Godfried Danneels: als de vos de passie preekt
Het nakende afscheid van kardinaal Godfried Danneels als aartsbisschop van Mechelen-Brussel en metropoliet van de Belgische kerkprovincie gaat niet onopgemerkt voorbij. Nagenoeg iedere publicatie probeert de man te strikken voor een afscheidsinterview. Terwijl zelfs vrijzinnige opiniemakers de intellectueel Danneels prijzen voor zijn scherpe geest gaat België plat voor het interviewboek In gesprek met kardinaal Danneels. Dat er in het buitenland met scherp wordt geschoten op onze kardinaal, daar schrikken we van op. Houdt dan niet iederéén van Danneels?
Door Christophe Van Eecke
Iedereen houdt van de kardinaal. Toen In gesprek met Kardinaal Danneels, neergepend door Jan Becaus en Christian Laporte, aan de pers werd voorgesteld, getuigde een glunderende Becaus dat het bijna onmogelijk is om het met Danneels oneens te zijn en schoof Herman Van Rompuy (CD&V) naast de kardinaal aan om hem voor het oog van de wereld lof toe te zwaaien. Dergelijk theater is symptomatisch voor de manier waarop kardinaal Danneels bijna een vorm van folklore is geworden, een simpele man van het volk die goed pakt op televisie en door iedereen aardig wordt gevonden wegens zijn zalvende aard. Het is een beeld dat al te zelden met kritische blik onderuit wordt gehaald. Tot het verschijnen van zo’n interviewboek plots gelegenheid biedt om een en ander in perspectief te plaatsen.
Minzaam
Zijn minzame en goedmoedige imago wordt door de kardinaal zelf graag gecultiveerd, wat in eerste instantie blijkt uit de vaak zeer volkse manier om zich uit te drukken
Ook een kardinaal moet zijn public relations verzorgen. Nu zijn pensioen lonkt, kan kardinaal Danneels al eens vaker het achterste van zijn tong laten zien. Het is dan ook geen toeval dat In gesprek met kardinaal Danneels uitgerekend eind 2009 verschijnt, net vóór de kardinaal de kerkelijke arena zal verlaten. De grootste verrassing van het boek is misschien wel dat het geen grote verrassingen bevat: het beeld dat het van de kardinaal schetst, sluit nauw aan bij het beeld dat leeft bij het brede publiek. De kardinaal heet een minzaam man te zijn, een compromisfiguur die zeker niet kan worden vereenzelvigd met de harde doctrinaire lijn binnen de katholieke kerk.
Om dat beeld te bestendigen wordt stevig geschut in stelling gebracht, want het voorwoord is van de hand van Herman Van Rompuy, die tekent als ‘Voorzitter Europese Raad’. Men beeldt zich in dat uitgever Halewijn de persen tot het laatste moment tegenhield om uitsluitsel te verkrijgen over Van Rompuys Europese statuut. De kersverse voorzitter looft de kardinaal om zijn ‘minzaamheid’ en noemt hem “een man van verzoening in de lijn van de grote Belgische en Vlaamse traditie. Hij laveert tussen tegengestelde standpunten door en vindt de woorden die helen en zalven.” De kardinaal is ‘een bruggenbouwer’ en het christendom is voor hem “niet meer het geloof van geboden en verboden maar van aandacht, zorg en begrip”.
Droge humor
Dat minzame en goedmoedige imago wordt ook door de kardinaal zelf graag gecultiveerd, wat in eerste instantie blijkt uit zijn vaak zeer volkse manier om zich uit te drukken, met wendingen en uitdrukkingen die zijn West-Vlaamse wortels verraden. Dat maakt de kardinaal een toegankelijk en populair man. Onlangs werd hij in Vacature, lijfblad van de überliberale workaholic, zelfs opgevoerd als manager van het kerkbedrijf (‘In de grond manage ik niet veel’, zegt de kardinaal daarover in het nieuwe boek. ‘Ik heb goede medewerkers voor financiën, benoemingen, die dat in mijn plaats doen’; p. 89).
De gemoedelijkheid van de kardinaal leidt vaak zelfs tot (onbedoelde?) droge humor. Over het internet: “Als ik een woord tegenkom dat ik niet ken, zoek ik het op. Dan tik ik dat in op Wikipedia.” (p. 113). Over de soap Familie: “Ik volg dat via de zusters hier in huis. De avonturen van priester Walter heb ik zo lange tijd gevolgd. Hij is geloof ik gestorven nu.” (ibid.). En over koningin Fabiola: “Zij belt soms met de boodschap dat ze mij iets moet vragen.” (p. 110).
Lankmoedige onnozelheid
Soms slaat die droge toon om in beschamende kolder, zoals wanneer Maria Rosseels en Gerard Walschap ter sprake komen, over wie Danneels beweert dat ze “zich niet [konden] losmaken van hun verleden. Op een bepaald ogenblik moet je kunnen zeggen ‘le passé c’est le passé‘. Altijd maar weer herkauwen wat ze ons allemaal aangedaan hebben, uiteindelijk is dat ook niet erg intellectueel.” Volgt de volgende dialoog. Becaus en Laporte: “Als je nu nog een boek van Walschap leest, vraag je je wel af wat die man zijn probleem was.” Danneels: “Dat vraag ik mij ook af, wat was zijn probleem?” Becaus en Laporte: “Het moet een verschrikkelijk trauma voor hem geweest zijn, toen hij uit het seminarie gezet werd en ook nog gebroodroofd werd door de katholieke omgeving.” (p. 136). Een schitterend voorbeeld van een interviewer die niet beseft dat hij zijn eigen vraag beantwoordt, met de lankmoedige onnozelheid van de kardinaal daartussen gesandwicht.
Men kan zich niet van de indruk ontdoen dat die nadrukkelijke simpelheid voor een stuk geveinsd is, in de lijn van de grote katholieke traditie van het Janusgezicht. Danneels als faux naïf. Tenslotte gaat het hier om een man die filosofie studeerde, doctoreerde in de theologie en tot de intellectuele top van de katholieke kerk behoort. In het boek wordt ook heel snel over een reeks hete morele hangijzers heengegaan, mogelijk omdat de kardinaal zich daar reeds eerder uitgebreid over heeft uitgesproken, bijvoorbeeld in het gesprekkenboek Vrijuit (2000).
In-vitrofertilisatie (ivf) en euthanasie worden snel maar efficiënt afgehandeld. Het pedofilieproces waarbij de kardinaal in opspraak kwam, krijgt slechts een terloopse vermelding en de abortuskwestie is vooral een gelegenheid om de lof van koning Boudewijn te zingen. Over de zaak-Borremans wordt in alle talen gezwegen. En het openstellen van het burgerlijk huwelijk voor koppels van hetzelfde geslacht (wat we verder voor de vlotte lectuur het homohuwelijk zullen noemen, ook al is dat een foute term) schittert door afwezigheid. In plaats daarvan, en het moet gezegd dat het ook verfrissend is dat het eens over iets anders kan gaan, krijgen we een overzicht van Danneels’ jeugd- en vormingsjaren, waarbij de menselijkheid van de kardinaal keurig in de verf wordt gezet.
Ethische twistappels
Toch wringt er iets in deze katholieke idylle. Een van stokpaardjes van de kardinaal is zijn opvatting dat men de keizer moet geven wat de keizer toekomt, een uitspraak van Jezus die door de kardinaal wordt gelezen als een uitdrukking van het principe van de scheiding tussen kerk en staat. In het boek Vrijuit had Danneels daarover reeds een lang gesprek met Jean-Luc Dehaene waarin de kardinaal duidelijk het onderscheid onderschreef tussen moraliteit en legaliteit en erkende dat de staat omwille van het pluralisme in de samenleving soms zaken erkent en legaliseert die indruisen tegen de moraal van bepaalde groepen binnen die samenleving. De voorbeelden zijn legio: abortus, euthanasie, ivf en homohuwelijk.
Elk van die ethische twistappels zijn zowel voor de kerk als instelling als voor de kardinaal persoonlijk ethisch onverantwoord. Het is echter al te gemakkelijk om Danneels’ bezwaren tegen dergelijke maatschappelijke evoluties af te doen als louter bekrompenheid. Integendeel, de kardinaal argumenteert zijn ethiek vaak op hoog niveau en heeft soms zelfs het gelijk aan zijn kant. Veel interessanter is het om na te gaan hoe het beeld dat de kardinaal van zichzelf schetst, ook in het recente gesprekkenboek, soms haaks staat op de manier waarop hij zich in ethische debatten opstelt. Met name de scheiding tussen kerk en staat, die de kardinaal zelf zo cruciaal belangrijk acht, komt daarbij al eens fundamenteel in het gedrang.
Zeer oneerlijk
Het ethisch perspectief van de kardinaal wordt door hemzelf gekenschetst als een ‘personalisme’ dat typerend is voor het christendom: de waardigheid van iedere mens staat centraal en “telkens wanneer de mens ondergeschikt gemaakt wordt aan infra-menselijke doeleinden – geld, macht, ideologie enz. – gebeurt er iets onethisch” (Schmidt 2000: 128). Vanuit die optiek, die men ook als atheïst gemakkelijk kan onderschrijven, is Danneels’ opvatting over ivf bijvoorbeeld volkomen begrijpelijk en zelfs zeer redelijk. Danneels vertrouwt Becaus en Laporte toe dat hij niet tegen ivf op zich is: of een bevruchting nu tijdens de liefdesdaad of in een ziekenhuis plaatsgrijpt, is geen fundamenteel verschil. Zijn “belangrijkste bezwaar is dat er een aantal embryo’s worden ingeplant die eigenlijk voor niets zijn”, met als risico dat er embryo’s worden vernietigd (p. 101).
In het verlengde daarvan keurt de kardinaal ook abortus af. “Het is een andere beschaving”, stelt Danneels, “waarin de ene mens zich verheft boven een andere mens en dat nog goedkeurt ook. De mens die zegt: ik supprimeer u” (p. 104). Opnieuw heeft de kardinaal hier ethisch een sterke zaak. Het feminisme heeft de strijd om abortus immers vaak zeer oneerlijk gestreden. Het is belangrijk om te erkennen dat abortus moord is. Discussies over de vraag na hoeveel weken een embryo een foetus wordt en wanneer er sprake is van een kind, zijn sofistiek: in een normaal verloop zal een bevruchting resulteren in een kind. Of men die evolutie nu vroeg of laat afbreekt, men ontneemt dat ongeboren kind zijn leven.
Ongebreidelde anticonceptie
Dat betekent niet dat abortus nooit verantwoord kan zijn, het betekent wel dat de ethische kwesties rond abortus vaak eenzijdig worden belicht vanuit de zelfbeschikking van de vrouw. Een vaak gehoord argument stelt dat geen enkele vrouw kan worden gedwongen om negen maanden lang “te fungeren als container voor een kind”, zoals activiste Lucie Van Crombrugge het ooit uitdrukte (Trommelmans 2006: 73). Dat is een inbreuk op haar fysieke integriteit. Baas in eigen buik.
Het probleem met die stelling is niet dat men het er oneens mee is, maar dat men het er wel mee eens is. Alleen wordt een vrouw niet plots baas in eigen buik als ze zwanger blijkt. Baas in eigen buik betekent ook dat een zelfbewuste en vrije vrouw over vrije partnerkeuze beschikt, de keuze heeft om zich te onthouden van onveilige seks (die haar naast zwangerschap ook blootstelt aan aids en soa’s), de pil kan nemen en kan aandringen op het gebruik van een condoom. Met de ongebreidelde anticonceptie die ons vandaag ter beschikking staat, is het nog maar de vraag of abortus in het vrije westen zo stilaan niet een marginale kwestie zou moeten zijn, zeker onder vrijgevochten vrouwen. Waarmee niet gezegd is dat de legalisering van abortus een slechte zaak is: als de praktijk bestaat, kan er maar beter een wettelijk kader worden voorzien. Een standpunt dat de kardinaal deelt.
Vrome fictie
Met homoseksualiteit begeeft de discussie zich op een heel ander niveau. Het debat rond homoseksualiteit en homohuwelijk werd en wordt vaak behandeld als een aspect van de seksuele moraal. Maar in feite gaat het hier om een veel diepere kwestie. Het homohuwelijk vraagt een andere discussie in andere ethische termen dan de discussie over ivf, abortus of euthanasie omdat het homohuwelijk een onvoorwaardelijk recht is. Eén van de basisprincipes van de democratie is de gelijkheid van alle burgers. Bijgevolg is het ondenkbaar dat er in de democratie een recht zou bestaan waar één bepaalde groep bij definitie van is uitgesloten. Het huwelijk is een juridisch contract dat door iedere burger moet kunnen worden gesloten met iedere andere burger van zijn keuze.
Er was een tijd dat de wet inderdaad stipuleerde dat het huwelijk een contract was tussen man en vrouw. En men gaat er doorgaans nog altijd van uit dat het huwelijk een uiting is van liefde. Die veronderstellingen zijn vals. Er werd of wordt in de praktijk niet aan voldaan. Het beste voorbeeld zijn de talloze marriages de raison die werden en worden gesloten. In een verstandshuwelijk speelt liefde geen rol. Toch is het niet verboden. Dat de kerk vandaag blijft schermen met de definitie van het huwelijk als een liefdesband tussen man en vrouw met het oog op voortplanting is bovendien hypocriet aangezien diezelfde kerk er eeuwenlang geen graten in heeft gevonden om verstandshuwelijken in te zegenen tussen vorsten, vorstinnen en andere bemiddelden die nationale of financiële belangen wilden veiligstellen. De kerkelijke visie op het huwelijk is ook binnen de kerk altijd een vrome fictie geweest.
Begripsvervaging
Spraakverwarring over wat het huwelijk nu in feite is, is de kardinaal niet bepaald vreemd. In het boek Vrijuit luidt het met betrekking tot het homohuwelijk als volgt: “Ik vind dat de staat inderdaad een politiek en een wettelijk kader mag scheppen waarbinnen bepaalde dingen mogelijk worden voor de mensen die zo willen leven. De staat of de politiek kan echter nooit zeggen: dit is een echt huwelijk. Je mag toch geen begripsvervaging creëren. Een tafel is een tafel en blijft een tafel. Als je nu naast de tafel nog een taboeretje wil zetten, dan mag dat best, maar je gaat het toch geen tafel noemen. Dat geldt ook zo voor het huwelijk. Het huwelijk is het huwelijk. Wil je echter een wettelijk kader scheppen voor mensen die andere samenlevingsvormen beleven, dan zeg ik tot op zekere hoogte: ja. Als je kunt verzekeren dat het echte huwelijk niet gewoon verdrinkt door de zaak zelf kapot te maken” (p. 131).
In een interview met Knack-journalist Joël De Ceulaer van augustus 2009 herhaalt Danneels dit argument: “Ik hou het woordenboek toch liever zuiver, hoor. De taal mag geen on-taal worden, anders weet men op den duur niet meer wat men zegt. Ik vind dat een huwelijk het samengaan is van man en vrouw.” De kardinaal haalt hier het burgerlijk en het kerkelijk huwelijk driftig door elkaar. Hij weigert te erkennen dat het kerkelijk huwelijk iets anders is dan het burgerlijk huwelijk en dat de ‘echtheid’ van het kerkelijk huwelijk (tussen man en vrouw) niet wordt aangetast door een verandering in de opvatting van het burgerlijk huwelijk (tussen twee burgers).
Morele vooruitgang
Het homohuwelijk is een onvoorwaardelijk recht omdat het naar het hart van de democratie gaat: het gelijkheidsbeginsel is er in het geding. Bij abortus, euthanasie en ivf wordt er geen ongelijkheid gecreëerd: die handelingen zijn voor iedereen op gelijke wijze en onder dezelfde voorwaarden toegestaan of verboden. Het al dan niet legaliseren van euthanasie kan veel lijden veroorzaken of wegnemen, maar het creëert geen fundamentele ongelijkheid tussen de burgers.
In de kwestie van abortus zijn de rechten van het ongeboren kind in het geding, waardoor er geen onvoorwaardelijk recht op abortus kan zijn. Bijgevolg legt de wetgever bij de legalisering bepaalde beperkende voorwaarden op. De maatschappij is de voorbije decennia geëvolueerd naar een klimaat waarin er een breed draagvlak is voor zowel ivf, abortus, euthanasie als homohuwelijk. Laat er geen twijfel over bestaan dat al die nieuwe wetgevingen een blijk zijn van morele vooruitgang: ze elimineren discriminatie en bieden de burger middelen om lijden tegen te gaan.
De houding van de kardinaal tegenover die evolutie is evenwel interessant. Hij stelt dat de kerk het principe van de scheiding van kerk en staat aanvaardt en zich bijgevolg neerlegt en moet neerleggen bij wat de democratie beslist. Dat neemt echter niet weg dat de kerk zich het recht voorbehoudt die evoluties af te keuren en dat ook met zoveel woorden te zeggen. Maar legt de kerk zich wel neer bij de democratische gang van zaken?
Ideologische speeltuin
Danneels’ argument ruikt naar wijsheid achteraf. Wereldwijd heeft de kerk gelobbyd en blijft ze lobbyen om abortuswetten, euthanasiewetten en homohuwelijken te blokkeren. In landen waar de christelijke partijen in de meerderheid zitten, is het niet ongebruikelijk dat die partijen dergelijke wetgevende initiatieven vanuit hun religieuze achtergrond blokkeren. Bijgevolg wordt de hele maatschappij de wil van een bepaalde religieuze groep opgelegd. Het is één ding om als kerk en als religieus persoon een evolutie moreel te veroordelen, het is een ander ding om je invloed aan te wenden met het oog op het voorkomen van nieuwe wetgeving.
De kerk legt zich dan ook niet neer bij de wil van het volk of bij de principes van de democratie, ze betreurt alleen maar en aanvaardt gelaten dat haar politieke macht in bepaalde landen niet groot genoeg (meer) is om de wil van het volk of de principes van de democratie naar haar hand te zetten. De kerk geeft de keizer niet wat de keizer toekomt. Als het aan de kerk lag, was er geen abortuswet, geen euthanasiewet en geen homohuwelijk. De kerk zou dat niet eens als een crisis van de democratie beschouwen.
Die inmenging in het publieke leven beperkt zich trouwens niet tot de politiek, want ook de wetenschap dient zich volgens de kardinaal binnen de grenzen van de katholieke moraal op te houden, zeker aan katholieke universiteiten, waar de vrijheid van onderzoek zeker niet als vanzelfsprekend mag worden beschouwd: “Het vrije onderzoek, dat geen enkel principe moet volgen, is niet combineerbaar met een katholieke universiteit” (p. 82). Alleen wordt die universiteit wel financieel bevloeid met belastinggeld en niet met fondsen uit Rome. Ze is dus niet de private ideologische speeltuin van Rome.
Diepe crisis
De kwestie van het homohuwelijk opent echter een perspectief op een nog veel bredere crisis. Want de kerk legt zich niet alleen niet neer bij de democratische wil, ze verzet er zich ook actief tegen en wordt hierin zelfs niet tegengewerkt door de democratie. Een concreet voorbeeld: toen het homohuwelijk er kwam, kondigde Mieke Van Hecke, hoofdin van de Guimardstraat, meteen aan dat homoseksuele leerkrachten in het katholiek onderwijs die huwden problemen zouden krijgen. Zo’n discriminatie vindt op het veld nog altijd plaats. In sommige katholieke scholen worden carrières nog altijd gekraakt omdat mensen homoseksueel, ongehuwd zwanger of ongehuwd samenwonend zijn. De overheid weet dat. Het katholiek onderwijs kondigt het zelfs aan en schermt daarbij met haar vrijheid van onderwijs.
Wat iedereen lijkt te ontgaan is dat zich hier een diepe crisis in de democratie voordoet. Terwijl de overheid antidiscriminatiewetten invoert op basis waarvan particuliere burgers worden vervolgd en veroordeeld, subsidieert ze zelf een zuil die tegen de sterren op de wet overtreedt en discrimineert. Niet alleen in het onderwijs, maar bijvoorbeeld ook in katholieke ziekenhuizen die weigeren euthanasieverzoeken in te willigen en patiënten doorverwijzen alsof het een stuk vee betrof. Wat we hier zien, zijn een politiek en een justitie waarin de linkerhand niet mag weten wat de rechterhand doet. Aangezien de katholieke zuil met belastinggeld functioneert, betekent dat dat een aantal burgers (homoseksuelen, ongehuwd samenwonenden, bewust ongehuwde moeders) gedwongen worden om zelf hun eigen discriminatie te financieren via hun belastingen. De burger heeft niet het recht om zelf te discrimineren maar wel de plicht om zijn eigen discriminatie structureel te ondersteunen.Du jamais vu.
Sociaal virus
Het is één ding om te pleiten voor de zuiverheid van het huwelijk (en daarbij burgerlijk en kerkelijk huwelijk door elkaar te haspelen), een ander ding om politieke beslissingen te proberen beïnvloeden (aantasting van de scheiding tussen kerk en staat), maar het is beslist nog een geheel ander ding om over een bepaalde bevolkingsgroep te zeggen dat ze een sociaal virus en een ecologisch probleem is. Dat lijkt zo stilaan het officiële standpunt van de katholieke kerk te zijn (maar ook de islam en het jodendom blijven hierin niet achter). Het zijn woorden waarop de kardinaal zelf zich wijselijk niet laat betrappen, maar die zijn overste, Benedictus XVI, maar al te graag in het rond strooit.
Danneels mag Benedictus’ woorden dan al niet letterlijk hanteren, zijn in de rijke traditie van het Belgische compromis geschoolde retoriek ademt er desalniettemin de onmiskenbare walm van uit. Die walm laat zich misschien nog het best proeven in Benedictus’ kerstboodschap van 2008, toen hij stelde dat “we iets nodig hebben als een menselijke ecologie, op de juiste manier bedoeld. De Kerk spreekt van de menselijke natuur als ‘man’ of ‘vrouw’ en vraagt dat die orde wordt gerespecteerd.” Hoewel Benedictus verstandig genoeg was om het woord ‘homoseksualiteit’ niet in de mond te nemen, had iedere goede verstaander aan een halve insinuatie genoeg: homoseksualiteit is een ecologisch probleem, een beetje zoals de CO2-uitstoot.
Merk op dat Benedictus in zijn uitspraak heel omzichtig de kwalificatie ‘op de juiste manier bedoeld’ gebruikt. Dat is een voorbeeld van de gespleten tong van de katholieke kerk, die haar boodschap altijd zo weet te verpakken dat iedereen verstaat wat ze bedoelt zonder dat iemand haar echt op de letterlijke woorden kan pakken. Het is vermoedelijk in het licht van dat katholieke Janusgezicht dat we ook Danneels’ verbale laveerkunst moeten situeren en niet in de een of andere Belgische of Vlaamse compromiscontext.
Gerechtvaardigde discriminatie
Die laveerkunst, of de kunst van het handig niet zeggen wat je eigenlijk zegt, is een centrale tactiek in een document dat rechtstreeks achter het kerkelijk standpunt over homoseksualiteit staat maar bij het brede publiek weinig bekend is. Het zijn de door (toen nog) kardinaal Joseph Ratzinger (de huidige paus Benedictus XVI) en aartsbisschop Angelo Amato geschreven en door toenmalig paus Johannes Paulus II goedgekeurde Overwegingen betreffende voorstellen om wettelijke erkenning te geven aan verenigingen tussen homoseksuele personen, gepubliceerd in 2003.
Het document stelt dat homoseksuele handelingen “tegen de natuurlijke morele wet indruisen” en dat ze “niet voortkomen uit een authentieke affectieve en seksuele complementariteit”. “Seksuele relaties zijn menselijk als en in de mate dat ze de wederzijdse bijstand van de geslachten in het huwelijk uitdrukken en ondersteunen en open zijn voor de voortzetting van het leven.” Homoseksuele handelingen zijn dus geen menselijke seksuele relaties. En hoewel individuele homoseksuelen niet persoonlijk verantwoordelijk zijn voor hun homoseksualiteit, zijn homoseksuele handelingen toch “intrinsiek ongeordend”.
Hier komt de gespleten tong in het spel: homoseksuelen “moeten worden aanvaard met respect, medeleven en gevoeligheid. Ieder teken van onrechtmatige discriminatie tegenover hen moet worden vermeden.” Het is verontrustend dat de uitdrukking ‘onrechtmatige discriminatie’ impliceert dat er ook een gerechtvaardigde discriminatie bestaat. Dat is precies waar het document op aanstuurt: “De principes van respect en niet-discriminatie kunnen niet worden ingeroepen om de wettelijke erkenning van homoseksuele verenigingen te ondersteunen. Onderscheiden maken tussen mensen of hen sociale erkenning of voordelen weigeren is enkel onaanvaardbaar wanneer het ingaat tegen de rechtvaardigheid. Het niet toekennen van de sociale en wettelijke status van het huwelijk aan samenlevingsvormen die niet echtelijk zijn en dat ook niet kunnen zijn, is niet onrechtvaardig; integendeel, de rechtvaardigheid vereist het.” Dit is sofistiek op hoog niveau: mijn discriminatie is geen discriminatie omdat mijn discriminatie geen discriminatie is. Ze is rechtvaardigheid.
Achterbakse werkwijze
Er is ook een praktisch luik aan dit perfide document. De Overwegingen zijn immers in grote mate geschreven ten behoeve van christelijke politici die zich geconfronteerd zien met wetgevende initiatieven ten voordele van homoseksuelen. Voor hen ligt de zaak moeilijk. Het is namelijk zo dat de christelijke moraal en het christelijk geweten worden “tegengesproken door zowel de erkenning van homoseksuele handelingen als door onrechtmatige discriminatie tegen homoseksuele personen”. Opnieuw vinden we hier de gespletenheid: zowel de erkenning als de discriminatie van homoseksuelen is onchristelijk!
Die patstelling is echter slechts schijnbaar: ze is een doelbewust manoeuvre om discriminatie als niet-discriminatie te kunnen verpakken. Want hoe moet de christelijke politicus nu handelen? “Discrete en omzichtige acties kunnen efficiënt zijn.” Een mogelijke discrete actie, waarbij we ons concreet weinig kunnen voorstellen, is “de wijze ontmaskeren waarop dergelijke tolerantie kan worden uitgebuit of gebruikt in dienst van ideologie” (welke ideologie?). Merk opnieuw de achterbakse werkwijze van de katholieke kerk: discrete en omzichtige actie, onder de mantel van nacht en ontij.
Als wetgeving over homorechten al bestaat, is “duidelijke en nadrukkelijke oppositie” de plicht, men moet de wetgeving “met alle mogelijke middelen tegengaan”. Indien mogelijk moet de wet ongedaan worden gemaakt en wanneer dat niet volledig kan, moet “op zijn minst de gedeeltelijke herroeping van een onrechtvaardige wet” worden nagestreefd. Niets van dit alles komt echter neer op discriminatie aangezien vooraf wordt gedecreteerd dat deze discriminerende handelingen geen discriminatie zijn. Bijgevolg heeft men homoseksuelen noch erkend noch gediscrimineerd.
Dubbele tong
Men kan uiteraard opwerpen dat kardinaal Danneels niet aansprakelijk is voor de woorden van de huidige of vorige paus. Aangezien hij als kardinaal evenwel een belangrijke autoriteit is binnen de kerk, waar de paus zijn directe overste is, is de kardinaal schuldig door associatie. Als hij zich niet openlijk distantieert van de officiële doctrine van zijn kerk, kan hij worden geacht haar te onderschrijven. Maar dergelijke veronderstellingen zijn onnodig aangezien de kardinaal die opvattingen met zoveel woorden zelf heeft beleden. Daarbij danst hij net als Ratzinger handig rond iedere vorm van concrete uitspraak heen, waardoor zijn woorden indien nodig als niet-discriminerend en zelfs als respectvol kunnen worden geduid.
In het eerder vermelde interview met Joël De Ceulaer kon de kardinaal uitgebreid zijn verhaal doen over homoseksualiteit. “De Kerk zal nooit de mens veroordelen, de individuele homoseksueel is niet schuldig. Ook met het veroordelen van de daad moet je voorzichtig zijn, want je weet niet in hoeverre de individuele mens aanvoelt dat er iets mis is met die daad.” Danneels argumenteert vervolgens dat homoseksualiteit indruist tegen de natuurlijke orde der dingen. “Ik gebruik niet graag het woord ‘ongeordend’, maar er is toch iets wat niet hetzelfde is. [...] Ik wil homoseksuelen vanzelfsprekend niet discrimineren, ik beperk mij tot uitspraken over de structuur en de configuratie van de daad, en ik zeg: die is niet hetzelfde als bij heteroseksuelen.”
Danneels blijft vrij trouw aan Ratzingers standpunt, met die uitzondering dat hijzelf ook de daad niet meteen wil veroordelen, wat Ratzinger wel zeer expliciet doet. Maar opnieuw is er de omzichtige dubbele tong die iedere suggestie van kwade trouw de mond wil snoeren door de nadrukkelijke premisse dat de kardinaal homoseksuelen uiteraard niet wil discrimineren. Alleen horen ze qua ‘configuratie’ niet thuis in de orde der dingen, ziet u? Dat is iets anders.
Neerbuigendheid
Eerder, in (alweer) een gesprekkenboek met Gwendoline Jarczyk uit 1994, kwam homoseksualiteit ook al ter sprake en formuleerde Danneels de discriminatie die geen discriminatie is zeer ondubbelzinnig: “Allereerst is er de discriminatie waaronder zij in de maatschappij te lijden hebben, zowel in de publieke opinie als op wettelijk vlak. Die moet verdwijnen, om de eenvoudige reden dat men met mensen te doen heeft [behalve als ze niet-menselijke seksuele handelingen stellen?]. Moet die niet-discriminatie echter ook gepaard gaan met het recht om te huwen of kinderen te adopteren? Hen dat betwisten heeft volgens mij niets te maken met discriminatie. [...] Men mag de eis om niet gediscrimineerd te worden, die helemaal gerechtvaardigd is, niet vermengen met bijvoorbeeld het recht om te huwen [...]. Ik ontken nochtans niet dat iemand die door zijn psycho-fysiologische structuur bepaald is om homoseksueel te zijn, een reëel drama vaak beleeft. Maar ik denk niet dat het enige zin heeft die tragiek om te vormen in een soort recht om te huwen, omdat dat huwelijk in dat geval niet kan betekenen wat het eigenlijk betekent. Dit houdt in dat ik de onmogelijkheid van een echt huwelijk tussen homoseksuelen nooit een discriminatoire maatregel zou kunnen noemen. Maar nogmaals, ik ben mij goed bewust van het hele drama. Het probleem is moeilijk en het lijden zeer groot” (Danneels 1994: 178).
Als voorbeeld van neerbuigendheid kan dat tellen. Geparafraseerd: “Het drama van de homoseksuele relatie, die eigenlijk niet echt van de menselijke orde is, is desalniettemin reëel en diep, ik ben mij daarvan bewust, en goh, het is zwáár. (verzinkt in gekweld gepeins)” Men vraagt zich af wat het meest stuitend is in deze opvatting: de morele achterbaksheid ervan of het feit dat Danneels, en Ratzinger met hem, zich blijkbaar absoluut niet bewust lijkt te zijn van de morele implicaties van zijn woorden. Dat laatste durf ik, gezien hun beider intelligentie, betwisten: deze heren spelen gewoon hoog moreel spel achter de borstwering van de vrijheid van religie, geweten en meningsuiting die hier worden gebruikt om de rechten van anderen te beknotten en een natuurlijke hiërarchie tussen groepen mensen te decreteren. En tegelijk maar ontkennen dat men discrimineert: voor rechtse rakkers vallen hier duidelijk nog tactische lessen in communicatie te leren.
Misschien is dit het punt om terug te schakelen naar wat Danneels in gesprek met Becaus en Laporte als de kern van zijn eigen christelijke ingesteldheid beschouwt en waarmee we ons portret van de kardinaal begonnen: het personalisme dat iedere mens waardevol vindt en respecteert. Danneels wijst Jezus zelf aan als lichtend voorbeeld in die houding. “Ik word heel erg getroffen door de menselijkheid van Jezus. En dat brengt met zich mee dat je alles wat menselijk is, apprecieert en graag hebt” (p. 90). Men dient zich niet te haasten daarop te antwoorden dat ook homoseksualiteit menselijk is en dus dient te worden geapprecieerd, want homoseksualiteit is niet van de menselijke orde en behoort zelfs niet eens tot de natuurlijke orde. Homo’s, om het nu maar eens duidelijk te zeggen, zijn eigenlijk niet echt mensen. Of toch geen volwaardige.
Zeemzoete gemoedelijkheid
Men hoort in katholieke en conservatieve hoek vaak de nogal verwaande vraag waarom mensen die niets meer met de kerk te maken willen hebben zich toch blijven opwinden over en verzetten tegen die kerk. Het is de vraag die Danneels, Becaus en Laporte ten aanzien van Walschap lanceerden (maar die vreemd genoeg nooit wordt gesteld ten aanzien van racisten, met wie wij allemaal evenmin iets te maken willen hebben maar waar we ons toch nog over opwinden en tegen verzetten). Het antwoord op die vraag is eenvoudig: omdat de katholieke kerk nog altijd een massieve impact heeft op het dagelijkse leven van gewone mensen, ook ongelovigen, alleen al door het feit dat ze, zeker in een verzuild land als België, ontzettend veel macht heeft in allerhande levenssferen (onderwijs, arbeid, gezondheidszorg) en bovendien een grote politieke invloed heeft die doorslaggevend kan zijn in wetgevende initiatieven die ook niet-gelovigen treffen.
Wat hierbij het meest alarmeert, is net de zeemzoete gemoedelijkheid waarmee deze roomse extremisten zichzelf presenteren als verdedigers van de menselijke waardigheid, als bruggenbouwers en verzoeners, terwijl ze openlijk en ongestoord fascistoïde retoriek hanteren. Politieke gezagsdragers volgen hen daar blijkbaar in en erkennen zonder schroom het ‘moreel gezag’ van het Vaticaan, en hebben er zelfs de occasionele knieval voor over. Want wat moeten we denken als de voorzitter van de Europese Raad zich haast om glunderend voor de verzamelde pers de lof te zingen van een man die vindt dat het geen discriminatie is om homo’s te discrimineren en dat hun bestaan de natuurlijke orde der dingen verstoort?
De gemoedelijkheid van kardinaal Danneels is niet de toon van compromis die wordt gehanteerd door een man die zalvende woorden vindt. Het is de gespleten tong van een man die erin slaagt zijn woorden als hun tegendeel te laten verstaan. Als In gesprek met kardinaal Danneels één functie vervult, dan is het wel het toedekken van die waarheid met een nieuwe laag goedmoedige huichelarij die er hier in Vlaanderen blijkbaar kritiekloos ingaat. Maar laat ons het woordenboek inderdaad zuiver houden en de kardinaal en zijn kerk zien voor wat ze werkelijk zijn.
Geraadpleegde literatuur
- Jan Becaus en Christian Laporte, In gesprek met Kardinaal Danneels, Antwerpen, Halewijn, 2009.
- Godfried Kardinaal Danneels, De menslievendheid van God. Gesprekken met Gwendoline Jarczyk, uit het Frans vertaald door S. Lamberigts, Averbode, Altiora, 1994.
- Joël De Ceulaer, ‘Kardinaal Danneels over de spanning tussen geloof en moderniteit’, in: Knack Extra, 21 augustus 2009, p. 20-24.
- Joseph Kardinaal Ratzinger en Angelo Amato, Considerations Regarding Proposals to Give Legal Recognition to Unions Between Homosexual Persons, Rome, Offices of the Congregation for the Doctrine of the Faith, 3 juni 2003.
- Peter Schmidt (red.), Vrijuit. 6 Gesprekken met de Kardinaal, Averbode, Altiora, 2000.
- Wim Trommelmans, Vlaanderen Vrijt! 50 jaar seks in Vlaanderen, Antwerpen/Leuven, vzw Steam/Van Halewyck, 2006.
Graag lees ik nog een artikel zoals dit. Ik wil daar zelfs voor betalen!


E-mail dit artikel
Facebook
Twitter
Share dit artikel




Prima stuk, alleen jammer dat de auteur zich te vaak geroepen voelt om zijn eigen hoogst persoonlijke mening te geven over ethische hangijzers. Over abortus gaat hij zelfs heel zwaar uit de bocht, wanneer hij meent zomaar te mogen stellen dat ” het belangrijk [is] om te erkennen dat abortus moord is”. Helemaal kras is het afdoen van discussies over het statuut van het embryo als “sofistiek”. Dat zijn standpunten die zo uit een pamflet van Pro Vita zouden kunnen komen.
Wat weerhoudt Christophe Van Eecke er van om het antwoord te geven in zijn conclusie, op het eind van deze gewaardeerde retorische ontrafeling?
Eens met Bart Biesbrouck. Van homofobie is de auteur duidelijk heel goed op de hoogte, hij kent de discussie en heeft er een gedegen antwoord op. Over de abortuskwestie (en het feminisme) weet hij duidelijk niet waar de klepel hangt, of weet hij het wel, maar voert hij geen intellectueel eerlijke discussie. Heel het debat samenvatten tot de one-liner ‘Baas in eigen buik’ is nogal simplistisch, en doet onrecht aan een vaak schrijnende problematiek. Ook niets over het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw, en tot waar dit geldt.
Jammer ook om niets te lezen over discriminatie van vrouwen door de kerk, die nog een veel grotere groep uitmaken.
In reactie op dhr. Biesbrouck :
een embryo heeft een kloppend hart vanaf de 9de dag en is volledig ontwikkeld na 12 weken. Vanaf die tijd ‘groeit’ het embryo c.q de foetus enkel nog (neemt toe in gewicht). Het zenuwstelsel ontwikkelt zich na de geboorte nog verder.
Bewust doden van een levend menselijk wezen is juridisch/justitieel moord. Het is niet “zwaar uit de bocht gaan” als men “meent te mogen stellen”… Het is een nuchter feit noteren. Ik vrees dat dhr. Biesbrouck een beetje pot is die de ketel iets verwijt : zijn eigen opinie drijft duidelijk boven.
Ik bied een andere invalshoek : de natuur zelve selecteert bevruchte embryos onverbiddellijk : slechts 40 % van de bevruchte eicellen evolueren verder tot embryo. De andere 60 % wordt genadeloos geëlimineerd wegens ‘niet goed genoeg’. Embryos zijn dus kostbaar goed.
Desondanks is ongeveer 1 % van de embryos beschadigd (genetisch) en kan men overwegen een ‘medische’ abortus uit te voeren.
Nogal wat abortussen worden uitgevoerd in kader van ‘contraceptie’. Geen enkel argument geldt hier, behalve : ik wil dit kind niet.
In die situatie abortus uitvoeren is ‘moord’ in de strikte zin van het woord.
Voor de duidelijkheid : ik ben niet katholiek, ik ben geen moslim en ik ben geen lid van Pro Vita of Opus Dei.
Geachte heer of mevrouw Minnekeer,
Abortus provocatus is (onder bepaalde voorwaarden, zie de wet van 3 april 1990) in België niet strafbaar. Laat staan dat het juridisch gezien moord zou zijn, zoals u en de auteur van dit artikel beweren.
Ik spreek mij niet uit over de wenselijkheid of het bestaansrecht van die wet. De auteur van het artikel doet dat wél en dat vind ik bedenkelijk. En merkwaardig, want hij bekent zich in die kwestie als objectieve bondgenoot van Danneels en treedt hem zelfs expliciet bij, terwijl hij voor de rest zeer kritisch voor hem is.
Een kernpunt in de totstandkoming van de abortuswet was de vraag wanneer je een menselijk organisme het juridische statuut ‘persoon’ kunt toekennen, ergens in de evolutie tussen de conceptie en de geboorte. Wie die essentiële discussie afdoet als “sofistiek” komt gevaarlijk dicht in de buurt van het kerkelijke dogmatisme dat stelt dat zelfs contraceptie een bepaalde door God gewilde evolutie verhindert. Omdat het een ongeboren kind het leven ontneemt, om de auteur te parafraseren.
Overigens stoor ik me, in tegenstelling tot u, er niet aan dat er op deze plek opinies worden verkondigd. Vraag is of de Werktitel zich eraan stoort dat de mening van de journalist zo expliciet naar voren komt in een redactioneel stuk dat als een analyse wordt gepresenteerd.
Vriendelijke groet,
Bart Biesbrouck
@ Bart: Het is inherent aan een analyse dat daar nogal wat interpretatie bij komt kijken. Die interpretatie gebeurt op basis van feitelijke gegevens, maar blijft uiteindelijk een subjectief karwei. Objectief gezien is het dus geen leugen om te stellen dat het gehéle bovenstaande artikel de expliciete mening van de journalist weergeeft. Zolang het onderscheid tussen meningen en feiten duidelijk blijft, storen wij er ons niet aan dat de persoonlijke mening van een journalist opduikt in een analysestuk, dat inherent veel subjectiever is dan een nieuwsartikel. Daar u zelf aangeeft dat de mening van de journalist expliciet naar voren kwam, denk ik dat het onderscheid tussen feit en mening gerespecteerd is.
C’est du choc des idées que jaillit la vérité…
Het interessante aan een debat is precies de uitwisseling van beargumenteerde meningen en opinies. En de reacties die ik lees n.a.v. het artikel getuigen m.i. van die gezonde aanvaarding dat meningen kunnen verschillen en dat ze op beschaafde wijze worden tegengesproken c.q. weerlegd (of bijgetreden).
Misschien las u ook het Kerstessay van dhr. Buelens in De Standaard. Daarin klaagt hij vooral het gemis aan tegenspraak en debat aan in de ‘courante’ pers.
Met hartelijke dank aan De Werktitel dat ze dit mogelijk maakt.
Ik wens u allen een zinvol nieuw jaar, boordevol boeiende inzichten en artikels en reacties
(Ik zou ten persoonlijken titel, en aansluitend op de laatste opmerking van minnekeer r, ook jullie, de lezers, willen bedanken voor het beschaafde debat zonder gescheld. Het zijn niet wij die daar actief op aansturen, maar jullie die de kans grijpen om enige hoffelijkheid in acht te nemen. Op andere nieuwssites gaat het er vaak ruwer aan toe.)
Ik was begonnen aan uw artikel, maar ben na 2 bladzijden gestopt wegens te lang. En ik maar wachten op de kat op de koord, maar de kat kwam niet en ik kon niet langer wach… Je komt maar niet to the point. De lezer heeft nu eenmaal niet zoveel tijd.
Op donderdag 6 maart 2008 vond er een unieke gebeurtenis plaats te Brussel. Voor het eerst vond een officiële en publieke ontmoeting plaats tussen enerzijds Godfried kardinaal Danneels als leider van de katholieke kerk in België en anderzijds Henri Bartholomeeussen als Grootmeester van het Grootoosten van België. Alhoewel officieuze en private ontmoetingen sporadisch zijn voorgekomen had nog nooit eerder een dergelijke officiële en publieke ontmoeting plaatsgevonden. Het gebeurde ter gelegenheid van de Franstalige boekenbeurs [Foire du Livre]. Een uur lang wisselden de twee heren van gedachten over de actuele verhouding tussen de Rooms-katholieke kerk en de georganiseerde vrijmetselarij. Het was drummen geblazen en meer mensen stonden recht dan konden zitten. Het gesprek verliep hoffelijk en de beide heren hadden veel meer met elkaar gemeen dan dat hen van elkaar scheidde. Vroeger is dat wel eventjes anders geweest, maar de tijden veranderen. Alvast voor de katholieke kerk. Want op de vraag of een katholiek vrijmetselaar kan zijn antwoordde Danneels bewust met grovelijk foutieve voorstelling van zaken. Hij stelde dat het antwoord afhangt van de vraag of de persoon in kwestie zich wenst aan te sluiten bij de (zogenoemde) reguliere vrijmetselarij, of dat de persoon eerder tot de irreguliere vrijmetselarij behoort Dit standpunt, dat in flagrante tegenspraak is met de officiële leer van de katholieke kerk, werd de laatste twee decennia herhaaldelijk veroordeeld. Danneels weet hoe de vork in de steel zit, maar kan het niet laten zijn afvallige generatiegenoten verder in hun roes te laten. Zodoende deed Danneels het uitschijnen alsof het water niet meer zo diep was tussen beide. Maar het, eloquent verwoorde standpunt van de paus van de Belgische vrijmetselaars, was niet onderhevig aan de tand des tijds. Volgens hem konden in principe katholieken weldegelijk lid worden van de loge omdat er vanuit de loge geen expliciet verbod is. Evolutie van geloofspunten doorheen tijd en ruimte is een ketterij, die als modernisme begin 20e eeuw radicaal werd afgewezen door de katholieke kerk. Het is duidelijk dat Danneels nooit een antimodernisteneed gezworen heeft. Maar eerlijkheidshalve stelde de toenmalige grootmeester nationaal (Le Libre Examin n° 1 Bruxelles) – in de vrije uurtjes fervent FDF’er met een voorliefde voor kraaiepoten te zaaien tijdens de gordel – wel dat hij twijfels had bij de praktische uitvoering van een dergelijk dubbellidmaatschap. Want hoe kan een katholiek, die zijn geloof ernstig neemt, nu in de loge vrank en vrijdenken wars van dogma’s, en tezelfdertijd in de kerk deze dogma’s aanvaarden? Zelfs bij vrij evoluerende dogma’s in de tijd kan dit problematisch zijn. Vooral de conclusie van het debat was veelzeggend. Beide partijen waren akkoord dat in de praktijk van alle dag de kerk sedert het aggiornamento en de vrijmetselarij sedert jaar en dag vandaag dezelfde grondhouding vertoonden in hun strijd tegen elke vorm van religieus fundamentalisme of integrisme én in hun strijd voor de rechten van de mens en tegen racisme en onverdraagzaamheid. Op de bekentenis van kardinaal Danneels dat hij in elk geval geen lid was van een vrijmetselaarsloge was het antwoord van grootmeester Bartholomeeussen tekenend voor de situatie van de kerk vandaag. Dat klopt, Danneels is formeel geen lid van de georganiseerde vrijmetselarij. Ondanks het feit dat hij de logetempel ook van binnenuit kent. Bartholomeeussen zag er alvast geen graten in om Danneels in de toekomst te initiëren als vrijmetselaar. De kardinaal repliceerde niet op deze stoutmoedige uitspraak. Hij glimlachte minzaam. Danneels zit qua filosofische grondhouding op dezelfde golflengte als de geheime broederschap, en getuigt reeds zijn ganse carrière probleemloos te beschikken over de adogmatische kwaliteiten die men waardeert bij de broeders. Godfried Danneels heeft van binnenuit in de kerk meer bijgedragen tot de systematische demasculering van de katholieke kerk in België dan talloze vrijmetselaars gedurende eeuwen van buiten uit konden realiseren.
“Het huwelijk is een juridisch contract dat door iedere burger moet kunnen worden gesloten met iedere andere burger van zijn keuze”. Dit is fout. De auteur verwart het huwelijk met een samenlevingscontract. Niemand kan trouwen met een bloedverwante. Dit is een universeel verbod dat ondubbelzinnig verwijst naar de seksuele relatie tussen man en vrouw als een wezenlijk onderdeel van het huwelijk. Er kan dus geen sprake zijn van discriminatie wanneer de huwelijkskeuze wordt beperkt tot een partner van het andere geslacht, evenmin als dat er sprake zou zijn van discriminatie wanneer men de partnerkeuze beperkt tot niet-bloedverwanten. Het homohuwelijk ontkent de eigenheid van wat het huwelijk is en daarom is het een burgerplicht om tegen die wet te protesteren.
“In landen waar de christelijke partijen in de meerderheid zitten, is het niet ongebruikelijk dat die partijen dergelijke wetgevende initiatieven vanuit hun religieuze achtergrond blokkeren. Bijgevolg wordt de hele maatschappij de wil van een bepaalde religieuze groep opgelegd.”
Dit is toch ook democratisch? Deze partijen worden verkozen door kiezers van wie geacht wordt dat ze de standpunten van de partij delen.
De Standaard schreef op 22-23 augustus 2009: ‘Lucie Van Crombrugge, geen hulpverleenster volgens het boekje’. Titel van het interview, een uit de tekst gelichte quote ‘Ik durf het te zeggen: ik ben voor abortus’. Doorheen de voorbije jaren heb ik me vaak een Don Quichotte gevoeld, zoals verwoord door Brel in La quête ‘Tenter, sans force et sans armure d’ atteindre l’ inaccessible étoile, telle est ma quête. Suivre l’ étoile, peu m’ importe mes chances, peu m’ importe le temps ou ma désespérance. Et puis lutter toujours sans questions ni repos….’.
Maar dat zijn mijn poëtische, elitaire duistere momenten, die zichzelf altijd lieten corrigeren gedurende de 40 jarige politieke strijd voor abortus uit het strafrecht en mijn 30 jarige effectieve beroepsloopbaan als abortushulpverlener.
Ik heb het interview ‘Godfried Danneels: als de vos de passie preekt’ met passie gelezen. Een zoveelste trigger waarop ik niet in een paar zinnen kan reageren, dus weer eens een Don Quichotte gevoel… Of de kardinaal ethisch een sterke zaak heeft zeggende ‘De mens die zegt: ik supprimeer u’, of de interviewer mag stellen dat het feminisme de strijd om abortus vaak zeer oneerlijk heeft gestreden, of het belangrijk is te erkennen dat abortus moord is, of ik mag stellen dat een vrouw niet kan gedwongen worden om te fungeren als container voor een kind…. Zo kan ik een tijdje door gaan met one-liners waarover ik – en de wereld pro abortus community met mij – de inhoudelijk discussie in een tegensprekelijk debat graag zou willen aangaan met de, zichzelf als de politiek correcte vertegenwoordigers van onze westerse denkwereld benoemende, proponenten. En ik sta open voor alle soorten dark-rooms, van het Vaticaan tot de maçonnieke werkplaats en terug. Voor mij zijn die middens vaak in hetzelfde bedje ziek.
Abortus equals het supprimeren, doden van een onschuldig menselijk leven. Laat me toe even te choqueren met een tekst van Peter Singer, ingezonden op Worldbytes, onze internationale Abortion Professionnals nieuwsgroep, augustus 2007:
‘Defenders of a woman’s right to choose sometimes challenge this claim. They deny that the embryo or fetus is a human life. The abortion debate then focuses on the question, “When does a human life begin?”I think this is the wrong question to ask. In a strictly biological sense, the opponents of abortion are right to say that abortion ends a human life .When a woman has an abortion, the fetus is alive, and it is undoubtedly human – in the sense that it is a member of the species homo sapiens. It isn’t a dog or a chimpanzee. But mere membership of our species doesn’t settle the moral issue of whether it is wrong to end a life. As long as the abortion is carried out at less than 20 weeks of gestation – as almost all abortions are – the brain of the fetus has not developed to the point of making consciousness possible .In that respect, the fetus is less developed, and less aware of its circumstances, than the animals that we routinely kill and eat for dinner. That is why the fetus is “innocent”. It doesn’t have the capacity to do anything wrong – or anything right. Even when the fetus does develop a capacity to feel pain – probably in the last third of the pregnancy – it still does not have the self-awareness of a chimpanzee, or even a dog .When this is pointed out, some opponents of abortion respond that the fetus, unlike the dog or chimpanzee, is made in the image of God, or has an immortal soul. They thereby acknowledge religion is the driving force behind their opposition. But there is no evidence for these religious claims, and in a society in which we keep the state and religion separate, we should not use them as a basis for the criminal law, which applies to people with different religious beliefs, or to those with none at all. Other opponents say the fetus has the potential to become a person, that is, a thinking, rational being, like ourselves, and the dog or chimpanzee do not have that potential. But why should mere potential give a being a right to life? The world already has more than six billion people. We are heading for more than nine billion by 2050. The more people there are, the greater the pressure on the Earth’s environment and the greater the difficulty in giving them all even a minimally decent life. Do we really want every potential person to become an actual person?’
Mijn punt als abortushulpverlener is wellicht minder choquerend wanneer ik stel dat de morele discussie in verband met abortus niet in het abstracte kan gevoerd worden. Elke individuele abortus beslissing vindt plaats binnen een complex geheel van omstandigheden. Om abortus te aanvaarden en te decriminaliseren dient de goegemeente de plaats van die beslissing in het leven van vrouwen te leren aanvaarden. En sorry voor de niet toegekende inspraak van de aanbrenger van de bevruchting: vrouwen zijn tot nader order nog steeds de container enz. enz…
De associatie ‘baas in eigen buik’ met vrije partnerkeuze, met het beheersen van de vruchtbaarheid door de zelfbewuste en vrije vrouw dank zij de ‘ongebreidelde’ anticonceptie die haar vandaag ter beschikking staat, zou dus moeten resulteren in een numerieke marginalisering van de abortusfrequentie in het vrije westen. Mooie stelling maar nogmaals voorbijgaand aan de realiteit van het leven met een resem, door studies gestaafde factoren, die de prevalentie van abortus in het door anticonceptie overspoelde sex leven van vrouwen en mannen illustreren.
Stellen dat de goal is de prevalentie van abortus tot een absoluut minimum te herleiden, is even onrealistisch als hopen dat het aantal armen tot de nulscore kan gebracht worden op onze wereld.
Ik ga akkoord met de stelling dat discussies over de vraag na hoeveel weken een embryo een foetus wordt en vanaf wanneer er sprake is van een kind, behoort tot de sofistiek. Op 5 mei 2009 werd in Wichita (USA) Dr. George Tiller doodgeschoten door een fanaticus terwijl hij teksten aan het ronddelen was in zijn protestantse kerkgemeenschap. Dr. Tiller, een charismatische zeer geliefde persoonlijkheid, hielp vrouwen die naar zijn kliniek invlogen voor een derde trimester abortus. Desperate situaties die hij hielp oplossen met een professionele en compatieuze ingesteldheid. ‘Attitude is everything, we need to respect women’ was zijn motto. Zijn kliniek is sinds zijn dood niet meer heropend. Abortusterrorisme loont dus. Zelf zal ik ook geen vrouwen meer kunnen vergezellen naar Barcelona voor een late abortus. De abortuswetgeving wordt in Spanje in de komende maanden geliberaliseerd. Een positieve zaak voor de Spaanse vrouw in een vroeg stadium van een ongewenste zwangerschap. Voor haar wordt de procedure eindelijk vereenvoudigd. Late abortus omwille van psychische nood wordt evenwel niet meer mogelijk. Of hoe een terechte strijd voor liberalisering van abortus ook een schaduwkant kan opleveren. Maar vrouwen zullen blijven dwalen door het continent op zoek naar een oplossing voor hun niet onderkend hopeloos probleem.
Met de grootse interesse en aandacht heb ik bovenstaande discussie dorstig gevolgd met mijn ogen, hersenspinsels creërend in verre membramen.
Zonder al direct te consequent uit de hoek te willen komen, maar is een debat betreffende abortus niet op de eerste plaats een vrouwenaangelegenheid? Begrijp me niet verkeerd, maar ‘Wat niet weet, niet deert’. Om faliekant te verkondigen dat een abortus ‘not done’ is, ontbreekt misschien alle begrip en inlevingsvermogen van een dergelijke pijnlijke situatie die niet alleen psychologische, emotionele en lichamelijke pijn oplevert, maar ook op hormonaal vlak met je lichaam een loopje neemt. Buiten kwestie gelaten of dit voor 20 maanden zwangerschap ook nog als een moord gezien zou moeten worden of niet. Ik denk dat het duidelijk is dat te stellen dat dit van buitenaf -onder het mom van ‘ethiek’ -dit een waardeoordeel toe te kennen, tegelijkertijd in weze een degradatie is van het vrouw als individu. Willens nillens; de verdere creatie van een embryo vindt plaats in de vrouw haar lichaam. En zij zou dus als laatste en in iedere situatie over zo niet totale zeggenschap moeten kunnen beschikken wat er dan verder ook met haar lichaam gebeurd. Consequent ben ik er dus niet tegen- naar gelang de situatie-, dat is iets anders dan er überhaupt zonder gewetenswroeging en in iedere situatie voor te zijn.
Een huwelijk zou inderdaad in weze zich enkel in een begrip mogen vertalen als een liefdevolle verbintenis van twee mensen die van elkaar houden en daar geloftes voor wensen af te leggen. Ik zie de link tussen een huwelijk tussen bloeverwanten en een homohuwelijk niet.
Een democratie zijn mogelijk belangrijkse pilaar bestaat erin een vorm van wederzijds respect te creëren en zo een leefbare maatschappij te scheppen.
Ik hou ook niet van de roddelpers, maar deze in al zijn vormen bewust uitsluiten en veroordelen is hetzelfde als radicaal tegen het begrip democratie in te gaan en zodoende iedere journalist vogelvrij te verklaren. Als je achter een democratische samenleving staat, berust je ook in het feit dat daar af en toe opvattingen en expressies en zo mogelijk zelfs politieke partijen zullen tussen verscholen gaan waar je niet mee kunt instemmen wegens persoonlijke overtuigingen. Het is aan ons om deze bijna 200-jarige democratische droom verder te realiseren en niet de das te laten omdoen wegens moraalpraat.
“Normaal gezien leidt een bevruchting tot een kind, dus abortus is moord”. Dergelijk culpabiliserend simplisme is zéér beledigend voor alle vrouwen die ooit abortus hebben overwogen, er noodgedwongen moesten toe besluiten, een miskraam kregen of een doodgeboren kind baarden. En het is niet minder beledigend voor hun partners en voor hun onmiddellijke omgeving die mee het gewicht van deze zware beslissing dragen. De redenering kan dan ook enkel bedacht zijn door iemand die zéér ver van de realiteit in deze materie afstaat. Het tegengepruttel van ‘juridisch gezien is abortus moord’ – wat overigens onjuist is – versterkt die indruk slechts. En zoals Wim Kan al zei: als je de sport niet beoefent, bemoei je dan niet met de regels.
Enkele knuppels in het hoenderhok.
1. Parafernalia schrijft dat abortus voornamelijk een vrouwenaangelegenheid is, want ‘wat niet weet, niet deert’.
Als jonge vader kan ik u zeggen dat ik intens heb meegeleefd met de zwangerschap van mijn echtgenote en met klem moet tegenspreken dat zwangerschap en abortus, het tweede kan per definitie niet zonder het eerste, een zaak zijn van beide ouders.
2. Een huwelijk moet een verbintenis zijn tussen twee mensen die van elkaar houden.
Hoewel de schrijver hiermee een stelling van grote vrijheid wil poneren, voert hij/zij onmiddellijk een beperking in die tegen zijn eigen premissen ingaat.
Waarom maar 2 mensen? Recent verscheen in DS een artikel over drie mensen die samen wonen en een relatie hebben. Waarom geen 4, 5 of 6?
Persoonlijk vind ik de opvatting dat een huwelijk niet mag tussen mensen die té dichte familie zijn of mensen van een gelijk geslacht, en dit omdat dit huwelijk een (gezonde) procreatie verhindert, meer rationeel en wetenschappelijk geschraagd dan de opvatting dat elk huwelijk mag wanneer er liefde in het spel is, maar dat dit om onduidelijke redenen dan moet worden beperkt tot twee mensen.
3. Het is voor niet-katholieken vaak moeilijk te vatten dat katholieken strenge regels uitvaardigen, welke vervolgens met een zekere mildheid worden geïnterpreteerd. Men noemt zoiets ‘een dubbele tong’ of ‘tjevenstreken’.
Maar wat is het verschil met een bedrijfsleider die zich scherpe targets heeft gesteld, maar toch tevreden is wanneer er een mooie winst is?
Wat is het verschil met de voorzitter van een politieke partij die mikt op x aantal zetels in het parlement, maar toch al tevreden is dat zijn partij minder verlies leed dan de peilingen vooropstelden?
Me dunkt dat velen onder ons ambitieuze doelstellingen hebben (een geslaagd huwelijk, een mooie toekomst voor onze kinderen, …), maar toch tevreden zijn wanneer ze die doelen niet halen maar eenvoudigweg gelukkig zijn.
Hetzelfde geldt voor standpunten met betrekking tot homoseksuelen. Deze geaardheid is op zich niet te stroken met de kerkelijke leer (een overlevingsleer, want zij verhindert de procreatie. Stel dat we allemaal homo waren, het menselijke ras sterft uit). Maar de individuele homo, die we allemaal kennen, kan wel op sympathie en begrip rekenen. Zoals het wel eens wordt verwoord: ’streng in de preekstoel, mild in de biechtstoel’.
4. De auteur van het opiniestuk verwijt de Kerk tussenkomst in politieke en wetenschappelijke debatten. Men noemt dit lobbyen.
Welaan, wanneer men oprecht gelooft dat abortus (dat in de westerse wereld vaker en vaker wordt opgevat als een soort te laat genomen anticonceptie), euthanasie en homohuwelijk evoluties zijn die een achteruitgang betekenen op het morele vlak, is het toch logisch dat men die mening uit tegen de mensen die hierover te beslissen hebben.
Ik las in Knack enige tijd geleden dat Louis Michel zei ‘dat de verwijzing naar de christelijke wortels van Europa uit de Europese grondwet is gehaald, is te danken aan de (toenmalige) Belgische en Franse invloeden. Niet toevallig landen waar de georganiseerde vrijzinnigheid sterk staat’.
Met andere woorden: de georganiseerde vrijzinnigheid heeft een lobby die tracht de geschiedenis te herschrijven zodat elke verwijzing naar het christendom wordt gewist. Past hierin ook het verwijderen van de kruisen op de kerkhoven?
5. Wat de volgens de auteur overweldigende invloed in het onderwijs betreft. Ik ben werkzaam aan de K.U.Leuven. Nooit heeft iemand mij naar mijn geloof of filosofische overtuiging gevraagd. Nooit heeft iemand mij gedwongen een eredienst bij te wonen of iets in die aard.
Anderzijds verneem ik van collega’s aan de VUB heel andere verhalen, niet in het minst de verklaring die elke medewerker dient af te leggen zijn onderzoek te verrichten wars van elk geloof.
Voorwaar weer een interne contradictie. Men poneert een ‘vrije’ universiteit te zijn, maar legt medewerkers nog voor het eerste onderzoek al een beperking op.