BHV en de oplossing der kiesgebieden

Herman Matthijs (VUB).

Professor Herman Matthijs (VUB).

De vaderlandse geschiedenis wordt al tientallen jaren belast met het probleem-BHV, oftewel Brussel-Halle-Vilvoorde. Momenteel vormt het tweetalige gebied van het Brussels gewest een gezamenlijk kiesgebied met de Vlaamse gemeenten rond Halle en Vilvoorde voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Herman Matthijs analyseert het probleem.

Door Herman Matthijs, professor aan de VUB

Het is de Vlaamse partijen al langer een doorn in het oog dat de Franstaligen stemmen en zetels kunnen behalen in het Nederlandstalige gebied van Halle en Vilvoorde. Het Grondwettelijk Hof heeft gesteld dat er een oplossing moet komen voor het BHV-dossier omdat het gelijkheidsbeginsel geschonden is. De reden is dat men in Vlaanderen in vier gebieden in een provinciale omschrijving stemt en in Vlaams-Brabant in twee arrondissementen, namelijk Leuven en BHV.

Het Hof heeft echter nooit gezegd dat de oplossing erin bestaat BHV te splitsen. Wel moet er tegen de federale verkiezingen van 2011 overal in Vlaanderen in dezelfde kiesgebieden worden gestemd. Het kan dus niet meer dat er in vier Vlaamse  provincies op provinciaal niveau wordt gestemd en dat men in Vlaams-Brabant blijft stemmen in twee arrondissementen.

In de politiek en de wandelgangen zijn er vele geruchten aangaande de oplossing. Het BHV-probleem oplossen met een financiële regeling is bijvoorbeeld al niet evident vanwege de budgettaire tekorten en de hoge schuldenlast. En een oplossing voor BHV kan belangrijke gevolgen hebben voor de kiesgebieden.

De mogelijkheden

Een terugkeer naar de arrondissementen betekent gezichtsverlies voor de meeste Vlaamse partijen

Ten eerste is er de mogelijkheid van de splitsing. Zo kan men in 2011 over de hele provincie Vlaams-Brabant stemmen in één kiesgebied. Zodoende is er geen afwijking meer met de vier andere provinciale kiesgebieden. Maar de vraag is of de Franstaligen bereid zijn om die toegeving zomaar weg te geven. Want een splitsing houdt ook in dat de Franstalige stemmen in het gebied Halle-Vilvoorde verloren gaan voor de Brusselse pot. Alle Franstalige partijen halen stemmen in Halle-Vilvoorde, met op kop de MR. Als de provincie Vlaams Brabant een apart kiesgebied wordt voor de Kamer, dan zullen de Franstalige stemmen één zetel waard zijn. Vooral de MR en het fransdolle FDF zullen verliezen in dat scenario.

Anderzijds wordt het Brussels Gewest dan ook een eigen kiesomschrijving voor de Kamer. Rekening houdend met de laatste gewestelijke verkiezingen is de kans zeer reëel dat de Brusselse Vlamingen geen zetel meer kunnen behalen in de Kamer. Tenzij men de Franstalige stemmen in Halle Vilvoorde optelt bij de resultaten in het Brussels gewest en de Vlaamse Brusselse stemmen meetellen in Halle-Vilvoorde. Men vergeet ook niet dat er nog zes faciliteitengemeenten bestaan in de Vlaamse Rand rond Brussel.

Trouwens, wie spreekt over een splitsing van het kiesarrondissement BHV moet ook rekening houden met  een opdeling van het gerechtelijk arrondissement BHV. Want als er een probleem is met het politieke arrondissement BHV, dan zijn er zeker genoeg op te lossen dossiers met betrekking tot de werking van het gerechtelijk arrondissement.

Een tweede mogelijkheid bestaat erin om de grenzen en eventueel het aantal provincies te wijzigen. Doch dat vergt een grondwetswijziging en dat is geen voor de hand liggende, veeleer theoretische oplossing voor het probleem. Alhoewel, met wat denkwerk zou die tweede oplossing wel eens de beste oplossing kunnen zijn. Maar een herschikking van de provinciale grenzen heeft een enorme impact op het kiespotentieel doordat die grenzen de kiesgebieden afbakenen.

Dan de derde oplossing , in casu de terugkeer naar de oude arrondissementen. Die laatste zijn verlaten omdat de paarse partijen grotere kiesgebieden wilden met kiesdrempels, om zodoende de populairdere mediafiguren uit te spelen en de kleinere  partijen naar het historisch archief te verwijzen. Die poging is jammerlijk mislukt, want de paarse partijen staan met elk 15 procent van de stemmen op een electoraal dieptepunt en er zijn nog nooit zoveel partijen actief geweest langs Vlaamse kant.

De terugkeer naar de arrondissementen houdt ook de comeback in van de apparentering. Het effect op de zetelverdeling van dat gegeven hebben de partijen nooit in de hand gehad. Een terugkeer naar de arrondissementen is ook gezichtsverlies voor de meeste Vlaamse partijen, die BHV niet gesplitst hebben en het failliet moeten erkennen van de grotere provinciale omschrijvingen.

Dit is de oplossing waar valkuilen gecreëerd kunnen worden. Stel dat men teruggaat naar de oude arrondissementen, dan zijn er minstens twéé kopmannen per provincie. Dat druist in tegen de politieke strategie  van diverse partijen, die nu werken met één sterkhouder per provinciale kiesomschrijving.

Het voorgaande gaat er ook van uit dat de kiesdrempel blijft bestaan over de arrondissementen heen. Maar als men de kiesdrempel van 5 procent zou vastleggen per arrondissement, dan zullen de kleinere partijen in de problemen geraken. Dat zou een mogelijkheid zijn om het partijlandschap in te krimpen.

Conclusie

Het BHV-dossier is nooit weggeweest uit de vaderlandse politiek. BHV in de diepvriezer steken leidt alleen maar tot een opwarming. Een oplossing van BHV is nodig omdat men anders een ongekende chaos dreigt te kennen in de aanloop naar de verkiezingen van 2011. Ten laatste in de voorzomer van 2011 zijn er opnieuw verkiezingen voor de Kamer en de Senaat. En we hebben de laatste maanden ook al het een en ander meegemaakt: verkenners, bemiddelaars, belangenconflicten,…

Het zou nog nooit gebeurd zijn dat het parlement zichzelf ontbindt en dat burgers naar het Grondwettelijk Hof of de Raad van State stappen teneinde  de handelingen van de regering aangaande het organiseren van verkiezingen nietig te laten verklaren. Het nakende voorstel om BHV op te lossen door een gewezen eerste minister is ook nooit vertoond in dit koninkrijk. Wat onmiskenbaar een voordeel is voor auteurs van boeken over de politieke geschiedenis.

In ieder geval, na vele tientallen jaren heeft BHV zijn tijd gehad. Het institutionele probleem kan niet lang meer blijven bestaan. Het is de vraag welke andere dossiers er gekoppeld zullen worden aan een mogelijke oplossing voor BHV.

4 reactiesRSS

  1. dwars bekeken schreef 792 dagen geleden

    een oplossing: nationale kieskring. geen splitsing meer, de “stemmenkanonnen” worden een beetje gerelativeerd (want onbekend en dus onbemind aan de andere kant) en de nationalistische partijen verschrompelen (idem dito) zodat ze niet verder de hele natie kunnen verzieken en immobiliseren op een moment dat een wereldwijde crisis dient aangepakt.

  2. Een aanvulling m.b.t. de apparentering: de zetelverdeling per arrondissement wordt inderdaad onzeker, maar de apparentering is net een correctie op het bestaan van kleine omschrijvingen (Brugge, Aalst-Oudenaarde…). Ze tilt de zetelverdeling naar het provinciale niveau, wat eigenlijk net hetzelfde is als wat nu gebeurt in de provinciale kieskringen. Tussen de partijen is de oplossing billijk, binnen de partijen niet. Maar als we daar BHV mee van de baan kunnen schuiven, waarom zouden we het niet doen ?

    Het is uiteraard maar de vraag of Vlaanderen dan ook zijn systeem (met provinciale kieskringen, gezien de splitsing van de oude provincie Brabant zijn er geen territoriale problemen) wijzigt. Je zou een pervers effect kunnen krijgen, waarbij wie de lijst trekt voor de Vlaamse verkiezingen, tot drie keer meer stemmen kan halen dan wie in een kleinere omschrijving hetzelfde doet voor de Federale stembusgang.

    Misschien is dat wel het meest fundamentele bezwaar tegen een terugkeer naar de arrondissementen: de defederalisering van de kieswetgeving voor de deelstaatparlementen, die verkozen worden op basis van de gewestgrenzen, koppelt BHV en de federale verkiezingen volledig los. Het Vlaams Parlement heeft geen reden om iets te veranderen aan de manier waarop het verkozen wordt.

    Een terugkeer naar de arrondissementele kieskringen betekent op die manier misschien de echte “Copernicaanse omwenteling” naar confederalisme. Politici gaan waar het meeste stemmen te rapen vallen. En dat zou wel eens de bevoegdheden (het fameuze niet-uitgevoerde art. 35 GW) kunnen laten volgen.

  3. Johan Van Loon schreef 788 dagen geleden

    @ dwars bekeken : Dit was de originele oplossing van de Vlamingen rond de 19/20e eeuwse eeuwwisseling : 1 nationale kieskring, vrij gebruik van talen in het ganse land, nationale partijen,…, maw. 1 enkele politieke gemeenschap !
    Maar met het doorbreken van de democratie (algemeen stemrecht) kregen de franstaligen schrik van die democratie omdat ze dan rekening zouden moeten houden met de Vlamingen (vergeet niet dat van ongeveeer 1850 tot 1950 sommige Waalse steden ook grote hoeveelheden Vlaamse ‘gastarbeiders’ kenden).
    De remedie van de franstaligen : het eentalig houden van Wallonië omdat dit hen uitkwam, het afdwingen van de tweetaligheid in Brussel omdat hen dat dan weer beter uitkwam, verschillende kiesomschrijvingen (~à la tête du client), een regionalisering zodat het economisch en demografisch sterkere Vlaanderen geminoriseerd werd door een 2 + 1 federalisme (Wallobrux als een siamese tweeling, getuige de recente belangenconflicten),….
    De échte unionisten zijn historisch gezien de Vlamingen (cfr. de Van Cauwelaert-doctrine), de Vlamingen werden gaandeweg gedwongen tot regionalisme en nu ze dit regionalisme ten volle gebruiken worden ze ervan beschuldigd separatisten te zijn…

  4. dwars bekeken schreef 787 dagen geleden

    wie zouden dan wel die “de vlamingen” of “de walen” geweest zijn? bij mijn weten waren er toen nog geen “vlaamse” of “waalse” partijen. de eerste nationalistische partij was de frontpartij. en dat was een vlaamse …

Reageer

Reageren?

U moet geregistreerd zijn om te kunnen reageren op dit artikel.

Klik op de knop Registreren en maak uw gratis account aan.

Neem ook de spelregels door voor u zich in het debat mengt.

Registreren

Al geregistreerd?

Wachtwoord vergeten?