Tentoonstelling in deSingel doet werk Cerith Wyn Evans oneer aan
Cultuurcampus deSingel pakt dit najaar uit met “…”. Dat is de titel van de eerste Belgische solotentoonstelling van de Welshe kunstenaar Cerith Wyn Evans (°1958). Hoewel Evans bekend staat om zijn installaties met vuur(werk) en licht loopt “…” met een sisser af. Of hoe kunst wordt genekt door een locatie.
Door Christophe Van Eecke

Het middeleeuws palindroom 'In girum imus nocte et consumimur igni' werd op de openingsnacht met vuurwerk bekleed, met spookachtige beelden tot gevolg. (Foto: © deSingel)
Verspreid over de campus van deSingel installeerde Evans een aantal werken waarin licht centraal staat. In de inkomhal bouwde hij drie lichtgevende pilaren op, samengesteld uit neon-buizen. In de foyer van de concertzaal staat een vierde zuil opgesteld. Daarnaast bracht Evans verspreid in de gangen van het complex ook een aantal teksten aan in neon-letters.
Hier vinden we ook het centrale werk van de huidige tentoonstelling: Permit yourself to drift from what you are reading at this very moment into another situation… Imagine a situation that, in all likelihood, you’ve never been in (2009), waarvan de tekst (en tevens titel) werd opgenomen in een in beperkte oplage geproduceerd kunstenaarsboek, “…” – delay. Dat boek bestaat uit blanco bladzijden waarin de woorden van de tekst in een sierlijk lettertype met een laser uit het papier zijn gebrand. De publicatie vormt meteen ook de link naar het laatste luik van Evans’ expositie: de installatie Un coup de dés jamais n’abolira le hasard (2009), waarin Evans voortborduurt op werk van Stéphane Mallarmé en Marcel Broodthaers en eveneens met geperforeerde bladen werkt.
Magische connotaties
De centrale elementen in Evans’ werk zijn vuur, licht en woorden. Drie elementen die vanouds met magische connotaties zijn beladen. Evans’ belangstelling voor magie en alchemie gaat terug op zijn begindagen als kunstenaar, toen hij in de vroege jaren tachtig als assistent werkte voor de filmmaker Derek Jarman. Daarna legde Evans zich enige tijd toe op film- en videowerk, maar in de jaren negentig maakte hij abrupt de omslag naar sculpturen en lichtinstallaties.
Aangezien Evans voor zeer fragiele materialen kiest, is de plaatsing van zijn werk cruciaal om het tot zijn recht te laten komen. De ingrepen die Evans aanbrengt, zijn altijd subtiel, zelfs wanneer ze meteen opvallen, zoals het geval is met de lichtzuilen. Het gaat in dergelijke werken namelijk in eerste instantie om manipulatie van zowel de waarneming van de ruimte als het bewustzijn van de toeschouwer. Dat is het duidelijkst in de neonwerken, waar een intrigerend wit licht wordt gebruikt om ons een tekst in te fluisteren die als doel heeft het alledaagse onvertrouwd te maken.
Kleine breuk
Dat is precies wat gebeurt in Permit yourself…, dat de toeschouwer dwingt om langzaam langs de tekst te lopen (die bovendien in spiegelbeeld is aangebracht, zodat hij weerspiegeld in een raam moet worden gelezen), zijn ritme aan te passen aan het werk en tegelijk een denkoefening te maken. Het gevolg is een noodzakelijke cesuur in de haast van het dagelijkse leven. Een kleine breuk, maar wel een die blijft hangen.
Die vluchtigheid van de beleving stond ook centraal in In girum imus nocte et consumimur igni (2009), een middeleeuws palindroom dat zich laat vertalen als ‘wij dwalen rond in de nacht en worden verteerd door vuur’ en dat verwijst naar vliegjes die worden aangetrokken door licht en daardoor verbranden. De Latijnse tekst (die ook al als titel diende voor een film van Guy Debord) werd in een binnentuin van deSingel op een cirkelvormige constructie aangebracht en met vuurwerk bekleed dat bij de opening van de tentoonstelling werd ontstoken. Wat overblijft, zijn de restanten van de korte conflagratie, de assen van een vluchtig gebeuren.
Slordig
DeSingel lag er als een werf bij, waardoor de werken van Evans ongeveer met evenveel liefde leken te zijn opgesteld als ordinaire neonreclame
Het spreekt voor zich dat een dergelijke subtiele werking met licht, ruimte en taal om een zorgvuldige aankleding vraagt. En laat de expositie in deSingel nu net daar tekortschieten. De bouw van de campus werd in de jaren 1960 aangevat. Het complex bestaat uit een combinatie van glas en beton, met veel doorkijkmogelijkheden en een gevoel van ruimtelijkheid. Een ervaring die tijdens ons bezoek totaal om zeep werd geholpen door slordig langs de ramen opgestapelde banken, rijen kapstokken, rekjes met folders en andere storende elementen. DeSingel lag er als een werf bij, waardoor de werken van Evans ongeveer met evenveel liefde lijken te zijn opgesteld als ordinaire neonreclame.
De enige ingreep die echt werkt, zijn de lichtzuilen, die er door hun loutere omvang en intensiteit in slagen om even een gevoel van ruimtelijke lichtheid te creëren. Maar de andere neoninstallaties hangen plompverloren in de gangen en moeten constant de concurrentie aangaan met de gangverlichting, de doorgang van passanten en de slordigheid van het dagelijks bedrijf in deSingel.
Intertekstuele knipoog
Un coup de dés jamais n’abolira le hasard verschilt van de lichtwerken in de tentoonstelling door het sterk intertextuele karakter van de installatie. Het oorspronkelijke werk van Mallarmé is een gedicht uit 1897 dat pas in 1914 werd gepubliceerd, na de dood van de dichter. De tekst is in geïsoleerde frasen over de bladzijden van een boek gepubliceerd, waardoor de ruimte rond de tekst mee in het effect van de poëzie wordt betrokken. In zijn korte catalogustekst schrijft Moritz Küng dat Mallarmé hierdoor als een voorloper van de hypertext wordt beschouwd, wat op zijn minst openstaat voor discussie.
In 1969 publiceerde Marcel Broodthaers zijn versie van de tekst: een reproductie van het boek van Mallarmé waarin alle tekstregels waren gezwart, zodat de tekst een puur visueel gegeven werd. Het is meteen duidelijk hoe dat spelen met visualiteit en tekstualiteit Evans moet hebben geboeid. Zelf gaat hij nog een stap verder en presenteert hij de tekst op een reeks bladen waar de gezwarte tekstregels van Broodthaers’ versie met een laser uit zijn weggebrand, zodat de textuur van de achterliggende muur zichtbaar wordt door de openingen. Het is een oefening die, zeker in het licht van Evans’ kunstenaarsboek bij deze tentoonstelling, meer overtuigt als esthetisch gegeven (een radicalisering van Broodthaers’ ingreep) dan als intertekstuele knipoog.
Stekker
“…” is een tentoonstelling waarin alles op alles lijkt te zijn gezet om de getoonde werken zoveel mogelijk te verdrukken. Kunst in de openbare ruimte is een zeer delicate evenwichtsoefening, zeker binnen een drukbezochte, multifunctionele en architecturaal eigenzinnige ruimte als deSingel, waar kunstliefhebbers, gewone bezoekers en studenten elkaar voor de voeten lopen. Het is duidelijk niet de locatie waarin werk als dat van Evans tot zijn recht komt en men moet zich afvragen of de kunstenaar zelf wel zo gelukkig is met het eindresultaat. Evans’ werk schreeuwt immers om ruimte, en laat nu net dat ontbreken in deze opstelling.
In de gang tussen de concert- en theaterzaal heeft Evans de lichttekst Space here becomes time/Time here becomes space (2004) aangebracht. We weten waar hij op doelt: een ervaring van stilstand, een momentaan zweven tussen ruimte en tijd, in dialoog met onszelf. Maar het werkt niet. Gespijkerd tussen vaal tapijt en beton lijkt het werk eerder achteloos vergeten dan evocatief. Zoals ze er nu hangen, lijken Evans’ werken vooral te wachten tot iemand genadevol de stekker uit het stopcontact trekt.
Cyrith Wyn Evans, nog tot 10 januari 2010 in deSingel.
Waarom iets gratis lezen als je er ook voor betalen kunt?


E-mail dit artikel
Facebook
Twitter
Share dit artikel



