Journalisten met een scherpe pen en een weerbarstig karakter schrijven over wat er echt toe doet. Nieuws, analyse, opinie en satire. Kritisch en ongebonden. Omdat het nodig is.

Verhalenbundel ‘Print Is Dead’ worstelt met de onverschilligheid

Met de pas verschenen bundel Print Is Dead bundelde uitgeverij Meulenhoff/Manteau 21 jonge (would be-)schrijvers uit Vlaanderen. Het boek geeft een opvallend homogeen beeld van de generatie die geboren werd in de jaren tachtig. Zo valt op dat deze twintigers er over het algemeen een klassieke, om niet te zeggen nogal conventionele schrijfstijl op nahouden. Verder wordt er in de bundel ook opmerkelijk vaak geworsteld met de onverschilligheid, in die mate zelfs dat het op het tegendeel van onverschilligheid begint te lijken. Betrokkenheid dus.

Door Jeroen de Preter

Cover van het boek 'Print is dead'

Cover van het boek 'Print Is Dead'.

Traditiegetrouw werd bij het begin van de net afgelopen Boekenbeurs een prijs uitgereikt aan de beste debuterende Vlaamse schrijver. Minder getrouw aan die traditie ging die prijs dit jaar naar een vrouw van boven de zestig, Simone Lenaerts. Opmerkelijk oud is dat, zoals ook haar gemiddelde concurrent opmerkelijk oud was. De jury kon kiezen uit vijftien boeken van debutanten die gemiddeld 45 (!) jaar oud waren.

Horen wij in hier in de verte de doodsklokken over de literatuur in zijn huidige vorm al luiden? De onheilsprofeten die, behalve de ‘print’, ook meteen de ‘literature’ terminaal willen verklaren, hebben er sinds de Debuutprijs in elk geval een argument bij, en een verklaring is gauw gevonden.

Communicatiebombardement

Debuutprijswinnares Simone Lenaerts behoort, net als het merendeel van de andere schrijvers die in 2008 debuteerden, tot een leeftijdscategorie die is opgegroeid in een lees- en schrijfcultuur die totaal verschilt van de huidige. Simone Lenaerts leerde nog schrijven met de vulpen, in een absoluut computer- en gsm-loze omgeving. Communiceren zonder een computer, zonder internet, zonder een mobiele telefoon: een jongere lezer kan zich allicht niet meer voorstellen hoe dat gaat.

Over de impact van digitale revolutie op het taalvermogen van de jongere generaties is het laatste woord zeker nog niet gezegd. Dat die (positieve of negatieve) impact er is, valt echter moeilijk te weerleggen. Dat we sinds die revolutie te maken hebben met een communicatiebombardement is eveneens een onweerlegbaar feit.

Schizofreen

Wat onmiddellijk opvalt, is dat de ‘nieuwe schrijvers uit Vlaanderen’ de taal nauwelijks geweld aandoen

De vraag of de literatuur, als traagste vorm van communicatie, dat bombardement zal overleven, wordt ook expliciet gesteld in de inleiding van Print Is Dead. Daarin maakt de jonge Humo-recensent Jeroen Maris gewag van een “volgepropte” generatie, “en ik mag dat zeggen, want ik behoor er zelf toe”. De in het boek gebundelde schrijvers zijn, aldus Maris, opgegroeid in “het Grote Alles” en “gebombardeerd met mogelijkheden tot elke vezel in hun lijf schizofreen werd”.

Vraag is dan wat er op literair vlak van deze “met mogelijkheden gebombardeerde generatie” te verwachten valt? Zijn ze trouwens – en hier spreekt nog eens de onheilsprofeet in ons – nog wel in staat om een literair boek te schrijven, deze jonge “schizofrenen” met hun attention span die niet langer reikt dan de lengte van een sms?

Zeer mooie volzinnen

Print Is Dead, zo meldt de achterflap, wil onheilsprofeten van antwoord dienen. In weerwil van de ironisch bedoelde titel wil het boek aantonen dat literatuur en het boek zelf nog niet dood zijn.
Het is een ambitie die de bundel echter onmogelijk kan waarmaken. Daarvoor zijn de bijdragen simpelweg te kort.

Wat de hier gebundelde schrijvers wel kunnen laten zien, is potentieel. En dat doen ze ook. De schrijvers halen een goed gemiddelde, er staan enkele zeer mooie volzinnen in, en het plezier van het vertellen spat er bij momenten van af. Laat dat volstaan om de literaire boeken voorlopig nog niet dicht doen. Er is veel dood in deze bundel, maar er wordt wel levendig over verteld. Nu ook nog eens bevestigen met een echt boek (dat het liefst ook nog enkele lezers vindt) en de onheilsprofeet is echt van antwoord gediend.

Minder trefzeker

De volgorde waarin de bijdragen aan Print Is Dead zijn afgedrukt is alfabetisch. Toevallig gevolg is dat misschien wel het beste verhaal de bundel opent. In nog geen tien pagina’s slaagt verteller Jan Aelberts erin om het uitzichtloze leven van twee drop-outs te vatten. Beetje Trainspotting , beetje American Psycho, niets nieuws onder de zon dus, maar het is zeer zeker goed gedaan. En in de slotzinnen van het verhaal is een van de grondtonen van de bundel meteen krachtig gezet:

Misschien gaat het regenen. Misschien ook niet. Wie het wat kan schelen, heeft er meer van begrepen dan ik.

Stilistisch minder trefzeker maar inhoudelijk al even somber is het hierop volgende verhaal van Inan Akbas over een koude, onverschillige maar daarom niet minder rampzalig eindigende liefde. Dood en onverschilligheid zijn ook troef in de bijdrage van Y.M. Dangre, nog een andere schrijver die in Print Is Dead blijk geeft van talent. In de voorpublicatie van zijn binnenkort bij Meulenhoff/Manteau te verschijnen debuutroman schrijft hij over een oma die niet meer is dan “een opgebrande lucifer”, een lucifer die, “net zoals al de andere levende lijken die ze tot vervelens toe met haar moeder bezocht had, in een groot uitgevallen houten luciferdoosje begraven worden”.

Aan dit soort weinig opbeurende beschouwingen is er in Print Is Dead geen gebrek. Ik citeert er nog één, om het af te leren, en over te gaan naar een volgend punt. Het citaat – dat mijns inziens een beetje rammelt, maar bon – komt uit een verder wel intrigerend verhaal van Maarten Inghels, een prille twintiger die al enige roem verwierf als dichter. “De mens wilde eigenlijk erg weinig,” schrijft hij ergens, “maar vooral met rust gelaten worden.”

Belangrijk gevaar

Aan een bundeling als Print Is Dead is, hoe lovenswaardig het initiatief verder ook mag zijn, een belangrijk gevaar verbonden. Zo zal de lezer onvermijdelijk eerder op zoek gaan naar de overeenkomsten dan naar de eigenheden van de verschillende bijdragen. Nu geeft deze bundel daar, veel meer dan eerdere, gelijkaardige verzamelingen als Mooie jonge goden (1986), Jonge Sla (1994) en Mooie jonge honden (2003), ook wel enige aanleiding toe.

Wat bijvoorbeeld onmiddellijk opvalt, is dat de “nieuwe schrijvers uit Vlaanderen” de taal nauwelijks geweld aandoen. Op een opvallend conventionele manier schrijven ze opvallend conventionele verhalen of gedichten over de eeuwige thema’s: de liefde, het leven en, vooral, de dood.

Al even opmerkelijk is dat ze daarbij heel vaak uitdrukking geven aan een zekere onverschilligheid tegenover die grote thema’s. Dat gebeurt, zoals uit het hoger geciteerde mag blijken, vaak zo nadrukkelijk dat het lijkt of ze die onverschilligheid van zich af willen schrijven. Zo bekeken drukt die preocupatie met de onverschilligheid natuurlijk net het tegenovergestelde uit: een verlangen naar een wereld waarin het cynisme niet langer regeert en er weer betrokkenheid is.

Eenzame uitvaart

Voorbeelden van dit soort betrokkenheid vind je overigens niet alleen in de hier afgedrukte verhalen. Eerder al had ze zich gemanifesteerd in het engagement van twee hoger genoemde schrijvers, Maarten Inghels en Jan Aelberts. Beiden stellen hun talent ten dienste van Eenzame Uitvaart (eenzameuitvaart.be), een kleine vereniging die begrafenissen van vereenzaamde mensen opluistert met gedichten.

Een mooier statement tegenover onze onverschilligheid inzake de grote kwesties kun je moeilijk maken. En de onheilsprofeet bieden ze met hun engagement tegelijk een fraaie, troostende metafoor. Want als het waar is dat binnenkort ook de literatuur ten grave moet worden gedragen, dan zijn er tenminste toch een paar schrijvers bereid gevonden om die eenzame uitvaart op passende wijze luister bij te zetten. Print Is Dead is er het sprekende bewijs van.

Print is dead, Nieuwe schrijvers uit Vlaanderen (Meulenhoff/Amsterdam) werd samengesteld door Harold Polis en Marc Verstappen (Villanella).

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

Deze tekst heeft mij iets bijgeleerd. Daar geef ik met plezier geld voor.

8 Reacties

  1. Jammer dat deze bundel als een ‘verhalenbundel’ wordt gezien en er over de gedichten geen woord gerept wordt…

  2. Als enige niet geboren in het decennium van Het Grote Alles maar toch opgenomen in de bloemlezing, herken ik eerlijk gezegd niet echt een generatie nieuwe schrijvers, zoals dat graag geschreven wordt. Wel een aantal jonge schrijvers met potentieel, genoeg om het boek in zijn papieren vorm nog niet onmiddellijk dood te verklaren, denk ik dan.

    En dat de taal nauwelijks geweld wordt aangedaan, is waar, maar ligt dat gebrek aan lef ook niet bij de uitgevers, die nog zelden risico’s nemen? In een ruimer kader kan je ook zeggen dat de maatschappij de kinderen baart die ze verdient, niet?

    Trouwens conventionaliteit kan ook een middel zijn tegen slordig schrijven en denken, tegen onverschilligheid ook; op zich al een na te streven ambitie in deze – tja- ‘morsige’ tijden tijdens het communicatiebombardement.

    In ieder geval merk ik toch verschillen qua stijl, zowel in het proza als de poëzie. Meer dan ik er de grote gemene deler ‘Een Generatie’ in zie.

  3. Net als roosje vind ik het zeer jammer dat er over de poëzie in Print is dead niet eens wordt gerept. Dat terwijl er toch beloftevol materiaal tussenzit: Sylvie Marie bijvoorbeeld kreeg niet voor niets De Gouden Aap. Poëzie is terug in – misschien juist omdat deze jongeren dank zij het SMS’en opnieuw leren hun gedachten zo kernachtig mogelijk uit te drukken?

    En dat de taal geen geweld wordt aangedaan – is dat een voor- of een nadeel? De recensent weet niet goed wat ervan te denken, maar toont zich teleurgesteld. Ook een poging om zich uit te drukken met gewone, sobere taal is een statement. Zeker, opnieuw, in deze tijd van SMS-taal en, volgens onheilsprofeten die hun voorgangers kritiekloos napraten, steeds verdergaande taalverloedering bij de jeugd.

  4. Dat Sylvie Marie onder een valse naam (“Steven van Impe”) zichzelf in het zonnetje zet, vind ik diep triest, verder is het waar natuurlijk dat er ook poëzie in staat, toch weet De Preter het proza in deze bundel goed te definiëren. Vergeet ook niet dat dit een zeer jonge generatie is, die uit “Mooie jonge goden” was al ouder bij verschijnen.

    Menslievende groeten,

    Jeroen P.

  5. Excuseer, ik ben niet Sylvie Marie maar wel degelijk mezelf. Weliswaar groot bewonderaar van Sylvie Marie, of mag dat ook al niet meer?

  6. Staat dit stuk hier omdat de dag- en weekbladen maar weinig aandacht schonken aan Print is dead? Je kan moeilijk verwachten dat iedereen staat te springen om elk najaar een nieuwe literaire generatie te verwelkomen; Mooie jonge honden dateert nog maar van 2003, en in 1999 zou er volgens Knack ook al eentje zijn geweest. Dan bespreek je beter individuele debuten, hoewel ook die oogst – als je het zo nog kan noemen – elk jaar exponentieel lijkt te stijgen.

  7. Onlangs verscheen in de morgen een stuk van dirk leyman over deze bundel, beste peter.

    Frank A.

Trackbacks

  1. Recensie 'Print is Dead' | Villanella