‘Mediacrisis schept fantastische kansen voor jonge journalisten’
Geplaatst door Tom Cochez op 16 December 2009 • Opgeslagen in de categorie Mediakritiek
Print
•
E-mail dit artikel
Facebook
Twitter
Share dit artikel

De voorbije weken werden twee boeken over journalistiek voorgesteld: Jonge Honden van Geert Zagers en Onderzoeksjournalistiek van Luuk Sengers. In deze duistere mediatijden zijn het twee bakens van licht. Of hoe het aangevreten kadaver van de traditionele media wel eens de perfecte voedingsbodem zou kunnen worden voor het heruitvinden van journalistiek.
Door Tom Cochez
“Ja, persbureaus zijn het kwaad in de journalistiek. En ja, faits divers nemen steeds meer de plaats in van duiding en analyse. Maar dat is net een fantastische kans voor jonge journalisten. Zij krijgen als het ware een vrijbrief tot onorthodoxe werkmethodes, met een welomlijnde taak: het nieuws brengen dat de persbureaus missen.”
Journalist Olaf Koens:
‘Tussen 8 en 13 procent van de berichten uit De Standaard en De Morgen is authentieke berichtgeving. De rest wordt gefabriceerd door op de redactievloer telexen te herkauwen’
Aan het woord is Olaf Koens, een 24-jarige freelance buitenlandcorrespondent die al enkele jaren in Moskou woont. Hij is een van de tien ‘jonge honden’ die Geert Zagers, zelf freelance journalist voor Focus Knack en De Morgen, uitgebreid interviewde met een vraag in zijn achterhoofd: is er nog toekomst voor de journalistiek?
Persbureaudiarree
Koens vertelt in het boek over een klein onderzoekje dat hij zelf uitvoerde: “Tussen 8 en 13 procent van de berichten uit De Standaard en De Morgen is authentieke berichtgeving. De rest wordt gefabriceerd door journalisten die op de redactievloer in Groot-Bijgaarden of Brussel telexen van AP en Reuters herkauwen. […] Als kwaliteitskranten hun lezers blijven wegjagen met persbureaudiarree, zullen ze de dalende lezersaantallen aan zichzelf te wijten hebben.”
Tegenover die donkere analyse plaatst Olaf Koens meteen ook zijn hoopvolle boodschap: dit schept kansen voor wie het anders wil doen.
Die wat vreemde mengeling van zwart en wit loopt als een rode draad door het boek van Geert Zagers: de vaak zeer pessimistische analyses over de huidige gang van zaken in ons medialandschap worden gecounterd door nieuwe ideeën en kansen, stuk voor stuk geïllustreerd met voorbeelden over hoe die nu al (helaas nagenoeg uitsluitend in het buitenland) in de praktijk worden gebracht.
Nieuw journalistiek genre
Hoe jonger de honden die Geert Zagers aan het woord laat, hoe interessanter vaak ook de bijdragen. Naast Olaf Koens leest vooral het interview met de 23-jarige Ernst-Jan Pfauth als een trein. Pfauth is blogger bij nrcnext.nl, de website van nrc.next. “Niemand weet hoe we zullen overleven”, zegt hij, “en ik heb dus ook niet de pretentie het businessmodel wel te kennen. Maar ik weet dat het beste wat je nu kunt doen investeren is. Continu nieuwe dingen blijven proberen en zorgen dat je in de voorhoede zit.”
Pfauth ziet de toekomst, ondanks een businessmodel dat in al zijn voegen kraakt, dan ook positief in. “Ik denk dat er een nieuw journalistiek genre aan het ontstaan is: journalisten die weer praten. [...] Redacteurs die in discussie gaan met lezers. [...] Ik denk dat er een nieuwe generatie journalisten op komst is.”
Al even opvallend is hoe de journalisten van De Morgen en De Standaard die in het boek aan bod komen – Bart Van Belle is webredacteur bij De Standaard en Brecht Decaestecker is coördinator van Media.com, de mediabijlage van De Morgen – het conservatiefst en het meest terughoudend zijn in hun analyse. Op die manier versterken ze het beeld dat al vooraan in het boek door Bart Becks wordt geschetst: er is veel opborrelende creativiteit, maar helaas veel te weinig binnen de gevestigde media.
Conservatief
Becks, voormalig CEO van Belgacom Skynet en medeoprichter van het muziekplatform SonicAngel, staat ervan versteld hoe conservatief de krantensector denkt en handelt. “Ze proberen niets. Kranten zitten te wachten tot de oplossing gevonden is. Maar er zijn nog geen oplossingen op dit moment, er zijn alleen exploraties. Je moet durven je eigen toekomst in handen te nemen. Neem De Standaard, volgens velen de meest innovatieve Vlaamse krant, met dan ook nog eens de Marketeer van het Jaar 2007 aan het roer. Eerst verkopen ze hun pdf’s voor 1 euro, vervolgens maken ze alles gratis en dan maken ze hun site plots weer betalend. Je zou dat experimenteren kunnen noemen, maar ik vind het eerder achter de feiten aanlopen. Keuzes maken en blijven investeren in die keuzes: ik heb het nog niet gezien in de krantensector.”
Het spaarzame weerwerk komt, opmerkelijk genoeg, van Het Nieuwsblad, waar Jana Wuyts, regionaal coördinator van nieuwsblad.be, wel een rotsvast geloof in verandering voorstaat en dat ook in de praktijk etaleert met vernieuwende regiojournalistiek. “Ik maak me geen zorgen. Mensen zullen altijd naar muziek luisteren, films bekijken en nieuws lezen”, zegt ze. “Elke evolutie heeft zijn voor- en nadelen. Laten we ons nu eindelijk eens op de voordelen focussen.”
Nooit eerder vertoond
Een heel ander boek, maar wel doordesemd van hetzelfde geloof in de toekomst van een vernieuwd soort journalistiek is Onderzoeksjournalistiek: researchproces van idee tot verhaal. Het boek werd samengesteld door freelance journalist en docent Luuk Sengers en telt bijdragen van een dozijn auteurs die hun sporen in de onderzoeksjournalistiek hebben verdiend.
Die samenwerking leidde tot een boek waarin alle verschillende aspecten eigen aan onderzoeksjournalistiek samen werden gebracht op een manier die in de Lage Landen nooit eerder vertoond is. De kracht zit dan ook in de bundeling van al die kennis tot één groot overzichtelijk geheel, dat bovendien rijkelijk geïllustreerd werd met voorbeelden uit de praktijk.
Het boek is in de eerste plaats een werkdocument dat dienstig zal zijn in de opleidingen journalistiek, maar het is tegelijk zeer lezenswaardig voor journalisten die al vele jaren bezig zijn. Vooral omdat de auteur de blik resoluut naar de toekomst richt en uitgebreid stilstaat bij de haast oneindige mogelijkheden die recente maatschappelijke evoluties op het vlak van onderzoeksjournalistiek met zich meebrengen. De verspreiding van het internet om het belangrijkste te noemen.
Absolute verademing
Onderzoeksjournalistiek slaagt erin structuur in het zoekwerk te brengen. Het boek is een remedie tegen het verlies van tijd en energie en er worden interessante nieuwe ideeën en technieken toegevoegd aan het instrumentarium van journalisten.
Terwijl het boek van Geert Zagers vooral kansen signaleert en vragen opwerpt, geeft het boek van Luuk Sengers vaak heel praktische antwoorden. In die zin zijn het twee totaal verschillende boeken. Maar allebei lezen ze als een absolute verademing: of het licht boven de gevestigde media straks zal uitdoven of niet, aan de einder gloort er hoop.
Jonge Honden. Is er nog toekomst voor de journalistiek?, Geert Zagers, Uitgeverij Van Halewyck.
Met de steun van het Fonds Pascal Decroos
Onderzoeksjournalistiek. Researchproces van idee tot verhaal, Luuk Sengers (red.), Uitgeverij Lannoo Campus / Amsterdam University Press.
Met de steun van het Fonds Pascal Decroos
De auteur van bovenstaande tekst doet dat goed. Geef die mens 10 euro van me!





“Tussen 8 en 13 procent van de berichten uit De Standaard en De Morgen is authentieke berichtgeving.” Mogen we ook weten hoe Olaf Koens aan die cijfers komt?
Dat nieuws niet authentiek is zou vooral erg zijn mocht er ooit een periode zijn geweest waarin berichtgeving wel authentiek was. Ik citeer Jim McNamara:
“As far back as 1926, Silas Bent reported a study of the New York Times that found 147 of the 256 news stories in the newspaper on one day had been suggested, created or supplied by public relations sources.”
http://www.crikey.com.au/2009/05/06/journalism-pr-myths-and-stereotypes-busted/
Ik aarzel als het over authenticiteit (en transparantie van bronnen) gaat in journalistiek. En wel om deze reden: op opiniestukken na, is journalistiek een representatie van meningen die andere mensen hebben gezegd en van feiten die zich hebben afgespeeld. Er is dus met name zo goed als altijd een (tekstueel) precedent/bron.
En wat voor nieuws kunnen we nu uit die twee boeken leren? Dat is mij vooralsnog niet geheel duidelijk. Je hoeft de inhoud voor mij niet na te vertellen, maar een miniem vonkje van hoe die nieuwe, revolutionaire journalistiek er dan wel zal uitzien, zou al fantastisch zijn. Burgerjournalistiek? Blogs? Ministers van Media? Getwitter?
En ja, hoe komt dhr. Koens aan die cijfers? Ik word het langzaamaan moe om voortdurend te moeten lezen hoe erg het wel gesteld is met de inhoud van kranten als DM en DS. Alsof elke journalist die nu voor DM werkt een complete nitwit is. Alsof er amper nog een zinnig woord in DS geschreven wordt. Alsof er in ‘conventionele’ kranten louter plaats is voor reclame en Belgaberichten. Mediakritiek is zeer zinvol, zolang ze niet teveel lijkt op Letermiaanse rancune.
@Tom Van Hout, @Jan
Een kritische houding tegenover de cijfers die Olaf Koens uit zijn ‘eigen onderzoek’ citeert lijkt me gepast. Voor zover mij bekend is het onderzoek in ons land (nog) niet gevoerd, maar helaas zijn er nogal wat argumenten om aan te nemen dat de cijfers van Olaf Koens wel eens behoorlijk dicht bij de werkelijkheid zouden kunnen aansluiten.
Voor zijn boek ‘Flat Earth News’ besteedde The Guardian journalist Nick Davies een vergelijkbare opdracht uit aan Cardiff University. Daarbij werden de vijf meest prestigieuze Britse dagbladen onder de loep genomen. Het onderzoek leert dat 70 procent van de kopij in die kranten in belangrijke mate of volledig overgenomen werd van persagentschap AP. Soms letterlijk, soms (deels) herschreven.
De Britse dagbladen zijn, hoewel ze ook steeds zwaarder onder druk komen, nog steeds veel ruimer bestaft dat De Morgen en De Standaard. Of de ‘eigen kopij’ nu 8, 13 of zelfs 30 procent van die kranten uitmaakt, het blijft een evolutie die vanuit democratisch oogpunt niet toe te juichen valt. We maken overigens nog abstractie van de websites die nagenoeg volledig draaien op persberichten van Belga en andere persagentschappen.
Verder is er een wereld van verschil tussen het overschrijven van persberichten en het brengen van eigen nieuws, ook al is dat laatste dan soms gebaseerd op al elders geciteerde bronnen. Waar het om gaat is: journalistiek werk versus het klakkeloos voor waar aannemen en herschrijven van persberichten.
Dat laatste is allerminst een verwijt aan journalisten bij De Morgen of De Standaard. Wel integendeel, het aantal complete nitwits is er gelukkig vrij beperkt. Het overgrote deel van de journalisten wil niets liever dan journalistiek bedrijven maar botst steeds vaker op een hoofdredactie die zich uitdrukkelijk aan de kant van de directie/uitgever schaart en veel meer bekommerd is om de cijfertjes dan om gedegen journalistiek werk.
Wil dat zeggen dat er geen gedegen journalistiek meer staat in De Morgen of De Standaard? Gelukkig niet. Wel dat er veel meer gedegen journalistiek in zou moeten staan.
@ Tom Cochez
Het is natuurlijk makkelijk om (gefundeerde) kritiek op de media te spuien. Maar het is even makkelijk om daarna de stoute woorden onmiddellijk te vergoelijken door te stellen dat ‘er nog genoeg goede journalisten zijn’ of dat ‘het algemeen bekeken toch niet zo erg is’. Hiermee richt ik me niet persoonlijk tot u, maar tot zowat iedereen die eerst slaat om daarna te zalven. Waarmee er eigenlijk weer niets veranderd.
Laten we de stelling eens omdraaien: kan u – als professioneel journalist – mij, bij wijze van kleine gunst, eens een aantal topjournalistieke stukken aanduiden die gepubliceerd zijn de afgelopen week of maand (afhankelijk hoever er gezocht dient te worden). Een stuk dat relevant is, verfrissend, tegendraads, goed geschreven. Kortom, geen herkauwing, geen bewerking van een belgabericht etc.
Dit louter uit nieuwsgierigheid naar wat een echte journalist percipieert als journalistiek van hoog niveau.
@Johan VD
Eerst en vooral: het is de betrachting van De Werktitel om stukken te brengen die voldoen aan het criterium zoals u het zelf omschrijft. We zijn ons er van bewust dat het om een poging gaat, hopelijk soms succesvol, maar niet altijd. Maar ter zake: gelukkig staan dat soort stukken (hoewel ik wat aarzel bij de term topjournalistieke stukken) ook nog steeds dagelijks in kranten zoals De Morgen of De Standaard. Door de band meer in het weekend dan door de week.
Met ‘goed gelezen’ proberen we dagelijks op artikels te wijzen. Daar staan vaak internationale artikels tussen, maar vaak ook bijdragen in DS of DM. Om bij De Morgen van vandaag te blijven. “Huytebroeck had weet van dreigende lozing in Zenne’ valt zeker onder de noemer ‘eigen journalistiek werk’, net zoals de verhelderende duiding in het stuk ‘Steroïden voor economie’.
Beste Tom van Hout, Jan,
Ja, waar haalt Koens eigenlijk zijn cijfers vandaan? Er zit geen wetenschappelijke methode achter, ik heb afgelopen jaar eens een aantal dagen met een schaar en een rode pen DM en DS doorgeplozen. De ruis, de telexberichten, de gecopy-paste PR-stukken en de advertenties doorstrepen en wegknippen. Er blijft verrassend weinig journalistiek werk over op de tekentafel. Overigens was die 13 procent een uitloper omdat die dag de Rode Duivels een wedstrijd in Belgrado speelden en er zowaar journalisten mee op reis waren. Deze ontwerper en kritische mediaconsument is iets grondiger te werk gegaan en meet het authentieke nieuws op de gram nauwkeurig: http://alper.nl/dingen/2009/10/de-anatomie-van-het-nieuws/
En Jan, dat is zonder rancune. Natuurlijk zijn ze er nog, de hardwerkende vaklui op de redacties in Groot-Bijgaarden of Den Haag. Maar zeker als het om de buitenlandpagina’s gaat, het beeld vanuit Brussel-West op de rest van de wereld is bijzonder beperkt. Gebruik die honderden hardwerkende ogen en oren die aan de andere kant van de wereld de achtergrondverhalen wel zien, die wel weten wat er speelt, en waarom. Het is treurig om te zien dat een redacteur op een dag vier berichten kan schrijven met de datelines New York, Moskou, Bangkok en Guatamala-stad. Dat kun je toch niet serieus nemen? Dat is de kern van mijn betoog, de ratelende telex ziet niet wat er speelt. En ergens hoop ik dat lezers dat langzamerhand inzien. En met dat besef kun je als jonge journalist aan de slag, en daar mag je wat mij betreft onorthodoxe werkmethodes voor gebruiken.
De rode draad die Cochez noemt loopt parallel met de bitterzoete ervaring van iedere jonge journalist. Aan de ene kant heb je de mooiste baan ter wereld gevonden, zijn er tal van mogelijkheden en kun je een hoop leren, aan de andere kant is de fut er uit. Iedereen heeft de schouders hangen, overal vliegen mensen d’r uit en nergens in nog ruimte voor wat je voorstelt. Toch denk ik dat deze sector creatief genoeg moet zijn om met oplossingen en nieuw elan te komen. Gaat dat lukken?
Beste Olaf, beste Tom Cochez,
Lees ik dat goed, dat er achter het ‘onderzoekje’ van Olaf Koens geen wetenschappelijke methode zit? Dat hij een paar dagen met schaar en rode pen in de weer geweest is? Dat het hier dus huis-, tuin- en keukenvlijt betreft? Ik heb geen enkel bezwaar tegen de hobby van Olaf, zolang hij achteraf zijn ‘bevindingen’ niet gebruikt om gratuite conclusies te formuleren als: “Tussen 8 en 13% van de berichten uit De Standaard en De Morgen is authentieke berichtgeving.” Ik verdenk Olaf er trouwens van dat zijn ‘onderzoek’ zich beperkt tot een zaterdag of een maandag in oktober 2006 – toen de Rode Duivels een EK-kwalificatiewedstrijd speelden in Belgrado. Verbeter me gerust als ik me daarin vergis, Olaf. Ik presenteer die data niet als een ‘feit’, maar als een (niet eens zo wilde) gok. Is dat boek van Olaf nu een voorbeeld van ‘gedegen journalistiek’? Zware stellingen poneren aan de hand van wat nattevingerwerk?
Wat is er trouwens mis mee dat kranten berichten van persagentschappen gebruiken en bewerken? Dat is geen nieuw fenomeen, maar bestaat al sinds het midden van de negentiende eeuw. Een krant zou er moeten kunnen van uitgaan dat die berichtgeving klopt als een bus. Je kunt het de kranten niet helemaal kwalijk nemen dat een agentschap als Belga zichzelf in beide voeten schiet met dat idioot burgerjournalistenforum http://www.ihavenews.be.
Ik beweer niet dat het allemaal peis en vree is in medialand. Maar ik ben het zeer eens met Tom Naegels die op een andere plaats op deze site in een reactie schrijft: “Mediakritiek hoort niet de bedoeling te hebben om de hele sector onderuit te halen – of zelfs maar één krant, of een zender. Wel nuttig lijkt het me om de berichtgeving geval per geval te analyseren en, waar nodig, te bekritiseren. Dan zul je zien dat kranten het in het ene geval goed doen, bij het volgende minder – zoals ook politieke partijen in het ene dossier goed scoren en in een ander totaal de mist in gaan, of een voetbalploeg de ene match goed speelt en de volgende minder, of een schrijver de ene keer een geweldig boek schrijft en de volgende keer een wat minder… Als je veralgemeent, moet je ook die veralgemening afbakenen: we hebben het nu over de invloed van PR-bureaus, of over schendingen van de privacy, niet over de media in haar geheel.”
En nog iets: op de vraag van een Werktitellezer wat gedegen journalistiek nu juist inhoudt, antwoordt Tom Cochez: “Het is de betrachting van De Werktitel om stukken te brengen die voldoen aan het criterium zoals u het zelf omschrijft.”
Tof. Ik ben zo vrij geweest om gewapend met klavier en muis volgens de ‘methode Koens’ een dag in het leven van De Werktitel onder de loep te nemen. En dan lees ik op 9 november een analysestuk over Afghanistan, ondertekend door ene Willy Van Damme. Op een ander blog lees ik volgende reactie van die brave mijnheer Van Damme: “En uiteraard zijn er in de media heilige huisjes aan wiens heiligheid niet mag worden getwijfeld. Neem bijvoorbeeld Amnesty International, Human Rights Watch of Reporters zonder Grenzen. Hun publicaties zijn als het dogma van de Paus: Onfeilbaar. De enige voor zover geweten kritische artikelen in de Vlaamse media over Amnesty International (het betreft hun houding in Cambodja en over Laos naar aanleiding van de arrestatie van die twee journalisten uit België en Frankrijk) zijn van mijn hand. Ze verschenen niet toevallig op websites en in een blad in de marge, Vrede. Er zijn echter niet alleen ‘heilige huisjes’ er is ook ‘het kwaad’. Onderwerpen waarover geen goed woord mag worden geschreven, over welke nuanceringen verboden zijn en waarover men klakkeloos zelfs de grootste onzin schrijft. Neem bijvoorbeeld opnieuw Iran of Zimbabwe. De eerste journalist die in de klassieke media een artikel schrijft over de enorme economische groei en sociale verbeteringen onder de Ayatollahs wordt zo gestenigd. Alleen de modder komende uit Washington, Israël en London komt in onze media.”
Sorry, maar een journalist die dergelijke uitspraken doet, is in mijn ogen geen journalist maar een activist. Hij hoort thuis in het rijtje van ‘journalisten’ die indertijd voor de Pravda werkten. Niet bij een internetkrant als De Werktitel die pretendeert aan ‘gedegen journalistiek’ te doen. Vraag maar eens aan de collega-journalisten in Iran of in Zimbabwe wat ze van hun regimes vinden. Afgaande op het blog van dhr. Van Damme http://willyvandamme.wordpress.com, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat hij zelden zijn geliefde Dendermonde verlaat en dat hij zijn mosterd vooral haalt bij klonen van de Huffington Post.
@Jan
Het is niet aan mij om de verdediging van Olaf Koens of Willy Van Damme op mij te nemen. Allebei zijn ze meer dan beslagen genoeg om dat te doen. Beiden hebben ook al meer dan voldoende fantastische stukken – en ik wik mijn woorden- geschreven die hun journalistieke kwaliteiten meer dan aantonen.
Over de grond van de zaak toch nog dit. In het boek Jonge Honden waarin Olaf Koens een van de geïnterviewden is, heeft hij het ondermeer over dat ‘onderzoekje’. Hij pretendeert daarbij helemaal niet dat hij wetenschappelijk te werk zou zijn gegaan, gewoon dat zijn ‘onderzoekje’ onderschrijft wat hij en iedereen die in de journalistiek werkzaam is, al geruime tijd merkt.
Zoals ik in mijn vorige reactie heb vermeld, bestaat er wel degelijk wetenschappelijk onderzoek dat ons aanvoelen helaas over de hele lijn bevestigt.
Er is op zich niets verkeerd met persagentschappen, wel met het dicht plamuren van kranten met hun niet gecontroleerde berichten. Een bericht van een persagentschap wordt immers gewoon voor waar aangenomen. Getuige daarvan ook de rondzendbrief op de BBC van december 2004 waarin journalisten wordt duidelijk gemaakt dat berichten van persbureau AP ‘can be treated as a confirmed, single source’.
Hetzelfde geldt voor Belga met als gevolg dat op een moment dat Belga in de fout gaat alle websites, zonder te checken, informatie op het net kwakken en vaak later ook nog eens in de krant. Dat is niet eens een verwijt aan Belga, – iedereen kan fouten maken- maar wel aan de kranten die verzuimen hun kernopdracht uit te voeren.
Een extra bezwarend gegeven daarbij: de uitgevers zijn de aandeelhouders van Belga. Goedkoper ‘content’ creëren voor hun eigen media kan niet. Besparingen binnen een sector waarvan het businessmodel zwaar onder druk staat, zijn zo verzekerd. Dat het gevolg ervan een extreme vorm van mediaconcentratie is, het afbouwen van gedegen journalistiek werk en een de facto uitholling van de vierde macht, dat baart De Werktitel zorgen.
Daar kritiek op geven kan, zoals Tom Naegels terecht opmerkt, zeker in een debat misschien wel het best door individuele stukken te analyseren. Maar het neemt niet weg dat er daarnaast ook structurele problemen in kaart te brengen zijn die de geloofwaardigheid van onze media ondergraven.
@Jan
Zoals Tom al schrijft, ik heb het gewoon over een ‘onderzoekje’, inderdaad huis-tuin en keukenvlijt met een schaar en een rode pen. Geen hogere wetenschap, geen diepgravende onderzoeksjournalistiek. Mijn journalistieke werk beperkt zich over het algemeen tot Rusland en de voormalige Sovjet-Unie. Ik probeer niet een hele sector in diskrediet te brengen, ik merk in mijn dagelijks werk simpelweg de vervlakkende invloed van Belga, ANP, AP, Reuters en AFP. Daar had ik het over.
Olaf en Tom, bedankt voor jullie weerwerk, maar nog meer voor de journalistieke passie die spreekt uit de discussie (dat geldt evenzeer voor Jan en Johan). Twee korte reacties:
1. Toekomst van journalistiek. In tegenstelling tot Nick Davies (zelf een expert in PR), is journalistiek niet “terminally ill”. Alleen innoveert journalistiek bijzonder moeizaam. Meer nog, ze heeft de neiging om zich te reproduceren. De Werktitel is er een voorbeeld van. De site noemt zich trots een ‘journalistiek laboratorium’ maar positioneert zichzelf als een ‘internetkrant’. Een internet-krant. Da’s zoals een elektronische kaars. De logica ontgaat me. Waarom experimenteert De Werktitel niet met nieuwe/andere vormen van journalistiek? Voorbeelden genoeg: hyperlocal journalism, het Cody Brown model, Jeff Jarvis achtige initiatieven, etc. Ik beweer niet dat het doel de middelen heiligt, maar ik pleit wel voor meer ondernemerschap en minder zwartgalligheid en vooral navelstaarderij in journalistiek.
2. Onderzoek naar bronnengebruik in Vlaanderen. Het is lullig om m’n eigen onderzoek te pluggen, maar here goes. Ik heb voor m’n doctoraatsonderzoek keystroke logging software geïnstalleerd op de economieredactie van De Standaard. Zo kon ik bijhouden hoe journalisten reproductief schrijven (wat nemen ze over van bronnen?). Conclusie: persberichten en persagentschapkopij laten journalisten toe om snel en efficiënt te schrijven, maar dat dit het niveau onderuit zou halen kon ik niet aantonen. Zelfs in schrijfprocessen die maar 25 minuten duurden, controleerden journalisten hun bronnen (op internet, via de telefoon, krantenarchief), streefden ze objectiviteit na en probeerden ze de nieuwswaarde uit te spelen. Kortom, ze deden wat traditionele (en voorbijgestreefde?) methodes voorschrijven, maar dan aan hun PCs.
http://aloxecorton.wordpress.com/phd/
@Tom Van Hout
Eerst een vooral bedankt voor je opbouwende kritiek. Toch nog één reactie, om het af te leren. Wat de toekomst van de journalistiek betreft: ik deel grotendeels de analyse van Nick Davies. Zijn conclusie is inderdaad gitzwart en daar kan en wil ik me, al is het tegen beter weten in, niet bij neerleggen. Toen we met De Werktitel Davies interviewden leek hij daar overigens zelf mee te worstelen. Zijn huidige zoektocht naar alternatieven wijst ook in die richting. Het boek ‘Jonge Honden’ dat de directe aanleiding vormt voor deze discussie heb ik zelf gelezen als een antidotum tegen die zwartgalligheid. De analyse die in het boek wordt gemaakt, is doorgaans gelijklopend met die van Davies, maar er zit oneindig veel meer hoop in.
Wat De Werktitel betreft: we zijn inderdaad een laboratorium, of willen dat op zijn minst proberen te zijn. Voor zover me bekend is het in ons land het eerste gemeenschappelijke initiatief waarop professionele journalisten samen werken. Helaas vooralsnog zonder financiële basis. We doen vandaag in de feiten alvast datgene wat we kunnen, maar we zijn tegelijk achter de schermen al vele maanden volop in gesprek met mensen die vertrouwd zijn met technieken en alternatieven voor ‘de journalistiek van vandaag’, zoals je ze zelf aanhaalt. We willen daarbij echter niet over een nacht ijs gaan.
Wat je eigen onderzoek betreft. Dat klinkt, afgaand op de abstract op je website zeer interessant. Ik kan niet meteen vinden in welke periode het werd uitgevoerd en ben zeker en vast geïnteresseerd in meer details.
@ Tom Cochez. Ik heb 6 maanden veldwerk gedaan bij DS (oktober 2006-maart 2007). Wil je er graag meer over vertellen bij gelegenheid (tom.vanhout AT ugent.be). Mijn doctoraat vertrekt vanuit de inhoudsanalyse die Davies in Cardiff besteld heeft.
Mooie discussie. De Werktitel.be doet het alvast anders dan de klassieke media, ze antwoordt op reacties, gaat in debat met de lezers. Dit getuigt van respect voor de lezer. De klassieke media durven niet in debat gaan met haar publiek, laten beledigingen en smaad op hun sites staan en gaan niet in discussie. Ze verschuilen zich achter de aansprakelijkheid / wetgeving. Dapper kun je dit niet noemen.
Tegelijk voel je de nood aan gedegen wetenschappelijk onderzoek om het debat te voeden. Olaf moet roeien met de riemen die we hebben. In alle geval bedankt Tom voor het interessante onderzoek. Wetenschappers moeten hiermee veel meer naar buiten komen en zo het debat voeden. Met http://www.mediaonderzoek.be – dat nog verre van op punt staat – willen we dit mee helpen aanzwengelen.
We zijn met het Fonds Pascal Decroos in alle geval blij met de discussies die hier en daar ontstaan rond het boekje ‘Jonge Honden’. We willen niet teveel kniezen, maar integendeel de vele leemtes die klassieke media achterlaten, als kansen zien. Buitenlandberichtgeving of Europese verslaggeving, procesmatige onderzoeksjournalistieke dossieraanpak zoals Jarvis suggereert, daar kan best nog wat van gepubliceerd worden. Zeker projecten die het initiatief zijn van journalisten en geen agendajournalistiek blijven ondermaats. En daar kunnen ‘jonge honden’ het verschil maken. Het zijn spannende en leuke tijden.
Ik ben het eens met Ides Debruyne. Qua berichtgeving over het buitenland met meer diepgaande artikelen, stijl ‘The Economist’, is het in Vlaanderen triestig gesteld. Waarom kan geen dergelijke magazine in Vlaanderen? Ook voor de kranten geldt dezelfde vaststelling. Een krant als het NRC Handelsblad kijkt verder en dieper dan onze Vlaamse kranten. Waarom moet een krant als DS een lokale katern hebben? Waarom heeft deze krant slechts enkele opinieschrijvers, het zijn altijd dezelfde namen die terugkeren. Ik denk dat een krant zich moet opstellen om meerdere mensen aan bod te laten komen.
Over onderzoeksjournalistiek gesproken, ook dit is een heikel punt. Eigenlijk bestaat dit maar nauwelijks in Vlaanderen. Ik weet dat Ides Debruyne met het Pascal Decroos fonds daar heel wat beweging probeert in te brengen maar het blijft in Vlaanderen in zijn geheel een marginale activiteit.
Verder denk ik dat er meer fora moeten worden gecreëerd waar journalisten over een bepaald onderwerp een eerste aanzet geven, en dan met geïnteresseerde lezers samen een opbouwende dialoog aangaan en zo uiteindelijk een project al schrijvende uitwerken en afronden.
Ik heb voor kranten gevulgariseerde artikelen over wetenschap en techniek/technologie geschreven. In dit verband ben ik het eens met Mieke De Jaegher, freelancers worden onderbetaald. Een ganse zaterdag aan een wetenschappelijk congres besteden, zelf alle onkosten betalen, een artikel schrijven en hiervoor dan 100 euro waarop nadien nog belastingen moet worden betaald, ontvangen ! ‘Dom zijn doet geen zeer’ zeggen ze in mijn geboortestreek. Mijn huisarts verdient dit op een half uur.
Ik vind dat De Werktitel een mooi initiatief is. Doe zo voort.