Journalisten met een scherpe pen en een weerbarstig karakter schrijven over wat er echt toe doet. Nieuws, analyse, opinie en satire. Kritisch en ongebonden. Omdat het nodig is.

Proces-KB Lux: de politie belazerde de kluit

Geheel in de lijn der verwachtingen is het monsterproces over de fraude bij KB Lux al vlak na de start gestruikeld. Na drie dagen soebatten door de advocaten van de verdediging ging rechtbankvoorzitter Pierre Hendrickx overstag: hij wil vanaf morgen (donderdag) eerst duidelijkheid scheppen over de vraag hoe het parket de bewijslast in handen heeft gekregen en of dat wel op een legale manier is gebeurd.

Door Georges Timmerman

“De 2.995 documenten waarop het onderzoeksdossier van KB Lux gebaseerd is, werden eind 1994 tijdens een in scène gezette huiszoeking in beslag genomen.” Met die droge mededeling vuurde raadsheer Frédéric Lugentz vorige week een torpedo af in de rechtszaal. Als blijkt dat de politie de bewijsstukken niet op een koosjere wijze heeft verkregen, dreigt het hele proces als een mislukte soufflé in elkaar te stuiken.

De KB Lux-affaire leek in de jaren negentig uitermate geknipt om de gehavende reputatie van de gerechtelijke politie op te vijzelen

Lugentz weet waarover hij praat. Hij was verantwoordelijk voor een van de onderzoeken naar het onderzoek in de zaak KB Lux (zie verder). Op de zitting raakte vorige week ook bekend dat Lugentz zeer onlangs, in juni van dit jaar, een van de betrokken speurders in verdenking heeft gesteld voor het niet neerleggen van bewijsstukken op de griffie, valsheid in geschrifte en het gebruik van valse stukken.

Hallucinant document

Het gaat om Raphaël de Saint Martin, bijgenaamd Rafitoutou, een voormalige inspecteur van de Brusselse gerechtelijke politie, zo verneemt De Werktitel uit goede bron. Net als zijn collega’s van de politie blijft de Saint Martin volhouden dat hij de omstreden documenten in maart 1995, een half jaar na de geënsceneerde huiszoeking, heeft gekregen van een informant. Lugentz gelooft daar niets van.

Wat is er precies gebeurd? Hoe is de politie in het bezit geraakt van de bewijsstukken? Het antwoord staat haarfijn uitgelegd in een uitvoerige klacht die vier jaar geleden door een aantal beschuldigden werd neergelegd tegen voormalig onderzoeksrechter Jean-Claude Leys, de man die het KB Lux-onderzoek heeft geleid. De Werktitel kon dat hallucinante document lezen.

Onbetrouwbare informanten

Het verhaal begint met vijf werknemers van KB Lux die op 10 januari 1994 een bedrag van 20 miljoen Duitse mark (ongeveer 10 miljoen euro) achterover drukken ten nadele van de Luxemburgse bank. Om zich in te dekken tegen mogelijke represailles van de bank stelen ze tegelijk ook een groot aantal bankdocumenten, meer bepaald dossiers over kredietoperaties, geprinte klantenlijsten en microfiches met namen van duizenden klanten.

De vijf werken samen met Jean-Pierre Leurquin, een aan lager wal geraakte ex-veearts en premiejager die in het verleden in het milieu van de hormonentrafikanten als informant werkte voor rekening van de Brusselse gerechtelijke politie. Leurquin staat nochtans bij de GP op de zwarte lijst van onbetrouwbare informanten met wie niet meer mocht worden samengewerkt.

Politieoorlog

“Vanaf maart 1994 (en mogelijk al vroeger) wordt Georges Ceuppens, toenmalig chef van de financiële sectie van de Brusselse GP, geïnformeerd over het feit dat Leurquin hen informatie kan leveren over de financiële montages die door de KB werden opgezet”, stelt de klacht. “Het is op dat moment evident dat de voorgestelde informatie bestaat uit gestolen documenten, die verkregen werden via een inbreuk op het Luxemburgse bankgeheim.”

Niettemin mag Leurquin de daders van de diefstal, die nota bene door het Luxemburgse gerecht worden opgespoord, voorstellen aan De Saint Martin en andere speurders van de GP en volgen er verschillende ontmoetingen. Heel die episode speelt zich af tegen de achtergrond van rivaliteit en regelrechte politieoorlog tussen de rijkswacht en de GP.

De dieven twijfelen

De rijkswacht kan in die periode uitpakken met de ophefmakende fraudezaak over de Franse topindustrieel Didier Pineau-Valencienne, topman van de groep Schneider. De GP’ers willen absoluut ook scoren en zijn op zoek naar een affaire met een gelijkaardige impact. De KB Lux-affaire lijkt uitermate geknipt om hun gehavende reputatie op te vijzelen.

De financiële sectie van de GP is dus bijzonder geïnteresseerd in de documenten, en lijkt ze rechtstreeks van de dieven te willen aannemen. Maar de dieven twijfelen nog. Eerst proberen ze hun gegevens te verpatsen aan de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) en aan Pineau-Valencienne, maar daar vangen ze bot. Ze overwegen ook of ze munt kunnen slaan uit hun informatie door de betrokken klanten rechtstreeks te chanteren.

Fictieve scenario’s

Uiteindelijk weet de geblackliste informant  in juli 1994 een van de dieven, Christian Cigada, te overtuigen om het hele pakket documenten aan hem te geven, zogenaamd om ervoor te zorgen “dat ze niet in handen zouden vallen van het gerecht”. Vervolgens kopieert hij alles in drievoud in het kantoor van de GP. Eén kopie blijft ter plaatse achter, de originelen geeft Leurquin terug aan Cigada in een café om de hoek.

“De GP komt op die manier, buiten de normale procedure om en op totaal illegale wijze, in het bezit van een kopie van de gestolen documenten”, zegt de klacht. “Het komt er nu op aan om de zaak zo in te kleden dat het erop lijkt dat de documenten op een regelmatige en legale manier in het strafdossier werden opgenomen.”

Om de illegale operatie te maskeren bedenkt Leurquin in samenwerking met de Brusselse GP verschillende fictieve scenario’s, zoals een geënsceneerde pseudohuiszoeking waarbij de omstreden documenten zogenaamd toevallig zouden worden gevonden, of een zogenaamd spontane overhandiging door Leurquin van de documenten in het kader van een ander onderzoek.

Knoeiwerk

Onderzoeksrechter Leys en zijn speurders weten immers maar al te goed dat ze niets kunnen aanvangen met de gekopieerde gegevens. Volgens rechtspraak van het Hof van Cassatie mogen strafrechtelijk relevante bewijzen wél wederrechtelijk verkregen worden, maar enkel op voorwaarde dat de ambtenaren die met het onderzoek belast zijn zelf geen onrechtmatige daden stellen, of dat ze die bewijzen niet rechtstreeks ontvangen van de persoon die ze onrechtmatig heeft verworven.

Onderzoeksmagistraten en politiemensen mogen met andere woorden zelf geen illegaal verkregen bewijzen verzamelen. Ze kunnen die wel via derden in handen krijgen, steeds op voorwaarde dat ze zich niet schuldig maken aan diefstal. Hoewel een onderzoeksrechter moet waken over de wettigheid van de bewijsmiddelen en de loyauteit waarmee ze worden verzameld, had Leys kennelijk geen bezwaar tegen het knoeiwerk van de GP’ers.

Ongeloofwaardig

Eerst kiest men voor het eerste scenario. Ter voorbereiding hiervan arresteert de Brusselse GP in augustus 1994 ene Richard Vandergoten. Hij verdwijnt tijdelijk in de gevangenis voor een zaakje van gestolen rijbewijzen. Die meneer woont niet toevallig in een huis aan de Brusselse Georges Brugmannlaan, op hetzelfde adres waar ook Leurquin woont.

In september 1994 volgt, in overleg met Leurquin, in het kader van een onderzoek dat niets met KB Lux te maken heeft, een pseudohuiszoeking zonder huiszoekingsbevel door de GP bij de hospita van het gebouw. Op de overloop naar de kamer van Vandergoten ontdekken ze daar als bij wonder een doos met de gestolen KB Lux-documenten, die daar door Leurquin netjes was klaargezet. De documenten worden in beslag genomen en klaar is kees.

Enkele maanden later, nadat de KB Lux-affaire was losgebarsten in de pers en het scenario van de huiszoeking ongeloofwaardig wordt en niet langer houdbaar blijkt omdat enkele betrokkenen hun mond niet houden, verandert de GP het geweer van schouder en opteert voor het tweede scenario. In de nieuwe versie, die vanaf oktober 1996 wordt aangehouden, heet het dat Leurquin de documenten op 16 maart 1995 vrijwillig en spontaan heeft overhandigd aan Raphaël de Saint Martin, de inspecteur van de GP die werkt in opdracht van eerste substituut des konings Vincent Cambier, de baas van de financiële sectie van het Brusselse parket.

Opkuisoperatie

Om dat tweede scenario geloofwaardig te maken, moeten alle pv’s die verwijzen naar de huiszoeking van september 1994 uit het strafdossier worden verwijderd. Andere, nieuwe pv’s worden geantidateerd. Dat er bij die opkuisoperatie talrijke materiële fouten worden gemaakt, is onvermijdelijk. De lange lijst van bewezen manipulaties is terug te vinden in de klacht tegen onderzoeksrechter Leys.

Officieel is het KB Lux-onderzoek van start gegaan op 9 februari 1995. Aanvankelijk gebeurt dat zogenaamd niet op basis van de gekopieerde documenten maar als een vooronderzoek van het parket naar Jan Thielemans en Jan Huyghebaert, twee toplui van holding Almanij, de moedermaatschappij van Kredietbank en KB Lux. Uit het onderzoek naar het onderzoek door magistraat Lugentz zal later blijken dat alle stukken die verwijzen naar de twee topkaders van Almanij eveneens frauduleus uit het strafdossier werden verwijderd.

Chantagebrieven

Op basis van gegevens die worden bovengespit door de Bijzondere Belastinginspectie (BBI), die zich steunde op elementen uit het dossier tegen Thielemans en Huyghebaert, besluit subsituut Cambier vervolgens op 9 mei 1996 om onderzoeksrechter Leys aan te stellen in deze zaak. Enkele maanden later, in augustus, breekt het KB Lux-schandaal los, een affaire die jarenlang goed was voor vette titels in de kranten.

“Het hele strafdossier is hoofdzakelijk gebaseerd op gestolen en gemanipuleerde documenten”, zo luidt de stelling van de advocaten van de verdediging. “De affaire begon in 1994 met een interne fraude van 10 miljoen euro door een kleine groep werknemers van KB Lux. Om zich te wapenen tegen een ontslag hebben die werknemers bij de bank confidentiële gegevens gekopieerd en gestolen. Ze hebben dan chantagebrieven verstuurd naar belangrijke cliënten en toplui van de bank. De gestolen en gemanipuleerde documenten zijn via een dubieuze politie-informant in België beland. Speurders van de gerechtelijke politie hebben de gegevens via omwegen en hoogst contesteerbare manoeuvres tot bij het Belgische gerecht en de fiscus gebracht.”

Dysfuncties

Het Brusselse parket kan moeilijk beweren dat het niet wist dat er een en ander grondig mis is gegaan. Al op 12 juli 1999 kwam het Comité P, dat de politiediensten controleert, tot de conclusie dat de speurders “frauduleuze manoeuvers hadden gebruikt om een schijn van legaliteit te geven aan de manier waarop de bij KB Lux gestolen documenten aan de juridische autoriteiten werden bezorgd”.

Het Comité P besloot: “De wijze waarop terzake gehandeld werd, moet dan ook als onbehoorlijk en ondoelmatig beschouwd worden. (…) Ook in dit dossier werd vastgesteld dat, naast de bestaande wetgeving, door politiediensten onbehoorlijke gebruiken worden aangewend. (…) Het beoordelen van de vastgestelde dysfuncties is echter een taak die alleen de gerechtelijke en/of disciplinaire overheden toekomt.”

Grote scepsis

Het rapport van het Comité P bleef om raadselachtige redenen zonder enig gevolg. Voor wie het nog altijd niet begrepen had, waren er de schitterende artikels van wijlen onderzoeksjournalist Frank De Moor in het weekblad Knack. Tussen 1996 en 2000 schreef De Moor een reeks zorgvuldig gedocumenteerde stukken over de onregelmatigheden in het KB Lux-onderzoek. Die stukken werden indertijd door de andere media op grote scepsis onthaald, maar de juistheid ervan werd achteraf keer op keer bewezen.

Gelijkaardige klachten als diegene die werden onderzocht door het Comité P werden vanaf april 2003 opnieuw onderzocht door onderzoeksrechter Collignon en daarna door onderzoeksrechter Lugentz. Die laatste kwam in oktober 2004 tot de vaststelling dat onderzoeksrechter Leys “mogelijk misdrijven heeft gepleegd tijdens de uitvoering van zijn functie, in samenwerking met de betrokken politiemannen”, maar verklaarde zich terzake onbevoegd wegens de voorrang van rechtsmacht waarvan magistraten genieten. Het Brusselse parket-generaal besloot eens te meer niets te doen.

Machtsmisbruik

Lugentz van zijn kant blijft tot op de dag van vandaag bij zijn standpunt, zoals vorige week nog bleek tijdens de eerste dagen van het proces-KB Lux. Uiteindelijk namen twaalf personen die in verdenking waren gesteld in de KB Lux-zaak in 2005 een hoogst ongebruikelijke stap: ze dienden klacht in tegen onderzoeksrechter Leys wegens schriftvervalsing, gebruik van valse stukken, verduistering, vernietiging van documenten door openbare functionarissen, machtsmisbruik, arbitraire en illegale arrestaties, heling, schending van het onderzoeksgeheim en bendevorming.

Twee jaar later werd Leys door het Hof van Cassatie voor deze feiten weliswaar niet vrijgesproken, maar wel buiten vervolging gesteld. Na gesolliciteerd te hebben voor verschillende hoge functies was Leys inmiddels, al sinds 2001, probleemloos benoemd tot advocaat-generaal bij het hof van beroep in Bergen.

INLEIDING TOT DE ZAAK-KB LUX

  • Wie? Elf (voormalige) topbankiers van de vroegere Kredietbank (intussen omgedoopt tot KBC) en haar zusterbank KB Lux (momenteel KBX European Private Banking) en drie gefortuneerde klanten zitten op het beklaagdenbankje van de 49ste kamer van de correctionele rechtbank van Brussel. Onder de bankiers zijn er bekende namen, zoals Damien Wigny,  Etienne Verwilghen, Carlo Schlesser en Remi Vermeiren. De drie klanten zijn vetmester Lucien Verkest, eerder in opspraak gekomen door het dioxineschandaal, zijn echtgenote Jeanine Daenens, en ex-kapster Rita Verstraeten, de gewezen maîtresse en erfgename van tabaksmagnaat Roger Gosset. Aanvankelijk waren 41 personen in verdenking gesteld. Daarnaast gooiden honderden, mogelijk zelfs duizenden klanten het in de loop der jaren op een akkoordje met de fiscus. Ze betaalden fiscale boetes en ontsnapten op die manier aan gerechtelijke vervolging. De banken zelf worden niet vervolgd omdat rechtspersonen pas sinds 1999 strafrechtelijk aansprakelijk zijn.
  • Waarom? De veertien verdachten worden beschuldigd van schriftvervalsing, fiscale fraude, bendevorming en witwassen. Het openbaar ministerie verwijt de bankiers dat ze een systeem op poten hebben gezet om hun rijke klanten te helpen hun fortuin verborgen te houden voor de fiscus.
  • Hoe? De omvang van de fraude wordt door het parket geraamd op in totaal 400 miljoen euro. De KB en haar Luxemburgse zusterbank zouden ondernemingen en rijke cliënten systematisch geholpen hebben bij het ontduiken van belastingen. Dat gebeurde via drie technieken. Er waren zogenaamde back-to-back-leningen, fictieve leningen waarmee klanten hun eigen zwart geld repatriëren en witwassen. Een tweede techniek was het verbergen van bankrekeningen van Belgische klanten bij KB Nederland om de Belgische fiscus te ontlopen. Daarnaast zouden klanten hun zwart geld ook vanuit België naar Luxemburg hebben versluisd via zogenaamde interne nostro-vostro-rekeningen. Voor die laatste fraudevorm staan enkel de drie bankcliënten terecht.
  • Wanneer? Het onderzoek naar wat destijds de grootste fiscale fraudezaak uit de Belgische geschiedenis werd genoemd, begon in februari 1995. Toenmalig Brussels onderzoeksrechter Jean-Claude Leys kreeg de leiding over het onderzoek en deed hiervoor een beroep op speurders van de financiële sectie van de toenmalige gerechtelijke politie van Brussel. Wegens de vele kronkels in het dossier heeft de zaak tergend lang aangesleept. Het onderzoek zelf duurde vierenhalf jaar, waarna het parket nog eens drieënhalf jaar nodig had om zijn eindvordering op te stellen. Daarna volgde nog een eindeloos gevecht over de doorverwijzing voor de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling. Het proces kon uiteindelijk, veertien jaar na de start van het onderzoek, formeel beginnen op 3 april 2009. De eigenlijke debatten gingen van start op maandag 19 oktober.
Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

De auteur van bovenstaande tekst doet dat goed. Geef die mens 10 euro van me!

2 Reacties

  1. Hallucinant, een ander woord vind ik er niet voor. En bijna nog erger is dat men analyses zoals deze niet meer kan lezen in de reguliere media. Gelukkig is er nog De Werktitel.

  2. Als ik het goed begrijp dreigt heel dit proces met een sisser af te lopen en zullen de misdadigers alweer eens vrijuit gaan. België apenland?