VB-dissidenten zetten partijtop voor het blok
In een nooit eerder vertoond kritisch opiniestuk beschrijven enkele VB-mandatarissen onder leiding van Vlaams Parlementslid Karim Van Overmeire de diepe crisis waarin hun partij verkeert. Van Overmeire pleit voor een strategie die de partij uit het cordon sanitaire moet helpen. Tegelijk geeft hij aan dat de partijtop het cordon tot op vandaag koestert, en dus maar beter opstapt.
Door Tom Cochez
Het opiniestuk dat de spanningen binnen de partij haarscherp in beeld brengt, werd mee ondertekend door Oost-Vlaams provinciaal voorzitter Geert Goubert en de parlementsleden Gerdje Van Steenberge, Erik Tack en Bruno Stevenheydens.
Het begint met een beschrijving van het ‘bittere conflict’ binnen de partij. Volgens de auteurs heeft voorzitter Bruno Valkeniers een krakkemikkig compromis op tafel gelegd waarin iedereen tevreden wordt gesteld maar waaruit geen duidelijke keuze spreekt:
Het jongste wankele bestand zadelde de partij op met een dubbel ondervoorzitterschap, een dienst met twee diensthoofden (het verworpen ‘kenniscentrum’, ToC) en een reeks holle titels voor de mindere goden. Deze constructies kunnen ongetwijfeld tot inspiratie dienen van degenen die een volgende Belgische staatshervorming moeten uitschrijven, maar hebben niets met een strategische of inhoudelijke keuze te maken.
Vervolgens geven de dissidenten aan wat er volgens hen dan wel moet gebeuren en waarom: in de eerste plaats moet er gekozen worden tussen de strategie van provocatie en een strategie die de partij uit het cordon helpt. Voor de ondertekenaars is de laatste keuze de enige goede.
Haarfijn en tegelijk zeer kritisch wordt uit de doeken gedaan waarom de partijtop in het verleden voor de confrontatie koos, waarom die strategie heeft gefaald en hoe het anders moet:
Een politiek gemarginaliseerde structurele oppositiepartij kan in de komende jaren ongetwijfeld nog een aantal mandaten en personeelsstatuten garanderen, maar dit is niet het doel van ons politiek engagement. De meest efficiënte weg om ons programma, of minstens delen daarvan, te realiseren, is via beleidsdeelname.
Impliciet maar tegelijk ook zeer duidelijk wordt uitgelegd waarom die laatste oefening niet kan met Filip Dewinter en Gerolf Annemans aan het hoofd van de partij:
Het feit dat grote delen van de partijtop vereenzelvigd worden met de polarisatiestrategie van het verleden, bemoeilijkt de situatie nog.
De ondertekenaars lijken er zich ook terdege van bewust dat lang niet iedereen binnen de partij hun analyse deelt, laat staan het openlijke karakter ervan op prijs stelt:
We weten dat veel collega’s en vrienden – en niet van de minste – deze analyse niet delen. Misschien biedt de polarisatiestrategie meer garanties op electoraal succes, maar dit verhaal stopt op de avond van de verkiezingsoverwinning. Voor het overige is er alleen maar de vage hoop dat er ‘ooit’ wel eens ‘iets’ zal gebeuren. [...] Het is bovendien geen eerlijke houding tegenover onze kiezers die hun vertrouwen aan ons geven en hopen dat we niet alleen vanuit het pluche ons programma declameren maar ook proberen om het te realiseren.
Veel geloof in een toekomst in hetzelfde politieke huis spreek er ook al niet uit het opiniestuk:
In ons hart willen we niets liever dan één grote partij waar iedereen samenwerkt. Ons verstand vertelt ons dat de twee strategieën niet verzoenbaar zijn. Ze appelleren aan verschillende doelgroepen. De ene strategie veronderstelt een volgehouden inspanning om het cordon te verlaten. Bij de andere strategie wil men net in het cordon blijven omwille van de electorale bonus die men nog altijd hoopt te incasseren.
Verderop wordt de hypocrisie van de eigen partij op de korrel genomen:
We kunnen ook niet de ene dag verontwaardigd zijn omdat tegenstanders ons ‘mestkevers’ noemen en ons de volgende dag presenteren als ‘de luis in de pels’ en mensen die ‘vuil genoeg’ willen blijven. Je kan niet jarenlang de hele buurt schofferen en vervolgens mokken omdat de buren je niet op de koffie vragen.
Opmerkelijk tot slot is de noot onder het stuk waarin vermeld wordt dat Karim Van Overmeire al in 1998 in het partijbestuur “een nota neerlegde waarin hij wees op de uitzichtloosheid van de confrontatiestrategie en waarin hij vroeg om een ernstige en volgehouden inspanning om uit het cordon te komen. Die nota was toen ‘te belangrijk om nu meteen te behandelen’. We zijn nu meer dan tien jaar later. Andere, vergelijkbare initiatieven, kregen evenmin gevolg.”
Integrale tekst opinietekst
Omdat het opiniestuk enkele uren na publicatie op De Werktitel is verdwenen van de site van Karim Van Overmeire publiceren we de integrale tekst hieronder.
A qui sert le crime?
27.10.2009 – Het is een publiek geheim dat er in het Vlaams Belang enkele diepgaande debatten aan de gang zijn. Het tegendeel zou verbazen zeker? Het Vlaams Belang heeft bijna drie decennia lang een ongelooflijk succesverhaal neergeschreven. Maar nu we in de peilingen nog op de helft van het resultaat van 2004 staan, mogen – neen: moeten – we ons toch eens afvragen waar we mee bezig zijn, en of we goed bezig zijn.
De discussies gaan enerzijds over de poppetjes die een plek moeten krijgen, en anderzijds over de richting die de partij uit wil. De breuklijnen in deze twee discussies lopen niet noodzakelijk gelijk, integendeel. Het eerste debat kan me maar matig boeien. In het tweede debat heb ik een uitgesproken mening die ik al tien jaar vertolk. Sommige mensen vertellen me dat het niet verstandig is om mij in het debat te mengen. Met hoge heren en dames is het kwaad kersen eten. En als ik mijn bek in mijn pluimen hou, dan zit ik toch gebeiteld tot mijn 65ste? Tja, wie rust en zekerheid zoekt, moet niet in de politiek stappen.
Net zoals de meeste van mijn collega’s heb ik mijn standpunten altijd vertolkt op de plaats waar het moest gebeuren. Intern. Ik ben trouwens geen alfamannetje, dus hoef ik niet zo nodig in de schijnwerpers te staan. Ik ken mijn beperkingen, dus laat ik het graag aan meer getalenteerde partijgenoten om de eerste viool te spelen.
Vandaag lijkt het alsof een soort collectieve waanzin zich van de partij heeft meester gemaakt. De meest dwaze details lekken uit en dragen bij tot een sfeer van wantrouwen. Zo duikt midden in een overigens heel interessant vraaggesprek in Humo met Dewinter, De Wever en Dedecker – wel drie zeer getalenteerde alfamannetjes – een vraag op over het nog niet hernieuwde contract van een secretaresse van Filip. Politieke relevantie nul. Maar er wordt wel een sfeer geschapen.
Ik hoop dat de lezer zich bij het lezen van dit soort dingen niet alleen afvraagt of de informatie juist is, maar ook wie er belang bij heeft om dit soort details te lekken. Of om het in het Frans te zeggen: A qui sert le crime? Vandaag word ik in De Standaard als een verkapte N-VA-er voorgesteld. Goed voor heel wat grapjes in het parlement. En nog wat verontruste of giftige sms-jes. Het is allemaal nogal doorzichtig: je associeert iemand met een politieke concurrent, waardoor je de betrokkene in het defensief duwt en zijn standpunt irrelevant wordt.
Ik ben geen crypto-N-VA-er, maar ik heb wel een mening. Hieronder leest u een standpunt dat ik met enkele collega’s heb opgesteld. Het is ingegeven door een oprechte bekommernis om wat er met dit land gebeurt. Wie aan politiek wil doen, moet niet alleen de problemen benoemen, en oplossingen voorstellen maar ook alles in het werk stellen om die oplossingen te realiseren. Dat is mijn oprechte overtuiging.
HET KOMT ER NU OP AAN OM EEN DUIDELIJKE KEUZE TE MAKEN
Op de partijraad van zaterdag jl. werd het voorstel voor een nieuw partijbestuur nipt weggestemd. Terecht werd het voorstel van een nieuw partijbestuur, dat dan volgende maand zou voorgelegd worden, gekoppeld aan een simultaan voorstel van doelen en strategie voor de partij.
We verzetten ons tegen het beeld als zou de partij bestaan uit twee kampen, dat van de ‘radicale’ Filip Dewinter en dat van de meer ‘gematigde’ Marie-Rose Morel. Bij het bittere conflict waarvan we helaas een bevoorrechte getuige moesten zijn, hebben we veel gehoord, maar zelden of nooit werden argumenten van ideologische of strategische aard naar voor gebracht. Het jongste wankele bestand zadelde de partij op met een dubbel ondervoorzitterschap, een dienst met twee diensthoofden en een reeks holle titels voor de mindere goden. Deze constructies kunnen ongetwijfeld tot inspiratie dienen van degenen die een volgende Belgische staatshervorming moeten uitschrijven, maar hebben niets met een strategische of inhoudelijke keuze te maken.
Wat moet er volgens ons gebeuren? Er moet eindelijk duidelijkheid komen over de richting die de partij uitgaat. In het verleden heeft het VB door een strategie van provocatie en polarisatie, en dankzij de inzet van onze zeer getalenteerde kopstukken, grote electorale successen geboekt. Tegelijk leidde deze strategie evenwel tot een politiek isolement waardoor op geen enkel ogenblik VB-ers in een positie kwamen waarin ze ons programma ook maar gedeeltelijk ten uitvoer konden brengen. Aangezien deze één-tegen-allen-situatie ons electoraal perfect in de kaart speelde, werd geen enkele ernstige poging ondernomen om uit het cordon te geraken. De pil werd verguld met de theorie van de ‘zweeppartij’, als zouden we vanuit de oppositie ‘op het beleid wegen’.
We zijn tot het inzicht gekomen dat het concept van de ‘zweeppartij’ onvoldoende heeft gewerkt. Zelfs toen het Vlaams Belang op 24 procent piekte, leidde dit niet tot een striktere immigratiewetgeving, tot een hardere aanpak van de criminaliteit of tot verregaande staatshervormingen (laat staan onafhankelijkheid). Zelfs inzake immigratie hebben we geen thema’s op de politieke agenda geplaatst die ook niet in alle andere West-Europese landen met vergelijkbare immigratieproblemen op de politieke agenda staan. Misschien zijn meer burgers overtuigd van onze standpunten, maar daar schieten we in essentie weinig mee op. De mening van de meerderheid van de bevolking is niet bepalend voor het beleid dat in dit land wordt gevoerd.
Een politiek gemarginaliseerde structurele oppositiepartij kan in de komende jaren ongetwijfeld nog een aantal mandaten en personeelsstatuten garanderen, maar dit is niet het doel van ons politiek engagement. De meest efficiënte weg om ons programma, of minstens delen daarvan, te realiseren, is via beleidsdeelname. Beleidsdeelname is vanzelfsprekend geen doel op zich. Het is ook geen keuze voor of tegen zogenaamde gematigdheid of radicalisme.
Er moet een zichtbare breuk met het verleden komen, en een volgehouden inspanning om het cordon te doorbreken. Het feit dat grote delen van de partijtop vereenzelvigd worden met de polarisatiestrategie van het verleden, bemoeilijkt de situatie nog. Succes is bovendien niet verzekerd. De risico’s van een gevaarlijke reis over een moeilijke weg vallen evenwel te verkiezen boven stilstand in een doodlopende steeg.
We weten dat veel collega’s en vrienden – en niet van de minste – deze analyse niet delen. Misschien biedt de polarisatiestrategie meer garanties op electoraal succes, maar dit verhaal stopt op de avond van de verkiezingsoverwinning. Voor het overige is er alleen maar de vage hoop dat er ‘ooit’ wel eens ‘iets’ zal gebeuren. Deze afwachtende houding lijkt ons niet de meest efficiënte op een ogenblik dat we, zowel inzake het communautaire als inzake immigratie, in cruciale jaren zitten. Het is bovendien geen eerlijke houding tegenover onze kiezers die hun vertrouwen aan ons geven en hopen dat we niet alleen vanuit het pluche ons programma declameren maar ook proberen om het te realiseren.
In ons hart willen we niets liever dan één grote partij waar iedereen samenwerkt. Ons verstand vertelt ons dat de twee strategieën niet verzoenbaar zijn. Ze appelleren aan verschillende doelgroepen. De ene strategie veronderstelt een volgehouden inspanning om het cordon te verlaten. Bij de andere strategie wil men net in het cordon blijven omwille van de electorale bonus die men nog altijd hoopt te incasseren. De ernst en betrouwbaarheid die moeten uitgestraald worden om allianties te kunnen smeden, staan haaks op de Tijl Uilenspiegel-houding van een structurele oppositiepartij. We kunnen ook niet de ene dag verontwaardigd zijn omdat tegenstanders ons ‘mestkevers’ noemen en ons de volgende dag presenteren als ‘de luis in de pels’ en mensen die ‘vuil genoeg’ willen blijven. Je kan niet jarenlang de hele buurt schofferen en vervolgens mokken omdat de buren je niet op de koffie vragen.
Over doel en strategie bestaat geen consensus in de partij. Toch vragen wij aan de partijtop om een duidelijke keuze te maken. Onze vraag is niet nieuw (*). Het is onze overtuiging dat het niet goed is om deze keuze nog langer uit te stellen. Voor niemand. Wanneer beslist wordt om de polarisatiestrategie aan te houden, zijn alle halfslachtige pogingen om ons een ander imago aan te meten, contraproductief. Wanneer we uit het cordon willen breken, zal het meer moeten zijn dan ‘het langzaam keren van de tanker’ en de recent gelanceerde ‘VB plus-norm’. Deze vage concepten leiden alleen maar tot ergernis, waarbij de enen zich voortdurend gefnuikt en gecontroleerd voelen, en de anderen zich permanent voor voldongen feiten geplaatst zien. Zo verder werken bestendigt de permanente wrevel.
Het komt er op aan om nu een duidelijke keuze te maken. Wanneer de keuze gemaakt is – en de partijraad lijkt ons daartoe het meest geschikte orgaan – dient iedereen zich daarbij neer te leggen of zijn/haar conclusies te trekken. Het alternatief voor deze keuze is helaas niet een eendrachtige partij, maar blijvende onduidelijkheid, verdere spanningen en een eindeloze verspilling van energie die beter zou gebruikt worden om de politieke tegenstrever te bestrijden, eerder dan gelijkgezinden.
Karim Van Overmeire, Vlaams Parlementslid en gemeenschapssenator
Geert Goubert, provinciaal voorzitter Oost-Vlaanderen
Gerdje Van Steenberge, Vlaams Parlementslid
Erik Tack, Vlaams Parlementslid
Bruno Stevenheydens, Kamerlid
(*) Karim Van Overmeire diende al in 1998 in het partijbestuur een nota in waarin hij wees op de uitzichtloosheid van de confrontatiestrategie en waarin hij vroeg om een ernstige en volgehouden inspanning om uit het cordon te komen. Die nota was toen ‘te belangrijk om nu meteen te behandelen’. We zijn nu meer dan tien jaar later. Andere, vergelijkbare initiatieven, kregen evenmin gevolg.
Een maandelijkse storting is mij niet te veel om Apache te steunen.


E-mail dit artikel
Facebook
Twitter
Share dit artikel




Laten we niet mee smeulen met diegenen die uit het cordon willen stappen of alvast een light-koers willen gaan varen. Het Blok is ontstaan op basis van waar Dewinter en Annemans nu nog steeds voor staan en zo dient ze ook te sterven. Nooit het cordon opheffen voor die trollen! Ik wil ze niet zien blijven mee marcheren in onze broze parlementaire democratie, ze moeten uitgeperst worden tot de laatste druppel om ten slotte met een grandioze afgang totaal te verdwijnen van de democratische aardbodem. Ik mag het niet geloven dat het Vlaams Belang plots wel salonfähig worden onthaald in de fauteuils van onze hoge vergaderingen. Leve Dewinter en Annemans dus.
@Manu. Alles wijst erop dat de partij binnen afzienbare tijd gewoon in twee splitst: het harde, oude Blok en een ’softere’ groep. Valkeniers is niet in staat om beide groepen onder één dak te houden. Daarvoor is er intussen teveel gezegd en geschreven. De komende weken krijgen we een open oorlog waarbij beide kampen de jarenlang opgestapelde vuiligheid over elkaar heen zullen gieten.
Hebben jullie dat opiniestuk nog?
Want:
Hieronder stond tot voor kort een standpunt dat ik met enkele collega’s had opgesteld. We wilden daarmee afstand nemen van het beeld als zou de partij bestaan uit twee kampen, waardoor iedereen – vaak willens nillens – in één van beide kampen geplaatst werd.
We willen ook dat de hervormingen binnen de partij zich niet alleen beperken tot een discussie over de plaatsen en de poppetjes. Deze partij heeft ook nood aan een nieuw, enthousiasmerend verhaal waarbij ons programma niet alleen wordt uitgedragen, maar er ook een strategie is om dit programma te realiseren.
Ons punt is nu gemaakt. We hebben de tekst weggehaald omdat we niet verder willen polariseren. Het overleg dat binnen de partij opgestart is, moet alle kansen krijgen en we willen daar constructief aan meewerken.
@Guido. Het originele opiniestuk kan u intussen lezen onderaan het artikel
Sorry, ben wat moe en heb iets te vlug gelezen
Het opiniestuk dat Karim Van Overmeire na een paar dagen van zijn blogsite verwijderde is ook altijd al te lezen geweest op http://members4.boardhost.com/muurkrant2/msg/1256755985.html.
En het is dat daar vandaag nog steeds. Of dat zo zal blijven, valt af te wachten. Ik heb alvast voorzorgsmaatregelen genomen: heb het opgeslagen (als Pdf-document) en opgeladen op mijn blog. Zie http://www.marcernst.com/dwnlds/MUURKRANT.pdf.
Wellicht had Tom Cochez er goed aan gedaan om de blogpost van Van Overmeire eveneens op te slagen en hem vervolgens op werktitel.be op te laden, als eeuwig ‘bewijsmateriaal’. Kwestie van de communicatiestrategen van het Vlaams Belang een pad in de korf te leggen. Er mag al eens gelachen worden, nietwaar.
@Marc Het gewoon vermelden van de integrale tekst, onderaan het artikel, is een puur praktische oplossing. De originele kopie zit veilig en wel opgeslagen.