen (‘catlle’) voor gerichte reclame die aan ‘applicaties’ is vastgeklit, maar ook niets meer. Observaties van een internethaai? Welzeker.

    De titel van dit artikel vind ik dan ook maar een schaamlapje, het dient uiteindelijk maar als conditionering voor iets anders.
    Ronduit belachelijk is het filmpje over de rondgang bij de New York Times; het is op geraffineerde wijze zó selectief gemonteerd om gedrukte media belachelijk te maken. Maar het dient wel de motieven (vandaar dat het ook in de presentatie steekt..) die Bart De Waele wil verwoorden: twitteraars en consoorten met hun internet vergroeide gedrag als dé doelgroep voorstellen. Mensen die gedrukte media consulteren, marginaliseren (waarom zou je nog een krant lezen ? het is nu! die telt.. etc.)

    Het is misschien innovatief te noemen dat men middels een grafiek een visueel snel en overzichtelijke voorstelling kan geven, misschien bedoelt voor snel (want het moet verdorie snel! gaan ) consumerende hyperactieve luitjes, maar het blijft uiteindelijk maar ‘bijzaak’. Heldere duiding wordt mijns inziens nog altijd gedefinieerd in trefzekere bewoordingen onttrokken aan kritisch onderzoek en bevinding, en niet zomaar een oppervlakkige of tendentieuse ‘vaststelling’ (zoals er op het internet veel te veel van zijn).

    Nee, ik heb geen hoge hoed op van Bart De Waele die termen als ‘vee’ en ‘farm’ aanwendt. Zoals gezegd, uiteindelijk was de ‘infografiek’ maar een aanhangwagentje voor iets anders.

    Interessant artikeltje, maar verdomd volgepropt met geniepig gif.

  8. Dewaele is gewoon op zoek naar vers geld en schuimt daarom de mediabedrijven af.

  9. Hilarisch.

    @ Laundro: waarvoor exact ben ik op zoek naar vers geld? Kwestie dat ik ook op de hoogte ben.

    @ Ronny S.: voor iemand die van ‘heldere duiding’, ‘trefzekere bewoordingen’ en ‘kritisch onderzoek en bevinding’ houdt, schiet je m.i. toch wel een beetje te kort als het gaat over ‘begrijpend lezen’. De termen ‘vee’ en ‘farm’ heb ik doelbewust zo gebruikt om het ethische aspect aan te duiden – en daarmee ook mijn standpunt daarover.

  10. Djeezes Ronny, tijd om van die ivoren toren te komen lijkt me zo ..

    En BTW, imho (Bart zeg als ik verkeerd ben) is infografiek een metafoor voor duiding. Dat is idd niet nieuw, doen de kranten al langer, maar het is wel belangrijk die duiding te verzorgen in en met dit nieuwe ecosysteem.
    En er dus ook rekening mee te houden dat de pure content _productie_ geen monopolie meer is dat voorbehouden is aan mediabedrijven.

    @t21 good point wat betreft 4040 en ihavenews. Er moet vaak idd nog wat water naar de zee, denk dat het wel belangrijk is dat mediabedrijven een zeker expertise opbouwen

  11. Ik kan de mening van andere personen niet waarderen, dus ga ik maar voor de anonieme-lafbek aanpak. Misschien is geld van mediabedrijven wel mijn enige drijfveer.

  12. Wanneer ik op de twitterpagina van De Waele lees: “Tegen beter weten in de trollen voederen.”(kwestie van de volgelingen aan te porren..), als verwijzing nadat hij hierboven z’n reactie had gepost als kerstboodschap.. dan heb ik nog meer redenen dan voordien om aan zijn vorm van ethiek te twijfelen.

    Zinsbegoocheling, het is idd ook een vorm van ethiek..

  13. Oh, ik ben helemaal niet aan het trollen. Mocht ik aan het trollen willen slaan, dan zou ik wel andere zaken schrijven. (Voor alle duidelijkheid, de post van 25/12 om 12:59 is niet van mij, maar dat wisten de scherpzinnige lezers van dit online blad wel). Dat ik anoniem blijk – of beter, onbekend voor “Bart” – is trouwens geen teken van lafheid, maar gewoon van… anonimiteit. Ik ben geen (zelfverklaarde) net celeb in dit kleine deeltje van de wereld, dus anonimiteit is mijn tragisch lot.

    Om meer tot de kern van de zaak te komen: alle tralala die verkocht wordt rond de disruptieve kracht van social media lijkt mij veel te sterk op een zichzelf steeds versterkende hype. Kudo’s aan “Bart” om hierrond een bedrijf uit de grond te stampen, maar ik heb nog nooit en nog nergens echte bewijzen gezien van hoe social media de (on- en off-line) economie ingrijpend verandert heeft.

    Het blijft bij voorspellingen, anecdotiek en bon mots. Kritiek wordt steevast geklasseerd bij de zure oprispingen van dinosauriërs.

    Om maar een voorbeeld te geven; ik geloof van het onderstaande niets, of het zou vol oelewappers bij de toppers van Concentra moeten zitten:
    “Met het uitleggen van het aspect ’social search’ van het social web oogstte De Waele boze gezichten bij de toppers van Concentra. “Ik gaf het voorbeeldje van onze rekruteringsstrategie bij Netlash. We hebben een nieuwe medewerker aangeworven via Twitter, zonder advertentie in Vacature of een andere personeelsgids. Daar waren ze niet zo happy mee.”

    So what? Netlash is een bedrijf dat zich sterk tracht te positioneren als “social media”-savvy web agency. Dan is het maar normaal dat het zijn toekomstige medewerkers (zelfs exclusief) via dat ecosysteem tracht te vinden.

    Boekhouderskantoor Vermeulen uit Antwerpen zie ik nog niet zo snel op deze manier mensen gaan zoeken. Toch niet exclusief op die manier. Evenmin zie ik een jonge afgestudeerde boekhouder enkel via Twitter solliciteren.

    Dat social media complementair zijn aan andere media, daar ben ik van overtuigd. Maar de hype die de zelfverklaarde guru’s aan het creëeren zijn, maakt me zeer wantrouwig over hun bedoelingen.

    Dat ze daarenboven quasi allemaal veel te grote (en kwetsbare) ego’s hebben, helpt daar natuurlijk ook niet veel aan.

  14. Interessant stuk, of je het nu met de inhoud eens bent of niet. Het is altijd goed om zaken op een rijtje voorgeschoteld te krijgen. Ik vermoed dat de ontwikkelingen in de media wel zullen gebeuren zoals Bart het uiteenzette: je mag niet onderschatten hoe een groot deel van de hedendaagse jeugd omgaat met deze en andere media, en hoe zij op hun eigen manier het hele medialandschap zullen veranderen. Mijns inziens leven we in interessante tijden qua communicatie. Het is echter de “oude garde” die het er moeilijk mee heeft om daarin mee te stromen, en die zich niet kan inbeelden hoe die veranderingen zich zullen ontplooien. Dus proberen ze mee te ploeteren met al dat “nieuwe gedoe” en krijg je af en toe van die wangedrochten die serieus mis schieten. Dat hoort nu eenmaal bij het beestje dat “vooruitgang” heet. Mythisch beestje, niemand heeft ooit de voetafdrukken ervan gevonden, maar iedereen spreekt erover.
    Hoewel ik zelf niet twitter en sms, en wegens pijnlijke vingers zelden chat, zie ik een mooie evolutie opdoemen met twitter en andere -nog te ontwikkelen- media in onze communicatietechnieken. Mjam.

Trackbacks

  1. frederikmisplon.be » Mijn favoriete links op 25/12/2009